Alied Ottevanger

DE WITTE RAAF

Editie 136 november-december 2008

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Victory Boogie Woogie

 Piet Mondriaans laatste schilderij, zijn Victory Boogie Woogie, in 1998 voor het Nederlands kunstbezit was verworven, werd het snel opgehangen in het Gemeentemuseum Den Haag. Dit attente gebaar werd behalve door trots ook aangestuurd door de boze reacties die de koop had veroorzaakt. In de pers maakte men zich kwaad over het hoge aankoopbedrag, ruim 80 miljoen gulden, en ergerde men zich aan het feit dat minister Zalm buiten de regering en kamer om toestemming had gegeven (aan de Nederlandse Bank) het bedrag voor deze verwerving beschikbaar te stellen. Zoveel geld neertellen voor een niet eens voltooid werk, was dat wel verantwoord?

Sindsdien lijkt het doek echter net door zijn onvoltooide karakter een speciale impact te hebben. Het onaffe bepaalt, zo niet in eerste dan toch zeker in tweede instantie, de vragen die het werk bij de beschouwer oproept. Het ruitvormige doek bestaat uit honderden rode, gele en blauwe kleurvlakjes die tot ritmische straten aaneengeregen zijn en horizontale en verticale lijnen vormen die de witte of gekleurde vlakken omkaderen – of ze juist openbreken. Hoe fascinerend ook het beweeglijke effect van de compositie, uiteindelijk blijkt het besef dat je naar een niet voltooid werk staat te kijken toch het sterkst de beleving ervan te bepalen.

Mondriaan werkte eraan van begin 1942 tot aan zijn dood op 1 februari 1944. Vooral in zijn laatste dagen heeft hij er nog behoorlijk wat aan veranderd. Zou hij, als zijn longontsteking hem niet noodlottig was geworden, er nog lang aan verder gewerkt hebben? Hoe zou het doek er ‘voltooid’ hebben uitgezien? Die vragen steken telkens weer de kop op, blijkbaar ook bij de museummedewerkers van het Gemeentemuseum. Hun wens om het schilderij beter te leren kennen, leidde ten slotte tot een grootschalig onderzoek. Dat ging in september 2006 van start en werd in samenwerking met het ICN en andere instanties zoveel mogelijk op zaal, achter een glazen wand uitgevoerd. Op het symposium van 29 augustus jongstleden in het Gemeentemuseum Den Haag werden de uitkomsten gepresenteerd van twee jaar röntgen-,  UV- en microscopische opnamen, infraroodreflectografie en verfijnde technische analyses door het MOLAB, een Italiaans initiatief dat technisch onderzoek combineert met schei- en natuurkundige kennis zonder dat daarbij het werk wordt aangeraakt, dus zonder verfmonsters en dergelijke.

Een half jaar tevoren was een van de belangrijkste uitkomsten al uitgelekt: Mondriaan had de compositie in grote trekken al lang vastgelegd, maar in zijn laatste levensdagen veranderde hij het totaalbeeld volkomen door stukjes met verf beschilderde tape aan te brengen. En het is vooral deze ingreep die het ritmische karakter van het doek bepaalt. Tijdens het symposium gingen verschillende sprekers uitgebreid in op allerlei technische details die de ontstaansgeschiedenis en vooral de revisies van het werk betreffen. Interessant daarbij waren de constateringen dat Mondriaan sommige geschilderde lijnen wegschrapte voor hij nieuwe aanbracht; dat hij de nieuwe vlakken eerst met potlood omlijnde om ze vervolgens van het midden uit met verf in te vullen; dat de meeste gele vlakken uit twee lagen bestaan, de rode meestal uit drie en de blauwe – die hij als laatste aanbracht – soms uit wel zeven lagen. Had hij moeite met die specifieke blauwe verf? Of was hij kritischer ten opzichte van deze kleur, die volgens zijn theorie immers het abstracte en het geestelijke het meest benaderde? Op die vragen werd helaas niet ingegaan.

Er waren nog meer intrigerende vaststellingen. Zo bleken in 1945 de punaises te zijn verwijderd waarmee de al dan niet beschilderde stukjes papier en karton op het doek vastzaten. De papiertjes en ook de reepjes en banen gekleurde en beschilderde tape werden daarna plat op het doek geplakt. Vergelijkingen met foto’s die nog in 1944 waren gemaakt, leerden vervolgens dat er al in 1945 papiertjes of stukjes tape verdwenen waren. Die werden later wel weer teruggeplakt, maar niet altijd op de goede plek. Het werk was dus enorm kwetsbaar. Dat in 1947 de toenmalige eigenaar besloot een zo exact mogelijke kopie te laten maken, blijkt een buitengewoon verstandige beslissing te zijn geweest. Aan de hand daarvan kon na iedere uitlening of restauratie getoetst worden of het originele beeld compleet was.

Het symposium presenteerde deze opwindende bevindingen zonder tot een wijziging of aanscherping van de interpretatie van Victory Boogie Woogie te komen. Interessante constateringen op het fysieke niveau werden niet op de betekenis van het schilderij betrokken. En dat is jammer. Want de werkelijke waarde van dit werk schuilt niet in het aankoopbedrag of de marktwaarde, noch in de fysieke eigenaardigheden, maar in de bijzondere betekenis die het werk heeft in het oeuvre van Mondriaan in het bijzonder en, iets algemener, in de moderne kunst van de 20ste eeuw.

 

• Het symposium The Making of Victor Boogie Woogie vond plaats op vrijdag 29 augustus 2008 in het Gemeentemuseum Den Haag.