Dorine Van Hoogstraten

DE WITTE RAAF

Editie 138 maart-april 2009

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Schrijven over scholen

Zowel in Vlaanderen als in Nederland zijn respectabele boeken gemaakt over recente scholenbouw. In Nederland was reeds een hele reeks grotere en kleinere publicaties over scholenbouw verschenen waarop het boek Een traditie van verandering, verschenen in 2008, kon voortbouwen. In 2005 schreef ik op deze pagina's al over twee scholenboeken, waaronder Dolf Broekhuizens Openluchtscholen in Nederland. Die publicatie ging verder op de teneur van het boek Nederland naar school uit 1996. Ook zijn de laatste jaren allerlei prijsvragen en publicaties verschenen over scholen in verschillende delen van het land. Bovendien wordt elke twee jaar de scholenbouwprijs uitgereikt op initiatief van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, en ook die prijs gaat vergezeld van een publicatie.

In 2008 is met Een traditie van verandering een lijvig werk aan deze reeks toegevoegd. In vijf stevige hoofdstukken wordt de ontwikkeling van het schoolgebouw op verschillende manieren benaderd. De veertig gedocumenteerde schoolgebouwen bieden een breed overzicht van wat architecten in Nederland de laatste tijd hebben gepresteerd. Iedere beschrijving is geïllustreerd met plattegronden en foto's van interieur en exterieur.

Een traditie van verandering leidt de betekenis van de schoolgebouwen af uit de architectuur, uit de vertaling van pedagogische opvattingen in de inrichting en uit de architectuurhistorische en stedenbouwkundige context. Het boek opent met een korte karakteristiek van schoolarchitectuur van de laatste decennia. Een gedegen hoofdstuk over het nieuwe elan in de scholenbouw van na de oorlog en de historische verbanden tussen didactiek en architectuur, treffend geïllustreerd met historische foto's en tekeningen, geeft een helder inzicht in de bestaande traditie. Het hoofdstuk over de veranderingen die zich de laatste jaren hebben voltrokken in de school als gebouwtype, volgend op ingrijpende didactische veranderingen, is wat moeizamer geschreven dan de andere stukken, maar geeft enig inzicht in de ruimtelijke consequenties van het zogeheten 'nieuwe leren'. De aandacht voor zowel de inrichting van schoolgebouwen als de stedenbouwkundige context lezen daarop weer fris en verschaffen het boek een brede, stevig onderbouwde kijk op het gebouwtype.

In Vlaanderen ontbrak een recente geschiedschrijving van de scholenbouw, aldus de auteurs van De school als ontwerpopgave, dat in 2006 verscheen. Ze stellen dat er ‘de laatste decennia op het gebied van de schoolarchitectuur niet zo veel te noteren en te bespreken viel’ (p. 10). Dat is blijkbaar veranderd. In De school als ontwerpopgave staat weinig dat niet interessant is om te lezen of te bediscussiëren. Het boek is meer academisch opgezet dan zijn Nederlandse opvolger. Het opent met een tekst over de institutionele context van scholenbouw in Vlaanderen en een verhandeling over het schooltraktaat, een soort historiografische verantwoording van het boek. Vervolgens zijn literaire fragmenten van grote Belgische schrijvers als Hugo Claus en Tom Lanoye opgenomen, die de herinnering aan de school verwoorden. Hoewel De school als ontwerpopgave ook treffende foto's van Jan Kempenaers bevat, zou je kunnen zeggen dat de literaire fragmenten deels de rol vervullen van de rijke illustraties in Een traditie van verandering. Ze zetten een sfeer neer, geven een onafhankelijke, eigenzinnige visie op de betekenis en het gebruik van het schoolgebouw. Vijftien schoolgebouwen en -ontwerpen worden uitgebreid besproken en geanalyseerd aan de hand van een aantal universele elementen, zoals de klas, de gang en de refter. Interessant is te zien dat sommige van deze elementen, die bij alle Vlaamse voorbeelden beschreven worden, bij Nederlandse scholen nauwelijks voorkomen. Dit instrument om de scholen te bestuderen is dus heel precies afgestemd op de situatie in Vlaanderen.

De school als ontwerpopgave is ook een manifest voor een betere, meer menselijke schoolarchitectuur. De schrijvers verzetten zich expliciet tegen de reductie van de school tot een serie voorschriften en normen. Cruciaal voor de kwaliteit van de school is, aldus de auteurs, het gesprek dat de schoolarchitectuur weet te voeden over de manier waarop de school het gebouw wil bewonen. De betekenis van schoolarchitectuur zit dan verborgen in het gesprek, niet in de vormgeving of de letterlijke vertaling van een pedagogische opvatting in het ontwerp.

De school is een heel universeel gebouwtype omdat iedereen er herinneringen aan heeft. Iedereen weet nog hoe hij door de voordeur kwam, zich door de gangen bewoog en in de klas zat. Een school is een geheugenplaats voor iedereen. Dat aspect wordt in De school als ontwerpopgave benadrukt door de literaire fragmenten; de auteurs beschrijven herkenbare herinneringen en sommige architecten, zoals Wim Cuyvers, maken in hun werk specifiek gebruik van dat soort universele herinneringen. Tegelijk is een school ongelofelijk specifiek. Waar de school voorheen vrijwel geheel naar binnen was gekeerd, kiest de samenleving nu voor het concept van een open school waar de buitenwereld – al dan niet gedoseerd – in kan binnendringen. De school wil een centraal punt zijn in de buurt, open voor ouders en andere gebruikers na schooltijd. Dat maakt van de school een heel specifiek gebouw, dat zowel stedenbouwkundig als maatschappelijk en functioneel in een buurt verankerd is.

De school is echter een plek waar ook de volwassenen die er werken zich thuis moeten kunnen voelen. De leraren zijn bepalend voor de manier waarop de school bewoond wordt, maar hun plek in het schoolgebouw krijgt opvallend weinig aandacht. In Den Haag was dat voor de toenmalige wethouder Pierre Heijnen een van de redenen om nog eens goed alle schoolgebouwen in de stad te checken op hun bruikbaarheid en kwaliteit. Hij constateerde dat leraren vaak helemaal geen goede werkplek hadden, en geen omgeving om te pauzeren, terwijl ook voorzieningen vaak erbarmelijk slecht waren. In De school als ontwerpopgave wordt de mogelijkheid voor de leerkrachten om zich de school eigen te maken vooralsnog een blinde vlek genoemd in de schoolarchitectuur. Een niet onbelangrijke constatering.

In Nederland is op het eind van de 20ste eeuw, parallel met een stevige opleving in architectuur en vormgeving, een productie op gang gekomen van architectuurboeken die goed verzorgd, zo niet luxueus, worden uitgegeven, en waarvoor een bekende fotograaf werd aangezocht om zijn visie te geven op het onderwerp. Deze gedegen architectuurhistorische studies worden dikwijls los van een universitaire omgeving uitgevoerd. Het zorgt voor veelzijdige en toegankelijke boeken, zoals Een traditie van verandering, die het goed doen op de koffietafel, maar ook echt gebruikt kunnen worden door schoolbesturen en architecten als inspiratiebron voor nieuw te bouwen scholen.

De school als ontwerpopgave stamt uit een andere wereld, die van de Vakgroep Architectuur en Stedenbouw van de Universiteit Gent. Het is eveneens een echt architectuurboek: mooi vormgegeven met een uitvouwbare omslag vol tekeningen en teksten, met een serie indringende klassenportretten, alle nodige plattegronden en tekeningen. Maar het is een boek dat het minder goed zou doen op de koffietafel. De grondigheid in analyse en het theoretisch kader zijn kenmerkend voor een academische omgeving. Gelukkig zijn de teksten leesbaar en inspirerend.

Beide boeken zijn gemaakt met veel liefde voor het onderwijs. Het ene legt meer verbanden met de literatuur, het theoretisch kader en algemeen sociaal-maatschappelijke aspecten; het andere legt meer expliciete banden met tradities in de architectuur en vormgeving. Beide boeken zullen bijdragen aan de kwaliteit van de scholenbouw in de respectievelijke landen. En dat is altijd nodig, want de school is een kleine wereld en kinderen verdienen het om in een betere, een voorbeeldige wereld op te groeien. En architecten kunnen nooit betere scholen maken zonder gedegen kennis van het bestaande.

• Maarten Van Den Driessche en Bart Verschaffel (red.), De school als ontwerpopgave. Schoolarchitectuur in Vlaanderen 1995-2005, verscheen in 2006 bij A & S Books, Gent. ISBN 907-67-143-12

• Ton Verstegen (red.), Een traditie van verandering. De architectuur van het hedendaagse schoolgebouw, verscheen in 2008 bij NAi Publishers, Rotterdam (www.nai.nl). ISBN 978-90-5662-655-6