Indira Van 't Klooster

DE WITTE RAAF

Editie 132 maart-april 2008

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Routine. De wereld van de forens

De tentoonstelling Routine – de wereld van de forens in Museum Hilversum gaat niet over fileleed, niet over de apathische forens, niet over treinen met vertraging. Er is geen enkele verwijzing naar Marc Augés architectuurfilosofische perceptie van niet-plaatsen; geen doembeelden over de dreigende capsulaire beschaving van Lieven De Cauter en ook geen verheerlijking van het fenomeen autosnelweg in de trant van Jack Kerouac. Routine boekstaaft, vrolijk en lichtvoetig.

Het forenzen begint volgens Museum Hilversum al rond 1650, als de eerste buitenplaatsen ontstaan. Rijke stedelingen verhuizen in de zomer voor een aantal maanden naar hun buitenhuizen, met personeel en een vracht materiële zaken. Hoewel een ruiter te paard of een koets weinig associaties met woonwerkverkeer oproept, begint toch daar de scheiding van wonen en werken, want voor zaken gaan de 17de-eeuwse welgestelden terug naar de stad. Ook in de vroege 20ste eeuw hangt om het pendelen nog een zweem van exclusiviteit. Het roept het beeld op van belangrijke mensen die langs ongerept landschap naar hun werk gaan (geen lint van bedrijventerreinen, geen reclame, zelfs geen vangrails!), zij het nu over strakke, betonnen banen in plaats van zandwegen.

De toename van het autoverkeer is niet alleen een symptoom van toenemende welvaart, maar ook een gevolg van het Nederlandse ruimtelijke ordeningsbeleid. Het overheidsbeleid van “gebundelde deconcentratie” leidt in de jaren ‘60 en ‘70 tot het ontstaan van groeikernen, zoals Purmerend en Zoetermeer. Het VINEX-beleid uit de jaren ‘90 brengt een verdere scheiding tussen woonhuis en werkplek tot stand. Het ideaal van buiten wonen is sinds 1650 voor een veel grotere groep mensen bereikbaar. Maar met de toenemende drukte op de wegen keldert de status van de forens tot een “zielloze speelbal van het jachtige, moderne bestaan”.

Inmiddels is de pendelaar er een van 5,2 miljoen per dag. Maar wie is hij? Dat heeft Museum Hilversum met zichtbaar plezier tot op de bodem laten uitzoeken. Er is kaartmateriaal, er zijn videoclips, attributen, statistieken en ontwerpen, alles eenvoudig maar sprankelend gepresenteerd naar ontwerp van Urban Affairs. Zo ontstaat een beeld van de forens die helemaal niet zielig is, maar de motor achter een miljoenenindustrie. Zijn leven is wellicht wat monotoon, maar dat heeft tot gevolg dat hij zeer nauwkeurig is te omschrijven.

De automobilist bijvoorbeeld reist vooral in zijn eentje in zijn geleasede Opel Vectra (populairste auto in 2007) ter waarde van ongeveer 34.000 euro. In deze ruimte heeft hij gemiddeld 4,1 kubieke meter ter beschikking om zijn dagelijks ritje van gemiddeld 44 kilometer tussen woon- en werkplaats af te leggen. Gedurende de rit belt hij zo’n veertien minuten, het liefst met een Nokia 6230i. Om de drie dagen stopt hij onderweg voor een verse kop koffie, waarschijnlijk als hij gaat tanken. Dan neemt hij meestal ook sigaretten mee, iets minder vaak frisdrank en snoep. In de file luistert hij het liefst naar de radio, zo’n elf minuten per dag, bij voorkeur naar Skyradio. “Andere favoriete bezigheden in de auto zijn nadenken, eten & drinken, en kletsen.” Af en toe werpt hij een liefdevolle blik op de passagiersstoel waar zijn zwarte Samsonite Inspector met werkdocumenten staat.

De treinforens heeft een heel ander leven. In zijn 2,1 kubieke meter ruimte (als hij geluk heeft kan hij zitten), legt hij gemiddeld 72 kilometer per dag af. Hij heeft vrijwel zeker een boek bij zich (75%). Misschien vindt hij zichzelf te dik of wil hij bewuster leven, want op nummer één in de boekentoptien staat de dieetbijbel van Sonja Bakker, Gezond genieten met Sonja. Is hij tevreden met zijn figuur dan leest hij de gratis dagkrant Metro, luistert hij naar zijn Ipod Nano of checkt hij zijn mail op zijn HP Compaq NC6320 Business Notebook. Loopt hij langs een Etos, dan koopt hij vooral paracetamol. Valt zijn oog op een snackautomaat, dan kiest hij meestal een Snickers, maar met het gewicht van Sonja in zijn tas is die verleiding slechts tien keer per jaar te groot. Vaker bezwijkt hij voor een croissant bij AH to go of voor patat met mayonaise. De rol van fastfood en meeneemmaaltijden is zo groot dat in de tentoonstelling zelfs een ‘streekproductenautomaat’ is opgenomen, waarbij de snelweg en de stations als ‘streek’ of regio worden opgevat.

Het is een fascinerende opsomming, maar de bonte verzameling van feiten, afkomstig van uiteenlopende bronnen, mist een finale inkadering. Waarom bijvoorbeeld leggen automobilisten minder kilometers af dan treinforenzen? Zijn kleinere afstanden soms minder filegevoelig? Worden die kortere autoritjes misschien buiten de Randstad afgelegd? Ook hebben lang niet alle feiten uitsluitend betrekking op de forens. Rijden niet-forenzen in andere auto’s? Bestellen ze in een snackbar minder vaak een patatje mayo? Beluisteren ze op weg naar oma andere radiostations? Nee. De forens is, alleen al vanwege de enorme populatie waarvan hij deel uitmaakt, ook gewoon een gemiddelde Nederlander. Niet alleen de forens rijdt het vaakst in een Opel Vectra, heel Nederland doet dat, net zoals heel Nederland Sonja Bakker leest.

Tot slot is er aandacht voor de toekomst. Museum Hilversum neemt zelfs voorzichtig stelling: “Het buiten wonen is een halsstarrige idylle die in ons collectieve geheugen staat gegrift. Dit blijkt uit het huidige overheidsbeleid, dat zich primair richt op de scheiding van wonen en werken en het versoepelen van de automobiliteit daartussen. Voor de lange termijn lijkt dit onhoudbaar.” De toekomstige opgave wordt onderzocht door onder anderen NL Architects, Monolab en John Körmeling. Meestal wordt woonwerkverkeer als een gegeven opgevat dat effectiever, prettiger of mooier kan worden gemaakt door vermengen van wonen, werken, recreatie en groen. Getuige de bovenstaande toch wat droevig stemmende opsomming van wat de forens zoal eet, doet en koopt, is het meer dan nuttig om daarover na te denken. Het gekke is dat de bezoeker de tentoonstelling verlaat met het idee dat pendelen tussen huis en kantoor leuk is. Forenzen is fun, vooral in Museum Hilversum.

Routine. De wereld van de forens tot 31 augustus in Museum Hilversum, Kerkbrink 6, 1211 BX Hilversum (035/629.28.26; www.museumhilversum.nl).