Dorine Van Hoogstraten

DE WITTE RAAF

Editie 138 maart-april 2009

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Maak ons land

Het Nederlands Architectuurinstituut (NAi) heeft een dappere poging ondernomen om een gevarieerde groep van leken, bestuurders, politici en ontwerpers te betrekken bij een fris debat over de problematiek rond de complexe opgaven en problemen die spelen in de ruimtelijke ordening van het dichtbevolkte Nederland. In het vakblad De Architect schreef curator Linda Vlassenrood in november 2008 over de overwegingen van het NAi om dit debat te initiëren. Het is alleen al de moeite waard om mensen in te laten zien dat een 'mooie' of 'lelijke' plek meer is dan alleen zijn schoonheid of het gebrek daaraan; om uit te leggen dat mooi en lelijk misschien niet de meest geschikte termen zijn om over gebouwen en landschap te praten. Er zijn zo verschrikkelijk veel gemakzuchtige lijstjes gemaakt met de tien lelijkste gebouwen of mooiste plekjes. Actualiteitenrubriek NOVA maakte zelfs een item op televisie met de ontluisterende titel De Beuk erin. Mensen mochten lelijke gebouwen voordragen, niet gehinderd door kennis over culturele, historische, maatschappelijke of functionele achtergronden van de betreffende plekken.

Vlassenrood beschrijft in De Architect hoe ze geprobeerd heeft het fenomeen architectuurtentoonstelling opnieuw uit te vinden, in een poging een veelzijdige groep mensen met de werkelijke opgaven te confronteren. Het NAi heeft onder zijn nieuwe directeur Ole Bouman bovendien aangegeven actief betrokken te willen raken bij het ‘scheppen van ruimtelijke kwaliteit en het koesteren daarvan’. Dat heeft het instituut groots aangepakt door een manifestatie te organiseren met inzet van ongeveer alle beschikbare middelen. En de middelen die nog onbenut zijn, zullen ongetwijfeld de komende maanden worden aangegrepen, want Maak ons land duurt nog een paar maanden en zal nog leiden tot publicaties en andere producten.

De manifestatie is verdeeld in zes geëigende thema's: mobiliteit, wonen, werken, vrije tijd, groen en water. Niet origineel, wel werkbaar omdat bij elk van die thema's duidelijke groepen en vragen horen. Sinds het begin van de manifestatie in oktober staat elke maand een van deze thema's centraal.

De grote zaal van het NAi is ingericht als werkplaats met ruimte voor uiteenlopende activiteiten en presentaties. De opstelling wordt maandelijks aangepast. Bij de deur staat een gastheer voor de broodnodige uitleg en begeleiding. Toneelgroep Proluder is aanwezig om gesprekken met bezoekers aan te knopen en de uitkomsten te verwerken tot een voorstelling. Op een website worden verse resultaten en ideeën gepubliceerd. Regelmatig zijn er debatten en lezingen in het NAi. De grootste krant van Nederland (De Telegraaf) roept lezers op om te reageren op stellingen. Maandelijks is er een netwerkdiner voor mensen die vakmatig met een van de thema's te maken hebben. Columnisten zwengelen de vakdebatten aan en soms is er een symposium of workshop. Onderzoeksbureau Venhuizen heeft het spel The Making Of ontwikkeld, dat erop gericht is om in een ludieke sfeer ideeën en creatieve oplossingen te genereren. Het kan worden gespeeld door schoolgroepen, maar ook door medewerkers van een ministerie of andere instanties. Het NAi zorgt er regelmatig zelf voor dat ook ontwerpers en andere direct betrokkenen aan het spel deelnemen. Op verschillende manieren worden ideeën geoogst die tot een afsluitende publicatie, een manifest en een theatervoorstelling moeten leiden.

Het NAi heeft het zichzelf met Maak ons land niet makkelijk gemaakt. Het organiseren van een dergelijk veelomvattend project is ambitieus. Er zijn veel partijen bij de manifestatie betrokken en niet iedereen heeft dezelfde agenda. Bij de activiteiten rond het thema 'water' bijvoorbeeld zijn onder meer het Ministerie van Verkeer en Waterstaat betrokken, de Unie van Waterschappen, Leven met Water en Rijkswaterstaat. De neuzen van al die groepen moeten dezelfde kant op worden gedraaid zodat een gesprek over een integrale ruimtelijke ordening op gang kan komen. Voor nietsvermoedende bezoekers die op zoek zijn naar mooie architectuurtekeningen, zoals die niet lang geleden nog getoond werden bij de tentoonstelling over Le Corbusier, kan Maak ons land een ontgoocheling zijn. Esthetisch valt er weinig te beleven, alles is gericht op de participatie van de bezoeker. En daar moet je maar net voor in de stemming zijn.

Het aanleveren van inhoud doet het NAi niet enkel door op de juiste momenten hapklare brokken informatie te voorzien, maar ook door goede vragen te stellen. Bijvoorbeeld: wie is de eigenaar van de talloze files die Nederland elke dag vastzetten? Iedereen staat in de file, maar niemand voelt zich ervoor verantwoordelijk. Door de vraag aan bezoekers en Telegraaf-lezers voor te leggen, hoopt het NAi dat uit onverwachte hoek nieuwe ideeën zullen opborrelen. Een andere interessante vraag is waarom de Nederlanders weigeren te beseffen dat ze vroeg of laat natte voeten zullen hebben (terwijl de rest van de wereld dat al lang ziet aankomen). We denken allemaal dat De Overheid wel zal zorgen dat onze huizen droog blijven. Maar is dat per definitie wel mogelijk, of wenselijk? Natuurlijk zijn de vragen die gesteld worden soms maar al te bekend, zo niet cliché, maar toch moet er nog steeds over gepraat worden.

De toon van Maak ons land is optimistisch en soms wellicht naïef of eigenwijs, maar als zodanig biedt het project een aangenaam tegenwicht voor de algemene toon in de Nederlandse media, waar het gesprek over de problematiek van de ruimte ook gevoerd wordt. Die toon is vrijwel zonder uitzondering klagerig, benauwd en negatief. Journalisten verwarren kritiek erg vaak met negativisme. Des te prettiger is het om eens in een opgewekt constructieve omgeving te belanden, zoals de werkplaats van Maak ons land. Het is een laagdrempelige manifestatie met een vrolijke stemming die mede is opgewekt door de vormgeving. De ‘handen-uit-de-mouwensfeer’ heerst zelden bij symposia en congressen die door andere vakinstituten worden georganiseerd. Het is te hopen dat het NAi deze sfeer vast weet te houden en dat de toon niet alsnog hermetisch of vervelend intellectualistisch wordt als de deuren van de werkplaats sluiten. Wordt vervolgd.

Maak ons land tot 3 mei in het Nederlands Architectuurinstituut, Museumpark 25, 3015 CB Rotterdam (010/440.12.00; www.nai.nl).