Christophe Van Gerrewey

DE WITTE RAAF

Editie 134 juli-augustus 2008

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Stan Douglas. Past Imperfect - Works 1986-2007

De Canadese kunstenaar Stan Douglas (1960) blijft consequent dezelfde werkwijze hanteren. In één film of foto combineert, herwerkt en bekritiseert hij verschillende teksten, cultuurproducten of geschiedenissen uit de westerse moderniteit. Een mooi voorbeeld is Nu•tka• (1996), dat enkele jaren terug nog op de tentoonstelling Intertidal in het MuHKa te zien was. De video-installatie bestaat uit twee ‘over elkaar gelegde’ opnames van het sublieme landschap rond Nootka Sound, aan de westkust van Vancouver Island in Canada. Tegelijkertijd zijn twee stemmen hoorbaar die elkaar, net als de twee films, overlappen en deels onverstaanbaar maken. Het gaat om de leiders van twee concurrerende mogendheden – Engeland en Spanje – die in de 18de eeuw beide aanspraak maakten op het ongerepte gebied. De stem van de autochtone inwoners is opvallend afwezig. Nu en dan, voor een paar ogenblikken, lopen zowel de beelden als de stemmen parallel: het discours is hoorbaar, het beeld is eenduidig en scherp.

De interpretatie van het werk van Douglas drijft zonder uitzondering op twee uitersten. Langs de ene kant is er het beeldende werk zelf, dat zonder voorkennis en op eender welk moment (het gaat om installaties in eenloop) bekeken kan worden. De onvoorbereide toeschouwer kan, als het meezit, de video op zuiver esthetische gronden appreciëren, op basis van eigen inbreng en ervaringen. Langs de andere kant is er de ‘uitleg’, die door de auteur in een lopende tekst aan het begin van de film of in geschreven toelichtingen wordt aangereikt. In het geval van Nu•tka• is er enerzijds het prachtige, bevreemdende schouwspel van klank en licht, dat zowel spookachtig als troostend werkt; en er is anderzijds het door verschillende verwijzingen en hernemingen opgeladen verhaal van (de-)kolonisatie, overheersing, spraakverwarring, geschiedenis, gedemocratiseerd toerisme en beeldcultuur. De kloof tussen die twee vormen van receptie is het interessante probleem van Douglas’ oeuvre.

In Past Imperfect, het boek dat is verschenen naar aanleiding van zijn eerste grote overzichtstentoonstelling begin dit jaar in Stuttgart, is het woord bijna uitsluitend aan critici en theoretici. De kunstenaar zelf duikt slechts openlijk op in de door hem geschreven projecttoelichtingen in een chronologische lijst aan het eind van het boek. Hans D. Christ en Iris Dressler, de samenstellers, drukken in de inleiding expliciet het verlangen uit de werken ‘ongrijpbaar’ en eminent ‘multi-interpretabel’ te houden. “Douglas’s works,” schrijven ze, “can be approached only on the assumption that every reading one applies is bound to neglect another that would have been possible as well. Viewers have no choice but to take some things and disregard others. Which is why these works are worth coming back to again and again, from a different perspective every time.”

Het is echter merkwaardig dat de teksten uit Past Imperfect, als geheel, een zeer coherent beeld van het oeuvre van Douglas naar voor schuiven. Hoewel de auteurs uit verschillende disciplines en achtergronden komen, keren steeds dezelfde insteken terug: Derrida, Freud, Deleuze, Beckett, samen met interviews en teksten van Douglas. Het is dus maar de vraag of zijn video’s en foto’s inderdaad zoveel verschillende interpretaties uitlokken – of liever: of het mogelijk is ze, voorbij een bepaalde grens, origineel,idiosyncratisch of afwijkend te lezen. Die grens is, zoals gezegd, precies het moment waarop de toelichtingen van de kunstenaar hun rol mogen opeisen. Van zodra dat is gebeurd, is het al bij al duidelijk of zelfs doorzichtig waar het de werken om te doen is. Zodra de toeschouwer weet wat er op het spel staat, lijkt de kous af.

De film Der Sandmann uit 1995 is een ander goed voorbeeld: het werk is samengesteld uit zoveel verschillende discoursen en geschiedenissen (een verhaal van E.T.A. Hoffmann, de sociologische theorieën van Paul Schreber, wiens geesteszieke zoon een van de beroemdste patiënten van Freud was, de omwentelingen in Duitsland in zowel 1918, 1945 als 1989…) dat het eigenlijk onmogelijk is om erover te spreken zonder dit alles in rekening te nemen – en zonder bij één, weliswaar meerlagige, interpretatie aan te belanden. In het kort gezegd: de utopische ontwerpen van Schreber voor progressieve volkstuintjes én de manier waarop hij de psyche van zijn zoon heeft proberen bemeesteren, krijgen dankzij het verhaal van Hoffmann het karakter van een horrorverhaal; de spoken van de moderne vooruitgangsdrift krijgen een stem en een gezicht.

Het is, met andere woorden, moeilijk om over het werk van Stan Douglas te denken of te schrijven – of beter: om er een dik boek met veel tekst over samen te stellen dat niet uitentreuren in herhaling valt of zelfs overbodig wordt gemaakt door de korte, pregnante toelichtingen van Douglas zelf. Sommige auteurs slagen erin om toch een stap verder te gaan: in het weliswaar zeer moeilijke (en erg omstandige) essay Re-: Killing Time wendt Mieke Bal bijna de hele ideeëngeschiedenis over auteurschap en filmtheorie aan om het werkVidéo te bespreken. Het dateert uit 2007 en is – opnieuw – een kritische, historiserende en theoretiserende remake van zowel Film van Samuel Beckett, The Trial van Orson Welles en Deux ou trois choses que je sais d’elle van Jean-Luc Godard. Ook de teksten van de twee redacteurs werpen heldere, interessante en op een zekere manier het werk overstijgende kwesties op, zoals het melancholische karakter ervan, dat zelfs naar ‘eindtijdgedachten’ neigt (in het essay van Dressler), of de essentiële rol van de museale ruimte voor de installaties (in het essay van Christ).

Over het algemeen overheerst toch het beeld van Douglas als een kunstenaar die kunst maakt waarbij een uitgebreide handleiding noodzakelijk is. Op zich is dat niet erg: kunstenaars kunnen hun werk theoretiseren zoveel ze willen, zolang er ook andere insteken en interpretaties mogelijk blijven. Hier heeft de kritiek het klokje echter zo rigoureus gedemonteerd en onderzocht dat het zonder die kritiek nooit meer zal tikken. Dat iemand ook onvoorbereid voor een werk van Douglas kan belanden, om er op eigen kracht mee aan de slag te gaan, blijkt niet uit deze overzichtspublicatie. Dit is in het geval van zijn beste video’s en foto’s, zoalsNu•tka• of Every Building on 100 West Hastings, nochtans zeer goed mogelijk.

 

• Hans D. Christ, Iris Dressler (red.), Stan Douglas. Past Imperfect – Works 1986-2007, Ostfildern, Hatje Cantz Verlag, 2008, ISBN 978-37-7572-021-2. (www.hatjecantz.de). De gelijknamige tentoonstelling vond van 15 september 2007 tot 6 januari 2008 plaats in de Württembergischer Kunstverein te Stuttgart.