Steven Humblet

DE WITTE RAAF

Editie 136 november-december 2008

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Henri Cartier Bresson / Walker Evans: Photographier l'Amérique

Met haar laatste tentoonstelling zet de Fondation Henri Cartier-Bresson haar onderzoek naar het werk van Henri Cartier-Bresson onverdroten voort. Ditmaal confronteren de tentoonstellingsmakers het werk van Cartier-Bresson met dat van Walker Evans. Het is overigens niet de eerste keer dat de stichting zich buigt over de relatie tussen beide fotografen. Die werd al eens eerder (in 2004) ter sprake gebracht in een tentoonstelling over de inaugurele expo van de New Yorkse Julien Levy Gallery, die in 1935 werk van Henri Cartier-Bresson, Walker Evans en Manuel Alvarez Bravo presenteerde als het toonbeeld van een nieuwe fotografie. In die lectuur werden de aperte verschillen tussen de drie fotografen ondergeschikt gemaakt aan het nieuwe fotografische paradigma dat zich in hun foto’s aankondigde: een meer documentaire benadering die zich zowel afzette tegen de traditie van het pictorialisme als tegen de woeste nieuwlichterij van het modernisme.

De tentoonstelling uit 2004 schetste de contouren van de intellectuele en esthetische context waarbinnen de verhouding tussen beide fotografen in de jaren 30 en 40 gedacht werd. De huidige expo probeert de vraag naar de aard van hun onderlinge verhouding wat preciezer te bepalen. Ze vertrekt van een vergelijking tussen twee fotoboeken waarin beide fotografen hetzelfde onderwerp behandelden. Of liever, één fotoboek en één poging tot: het in 1938 gepubliceerde American Photographs van Walker Evans (een publicatie naar aanleiding van een op dat moment georganiseerde tentoonstelling in het MoMA) en een poging van Cartier-Bresson in 1947 om een boek te maken over Amerika, een boek dat echter nooit het licht zou zien. Naast het onderwerp was er ook een gelijkenis in de opzet van zo’n publicatie. In 1941 publiceerde Evans in samenwerking met de auteur James Agee Let Us Now Praise Famous Men. In 1947 probeerde Cartier-Bresson een gelijkaardige samenwerking, maar die zou net aan de basis liggen van het echec van zijn project. Al bij al een nogal magere uitvalsbasis voor een verhelderende vergelijking tussen beide fotografen, zo lijkt het. In de korte periode tussen deze twee projecten veranderde er bovendien zoveel, dat elke vergelijking hoe dan ook mank dreigt te lopen.

Op het moment dat Cartier-Bresson Amerika doorkruiste, was de fotografische carrière van Walker Evans al grotendeels ten einde (vanaf het einde van de jaren 40 werkte hij voornamelijk als beeldredacteur bij het Amerikaanse tijdschrift Fortune). Het boekproject van Cartier-Bresson over Amerika kan dan ook maar moeilijk gelezen worden als een rechtstreekse dialoog met het actuele werk van Evans en wellicht is het zelfs niet mogelijk om er een uitgesteld antwoord in te zien. Terwijl Walker Evans zijn tocht doorheen het zuiden van Amerika ondernam tijdens de Depressiejaren, ontdekte Cartier-Bresson het land na de maatschappelijke verwoesting van de Tweede Wereldoorlog. Beiden fotograferen in tijden van sociale ontreddering en maatschappelijke ontwrichting, maar hun reactie daarop verschilt grondig. Een onderscheid dat niet alleen voortvloeit uit de verschillende sensibiliteit van de fotografen, maar dat ook bepaald wordt door de attitudes die met de tijdgeest samengaan. De wat cynische en pessimistische kijk van Evans zou een decennium later als totaal ongepast beoordeeld worden: in het internationaal humanisme dat de naoorlogse jaren overheerste, paste de mildere en licht ironische blik van Cartier-Bresson veel beter.

Vreemd genoeg maakt de tentoonstelling ondanks de wat zwakke uitgangspunten wel degelijk een overtuigende indruk. Daar heeft de droge presentatie van de beelden alles mee te maken. Zonder commentaar wordt er eerst een reeks beelden van Evans getoond, gevolgd door een aantal beelden van Henri Cartier-Bresson, waarna Evans het weer overneemt enzovoort. Deze manier van werken dwingt de kijker verder te kijken dan de eerder marginale overeenkomsten tussen beide projecten en laat de formele en strategische verschillen tussen beide fotografen aan bod komen.

De twee fotografen zijn in bijna alles elkaars tegenpool: waar Evans een duidelijke voorkeur heeft voor de plechtige, maar wat omslachtige grootbeeldcamera, zweert Cartier-Bresson bij de wendbare kleinbeeldcamera. Een technische voorkeur die zich automatisch vertaalt in een verschillende ruimtelijke verhouding tot het onderwerp. Evans staat (vaak letterlijk) verder van zijn onderwerp af: als een zuinige cartograaf meet hij de ruimte tussen hem en de werkelijkheid op. Cartier-Bresson is veel directer, speelser ook: hij besluipt zijn onderwerp, smeedt er een intieme band mee. Het verschil tussen beiden wordt vooral zichtbaar in hun omgang met de menselijke figuur: in de beelden van Evans lost de menselijke activiteit vaak op in de achtergrond (zij dient slechts ter verlevendiging van het decor), terwijl bij Cartier-Bresson de menselijke interactie (niet alleen tussen de mensen onderling maar ook tussen hen en de fotograaf) vaak alle aandacht opeist. Cartier-Bresson zoekt het fysieke contact, de aristocratische Evans is wat terughoudender.

Ook hun verhouding tot de tijd is fundamenteel anders: het moment dat Cartier-Bresson zo gracieus vastlegt, is uitermate fragiel en dus wezenlijk onstabiel. In de beelden van Evans plooit de tijd zich weelderig open: zijn precieuze aandacht voor de verweerde materiële cultuur van het Amerikaanse Zuiden geeft zijn beelden een zekere temporele diepte (en een tragische dimensie) die de lichtvoetige Cartier-Bresson vaak ontbeert. De fragiliteit van Cartier-Bressons beelden mag dan al charmeren, ze openbaart tegelijkertijd de radicale subjectiviteit van hun oorsprong: net zoals de camera aan het oog van de fotograaf lijkt vastgekleefd, zo ‘leest’ men het beeld ook vanuit de persoonlijke betrokkenheid van de fotograaf die het gemaakt heeft. Daartegenover staat de vermeende neutraliteit en objectiviteit van de door Evans gehanteerde vorm, frontaal, transparant en zonder opsmuk.

Dit verschil in ‘leeservaring’ is meteen de verklaring voor het verschil in kritisch succes van beide fotografische strategieën: beide fotografen hebben model gestaan voor hele generaties fotografen, maar Cartier-Bresson toch eerder als iemand die men imiteerde, terwijl Evans om een meer geëngageerde reactie vroeg. Zijn strategie werd niet zozeer nagebootst, als wel onderzocht, uitgedaagd, kritisch bevraagd. Cartier-Bresson is toch meer het kind van zijn tijd gebleven, in de grote en genereuze traditie van de humanitaire reportagefotografie, terwijl Evans een soepeler model heeft ontwikkeld, aanpasbaar aan de noden van de tijd.

 

• Henri Cartier-Bresson/Walker Evans. Photographier l’Amérique (1929-1947) tot 21 december in de Fondation HCB, Impasse Lebouis 2, 75014 Parijs (01/56.80.27.00; www.henricartierbresson.org). Een catalogus is verschenen bij Steidl. ISBN 978-3-86521-773-8.