Koen Brams, Dirk Pültau

DE WITTE RAAF

Editie 133 mei-juni 2008

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

De geschiedenis van het NICC

Aflevering 1: De bezetting van het ICC - Gesprek met Christine Clinckx en Patries Wichers (Hit&Run)



Koen Brams & Dirk Pültau: Op 1 februari 1998 bezetten jullie samen met enkele tientallen kunstenaars het voormalige Koninklijk Paleis aan de Meir te Antwerpen, waar sinds 1970 het Internationaal Cultureel Centrum (ICC) was gevestigd. Hit & Run nam het initiatief tot die bezetting. Waar stond Hit & Run precies voor?

Christine Clinckx: Hit & Run was een kunstenaarscollectief, opgericht in december 1997, nadat we besloten hadden om het ICC te bezetten.

Patries Wichers: Ik herinner me dat ik met de naam ben gekomen.

K.B./D.P.: Wie waren de overige leden?

C.C.: Cel Crabeels, Jan Kempenaers, Giles Thomas en Karen Celis, het enige lid zonder kunstpraktijk. Wij vormden al langer een hecht vriendengroepje.

K.B./D.P.: Wanneer hebben jullie elkaar leren kennen?

P.W.: Eind 1995, op een vernissage van mijn vriend Giles Thomas in het Jacob Jordaenshuis in Antwerpen. Een paar maanden later, in mei 1996, namen we allemaal deel aan de groepstentoonstelling Contractions in de Vera Van Laer Gallery in de Hoogstraat in Antwerpen, samen met Niels Donckers, Beatrijs Lauwaert en het duo Alexander en Tin Viot-Lieck.

K.B./D.P.: Maakten jullie een gezamenlijk werk voor die tentoonstelling?

P.W.: Nee, we exposeerden individueel.

K.B./D.P.: Hoe zijn jullie op het idee gekomen om het ICC te bezetten?

P.W.: We discussieerden op café over het feit dat er zo weinig ruimte was voor jonge kunstenaars en voor actuele kunst in Antwerpen, terwijl er zoveel gebouwen leegstonden. Op een gegeven moment constateerden we dat het schippersgebouw op het Eilandje aan de haven leegstond.

K.B./D.P.: Hebben jullie overwogen om dat gebouw te kraken?

P.W.: Neen. We bleven brainstormen, maar eind 1997 hebben we onze stoute schoenen aangetrokken en zijn we met Bruno Verbergt gaan spreken, de adviseur van Eric Antonis, de toenmalige schepen van cultuur van Antwerpen.

K.B./D.P.: Met welke vraag hebben jullie hem benaderd? Wilden jullie een kunstenaarsinitiatief opstarten?

C.C.: We zagen het veel ruimer. We hadden een experimenteel platform in gedachten, een kunstcentrum dat zich zou toeleggen op beeldende kunst maar ook de link zou leggen met andere kunstvormen. Aan het hoofd zagen we een jonge curator, benoemd voor een beperkte periode van vijf jaar. Een atelierwerking vonden we ook belangrijk. Je zou het kunnen vergelijken met Muziekcentrum Trix in Borgerhout. Daar kan je gewoon binnenstappen om naar studio’s of apparatuur te informeren. Als je geluk hebt, kan je direct aan de slag.

K.B./D.P.: Hoe reageerde Verbergt?

P.W.: Hij vond het prima dat kunstenaars zelf opkwamen voor een kunstcentrum, maar op zijn eentje kon hij te weinig druk uitoefenen, zei hij. Weet je wat hij voorstelde? Dat wij een gebouw zouden kraken! Dan zou hij onze eisen openlijk bijtreden.

K.B./D.P.: Hoe zijn jullie dan op het idee gekomen om het ICC te bezetten?

C.C.: Dat herinner ik mij nog goed! Midden december ging ik met Karen Celis naar de vernissage van de laatste tentoonstelling van het ICC: een groepstentoonstelling met Philip Aguirre, Koen Broucke, Ingrid Mostrey en de Duitser Alexander Viot-Lieck. Paul Huvenne was pas directeur geworden van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, waarvan het ICC een bijhuis was. Hij had in de krant laten weten dat hij het ICC wilde sluiten. Net daarvoor was ook het Jacob Jordaenshuis dichtgegaan, een ruimte van de stad waar jonge kunstenaars konden exposeren. Karen en ik liepen door het ICC en plots kregen we een idee: als we nu eens het ICC zouden bezetten?

K.B./D.P.: Zomaar?

C.C.: Ja, heel impulsief, het is spontaan bij ons opgekomen. Ria Pacquée was op de opening. We hebben haar gevraagd wat zij ervan vond en ze was onmiddellijk enthousiast.

K.B./D.P.: Waarom hebben jullie niet tegen de sluiting van het Jordaenshuis geprotesteerd?

C.C.: Het Jordaenshuis stelde niets voor.

P.W.: Het ICC had veel meer uitstraling, het was een Koninklijk Paleis met een roemrijk verleden op het vlak van de actuele kunst. Er hing een hele geschiedenis aan vast: de bezetting van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten door de Vrije Aktie Groep Antwerpen, Koning Boudewijn die besloot zijn Paleis aan beeldende kunstenaars af te staan…

K.B./D.P.: Hoe hebben jullie de bezetting aangepakt?

C.C.: We kwamen met z’n allen bijeen en stelden een actieplan op.

P.W.: Ik heb de naam Hit & Run bedacht en het logo ontworpen…

C.C.: We deden onderzoek naar de voorgeschiedenis van het ICC. De bibliothecaris van het ICC, Dany Smet, hielp ons materiaal te verzamelen… Hij is nadien op een zijspoor gezet omdat hij ervan verdacht werd ons te hebben geholpen. Maar Smet was zich van geen kwaad bewust.

K.B./D.P.: Welke stappen omvatte het actieplan?

C.C.: Om te beginnen contacteerden we zoveel mogelijk potentiële medestanders, voornamelijk kunstenaars. Elk van ons had een lijst van personen die voor de bezetting moesten worden warm gemaakt. Wie meedeed, ontving een brief. We vroegen evenwel met klem om de actie geheim te houden. Ook de kunstacademies kwamen aan de beurt. We spraken onder anderen met Mark De Belder, de directeur van Sint Lucas Antwerpen, en ook met een paar docenten. We benaderden tevens BRT-radiojournalist Jef Lambrecht, die ook verbonden was aan het kunstenaarsinitiatief Factor 44. Met Radio Centraal spraken we af dat zij de bezetting zouden coveren.

K.B./D.P.: Terwijl alles geheim moest blijven?

P.W.: Dat was niet evident, maar het is ons gelukt om de media te sensibiliseren en mensen op de been te brengen zonder dat de actie op voorhand uitlekte. Aan de media vertelden we dat er een spectaculaire actie op til was in de kunstwereld… Wie erbij wilde zijn moest op 1 februari 1998 om kwart voor twee naar de Antwerpse Groenplaats afzakken. VTM, de VRT, noem maar op: ze waren er allemaal.

K.B./D.P.: Hoe ging de actie op 1 februari van start?

C.C.: Patries, Cel en ik bliezen met alle kunstenaars verzamelen bij de fontein op de Wapper, vlakbij het ICC. We waren met een vijftigtal mensen. Rond dezelfde tijd wachtte Karen Celis de pers op aan de Groenplaats. Ze deelde persmappen uit en leidde hen naar het ICC. Om twee uur zijn wij het ICC binnengestapt.

K.B./D.P.: Wat zeiden jullie tegen het personeel?

C.C.: Wel… dit is een bezetting! Ieder van ons had vanaf dat moment zijn taak: Cel en Giles moesten de externe toegangspoorten en de deuren in het gebouw barricaderen. Jan begon onmiddellijk foto’s te maken van het hele gebeuren…

P.W.: …ik had op voorhand de ramen opgemeten en plakkaten gemaakt: “Bezet door kunstenaars”, “ICC & Jordaenshuis sluiten – jonge kunst buiten?

C.C.: Toen we binnen waren, hebben we Leona Detiège gebeld, de burgemeester van Antwerpen; vervolgens contacteerden we de politie en Paul Huvenne, de directeur van het Koninklijk Museum. Huvenne was met zijn familie op wandel op linkeroever. Hij is direct naar het ICC gekomen, maar toen hij al die camera’s en microfoons zag, is hij onmiddellijk naar de toiletten gestoven. Na zich daar een kwartier te hebben verschanst, kwam hij naar buiten en heb ik de bedoeling van de actie uitgelegd.

K.B./D.P.: Hoe reageerde de politie?

C.C.: Die hield zich gedeisd. Er was immers veel pers. Ik stond voortdurend in telefonisch contact met Lucas De Pauw, onze advocaat. Hij informeerde ons over de juridische consequenties van wat we deden. Toen de politie ons om 15 uur wilde arresteren verklaarde ik bijvoorbeeld op aangeven van Lucas dat men ons tot sluitingstijd de kans moest geven om het pand vrijwillig te verlaten – want het ICC is een openbaar gebouw. Zo hadden we tijd om alle betrokken partijen te bellen.

K.B./D.P.: Het moet gezegd dat jullie de bezetting professioneel hebben aangepakt.

P.W.: Christine wist van aanpakken. Ze heeft bij Greenpeace de knepen van het vak geleerd.

K.B./D.P.: Was jij toen allang actief bij Greenpeace?

C.C.: Zo’n tien jaar. Ik ben lid van Greenpeace sinds mijn 18de.

P.W.: Jij wist de media te bespelen en met de politie om te gaan. Dat was belangrijk.

K.B./D.P.: In het ICC liep op dat moment de laatste tentoonstelling. Wat hebben jullie met de kunstwerken gedaan?

C.C.: We hebben ze in een ruimte samengezet. Om 17 uur verzochten we het publiek om het pand te verlaten. We waren ondertussen met de burgemeester en Huvenne overeengekomen dat vijf personen mochten blijven overnachten. Giles Thomas, Patries en ik waren er steeds. Chris Gillis ook. Sven ‘t Jolle is eens een nachtje komen meeslapen. Er waren precies vijf slaapzakken. Ze lagen in de spiegelzaal – we hebben maar een deel van het ICC voor de bezetting gebruikt: de spiegelzaal en de twee ruimtes op het gelijkvloers aan de straatkant.

K.B./D.P.: Wat deden jullie toen jullie de garantie hadden dat jullie niet werden uitgezet?

C.C.: Het faxapparaat in beslag nemen en zoveel mogelijk mensen op de hoogte brengen van de bezetting. We hebben in de dagen na de bezetting een massa steunbetuigingen ontvangen. Meer dan duizend mensen hebben een petitie getekend.

K.B./D.P.: In het archief van het NICC vonden we onder andere het communiqué dat jullie op 1 februari 1998 uitdeelden aan de pers. Het bevat al een programma voor de ganse week: op zondag 1 februari opening van de bar, op 2 februari een kabaretavond, op 4 februari komt theatergroep De Onderneming…

C.C.: We hadden dat allemaal op voorhand voorbereid en de betrokkenen gecontacteerd. Er was enorm veel te doen tijdens de bezetting: videovertoningen, ateliers, danslessen… Een circusschool kwam spelen, acteurs liepen langs om een praatje te maken en iets te drinken. In geen tijd was het ICC het beste cultuurcafé van Antwerpen.

K.B./D.P.: In het communiqué wordt verder gewag gemaakt van een debat – Plaats voor kunst – dat op vrijdag 6 februari 1998 gepland is. Ook de genodigden, elf in totaal, worden genoemd, onder wie Luc Martens, minister van welzijn, volksgezondheid & cultuur; Paul Huvenne, directeur van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten van Antwerpen; Jan Verlinden, afdelingshoofd beeldende kunst en musea van de Vlaamse Gemeenschap; Camille Paulus, gouverneur van de provincie Antwerpen en Eric Antonis, schepen van cultuur van de stad Antwerpen. 

C.C.: We hadden van tevoren beslist wie we zouden uitnodigen. De verantwoordelijken van de drie overheden – de Vlaamse Gemeenschap, de provincie en de stad – moesten er zeker bij zijn, want we wilden dat ze met concrete toegevingen over de brug zouden komen. Anders zou de bezetting worden verdergezet.

K.B./D.P.: In jullie eisenpakket draait alles rond ‘ruimte voor kunst’: “een autonoom, jong en dynamisch centrum, waar de programmatie verzorgd wordt door jonge curator(en), eventueel aangesteld voor 5 jaar, en/of gastcuratoren”. Jullie vermelden ook voorbeelden in het buitenland: Witte de With (Rotterdam), De Appel (Amsterdam) en het ICA in Londen.

P.W.: Giles had het vaak over het ICA, hij was goed bekend met de werking van dat instituut.

K.B./D.P.: Anderzijds pleiten jullie ook heel erg voor het behoud van ICC op de bestaande locatie: het Koninklijk Paleis op de Meir.

C.C.: Ik geloof niet dat we de locatie zo belangrijk vonden.

K.B./D.P.: De slogan op de petitieformulieren luidt veelzeggend: Het ICC moet blijven.

C.C.: We wilden een actualisering van het ICC, naar het model van buitenlandse instellingen.

K.B./D.P.: Maar blijkbaar wilden jullie te allen prijze ook de levensvatbaarheid van een kunstcentrum in een ruimte als het Koninklijk Paleis aantonen. Zo staat in het communiqué: “Het argument dat een pand als het Koninklijk Paleis door zijn historisch karakter ongeschikt zou zijn voor het tentoonstellen van hedendaagse kunst is al even slecht gekozen. […] Dat historische gebouwen een verrijking en een uitdaging vormen voor hedendaagse kunstenaars blijkt […] uit talrijke belangrijke tentoonstellingen in het buitenland, en vooral uit de voorbeelden in Italië en Frankrijk, waar bv. het Castello di Rivoli en het Chateau d’Oiron bewijzen dat hedendaagse kunst perfect kan functioneren in een historische context.”

P.W.: Misschien hadden we eventjes de neiging om ons aan dat gebouw vast te klampen, dat kan wel kloppen. We zaten immers in dat paleis.

K.B./D.P.: Het perscommuniqué bevat ook een kleine geschiedenis van het ICC waarin een nostalgisch beeld wordt opgehangen van het ICC in de jaren ’70. Opvallend is dat jullie versie van de ontstaansgeschiedenis van het ICC erg gelijkt op die van Johan Pas in zijn proefschrift over het ICC: ook hij suggereert een verband tussen de acties van de Vrije Aktie Groep Antwerpen in 1968 en het Koninklijk Besluit dat in 1970 tot de oprichting van het ICC leidt. Heeft Pas jullie geïnspireerd om het ICC te bezetten?

C.C.: Nee.

K.B./D.P.: Of heeft hij jullie argumentatie gestuurd?

C.C.: Zoals jullie weten, zijn Johan en ik een koppel en dat was ook toen al het geval. Maar Johan was nog niet met het ICC bezig.

P.W.: De bezetting heeft hem wel geïnspireerd om zich erin te verdiepen, denk je niet?

C.C.: Dat durf ik niet zeggen, maar hij hielp wel met het schrijven van teksten, bijvoorbeeld het perscommuniqué. Wij vertelden wat erin moest staan en hij goot dat in een vlotte tekst.

K.B./D.P.: Daags na de bezetting verspreidt Bruno Verbergt van Antwerpen Open een persbericht waarin hij zijn steun uitspreekt voor de bezetters. Hij kondigt de oprichting aan van een forum waar jullie eisen ter sprake kunnen komen. Jullie sturen meteen een verbolgen reactie naar De Morgen.

P.W.: Schaamteloos! Verbergt nam gewoon onze actiepunten over!

K.B./D.P.: Hij deed toch gewoon wat hij beloofd had: jullie steunen op het moment dat jullie een pand bezetten?

P.W.: Hij speelde dubbel spel: voor de buitenwacht was het alsof hij ons steunde…

C.C.: …maar aan ons vertelde hij daags na de bezetting dat het secretariaat van Antwerpen Open in het ICC zou worden gevestigd en dat we daar zeker niet konden blijven.

P.W.: Verbergt was natuurlijk een beetje verrast dat we zijn advies hadden opgevolgd en… zijn gebouw hadden bezet! De zaken hadden voor hem een vreemde wending gekregen.

C.C.: Daar was hij absoluut niet blij mee.

K.B./D.P.: Schepen van cultuur Antonis recupereert jullie actie om zijn ideologisch stokpaardje te berijden: kunst als middel om probleembuurten op te krikken. Jullie zouden beter aan de slag gaan op tijdelijke locaties of alternatieve plekken in ‘moeilijke’ buurten, aldus Antonis, in plaats van in een historisch pand dat niet geschikt is voor ‘experimentele uitingen’…

P.W.: …terwijl hijzelf voor Antwerpen 93 een 18de-eeuwse keuken uit het ICC had laten slepen, om er het filmmuseum in onder te brengen. Dat hebben we hem onder de neus gewreven.

K.B./D.P.: Op 6 februari volgt dan het debat Plaats voor kunst, met vertegenwoordigers van de verschillende overheden. Welk gevoel hielden jullie aan dat panelgesprek over?

C.C.: Positief was dat minister van cultuur Luc Martens suggereerde dat we ons zouden verenigen in een structuur. Dan had hij een aanspreekpunt en konden we subsidies aanvragen. Maar voor de rest bleef het allemaal heel vaag.

P.W.: Ze schoven de hete aardappel naar elkaar door.

K.B./D.P.: Vandaar dat jullie de bezetting na 6 februari hebben voortgezet?

P.W.: Ja.

K.B./D.P.: Niet zonder jullie eisen bij te stellen evenwel. Daags na het debat schrijft Gazet van Antwerpen: “Hit & Run beseft dat het quasi onmogelijk is om het paleis in zijn huidige vorm te claimen.” Voortaan gaan jullie voor een “secretariaat met een voltijdse werkkracht”, met het oog op het opzetten van een vzw; een secretariaat dat in het ICC zou worden ondergebracht. De hoop op een kunstcentrum in het ICC hebben jullie opgegeven. Heeft het discours van Antonis daarbij een rol gespeeld?

P.W.: Er zijn verschillende factoren geweest: de argumentatie van Antonis, gesprekken met mensen die ons op de voordelen van andere locaties wezen, de confrontatie met een historisch gebouw… We moesten natuurlijk heel voorzichtig omspringen met het Paleis.

C.C.: Uiteindelijk kregen we van álle overheden te horen dat het Koninklijk Paleis geen haalbare kaart was. Het gebouw moest dringend worden gerenoveerd. De plannen om er een andere bestemming aan te geven waren al te ver gevorderd.

K.B./D.P.: Kortom, jullie zijn geleidelijk gaan beseffen dat het Koninklijk Paleis geen realistische optie was?

C.C.: Ja.

K.B./D.P.: Op 11 februari is er een overleg op het kabinet van schepen Antonis, met de verschillende overheden. In de kranten is er sprake van een “delegatie van de kunstenaars”.

C.C.: Dat waren Danny Devos, Philip Huyghe en ik. We zijn samen naar het stadhuis geweest.

K.B./D.P.: Gazet van Antwerpen schrijft daags voor het overleg: “De bezetters verwachten niet dat de eerste onderhandelingsronde vandaag meteen bevredigende resultaten zullen [sic] opleveren. Daarom maken ze zich op voor een bezetting van onbepaalde duur.” Vanwaar die scepsis?

C.C.: Dat weet ik niet meer. Wat ik mij wel herinner, is dat de besprekingen al voorbij waren toen we op het stadhuis aankwamen.

K.B./D.P.: Jullie waren wel uitgenodigd?

C.C.: Ja, iedereen was er, Jan Vermassen – de adviseur van minister van cultuur Luc Martens – een vertegenwoordiger van het provinciebestuur, de schepen van cultuur Eric Antonis en zijn assistent Bruno Verbergt… maar wij kregen alleen maar het resultaat te horen.

K.B./D.P.: Daags nadien schrijven de kranten dat jullie de bezetting opheffen. Het resultaat was dus niet slecht?

C.C.: Dat klopt. We kregen de beschikking over een kantoor met voltijdse werkkracht en konden voorlopig aan de slag in het ICC – dat was precies wat we hadden geëist. De drie overheden waren blijkbaar tot een akkoord gekomen: de stad zorgde voor kantoorruimte, de provincie voor een voltijdse werkkracht en de Vlaamse overheid voor werkingssubsidies voor de vzw die we moesten oprichten. Daar zijn we onmiddellijk mee begonnen.

K.B./D.P.: Het eerste verslag van een vergadering dat in het NICC-archief bewaard is gebleven en dat dateert van maandag 15 februari 1998, bevat een weekrooster met de namen van diegenen die de permanentie op kantoor verzorgden. Danny Devos neemt vijf halve dagen voor zijn rekening; vier halve dagen worden verdeeld onder leden van Hit & Run.

P.W.: Precies. We hadden nog geen voltijdse werkkracht in dienst en we moesten de vzw opstarten.

C.C.: Danny Devos heeft zichzelf toen in dienst genomen, geloof ik. Is het niet?

K.B./D.P.: Het verslag zegt: “Danny wil solliciteren, maar kan slechts drie dagen werken, informeren of 2 part-times mogelijk zijn.”

C.C.: Danny Devos had op dat moment geen werk.

K.B./D.P.: Vier dagen later, op 19 februari, wordt opnieuw vergaderd. Het verslag maakt gewag van een “2 uur durende discussie over het ons wel of niet in structuren wringen”. Uiteindelijk wordt besloten om “de bredere groep van kunstenaars […] te informeren en om hun mening te vragen” op een Algemene Vergadering die zou plaatshebben op zondag 1 maart 1998. Verder lezen we: “Christine en Patries gaan vrijdag 20 februari naar de advocaat om advies te vragen over het opgestelde protocol en over hoe de vzw op te starten.” Uit het verslag van de daaropvolgende vergadering van 26 februari blijkt dat jullie meer gedaan hebben dan het inwinnen van informatie: jullie hebben meteen zelf een vzw opgericht, samen met de andere leden van Hit & Run.

C.C.: Ik herinner mij dat Cel Crabeels de statuten van een of andere toneelvereniging had gekopieerd, en dat we het met Danny Devos hadden besproken.

K.B./D.P.: In het verslag van 26 februari staat tevens dat jullie de statuten naar het Staatsblad hebben gestuurd. Er wordt immers de volgende oplossing gesuggereerd: “Een ‘Tabula Rasa’, herbeginnen van nul, aanvraag voor publicatie in Staatsblad terugtrekken. (Vzw bestaat niet zolang de oprichting nog niet in het Staatsblad is verschenen en de kosten nog niet betaald zijn).” Waarom hadden jullie plots zelf een vzw opgericht en de statuten naar het Staatsblad verzonden?

C.C.: Danny Devos en Philip Huyghe trokken de bezetting naar zich toe. Eigenlijk was dat al vanaf de eerste dag begonnen. Danny was de enige die over een laptop beschikte. Al op de eerste dag begon hij de hele wereld te bestoken met e-mails waar enkel zijn naam op stond. Verder was hij enkel geïnteresseerd in het statuut van de kunstenaar. 

K.B./D.P.: Dat was niet jullie ding?

C.C.: Wij vinden het ook een schande dat kunstenaars niet vergoed worden en als goedkope werkkrachten gebruikt worden. Maar die kwestie had volgens ons niets met de oorsprong van de bezetting en de daaraan verbonden eisen te maken. Let wel, wij gingen ermee akkoord dat de nieuwe vzw zou ijveren voor het statuut van de kunstenaar. In het eerste perscommuniqué werd dat trouwens met zoveel woorden gesteld. Het probleem was dat Danny van onze eisen niets moest weten. Hij had al een kunstenaarsinitiatief gehad in de jaren ’80, met Anne-Mie Van Kerckhoven: Club Moral. Een tentoonstellingsruimte met internationale uitstraling interesseerde hem niet.

K.B./D.P.: Waarover ging het conflict met Philip Huyghe?

C.C.: Philip was betrokken bij de alternatieve ruimte HAL Antwerpen, een kunstenaarsinitiatief dat curatoren en kunstenaars samenbracht – later is hieruit het residentieproject voor kunstenaars Air Antwerpen voortgekomen. Hij vertelde ons dat hij al meerdere keren over HAL had gesproken met de minister, maar dat was telkens op niets uitgelopen. Hij was daar heel verbitterd over. Philip wilde per se bij alle gesprekken met de overheid aanwezig zijn.

P.W.: Hij heeft zichzelf ook uitgenodigd op het debat.

C.C.: “Jullie gaan dat niet voor ons verpesten,” zei Philip Huyghe tegen ons. Devos en Huyghe gebruikten de bezetting om hun eigen agenda door te drukken. Daarom hebben wij een eigen vzw opgericht.

K.B./D.P.: Jullie wilden het initiatief terug in handen krijgen, mogen we het zo stellen?

P.W.: De zaak terug naar zijn oorsprong brengen…

K.B./D.P.: Want jullie hebben de bezetting georganiseerd…

C.C./P.W.: Ja.

K.B./D.P.: …maar met zes mensen kan je geen gebouw bezetten. Jullie hadden veel meer volk nodig en met die nieuwe mensen kwamen er andere ideeën op tafel. Ideeën die niet noodzakelijk pasten in jullie agenda.

C.C.: Wij wilden het vooral open houden.

K.B./D.P.: Als je het verslag leest, dan hadden de tegenstanders van de vzw blijkbaar hetzelfde gevoel als jullie, namelijk dat jullie het laken naar jullie toe wilden trekken: “Zoals Hit & Run zich tijdens de actie heeft geprofileerd (democratisch) moet er verder gewerkt worden; samen beslissingen nemen, dus meer evenwicht in de Raad van Beheer en niet enkel Hit & Run.”

C.C.: Hun voornaamste bezwaar was dat wij te veel macht zouden hebben en dat Karen Celis geen voorzitter kon zijn omdat ze geen kunstenaar was. Maar wij wilden geen macht! We hadden een heel brede en open vzw-structuur voor ogen, met zo’n dertig professionals uit het veld in een grote raad van bestuur: museummensen, curatoren, schrijvers, critici… en wijzelf om een oogje in het zeil houden. We wisten maar al te goed dat we als leden van de raad van bestuur geen gebruik konden maken van de faciliteiten van de vzw en er niet tewerkgesteld konden worden. Dat was het verschil met sommige anderen. Danny wilde zelf in de vzw werken. Veel kunstenaars wilden zelf bepalen wie er zou tentoonstellen. Ze waren ontgoocheld in de professionals. Ik vind het nog altijd niet goed dat kunstenaars beslissen over hun collega’s. Dat laat je beter aan curatoren over.

K.B./D.P.: Uiteindelijk kwam het op die bewuste, delicate vergadering van 26 februari 1998 tot een stemming over de vraag: jullie vzw – de vzw ICC – behouden of annuleren. Er waren vijf stemmen vóór, tien stemmen tegen en zeven onthoudingen: exit vzw ICC…

C.C.: Het was een ongelooflijke chaos. We zaten op de eerste verdieping van het café L’Entrepot du Congo…

P.W.: …er liepen voortdurend mensen in en uit. Soms totaal onbekende gezichten. We dachten: wat doet die hier plots… Ook curatoren waren van de partij.

C.C.: Win Van den Abeele en Philippe Pirotte kwamen bijvoorbeeld naar boven om de geanimeerde discussie te volgen… en uiteindelijk hebben ze zelfs meegestemd!

K.B./D.P.: Weten jullie nog wie tegen de vzw ICC heeft gestemd?

C.C.: Volgens mij Marc Jambers, Marc Schepers, Guy Rombouts, Monica Droste, Philip Huyghe, Danny Devos, Sven ‘t Jolle, Chris Gillis en nog twee cafégangers.

K.B./D.P.: Wat hebben jullie na de stemming gedaan? Zijn jullie eruit gestapt?

C.C.: Nee. Patries en ik hebben onmiddellijk contact opgenomen met Guillaume Bijl en Luc Tuymans, tot grote woede van de kunstenaars die tegen onze vzw hadden gestemd. We hoopten dat Bijl en Tuymans in de vzw wilden stappen, zodat ze de scheefgegroeide situatie misschien nog konden rechttrekken. Bijl en Tuymans hadden niet aan de bezetting deelgenomen, maar ze konden toch wat meer gewicht in de weegschaal leggen dan wij, jonge en onbekende kunstenaars. Ze hebben zich serieus geëngageerd. Luc stond heel erg achter de idee van een internationale kunsthal met wisselende curatoren.

K.B./D.P.: Er wordt uiteindelijk beslist om een nieuwe vzw op te richten: de vzw NICC. Op 15 maart 1998 vindt de stichtingsvergadering plaats. Ondanks alle heisa bleven jullie actief binnen de nieuwe vzw?

C.C.: Ik woonde vergaderingen bij en volgde wat er gebeurde… maar eerder vanop afstand moet ik zeggen. In 1999 heb ik wel geholpen bij de voorbereiding van Trouble Spot Painting, een tentoonstelling over schilderkunst, samengesteld door Luc Tuymans en Narcisse Tordoir.

K.B./D.P.: En jij, Patries?

P.W.: Ik ben zelfs nog even secretaris geweest van het NICC. Tot begin mei 1998. In 2000 was ik coördinator van een tentoonstelling over kunstenaarsbewegingen in België, door het NICC georganiseerd in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten te Antwerpen: Mo(u)vements. Ook het idee van die tentoonstelling kwam trouwens van mij.

K.B./D.P.: Zijn jullie ooit uit de vzw gestapt?

C.C.: We zijn nog altijd lid, als ik me niet vergis.

K.B./D.P.: Hoe kijken jullie nu terug op de bezetting?

C.C.: Wij wilden een signaal geven. We hoopten dat de overheid zou inzien dat er nood was aan een interdisciplinair kunstcentrum, maar blijkbaar stonden we daar vrijwel alleen in. Voor ons was de bezetting dus niet geslaagd.