Steven Humblet

DE WITTE RAAF

Editie 132 maart-april 2008

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Thomas Struth. Familienleben

Welke fotografische strategieën worden er vandaag aangewend om het vaak hectische familieleven in beeld te krijgen? De ontluisterende (en soms ronduit choquerende) familiefoto’s van fotografen als Nick Waplington en Richard Billingham suggereren één mogelijke werkwijze: in een niets verbloemende stijl wordt de desintegratie van het familiale leven nuchter geregistreerd of bitter becommentarieerd. De soberdere (maar daarom niet minder beladen) beelden van documentaire fotografen als Tina Barney en Thomas Struth bieden een mogelijk alternatief. Van de laatste toont de SK Stiftung Kultur nu een rijk overzicht van familieportretten.

De Duitse documentaire fotograaf Thomas Struth kiest niet voor een spontane (en dus onthullende?) reportagestijl, maar voor het formele (en dus verhullende?) familieportret. Niet het chaotische familieleven zelf, maar het beeld dat de familie van zichzelf heeft (of wenst uit te dragen), interesseert de fotograaf. Door hen de vluchtroute van de pose aan te bieden, schenkt hij hen meteen de mogelijkheid om zich zelfbewust aan de camera te presenteren. Toch wil dit niet zeggen dat hier een netjes opgepoetste versie van het familiale leven wordt afgebeeld, integendeel zelfs. Struth beseft maar al te goed dat het familiale samenleven verre van rimpelloos verloopt. Het eerste probleem waar elk familieportret op stuit, is het problematische statuut van het individu binnen de familie. Elke familiefoto versterkt in eerste instantie de groepsidentiteit, hij toont een gezelschap dat min of meer op zichzelf staat. De vraag wordt dan: hoeveel vrijheid krijgt het individu om zichzelf binnen deze groep te manifesteren, om zijn verschil te affirmeren? Het probleem van het familieportret bestaat erin deze gespletenheid zichtbaar te maken in onbeweeglijke beelden.

Het geposeerde familieportret begint met de vertaling van precieuze, emotionele verhoudingen in starre, ruimtelijke posities. Het familieportret is in eerste instantie een cartografisch vraagstuk. En precies hier situeert zich een potentieel gevaar van dit type familieportret. De formele en ruimtelijke organisatie van de familiale hiërarchie is immers allerminst vanzelfsprekend. Er stellen zich volgende cruciale vragen: wie staat waar – wie wordt naar de voorgrond geschoven en wie wordt daardoor logischerwijze naar de achtergrond verdrongen? Hoe worden de aanwezige rekwisieten aangewend – als er stoelen of zetels zijn, wie gaat zitten, wie blijft staan? Wie staat naast wie? Waar is de plaats van het kind binnen het gezin? Hoe lichamelijk gaan de familieleden met elkaar om? Deze vragen sturen op bewust of onbewust niveau het gedrag van elk familielid. Aan elke gemaakte keuze zijn bepaalde consequenties verbonden, die men vaak wel vermoedt, maar niet altijd volledig kan inschatten of controleren. Elk familieportret schetst dan ook een wezenlijk onstabiele microkosmos, een wankel universum met broze allianties en zich immer herschikkende verhoudingen. Elke familie plaatst haar pionnen anders op het complexe schaakbord van het familieportret.

Elke familie heeft haar eigen onherleidbare voorgeschiedenis, maar het is verleidelijk om aan de familieportretten meteen ook een ruimere, culturele interpretatie te geven. Vergelijk de nette, maar ook wat kille plaatsing van de familieleden in het portret van de Schäferfamilie met de chaotische, maar warme verstrengeling van de Fallettifamilie: in het ene beeld verschijnt de familie als de kale optelsom van haar delen (zodat de klemtoon volledig op het individu komt te liggen, ten koste van de groepsdynamiek), het andere beeld beklemtoont de ongedwongen lichamelijkheid tussen de familieleden onderling (en dus het grote vertrouwen dat er tussen hen heerst). Of nog, het portret van de Ayvarfamilie uit Lima: is het louter toeval dat alle leden van deze familie op een stoel rond de tafel zitten, zodat er (letterlijk) niemand boven uitsteekt? Het individu lijkt hier volledig op te gaan in de groep.

Struths vroegste familieportretten, zwart-witfoto’s gemaakt rond 1985, vaak van zeer nabij gefotografeerd en in een klein formaat gepresenteerd, overweldigden de toeschouwer met een sentimentele golf van huiselijke gezelligheid en intimiteit. En ook al vinden we eenzelfde genereuze warmte terug in zijn kleurenfoto’s, toch wordt de empathie voor het onderwerp daar enigszins getemperd door een documentaire zakelijkheid. Dat is enkel al zichtbaar in de fysieke afstand tussen fotograaf en onderwerp, die in de kleurenfoto’s enorm is toegenomen. Het levert een dubbelzinnige uitbeelding van het familiale leven op, die ongetwijfeld verband houdt met Struths ambigue verhouding tot zijn eigen familie en meer bepaald tot zijn vader. Als zoon van een nazisoldaat die tijdens de Tweede Wereldoorlog in Rusland vocht en daar gewond raakte, besefte hij al snel hoe precair en moeilijk familiale relaties wel kunnen zijn. Of zoals Eric Koningsberg het in het afsluitende essay van de catalogus verwoordt: “What a source of terror and confusion a family can be.”

Deze persoonlijke geschiedenis verklaart echter slechts gedeeltelijk waarom het familiale leven voor Struth geen evidentie is, maar eerder de inzet van een vraagstuk. Ook verschuivingen in zijn opvatting over wat fotografie is en welke complexe relatie zij onderhoudt met wat wij genoegzaam als ‘de werkelijkheid’ aanduiden, spelen een belangrijke rol in zijn aftastende benadering. De beslissende rol die hij toekent aan de camera tijdens het maakproces is in dat opzicht revelerend. Tijdens het maken van het portret staat Struth naast de camera. Daarmee berooft hij de mensen voor de camera van een geruststellende illusie: ze gaan geen dialoog aan met een (manipuleerbare) fotograaf, maar botsen op een onwillige machine. In hun zucht naar bevestiging sturen de familieleden hun zorgvuldig geconstrueerd zelfbeeld naar de camera, hoopvol wachtend op een antwoord dat echter nooit zal komen. De camera is geen spiegel die antwoordt, ze kaatst enkel de vraag terug die de familie voor zichzelf is (geworden?). Het is deze (lichte) vertwijfeling die de gortdroge feitelijkheid van binnenuit aanvreet. En zo krijgt de dynamiek van het familiale leven alsnog een plaats binnen het stugge fotografische beeld.

Familienleben tot 20 april in de SK Stiftung Kultur, Im Mediapark 7, Keulen (0221/226.24.33; www.sk-kultur.de). Een catalogus is verschenen bij Schirmer/Mosel. ISBN 978-3-8296-0355-3.