Fredie Floré

DE WITTE RAAF

Editie 134 juli-augustus 2008

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Gevers Design. Inventaris van een uitvinder

Sommige persoonlijkheden lijken door de designgeschiedenis te worden overgeslagen. Interieurarchitect en vormgever Christophe Gevers (Antwerpen, 1928 – Ohain, 2007) bouwde in de jaren 60 en 70 een intrigerend oeuvre uit waarover we vandaag met moeite informatie terugvinden. Hij ontwierp de interieurs van een hele reeks Brusselse restaurants en brasseries (waaronder een vestiging van de fastfoodketen Quick in 1984), richtte diverse bankgebouwen in en gaf vorm aan verschillende meubelen en verlichtingstoestellen, waarvan enkele vandaag nog steeds in productie zijn. Hij startte zijn eigen bedrijf Gevers Design op en was drieëndertig jaar lang docent aan La Cambre bij de afdeling inrichting en meubilair.

De beperkte zichtbaarheid van Gevers’ oeuvre in de vakliteratuur heeft natuurlijk alles te maken met de aard van zijn discipline. De 20ste-eeuwse interieurarchitectuur en vormgeving zijn nog steeds onderbelichte velden in de (academische) geschiedschrijving in België. Ook over belangrijke tijdgenoten van Gevers, zoals Philippe Neerman, bestaat er nog geen naslagwerk of duidende publicatie. Bovendien zijn interieurinrichtingen of meubelen vaak snel vervangen of verdwenen.

De begin 2008 opgerichte vzw Archives Design Projects probeert hieraan te verhelpen en organiseerde de tentoonstelling Gevers Design in de Brusselse Fondation pour l’Architecture. De vereniging staat onder leiding van verzamelaar Thierry Belenger, die vorig jaar nog, samen met Mil De Kooning van de Universiteit Gent, een tentoonstelling samenstelde over het oeuvre van de architect en meubelontwerper Willy Van Der Meeren.

De tentoonstelling over Christophe Gevers ambieert een eerste grote inventaris van zijn oeuvre te brengen. In de tentoonstellingszaal op de bovenverdieping van de Fondation is heel wat materiaal bijeengebracht: meubels, foto’s, tekeningen, mallen, prototypes, maquettes… Bij het binnenkomen lopen we langs een lange smalle, tegen de muur gemonteerde lichtbak die dienstdoet als een soort tijdlijn waarop een hele hoop kleine plaatjes met foto’s en gegevens van alle projecten van Gevers is geplaatst. Het geheel illustreert vooral de grote productiviteit van de ontwerper. Helaas ondermijnt het grote aantal dicht op elkaar gepakte plaatjes de leesbaarheid van de tijdlijn. Bovendien ontbreekt een catalogus die het overzicht helpt te bewaren (ook na de tentoonstelling) en het oeuvre van Gevers in een bredere context plaatst. Dit alles doet vermoeden dat het woord ‘inventaris’ vooral werd ingegeven door de goed klinkende alliteratie in de Franstalige titel:inventaire d’un inventeur.

Was Gevers dan een uitvinder? Ook over dit deel van de titel scheppen de tentoonstellingsmakers geen duidelijkheid. Vermoedelijk wou men eenvoudig het inventieve karakter van het oeuvre van Gevers in de verf zetten. De tentoonstelling toont het werk van de ontwerper aan de hand van een reeks genummerde, uiteenlopende thema’s: ‘het Geverse universum’, ‘van binnenhuisarchitect tot designer’, ‘de perspectieven van het zelfbouwpakket’, ‘fascinatie voor mechanismen’, ‘de kunstenaar’ enzovoort. Onder het eerste themaressorteert onder meer de Fauteuil BA die Gevers in 1958 creëerde voor de herinrichting van de Taverne des Beaux-Arts, de taverne van het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel. De nieuwe interieurinrichting was vrij strak en rechtlijnig, met zichtbaar metselwerk, lambriseringen en plafondbekledingen in dennenhout, een trap in gelakte staalplaat met zwarte rubberen bekleding, tafels in zwart gelakt metaal en een tablet in wittemarmer en lamparmaturen in geanodiseerd aluminium. Het ontwerp werd in de toenmalige architectuurpers bijzonder goed onthaald en betekende, samen met de inrichting van de nabijgelegen taverne Cap d’Argent, het begin van een veelzijdige carrière. Ook de Fauteuil BA viel in de smaak. Het eenvoudige buismeubel uit gechromeerd staal, leder en witte nylondraad werd in 1959 bekroond met het Belgische kwaliteitslabel Le Signe d’Or.

De tentoonstelling brengt heel wat interessant archiefmateriaal bij elkaar. Bijzonder lovenswaardig is de aandacht voor het ontwerp- en maakproces. Zo zien we de Fauteuil BA niet alleen als afgewerkt product. Op dezelfde sokkel staan en liggen ook alle samenstellende delen van de stoel, als losse bouwstenen: het metalen frame naast de nylondraad naast de lap leer… Op dezelfde manier staat naast de Lampe ARC (1971) de bekisting van de betonnen voet, samengesteld uit latjes die de oppervlaktetextuur mee hebben bepaald. Deze aandacht voor het ontstaansproces wordt nog onderlijnd door grote fotografische en tot de verbeelding sprekende afbeeldingen van het atelier van Gevers. We zien geen tekentafels, maar een heuse verzameling werk- en timmergerei. Op die manier blijft, over alle tentoonstellingsthema’s heen, vooral de materialiteit en het technische vernuft van Gevers’ vormgeving hangen.

 

• Gevers Design. Inventaris van een uitvinder tot 17 augustus in de Fondation pour l’Architecture, Kluisstraat 55, 1050 Brussel (02/642.24.80; www.fondationpourlarchitecture.be).