Thijs Verfaillie

DE WITTE RAAF

Editie 134 juli-augustus 2008

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Otto Neurath

Otto Neurath (1882-1945) wordt vaak enkel als een graficus gezien. Volgens Nader Vossoughian, auteur van het voorliggende boek en maker van de recente gelijknamige tentoonstelling in Stroom, centrum voor beeldende kunst en architectuur in Den Haag, doet dit de waarheid geen eer aan. Met een twee jaar lopende manifestatie After Neurath wil Stroom dit heersende beeld bijstellen. Behalve graficus was Neurath immers vooral een sociaal bewogen intellectueel die zich sterk interesseerde in het vormgeven van een maatschappij door middel van stedenbouwkundige inzichten, gekoppeld aan mediale communicatie.

Het boek belicht het leven van Otto Neurath aan de hand van drie thematische invalshoeken, die mooi samenvallen met zijn levensloop, de evolutie in zijn denken en handelen. De eerste hoofdcluster behandelt zijn vroege inzichten en kritieken op de moderne metropolis. Vanuit zijn sociale bekommernis bekijkt Neurath de stad niet enkel als een fysieke plaats, maar vooral als Gemeinschaft, een concept dat hij uitspeelt tegen het opkomende, modernistische denken. Als alternatief voor de traditionele economie – die met al haar crisissen en problemen de mens niet gelukkig zal maken – stelt hij een collectieve economie ofGemeinwirtschaft voor. Neurath haalt hiervoor inspiratie in de Balkanlanden, waar de verslagen bevolking na de oorlog een eigen economie opbouwde op een coöperatieve basis. “Gipsy Urbanism” noemt Neurath de ‘geordende wanorde’ waarin het land werd heropgebouwd. Neurath komt hier naar voor als iemand met een groot geloof in de mogelijkheid van mensen om de economie en de stad zelf te organiseren. Vossoughian geeft echter aan dat Neuraths Gemeinwirtschaftstheorie relevant is in crisisperiodes, en minder in periodes van relatieve welvaart. Neurath vertrekt immers van omstandigheden waarin een substantieel tekort aan grondstoffen heerst.

Halverwege de jaren 20 begint Neurath zich te interesseren in museumeducatie. Steeds meer gelooft hij dat het gebruik van Bilder kan bijdragen tot de Bildung van de bevolking. In de opkomende massamedia ziet hij de ultieme mogelijkheid om de mens in zijn vrije tijd te verstrooien en tegelijk te ‘onderwijzen’. Die overtuiging brengt hem tot zijn meest in het oog springende en langst overlevende project: het Gesellschafts- und Wirtschaftsmuseum (Maatschappelijk en Economisch Museum) in Wenen. Neuraths beeldpedagogie kent drie pijlers: het visualiseren van fenomenen waarvoor de gesproken taal tekortschiet, het gebruik van statistische data voor het communiceren van deze fenomenen en een grafisch systeem om ze te visualiseren.Hieruit ontstaat de Weense Methode, later het ISOTYPE (International System of Typographic PictureEducation) genaamd, een taal van beelden en symbolen die een radicale globalisering en standaardisatie in het communiceren van kennis nastreeft. Het gebruik van niet-perspectivisch opgebouwde 2D-beelden en het toepassen van méér symbolen in plaats van grotere symbolen wanneer er meerdere eenheden bestaan, zijn enkele principes die deze taal universeel moeten maken. De beelden moeten zorgen voor directe communicatie met de beschouwer en kennen geen overtollige informatie.

Nader Vossoughian behandelt ook twee cruciale samenwerkingen van Neurath, met de Belg Paul Otlet en met Cornelis van Eesteren. Neuraths Maatschappelijk en Economisch Museum kent een duidelijke parallel met het Internationaal Museum van de Wereldcultuur waarin Otlet de kennis over de hele wereld wil consolideren. Terwijl Otlet streeft naar het creëren van steden als een microkosmos, wil Neurath een wereld maken die functioneert als een stad op macroschaal. Hun samenwerking sterft echter een vroege dood omwille van conflicten, zowel op persoonlijk als inhoudelijk vlak. Ze zorgt er wel voor dat Neurath zijn Museum in een internationaler kader gaat plaatsen. Het ISOTYPE wordt minder een instrument ter transformatie van de politieke omstandigheden, dan een middel om de internationale verstandhouding te promoten. Deze bekommernis omtrent universele, visuele communicatie ligt tevens aan de basis van Neuraths samenwerking met de toenmalige CIAM-voorzitter Cornelis van Eesteren. Neurath wordt uitgenodigd op het CIAM-congres in Athene in 1933 en geeft er een lezing over zijn ontwikkelingen en bevindingen. De lezing stuit echter op veel commentaar en onbegrip van onder meer Le Corbusier, Moholy-Nagy en Giedion. Neuraths geloof dat het debat over de stad in een breed toegankelijk en verstaanbaar kader moet gebeuren, staat in schril contrast met de idee van de ‘Master Planner’ bij Le Corbusier en Van Eesteren. Niettemin vonden Van Eesteren en Neurath elkaar in hun zoektocht naar een universele taal in stedenbouw en architectuur.

Vertrekkend van deze samenwerkingen werpt het derde deel een licht op het samengaan van Neuraths interesse in stedenbouw en zijn picturale inzichten. Stedenbouw staat voor hem gelijk aan het bouwen en vormgeven van een maatschappij. Neurath is inmiddels geëvolueerd van de idealistische stadsontwikkelaar van de jaren 20, de Gipsy-settler, tot iemand die in de jaren 30 gelooft dat de ‘massa’ op zich te vormen valt door middel van massamedia. Zijn onderzoek naar het picturale ontstond vanuit een overtuiging dat de massa onderwezen moest worden om sociale wantoestanden te vermijden. Curator en auteur Nader Vossoughian wijst in een gesprek over de tentoonstelling op het contrast met de huidige massamedia, diedoorgaans aan een economische logica gehoorzamen.

Doorheen het boek wordt duidelijk dat zijn ISOTYPE als medium niet uit een economische overweging, maar uit een dieper gelegen sociologische verontrusting en uit een geloof in een betere wereld ontstond. Daarbij wordt Neuraths onderzoek naar deze beeldentaal uitvoerig geïllustreerd, wat het boek visueel aantrekkelijk maakt. De illustraties zorgen er bijna letterlijk voor dat het boek leesbaar wordt aan de hand van de getoonde pictogrammen, die bovendien tijdens het lezen méér worden dan symbolen. De fascinerende detaillering van zijn afbeeldingen bewijzen de fijnheid en doordachtheid van Neuraths bedoelingen. Net zoals het boek meer vertelt dan enkel het verhaal van een graficus, beginnen de ISOTYPE-pictogrammen een eigen verhaal te vertellen, dat van een zoektocht naar een universele kenniscommunicatie.

 

• Nader Vossoughian, Otto Neurath, The Language of the Global Polis, verschenen bij NAi Publishers,Rotterdam, 2008. ISBN 978-90-5662-350-0.

• After Neurath: A safe place - International system of disaster pictograms tot 31 augustus in de Stroom, Hogewal 1-9, 2514 HA Den Haag (070/365.89.85; www.stroom.nl).