Steven ten Thije

DE WITTE RAAF

Editie 136 november-december 2008

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Kijken in het publieke

Over de retrospectieve van Wendelien van Oldenborgh in het TENT

As Occasions, de overzichtstentoonstelling van Wendelien van Oldenborgh in TENT. Rotterdam, begint met een opmerkelijke lege ruimte. Een ruimte die niet als ontvangsthal functioneert, maar als een open centrum waar alle andere zalen op uitkomen. De bezoeker loopt niet in een ononderbroken lijn langs de werken, maar keert na elk werk naar die vide terug. Bewegen door de tentoonstelling krijgt het karakter van een bloedsomloop met de centrale ruimte als hartkamer, waarbij na elk inspanning een ontspanning volgt.

De centrale ruimte is een geprononceerde architecturale constructie die steunt op metalen balken, met lichtpaarse wanden en een grote hoeveelheid lampen die in een sober geometrisch raster het plafond vormen. Het aparte karakter van de ruimte valt nog meer op doordat het om een drastische ingreep gaat in de normaal onoverzichtelijke ruimte van TENT. Het is lastig om deze plek, ontworpen door de architecte Milica Topalovic in opdracht van Van Oldenborgh, te karakteriseren. Ze fungeert als een gang die de verschillende zalen in de tentoonstelling met elkaar verbindt, maar heeft ook iets van een agora waarop bezoekers elkaar kruisen, om bijvoorbeeld te discussiëren over wat ze gezien hebben. Tegelijk ontbreken de banken en stoelen om zo’n gesprek aangenaam te maken, waardoor de ruimte er toch niet echt voor de bezoekers lijkt te zijn. De huiselijke lampen en het geprononceerde paars van de wanden versterken het gevoel dat de plek persoonlijk aan iemand toebehoort. In ieder geval gaat het niet om een neutrale ruimte, maar om een schemergebied met een eigen en complex karakter.

 

Studio Rotterdam

In de ‘eerste’ zaal van de tentoonstelling (links van de centrale ruimte) wordt een wat ouder werk gepresenteerd: Studio Rotterdam, 13-09-2002, 3:30 to 7:15pm (2002). Twee diaprojectoren staan op een sokkel en werpen beelden op twee schermen die schuin in de ruimte hangen. De transparante schermen kunnen van beide kanten worden bekeken. De beschouwer kan de ruimte binnenlopen en direct naar het werk kijken, of hij kan schuin achter de schermen gaan staan, om door de schermen ook de schimmen van de bezoekers te zien. Studio Rotterdam heeft iets van een installatie, van een sculptuur én van een vrijhangend schilderij of venster. De ruimte eromheen wordt zo tot een duister gebied waar het moeilijk is om zich te oriënteren. De diabeelden op de schermen versterken die onzekerheid. Het gaat om stills in zwart-wit, gemaakt tijdens een fotoshoot van de Rotterdamse fotograaf Ari Versluis. Deze fotograaf is bekend om zijn ‘exactitudes’-series, gemaakt in samenwerking met Ellie Uyttenbroek, waarin hij bepaalde bevolkingsgroepen als punkers, gabbers, hiphoppers of zakenmannen vastlegt in hun stereotiepe kleding. Versluis’ foto’s worden geroemd om hun ‘natuurlijke’ uitstraling: ze zouden mensen tonen ‘zoals ze zijn’. Die helderheid geldt minder voor de stills die Van Oldenborgh van Versluis’ fotosessies heeft gemaakt. Vaak zijn het close-ups van handen of hoofden, of lijken de mensen nog op zoek naar een pose. Tevergeefs zoek je naar informatie die het kijken richting geeft en die de verschillende beelden in een chronologische volgorde of vanuit een andere logica op elkaar betrekt. Pas na het lezen van de catalogustekst en met de verwijzing naar Versluis in het achterhoofd, wordt de relatie inzichtelijk tussen de beelden, de plek waar ze zijn genomen en de wijze waarop ze hier zijn gepresenteerd. Waar Versluis sprekende beelden maakt, die de identiteit van iemand vastleggen, focust Van Oldenborgh met haar intieme observaties op de momenten waarop de eenheid van de persoon verdwijnt. Van Oldenborgh zoekt als het ware naar de spaties in de fotoshoot, waar iedereen even in het luchtledige, tussen alle mogelijke identiteiten in zweeft.

In haar latere werk gaat Van Oldenborgh dit moment tussen private ervaring en publieke identiteit explicieter en ook wat didactischer inzetten. Haar werken krijgen een duidelijk geëngageerd karakter en behandelen thema’s als identiteit en geschiedenis. Die werken beslaan het grootste deel van de tentoonstelling. Centraal staat de serie A Certain Brazilianness, die vertrekt van het gedachtegoed van de moderniseringsbeweging in Brazilië. Deze beweging probeerde de Braziliaanse identiteit op een negatieve wijze te definiëren: in plaats van positieve definities op te stellen – ‘als Braziliaan ben ik…’ – werd naar een omschrijving gezocht van wat de ‘Braziliaan’ niet was. Ook Van Oldenborgh gaat op zoek naar dergelijke open definities. Ze kijkt naar subculturen die zichzelf vaak op negatieve wijze definiëren, in contrast met de dominante cultuur, of onderzoekt onbestemde of dubieuze momenten in het koloniale verleden van Nederland.

Het krachtigste en tevens het meeste complexe werk van de serie is de film Maurits Script uit 2006. In de tentoonstelling wordt deze op een enkel scherm geprojecteerd (in Casco en op dit moment in het Van Abbemuseum is Maurits Script in een meer interessante en ruimtelijke installatie te zien, met twee projecties tegenover elkaar). De film behandelt een vergeten episode uit de Nederlandse geschiedenis, met name de korte periode (1637-1644) waarin Nederland het noordoosten van Brazilië koloniseerde, onder leiding van de gouverneur ter plaatse Johan Maurits van Nassau. De film bestaat uit twee delen, die gelijktijdig zijn opgenomen in de barokke ‘gouden zaal’ van het Mauritshuis in Den Haag, een gebouw opgetrokken in de periode waarin Johan Maurits gouverneur van Brazilië was. In het eerste deel lezen negen personen een script dat is opgebouwd uit citaten uit de periode van de kolonisatie. Ieder personage wordt door twee personen vertolkt. De voorlezers zijn daarbij persoonlijk uitgenodigd door Van Oldenborgh, en hebben allen, door hun afkomst of beroep, een relatie tot de inhoud van het script. Het tweede deel van de film is de registratie van een discussie die de voorlezers met elkaar hebben als ze niet aan het voorlezen zijn. Het geheel werd vastgelegd door een professionele camera- en geluidsploeg, die instructies kregen van Van Oldenborgh. Tijdens de gehele filmshoot was het Mauritshuis open voor het publiek. Publieke rondleidingen doorbreken daardoor kortstondig de discussie. De uiteindelijke film is een ‘edit’ van Van Oldenborgh uit al het gegenereerde materiaal.

Maurits Script kan op verschillende manieren gelezen worden. Een eerste lezing zou kunnen zijn dat het filmproject de Nederlandse beschouwer bewust wil maken van een vergeten episode in de vaderlandse geschiedenis. Het script nuanceert daarbij het ‘verlichte’ beeld dat van prins Maurits bestaat. Zo wordt verwezen naar de haast surrealistische fantasieën van de Hollanders in Brazilië over het vermeende kannibalisme van de inheemse bevolking en vertelt het script in klare taal over de harde, zakelijke wijze waarop ook de ‘verlichte’ Johan Maurits dacht en sprak over slavenhandel. Maurits Script is echter niet te reduceren tot een gemiste geschiedenisles, maar formuleert ook kritische bedenkingen bij het idee van objectieve geschiedschrijving als zodanig. Doordat elke rol door verschillende stemmen wordt gelezen, valt de vermeende eenheid van personages en script uiteen. De eenheid van de geschiedenis, bepaald door de unificerende stem van ‘de’ historicus, ontbindt zich in een Babylonische verzameling van verschillende accenten (vrijwel alle voorlezers spreken Nederlands als tweede taal of hebben een duidelijk accent). Het feit dat het personage van de historicus – Barlaeus – als enige in het script maar één voorlezer heeft, versterkt deze interpretatie. Maar ook deze dimensie van het werk overtuigt niet op zichzelf. Na vele jaren van postmodern relativisme wekt een dergelijke kritiek op ‘objectieve’ geschiedschrijving weinig opzien. Het werk wordt vooral spannend op het moment dat de aandacht zich verplaatst naar de vorm en het soort ervaring dat erdoor mogelijk wordt gemaakt. Kijkend naar de shots en luisterend naar de rijkdom aan stemmen en accenten, ontwaren we – net als in Studio Rotterdam – plots subtiele details: een knikkend hoofd; iemand die het gesprek onderbreekt om foto’s te nemen; handen; een luisterende bezoeker; stembuigingen of onverwachte klanken uit een andere taal. Het script en de discussie zijn niet louter een middel om een inhoudelijk punt te maken, het zijn ook formele realiteiten die door Van Oldenborgh geduldig worden afgetast. Door middel van intieme observaties en detailbeelden, laat ze eenduidige beelden in een complex vormenspel uiteenvallen. Bij deze lezing krijgt ook de locatie van de film een duidelijkere functie. Het museum wordt een ruimte die ervaringen mogelijk maakt en waarin deze publiekelijk bediscussieerd kunnen worden. De film is niet zozeer een oordeel of een kritiek op geschiedschrijving, maar een formeel onderzoek van de wijze waarop publieke geschiedenis functioneert in de praktijk van overleveren en discussiëren, gesitueerd in de ruimte die voor een dergelijk onderzoek het meest geschikt is: het museum.

We staan terug in de centrale ruimte. Is deze ruimte niet zelf het werk? Al is het dan geen werk als alle andere, maar een iconisch werk dat als een zachte stem klinkt tussen de andere werken en er een constante in aanraakt? De ruimte houdt het midden tussen een private kamer en een publieke ontmoetingsplaats. Ze nodigt uit tot kleine, intieme observaties, maar appelleert ook aan een gevoel van publieke zichtbaarheid. Zij is een toneel waarop men voorzichtig en bedachtzaam kan spelen met de wijze waarop onze (publieke) persoonlijkheid wordt opgebouwd uit een bonte verzameling van idiosyncratische, intieme details. In haar films en installaties ontpopt Van Oldenborgh zich tot een professional in het ontleden van publieke identiteiten, door ze te infecteren met haar eigenzinnige, gedetailleerde blik. Ze zet op een verrassende wijze de klassieke, misschien zelfs romantische, individualistische kijk van de kunstenaar in om publieke fenomenen en momenten te onderzoeken. Met de centrale ruimte in TENT. plooit Van Oldenborgh deze blik op geraffineerde wijze op zichzelf terug. De centrale ruimte vraagt aan de beschouwer om met eenzelfde soort blik de losse eenheid van het oeuvre van Van Oldenborgh te analyseren. Zo richt Van Oldenborgh tot slot deze eigen individuele, analytische blik op haar eigen publieke identiteit als kunstenaar – een identiteit die zich misschien wel bij uitstek tussen het private en het publieke ophoudt.

 

De tentoonstelling As Occasions van Wendelien van Oldenborgh liep van 12 september tot 9 november 2008 in TENT., Witte de Withstraat 50, 3012 BR Rotterdam (www.tentrotterdam.nl). Maurits Script werd aangekocht door het Van Abbemuseum en is daar momenteel te zien als de 39ste editie van de experimentele collectiepresentaties Plug In.