Dries Vande Velde

DE WITTE RAAF

Editie 132 maart-april 2008

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Juan Munoz. A Retrospective

Blockbustertentoonstellingen laten zich zelden kenmerken door een grote intimiteit. Dat is zeker zo in een omgeving als Tate Modern in Londen, die zich veeleer leent voor uitgebreide didactische overzichtstentoonstellingen of grootse, dramatische gebaren, zoals de bekende Unilever series in de Turbine hall.

De retrospectieve Juan Muñoz laat zien dat het mogelijk is om met kleine, innemende werken een geheel te creëren dat net zo overweldigend is. Terwijl de titel een eerste overzichtstentoonstelling van dit oeuvre aankondigt, word je als bezoeker vanaf de eerste kamer opgenomen in de intieme verhalen die elk individueel kunstwerk in zich draagt. Het is de verdienste van de tentoonstelling dat ze de ontwikkeling van deze intieme, individuele verhaallijnen doorheen de twintigjarige carrière van de Spaanse kunstenaar traceert. Bovendien doet ze dat zonder te vervallen in een didactische opsplitsing van het oeuvre in een aantal thema’s. Maar bovenal ben je als bezoeker overweldigd door de sculpturen zelf, hun minimale spel met theatrale middelen of narrativiteit en de overweldigende impact die ze daarmee bereiken. Daarom precies zijn het de sculpturen zelf die van Juan Muñoz, A retrospective een van de allerbeste Tatetentoonstellingen van de afgelopen jaren maken.

If only she knew is het eerste werk in de tentoonstelling en is een perfecte introductie op de dertien kamers die volgen. Het is een klein werk, een soort miniatuur ijzeren huis met vier wanden en een zadeldak erboven. Tussen de vier wanden hangen dicht opeengepakt een twintigtal ruw bewerkte houten mannelijke figuurtjes en één enkele uit steen gehouwen vrouwenfiguur. De materialen zijn niet geschilderd, maar heel precies bewerkt om een agressieve, verfijnde, beschermende… uitstraling te krijgen, afhankelijk van hun rol in het geheel. Het kunstwerk suggereert een beklemmende situatie of gedachte aangaande de vrouw, die zich schijnbaar van geen kwaad bewust is, zoals de titel al suggereert. Het is precies die titel die overduidelijk het dubbele standpunt vastlegt dat Muñoz je meegeeft als bezoeker. Ten eerste een afstandelijk, overschouwend vogelperspectief. Ten tweede een inleving in de leefwereld van de figuren of de situatie van de sculptuur. De combinatie van afstandelijk overzicht en persoonlijke empathie is bijzonder herkenbaar, het is dezelfde ervaring die de lezer van een boek of de kijker van een theaterstuk heeft. If only she knew, een van Muñoz’ eerste werken, toont hoe de kunstenaar van bij het begin van zijn carrière op zoek ging naar het creëren van een fantastische narratieve ervaring.

Daarnaast maakt If only she knew, net als de andere miniatuurwerkjes in de eerste zaal, duidelijk hoe Muñoz beroep doet op kunsthistorische, theatrale, architecturale, perspectivische en sculpturale motieven om zijn toeschouwers in die afstandelijke, beschouwende positie van een lezer te brengen. In de hele tentoonstelling gebeurt dit telkens opnieuw, op uiteenlopende, verrassende maar telkens bijzonder subtiele manieren. If only she knew voert een karikaturaal huisje op als een omgeving die tegelijk beschermend en beklemmend is. Enkele zalen verder wordt het ‘lezersperspectief’ gesuggereerd door een beeld van een dwerg die, vanop een verhoogd zitje gemonteerd aan de muur, uitkijkt naar de bezoekers die voorbijwandelen in een kamer waarvan de volledige vloer bedekt is met een trompe-l’oeil-patroon. Naar het einde van de tentoonstelling toe, loop je als bezoeker door een zaal waarin tientallen manshoge Aziatische beelden in een intense conversatie verstard lijken. De afstandelijkheid wordt hier gecreëerd door het feit dat alle figuren hetzelfde gezicht hebben, maar net zo goed door Muñoz’ keuze om de figuren geen voeten te geven, waardoor je als bezoeker iets hoger staat dan de groep en buiten hun conversatie gehouden wordt.

Het geleidelijk ontdekken van deze architecturale en ruimtelijke verschuivingen vormt daarom niet enkel een ‘instap’ in de verhaallijn van elk werk, maar is tegelijk essentieel deel van de opbouw en de vormgeving ervan. Via deze ingrepen roepen de werken een soort fantastische wereld op, vol suggesties van fysiek gevaar, extreme uitbundigheid of ontroerend onvermogen. Niet toevallig lijken sommige van deze suggesties erg dicht te staan bij de uitvergrote realiteit van een theater of circusvoorstelling, zoals in het fenomenaal opgestelde Hanging Figures.

Na het volledig doorlopen van de tentoonstelling zijn de drie elementen die al in het eerste werk aanwezig waren (verhaalflarden, afstandelijke beschouwing, theatrale realiteit) uitgegroeid tot een samenhangend idee van Muñoz’ kunst. Zijn denkwereld draagt overduidelijk de sporen van de Latijns-Amerikaanse magisch-realistische schrijvers, die hun lezers meevoerden naar een fantastische realiteit om hen te laten terugkijken op die andere, feitelijke wereld. De tientallen figuren in Muñoz’ tentoonstelling doen precies hetzelfde, en creëren precies daardoor een van de eerste tentoonstellingen die erin slaagt het veeleisende interieur van Tate Modern ver achter zich te laten.

Juan Muñoz, A Retrospective tot 27 april in Tate Modern, Level, 4 Bankside, London SE1 9TG (020/7887.8888; www.tate.org.uk). De tentoonstelling reist nog naar het Guggenheim Museum (Bilbao) en het Museu Serralves (Porto).