Koen Brams, Dirk Pültau

DE WITTE RAAF

Editie 133 mei-juni 2008

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

De geschiedenis van het NICC

Aflevering 1: De bezetting van het ICC - Gesprek met Danny Devos

Koen Brams/Dirk Pültau.: Op zondag 1 februari 1998 heb jij samen met enkele tientallen kunstenaars het ICC bezet. Het initiatief tot die actie lag bij het collectief Hit & Run. Hoe had jij weet gekregen van het plan om het ICC te bezetten?

 

Danny Devos: Dat gerucht liep in het Antwerpse kunstwereldje. Het werd verteld op café. Op den duur wisten heel wat kunstenaars dat het ICC bezet zou worden.

K.B./D.P.: Kende jij Hit & Run op dat moment?

DDV: Ik kende de zes leden van Hit & Run, ik wist dat ze nauw bevriend waren en dat vier van hen – Giles Thomas & Patries Wichers en Jan Kempenaers & Karen Celis – een koppel vormden. Ik wist niet dat ze ook een actiegroep vormden – ik heb pas op de dag van de bezetting gezien dat er op de petitie en het pamflet een stempel stond van Hit & Run.

K.B./D.P.: Hoe heb jij de bezetting beleefd? Zag je het als een wilde actie?

DDV: Nee, alles was perfect georganiseerd. Christine Clinckx beschikte over de nodige expertise. Zij had nog aan acties van Greenpeace deelgenomen. Zij wist hoe ze de media moest bespelen. Hit & Run had een spandoek gemaakt en ook pamfletten en petitieformulieren opgesteld.

K.B./D.P.: Wanneer ben jij in actie gekomen?

DDV: Vanaf het moment dat de bezetting begon. Op 1 februari 1998 om 14 uur ben ik het ICC binnengestapt, samen met de anderen, zo’n vijftig à zestig personen, vooral Antwerpse kunstenaars. We hebben het spandoek opgehangen en een paar deuren geblokkeerd. Onmiddellijk zijn we pamfletten en petitieformulieren beginnen uit te delen voor de ingang van het ICC op de Antwerpse Meir.

K.B./D.P.: Terwijl het ICC nog open was voor het publiek…

DDV: Ja. Het was de dag waarop de laatste tentoonstelling afliep.

K.B./D.P.: Hoe reageerde het personeel aan de inkom?

DDV: Het personeel? Dat liet ons begaan.

K.B./D.P.: De actie verliep toch niet zonder slag of stoot?

DDV: Nee, we kregen de politie op bezoek, gevolgd door de burgemeester van Antwerpen, Leona Detiège. Ook Paul Huvenne kwam, de pas aangetreden directeur van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten van Antwerpen, waaronder het ICC ressorteerde. We hadden hem zelf opgebeld. Gelukkig waren er veel camera’s en waren er een paar kunstenaars met naam bij de bezetting betrokken, onder wie Fred Bervoets, anders waren we misschien meteen in een politiecombi afgevoerd. De politie en Huvenne begrepen snel dat ze moeilijk Bervoets konden laten buitenslepen onder het oog van de camera’s van het BRT-journaal. Dat zou slecht aangekomen zijn bij het kunstminnende publiek van Antwerpen. We hebben het dus op een akkoordje gegooid. Huvenne en Detiège hebben ingestemd met onze eis dat er vijf mensen in het ICC zouden overnachten.

K.B./D.P.: Wat deden jullie daarna?

DDV: We zijn gaan samenzitten om de bezetting verder te organiseren.

K.B./D.P.: Met vijftig mensen?

DDV: Nee, zo’n tiental. Op dezelfde dag had zich al een harde kern gevormd met aan de ene kant de leden van Hit & Run en aan de andere kant een handvol kunstenaars die zich bij de bezetting hadden aangesloten: Marc Schepers, Chris Gillis, Philip Huyghe, Marc Jambers, Sven ‘t Jolle en ik. Wij hebben samen met Hit & Run de bezetting in handen genomen.

K.B./D.P.: Wat was de eerste actie?

DDV: Perscommuniqués versturen. Mensen mobiliseren. Het ICC was daar de ideale plek voor. De infrastructuur was er. Ikzelf ben meteen met mijn laptop aan de slag gegaan om een website in elkaar te knutselen en e-mails te versturen. Mijn laptop deed vanaf de eerste dag dienst als een soort secretariaat.

K.B./D.P.: Het eerste perscommuniqué dat jullie in de wereld hebben gestuurd bevat een activiteitenprogramma voor een volledige week: zondag 1 februari gaat de ‘bar’ open en is er een videovertoning; maandag 2 februari is er onder meer een cabaretavond… donderdag is een performance gepland… Elke dag is er iets te doen.

DDV: Over dat programma hebben we nog dezelfde dag gesproken.

K.B./D.P.: Op vrijdagavond staat het debat Plaats voor kunst op het programma. De laatste activiteiten zijn gepland op zaterdag 7 februari: optredens van Kris Dane, Jef Mercelis en Zita Swoon. Jullie wilden het ICC dus een week bezetten?

DDV: In het allerbeste geval! Dat hing af van de uitkomst van het debat. Op de eerste dag van de bezetting hebben we gediscussieerd over de manier waarop we het debat zouden aanpakken. We hebben ook een lijst van genodigden opgesteld. Wie zeker aan het panel moesten deelnemen, waren Paul Huvenne, de directeur van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, en de verantwoordelijken van de drie overheden: de Vlaamse minister van cultuur Luc Martens, provinciegouverneur Camille Paulus en de Antwerpse schepen van cultuur Eric Antonis. Van hen wilden we concrete toezeggingen. Meteen daarna wilden we het debat evalueren en beslissen of de bezetting werd verdergezet.

K.B./D.P.: Het perscommuniqué bevat de nodige toelichting bij jullie grieven en eisen. Om te beginnen legitimeren jullie de bezetting door te verwijzen naar een Koninklijk Besluit van 28 januari 1970.

DDV: Het was een algemeen gevoel dat bij de kunstenaars leefde: het ICC is van ons. Koning Boudewijn had in 1970 bepaald dat het voormalig Koninklijk Paleis een culturele bestemming moest krijgen. Maar eind 1997, begin 1998 deden allerlei geruchten de ronde over een totaal andere bestemming. Minister Wivina Demeester, bevoegd voor overheidsgebouwen, wilde er een congrescentrum van maken, de stad Antwerpen had het plan om het secretariaat van het Van Dyckjaar (1999) in het ICC te vestigen en Brouwerij De Koninck wilde er een brasserie uitbaten… en ga zo maar door. Wij wilden de experimentele werking van het ICC veiligstellen.

K.B./D.P.: Ook gouverneur Paulus had plannen met het ICC. Op 6 februari vertelt hij aan Gazet van Antwerpen dat hij al in 1996 het plan had opgevat om de hoofdzetel van de Universitaire Instelling Antwerpen (UIA) in het ICC onder te brengen. Hij stelde dat de kunstenaars er zouden kunnen blijven exposeren.

DDV: Ik weet dat zoiets de ronde deed. Maar je gaat mij niet vertellen dat de UIA ruimte zou hebben gemaakt voor een ernstig artistiek beleid. De kunst zou gewoon de muren van de cafetaria hebben gedecoreerd.

K.B./D.P.: Wat het communiqué tevens leert, is dat jullie niet enkel tegen de sluiting van het ICC protesteren, maar ook tegen de “stopzetting van de tentoonstellingen van hedendaagse kunst in het Jordaenshuis”. Wat had het Jordaenshuis er precies mee te maken?

DDV: Het Jordaenshuis was een tentoonstellingsruimte van de Stad Antwerpen. Je kon er tentoonstellen zonder bemoeienis van curatoren of andere bemiddelaars, het enige wat je moest doen was het indienen van een dossier bij de stad. Er was dus weinig selectie. Ik geloof dat de stopzetting van de tentoonstellingen in het Jordaenshuis net voor de sluiting viel van het ICC. In die zin kon je zeggen dat de ruimte om actuele kunst te tonen, los van galeries en musea, sterk gekrompen was.

K.B./D.P.: Het perscommuniqué bevat verrassend genoeg ook een historische inleiding over het ICC, getiteld Een kleine geschiedenis. Daar wordt een bijzonder heroïsch beeld opgehangen van het ICC in de jaren ’70.

DDV: Heeft Johan Pas eraan meegeschreven? Zoals jullie weten heeft Johan Pas een doctoraat aan het ICC gewijd.

K.B./D.P.: De heroïek contrasteert scherp met de toestand waarin het ICC zich bevond op het moment van de bezetting. Het ICC was allang geen plek meer voor experimentele kunstbeoefening. Toch wordt die experimentele status gebruikt om te eisen dat het ICC “moet blijven”.

DDV: Zoals gezegd, misschien heeft Johan Pas Hit & Run geïnspireerd, misschien heeft hij hen gewezen op het historische belang van de plek en op de interessante effecten van een mogelijke bezetting… Dat zouden jullie aan hen moeten vragen. Eigenlijk denk ik dat het Jordaenshuis veel beter aansloot bij wat Hit & Run voor ogen had: een laagdrempelige plek voor actuele kunst waar de kunstenaars het voor het zeggen hadden.

K.B./D.P.: De belangrijkste eis die in het perscommuniqué wordt geformuleerd betreft een ruimte voor actuele kunst, onafhankelijk van de ‘gevestigde instituten’, zoals de musea. Die ruimte wordt verbonden met de locatie van het ICC. Het ICC moet openblijven.

DDV: Ja.

K.B./D.P.: Achteraan het perscommuniqué staat ook een zinnetje over het statuut van de kunstenaar: “Ook het ontbreken van een duidelijk sociaal statuut voor de beeldende kunstenaar en de afwezigheid van een efficiënte spreekbuis heeft aanleiding gegeven tot deze actie.”

DDV: Dat heb ik eraan toegevoegd. Overigens stond ik niet alleen, ook Marc Schepers en Marc Jambers onderschreven dat zinnetje. Ik moet er wel bij zeggen dat ik toen iets totaal anders met ‘sociaal statuut’ bedoelde. Eigenlijk had er ‘maatschappelijke positie’ moeten staan. Voor mij ging het om iets algemeens, ik had het over de onzekerheid van de positie van de kunstenaar, over het feit dat wij voortdurend in een schemerzone werkten, dat we niet betaald werden, dat we nergens op terug konden vallen… In 1998 wist ik nog niet dat de term ‘sociaal statuut’ enkel op de sociale zekerheid betrekking had.

K.B./D.P.: Je stelt dat je dat zinnetje over het sociaal statuut hebt toegevoegd. Er was dus al een basistekst?

DDV: Ja, op de avond van de bezetting heb ik de tekst overgetikt die door Hit & Run was voorbereid. Tijdens de eerste vergadering kon iedereen zaken toevoegen. Ook het activiteitenprogramma is op die avond doorgesproken, inclusief de lijst met de namen van de personen die we op het debat van 6 februari wilden uitnodigen. Tevens hebben we toen beslist dat Radio Centraal de live-uitzending van het debat zou verzorgen. Radio Centraal heeft vanaf de eerste dag verslag uitgebracht over de bezetting.

K.B./D.P.: Het sociaal statuut van de kunstenaar is een heel andere aangelegenheid dan ‘ruimte voor kunst’.

DDV: Dat klopt. Eigenlijk waren er vanaf de eerste dag twee verschillende strekkingen. Aan de ene kant was er Hit & Run: zij ijverden voor een platform voor beeldende kunst. Aan de andere kant waren er kunstenaars die vanaf het eerste uur bij de bezetting betrokken waren en die vonden dat er een bredere discussie moest komen over de maatschappelijke positie van de kunstenaar. Vooral Schepers, Jambers en ik trokken aan die kar. Wij hebben dat thema meteen op de agenda gezet. Wij vroegen ook aandacht voor kunst in de openbare ruimte, het kunstonderwijs…

K.B./D.P.: In de communicatie van de eerste dagen is daar niet veel van te merken.

DDV: Misschien omdat wij geen tafelspringers waren? Wij dachten gewoon: dit is wellicht een kans om iets op poten te zetten, om iets op gang te brengen. We konden het gebouw als gijzelaar gebruiken.

K.B./D.P.: Enkele dagen later mengt Bart De Baere zich in het debat. De Baere, toen medewerker van het Museum van Hedendaagse Kunst te Gent, publiceert op 5 en 6 februari 1998 twee artikels in De Standaard, waarvan één onder de titel Het ICC moet gesloten worden.

DDV: Het was niet de eerste keer dat De Baere zich met onze actie inliet. Een of twee dagen na de start van de bezetting van het ICC had hij al een fax naar Club Moral gestuurd – op mijn thuisadres en dat van Anne-Mie Van Kerckhoven: “Tav Hit and Run, and in fact, also to Club Moral. Beste groep, I will not respond to all your remarks on paper. This discussion will be too long and requires another platform. Some remarks, though…

K.B./D.P.: De fax is in het Engels opgesteld. Waarom eigenlijk?

DDV: Geen flauw idee. Ik vond dat absurd.

K.B./D.P.: Wat was volgens jou de aanleiding voor De Baere om te reageren?

DDV: Ik weet het niet. De Baere had net als honderden andere mensen de petitie voorgeschoteld gekregen. Ik stuurde dat document naar zowat iedereen in mijn adressenbestand; meer dan duizend mensen hebben er hun handtekening onder gezet. Het toppunt was dat De Baere in die fax ook persoonlijk naar Anne-Mie uithaalde: “Wivina Demeester, this is for Annemie Van Kerckhoven, was sad to hear her declare that nothing is done for Flemish artists, while WDM has the feeling that she did do something quite substantial for young artists last year, not only by the financially expressed invitation and – certainly in the case of Annemie – by offering her a (spatial/mental) possibility that goes beyond just buying a work, but also by opening up the field of integrated art and trying to do this for young artists and with an interesting perspective. Jan Verlinden from the administration of culture has taken part in this.” Anne-Mie was op de avond van het begin van de bezetting op het nieuws geweest, en had er uitgehaald naar de overheid omdat die te weinig voor de beeldende kunstenaars deed… Kort tevoren had ze een project gerealiseerd in het Ferrarisgebouw van de Vlaamse overheid. ‘Kunst in opdracht’ viel in die tijd onder Wivina Demeester, die als Vlaams minister verantwoordelijk was voor overheidsgebouwen.

K.B./D.P.: Die kunstopdracht had toch niets met de bezetting te maken?

DDV: Dat hoef je mij niet te vertellen. Ik vond het walgelijk hoe De Baere beide zaken vermengde.

K.B./D.P.: Opvallend is dat verschillende personen pogingen ondernemen om de bezetting te recupereren. Een dag na het begin van de bezetting gebruikt schepen Eric Antonis jullie actie om zijn ideologische agenda kracht bij te zetten. De kunst moet dienen om achtergestelde buurten op te vrolijken: “Je moet zoeken naar sociale impulsen die de buurt kunnen opkrikken. In plaats van in het stadscentrum op de Meir kan je zo’n vrijplaats beter op kwetsbaarder plaatsen in de stad vestigen. Zoals de Beweeging in de Gasstraat heeft gedaan.”

DDV: Dat was een plan waar Antonis al lang mee rondliep.

K.B./D.P.: Bruno Verbergt van Antwerpen Open vzw kondigt in een persbericht aan dat hij in het ICC een forum wil opzetten rond de eisen van de bezetters. Jullie sturen vervolgens een rechtzetting naar De Morgen waarin jullie de recuperatiepogingen van Verbergt aanklagen.

DDV: Verbergt speelde een dubbel spel. Hij deed alsof hij aan de kant van de kunstenaars stond, terwijl ondertussen al beslist was dat zijn eigen organisatie – Antwerpen Open – in het ICC zou worden ondergebracht.

K.B./D.P.: Volgens de kranten zouden twee kunstenaars zich in de achterbouw van het ICC hebben verschanst om Antwerpen Open de toegang tot het ICC te beletten.

DDV: Dat waren Giles Thomas en ik. Ik had voordien al eens een performance gedaan waarbij ik een stok tussen de deur en mijn lichaam inklemde; Giles en ik hebben daar voor de gelegenheid een variatie op gemaakt. We hebben de concièrge in de achterbouw verschalkt en gingen met een balk tussen ons lichaam en de achterdeur geklemd liggen, zodat de deur niet open kon.

K.B./D.P.: Op de vooravond van het debat, op donderdag 5 februari, verschijnt een nieuw communiqué waarin jullie met bijkomende eisen op de korte termijn op de proppen komen: “een kantoor voor het Internationaal Cultureel Centrum” en “één wettelijk minimumloon voor de persoon die dit kantoor bemant”.

DDV: Dat was noodzakelijk om aan onze sociale eisen te kunnen werken, zo wist ik uit ervaring. In de jaren 1983-1985 was ik enkele keren op het ministerie geweest, samen met mensen van de Vereniging van Plastische Kunstenaars (VPK), ex-actievoerders van ’68. We gingen het statuut van de kunstenaar aankaarten of een verlaging van de btw bepleiten… maar werden constant van het kastje naar de muur gespeeld, van de ene naar de andere dienst gestuurd. Als je op dat vlak iets wil bereiken, heb je een vast secretariaat nodig met een voltijdse werkkracht aan wie je voortdurend opdrachten kan toevertrouwen.

K.B./D.P.: Vreemd genoeg wordt de werking van het secretariaat in het bewuste communiqué op een totaal andere manier ingevuld, namelijk “als contact- en meldpunt voor invulling van een culturele programmatie op tijdelijke, beschikbare locaties”. Dat lag helemaal in de lijn van wat schepen Antonis wilde.

DDV: Dat idee moet van Hit & Run zijn gekomen. Ik vond dat onzin.

K.B./D.P.: Hoe heb jij het debat van 6 februari beleefd? Was het wat jij ervan verwachtte?

DDV: Laat ons zeggen dat er iets bewoog… Om te beginnen bij Antonis. Hij begreep dat je het Jordaenshuis en het ICC niet zonder meer kon sluiten. Hij stelde voor dat wijzelf een plek zochten en beloofde dat de stad de huur van het gebouw zou betalen, op voorwaarde dat de provincie en de Vlaamse Gemeenschap zich ook zouden engageren.

K.B./D.P.: En de andere partijen?

DDV: De provinciegouverneur was er niet; hij werd vertegenwoordigd door Jan Walgrave, die ik kende van bij de VPK. Het plaatje dat ons voor ogen stond was: de stad betaalt het gebouw, de provincie een vaste medewerker en de Vlaamse Gemeenschap zorgt voor werkingsmiddelen – want het was de Vlaamse Gemeenschap die kon beslissen over de middelen die binnen het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten van Antwerpen (KMSKA) aan hedendaagse kunst werden besteed. Voor de provincie zou dat geen probleem vormen, daar had ik vertrouwen in. Cultuurminister Martens stelde als voorwaarde dat we ons zouden verenigen, zodat hij een aanspreekpunt had.

K.B./D.P.: Hoe stelde Paul Huvenne zich op tijdens het debat?

DDV: Toen ik hem vroeg hoeveel geld er in het KMSKA naar hedendaagse kunst ging, antwoordde hij: 6 miljoen Belgische frank. Ik zei daarop: “Dat bedrag gaat nu dus naar ons.” Huvenne moest even slikken…

K.B./D.P.: Waarom wilde Huvenne het ICC eigenlijk sluiten?

DDV: Geen idee. Het enige wat ik weet is dat het ICC al een tijdje aan het slabakken was en dat Huvenne daar niets aan gedaan heeft sinds hij in oktober 1997 aan de slag was gegaan in het KMSKA. Het KMSKA heeft het ICC laten verloederen en Huvenne wilde ervan af.

K.B./D.P.: Maar hebben jullie hem daarover aangesproken?

DDV: Waarom zouden we dat hebben gedaan? Huvenne was een specialist 17de-eeuwse kunst en wilde het geld van het ICC gebruiken voor zijn eigen hobby… Maar eigenlijk moet ik zeggen dat dat voor mij niet ter zake deed. Ik vond dat de sluiting van het ICC niet door de beugel kon, maar de redenen van de stopzetting interesseerden mij niet.

K.B./D.P.: Na het debat formuleren jullie evenwel andere eisen, zo blijkt uit de kranten. Zo zou duidelijk zijn geworden dat jullie niet per se vasthouden aan de locatie; het zou jullie eerder te doen zijn om het ‘concept’ van het ICC. Nochtans kwamen jullie in de communicatie van de eerste dagen heel erg op voor het gebouw van het Koninklijk Paleis aan de Meir. Waarom vonden jullie dat in het begin zo belangrijk?

DDV: Zoals ik al zei, Hit & Run was begaan met het ICC omdat het een symbool was. Zelf vond ik het gebouw interessant omwille van de infrastructuur die er voorhanden was. Die zou anders toch gewoon naar het KMSKA gaan, net als het budget.

K.B./D.P.: Terwijl tijdens het debat toezeggingen worden gedaan, met name door Eric Antonis, sturen jullie daags nadien een brief naar minister Martens met de vetgedrukte mededeling: “er is geen enkele konkrete toezegging op onze eisen”.

DDV: Ik herinner mij nog dat Marc Schepers na het debat zei: wat hebben we nu eigenlijk in handen? Er waren allerlei mondelinge beloftes gedaan maar er stond niets op papier.

K.B./D.P.: Opvallend is ook het slot van de brief: “wij nemen graag het aanbod van de heer Martens aan, om het label ‘ICC’ mee te nemen en ondertekenen dan voortaan ook met de meeste hoogachting, Internationaal Cultureel Centrum.” Martens heeft dus niet alleen gevraagd dat jullie je zouden organiseren. Hij heeft meteen ook een naam gesuggereerd.

DDV: Dat klopt.

K.B./D.P.: Op 11 februari kondigt Gazet van Antwerpen een overleg aan dat zal plaatsvinden op het stedelijk kabinet van Eric Antonis, met de schepen zelf, de provinciegouverneur, een delegatie van het ministerie van cultuur en een delegatie van de kunstenaars. Wie heeft jullie vertegenwoordigd?

DDV: Christine Clinckx, Philip Huyghe en ikzelf zijn afgevaardigd.

K.B./D.P.: Wat is er precies uit de bus gekomen?

DDV: We kregen de beschikking over een secretariaat met een voltijdse werkkracht, op voorwaarde dat we ons zouden verenigen. In dat geval zou de stad instaan voor een gebouw, de provincie voor een voltijdse werkkracht en de Vlaamse Gemeenschap voor werkingsmiddelen. We hebben de bezetting nog enkele dagen symbolisch verdergezet. Toen was het afgelopen.

K.B./D.P.: Op maandag 16 februari konden jullie aan de slag in het ICC.

DDV: Ja.

K.B./D.P.: Dat ging evenwel niet van een leien dakje. Op 17 februari beklagen de kunstenaars zich in de media over de territoriumdrift van Antwerpen Open, in de persoon van Bruno Verbergt.

DDV: Het werd snel duidelijk dat we niet lang in het ICC konden blijven. Antwerpen Open begon zijn intrek te nemen in de burelen achteraan het ICC. We deelden ook een bureau met Hilde Van Leuven van het KMSKA, zodat we moesten uitwijken om comfortabel en ‘discreet’ te kunnen werken en vergaderen.

K.B./D.P.: Op 19 februari wordt een protocol opgesteld tussen de Vlaamse Gemeenschap en het Internationaal Cultureel Centrum vzw. Opvallend is dat de bezetters tekenen met “Internationaal Cultureel Centrum vzw”. Jullie hadden inmiddels een vzw opgericht?

DDV: Nee, we waren nog met de voorbereiding bezig. De discussie over de statuten van de vzw was nog aan de gang. Er was namelijk een serieus probleem gerezen.

K.B./D.P.: Wat bedoel je?

DDV: Op 19 februari vergaderden we een eerste keer om de vzw in de steigers te zetten. Er ontspon zich een heftige discussie over de vraag of we ons al dan niet moesten ‘verenigen’, met alle formele en juridische consequenties vandien. Uiteindelijk besloten we om een bredere groep kunstenaars hierover te polsen; in de tussentijd zouden Christine Clinckx en Patries Wichers een advocaat opzoeken om advies in te winnen over de oprichting van een vzw. Op 26 februari zou de kerngroep opnieuw bijeenkomen. Maar toen Philip Huyghe en ik in de week tussen 19 en 26 februari het ICC binnenliepen, vertelde Clinckx doodleuk dat er alvast een vzw was opgericht. Zonder de anderen op de hoogte te brengen, hadden ze de papieren naar het Staatsblad opgestuurd.

K.B./D.P.: Het initiatief kwam van Hit & Run?

DDV: Dat was duidelijk. Christine Clinckx, Karen Celis, Cel Crabeels en Jan Kempenaers traden op als stichtende leden. Zij waren immers de vier leden van Hit & Run die over de Belgische nationaliteit beschikten – Giles Thomas is een Brit, Patries Wichers een Nederlandse.

K.B./D.P.: Hoe hebben Philip en jij gereageerd?

DDV: We vielen van onze stoel. We hebben Christine ingepeperd dat zoiets niet door de beugel kon. Ik heb op het faxapparaat onmiddellijk een kopie gemaakt van de statuten van de vzw.

K.B./D.P.: Weet je nog hoe de vzw heette?

DDV: Vzw ICC!

K.B./D.P.: Het ICC moet blijven…

DDV: Zo kan je het samenvatten.

K.B./D.P.: Wat waren de doelstellingen van de vzw ICC?

DDV: Ze waren veel beperkter dan die van het latere NICC en lagen helemaal in de lijn van Hit & Run: “de vereniging heeft tot doel: de realisatie, promotie, verkoop, distributie, en organisatie van artistieke, culturele en educatieve activiteiten van elke aard.” Hit & Run wilde gewoon een ruimte om van alles te kunnen organiseren, ik zei het al.

K.B./D.P.: Op 26 februari vindt opnieuw een vergadering plaats. Er is slechts één agendapunt: de pas opgerichte vzw ICC. Opvallend is dat er in vergelijking met de vorige vergaderingen dubbel zoveel aanwezigen zijn.

DDV: Ik heb alle mensen gecontacteerd die de actie op 1 februari hadden gesteund en die me hadden laten weten dat ze op de hoogte wilden blijven. Het kon toch niet dat een klein groepje ging lopen met een initiatief dat door zoveel mensen werd gedragen.

K.B./D.P.: Hoe is de vergadering verlopen?

DDV: We hebben Hit & Run duidelijk gemaakt dat ze tegen hun eigen democratische principes hadden gezondigd. De bezetting was een idee van Hit & Run, en ik gun hen de credits van harte, maar hoe je het ook draait of keert: al op 1 februari had hun initiatief een enorme vlucht genomen en was er een totaal nieuwe situatie ontstaan. Uiteindelijk hebben we gestemd over de vraag of de nieuwe vzw zou blijven bestaan. Het resultaat was duidelijk: vijf stemmen voor, tien stemmen tegen en zeven onthoudingen.

K.B./D.P.: De stemmen vóór kwamen uiteraard van Hit & Run. Wie stemde er tegen?

DDV: De meeste kunstenaars, denk ik, onder wie natuurlijk ook Jambers, Schepers, Huyghe en ik. De onthoudingen kwamen allicht van de niet-kunstenaars. We hadden ook niet-kunstenaars uitgenodigd, zoals Philippe Pirotte en Kurt Van Belleghem.

K.B./D.P.: Wat is er vervolgens gebeurd?

DDV: We hebben beslist om de papieren die naar het Staatsblad waren verstuurd terug te trekken. De vzw was immers niet rechtsgeldig zolang de statuten niet waren verschenen.

K.B./D.P.: Is Hit & Run er toen uitgestapt?

DDV: Nee.

K.B./D.P.: Of is er een breuk ontstaan?

DDV: Iedereen bleef aan boord, maar bij Christine Clinckx is er wel iets blijven hangen, om het zacht uit te drukken. Dat heb ik gevoeld.

K.B./D.P.: En volgens jou gaat dat terug op de feiten tussen 19 en 26 februari?

DDV: Ja, want daarvoor was onze samenwerking prima. Christine was de campagneleidster, ze wist hoe ze de actie moest organiseren en de media bespelen; ik was het mobiele secretariaat. We vulden elkaar goed aan.

K.B./D.P.: Als je de stemming van 26 februari analyseert, dan hebben jullie er goed aan gedaan om extra mensen op te trommelen voor de vergadering. Anders was het nipt geweest.

DDV: Dat klopt. Ik kan er alleen over zeggen dat ik mij onmiddellijk zou hebben teruggetrokken indien de stemming negatief was uitgedraaid. Jammer van die gemiste kans, zou ik hebben gedacht.

Wordt vervolgd