Lieven Van Den Abeele

DE WITTE RAAF

Editie 132 maart-april 2008

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Eija-Liisa Ahtila in Jeu de Paume

De Finse kunstenares Eija-Liisa Ahtila heeft een bijzondere interesse voor de taal van film. Ze beschouwt drie elementen van cruciaal belang voor haar werk: de manier waarop beelden zijn opgebouwd, de manier waarop het verhaal zich ontwikkelt en de fysieke ruimte waarin het werk wordt getoond. Haar personages zijn jonge vrouwen die zich in emotioneel extreme situaties bevinden. Kostbare herinneringen, latente verlangens, familiale verhoudingen en onderliggende spanningen leiden tot menselijke drama’s waarin liefde en kwetsbaarheid, conflict en verzoening, verlies en rouw de hoofdrol spelen. Met haar speciale bijdrage voor haar kleine retrospectieve in het Parijse Jeu de Paume krijgt haar werk ook een politieke dimensie.

Het recente Where is Where? is gebaseerd op het boek Damnés de la terre van de Franse psychiater Frantz Fanon, uit 1961. Hierin vertelt hij zijn ervaringen als arts in het Algerije van de jaren ’50. Als Frans-Martinikaan had hij een bijzondere belangstelling voor racisme en kolonialisme, fenomenen die hij in Peau noire, masques blancs (1952) genadeloos analyseert. Zijn visie dient in de derde wereld nog steeds als inspiratiebron voor talrijke vrijheidsstrijders. In Frankrijk vormt zijn oeuvre een belangrijke stem in de postkoloniale discussie. Hij stelt zich niet alleen tevreden met nationale of economische onafhankelijkheid, maar staat vooral voor een emancipatie in cultureel en intellectueel opzicht. In zijn Verworpenen der aarde vertelt hij onder meer het verhaal van twee jonge Algerijnen, 13 en 14 jaar oud, die hun beste vriend, een Franse speelkameraad, vermoordden nadat Franse soldaten ’s nachts hun dorp waren binnengevallen en veertig bewoners, waaronder leden van hun familie, gedood hadden.

Dit verhaal vormde voor Eija-Liisa Ahtila het uitgangspunt voor een persoonlijke reflectie waarin de politieke realiteit en de artistieke verbeelding elkaar op subtiele manier in evenwicht houden. Dat ze voor dit in Frankrijk nog steeds gevoelige onderwerp koos als opener van haar retrospectieve tentoonstelling in het Parijse Jeu de Paume, is meer dan een statement.

In vier synchrone films geprojecteerd op de vier muren van de ruimte vertelt Ahtila het verhaal. Een korte animatiefilm zorgt voor de inleiding, documentaire beelden van de gruwelen van de Algerijnse oorlog voor de epiloog. In een decor dat sterk aan theater doet denken wordt de gebeurtenis voorgesteld als een parabel. Centraal staat een blanke vrouw die bezoek krijgt van de dood. Als dichteres kan ze de dood alleen bezweren door het woord. Hoe esthetiserend de beelden ook zijn, het werk wordt, zoals dit bij Ahtila paradoxaal genoeg meestal het geval is, volledig gedragen door het woord. Woorden drukken uit wat beelden niet kunnen tonen, maar de expressie is afstandelijker, abstracter. Door het verhaal te situeren in haar geboorteland krijgt het een universeel karakter. Een persoonlijke tragedie vormt de aanleiding tot reflectie over de consequenties van oorlog, over verantwoordelijkheid en hoe de ethiek ervan door het oorlogsgeweld wordt aangetast.

Onwillekeurig voert het werk ons ook naar de actualiteit. Het evoceert bezette gebieden, vluchtelingen en cultureel ontheemden; het roept vragen op in verband met de nationale, religieuze en individuele identiteit en plaatst de gespannen relatie tussen de Arabische en de westerse wereld in een historische context. Merkwaardig genoeg is dit meest onthechte werk van Eija-Liisa Ahtila ook haar meest politieke. En omdat het zich aan het begin van deze kleine retrospectieve bevindt, straalt dit engagement af op haar vroegere werken. Ze worden er complexer door, winnen aan diepgang en betekenis. Zo zien we de eenvoudige vissers, die zich met hun gammele vissersboten in Fishermen/Etudes n° 1 (2007) ergens aan de Afrikaanse oostkust doorheen de branding trachten te werken, plots als bootvluchtelingen die hun economische realiteit ontvluchten in plaats van ze te verbeteren.

De preambule van de tentoonstelling bestaat uit drie korte zwart-witfilmpjes uit het begin van de jaren ’90 die oorspronkelijk op de Finse televisie, tussen de populaire televisieprogramma’s door, getoond werden. Formeel herinneren ze aan publiciteitsfilms, maar hun emotioneel verwarrende inhoud staat haaks op de commerciële bedoelingen van het genre. In deze korte clips van 90 seconden zijn alle ingrediënten van haar latere werk reeds duidelijk aanwezig. Thema’s als relaties, seksualiteit, jaloezie, woede, uitsluiting, scheiding, lijden en dood staan ten dienste van haar belangrijkste bekommernis: het moeilijk te maken onderscheid tussen zichzelf en de andere, de grenzen van de eigen identiteit, het eigen lichaam en dat van de andere. Een relatie die ze ook in de ruimtelijke enscenering van haar films tracht uit te drukken.

Representatief voor haar stijl, haar werkwijze en haar menselijke drama’s zijn zowel Consolation Service (1999) als The House (2002). Allebei vertellen ze het verhaal van een verwarde jonge vrouw. De ene heeft een baby en is verwikkeld in een moeilijke echtscheiding, de tweede hoort stemmen, waardoor haar noties van ruimte en tijd verstoord raken. Allebei geven ze een mooi beeld van de subtiele grens tussen droom en werkelijkheid, realiteit en verbeelding en hoe men ongemerkt van de ene wereld naar de andere kan overhellen. Typisch zijn de prachtige natuurbeelden van de door water en lucht gedomineerde Scandinavische landschappen, met sterk picturale kwaliteiten en symbolische betekenissen van hoop en wanhoop, vergankelijkheid en eeuwigdurende beweging. Het gebruik van verschillende beeldschermen staat niet alleen in functie van hun complexe verhaalstructuur, maar suggereert ook de verscheurdheid, de gespletenheid en de besluiteloosheid van haar personages. Met een zekere pudeur toont Ahtila ons hun intieme trauma’s, hun onzekerheid, hun wanhoop. The Hour of Prayer (2005) wordt verteld als een sprookje, maar heeft een autobiografisch karakter. Het overlijden van haar hond is aanleiding tot mijmeringen over leven en dood.

Opgevat als retrospectieve toont de titelloze tentoonstelling werken uit verschillende periodes, maar met slechts vijf video’s is ze toch wat aan de magere kant. Het geheel wordt opgevuld met foto’s en maquettes van huizen. Deze hebben helaas niet de oorspronkelijkheid van haar filmische werk.

Eija-Liisa Ahtila tot 30 maart in Jeu de Paume, 1 place de la Concorde, 75008 Parijs (01/47.03.12.50; www.jeudepaume.org).