Jeroen Mettes

DE WITTE RAAF

Editie 140 juli-augustus 2009

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Uit N30 (18)

 

18 

 

Dit boek is in de gevangenis geschreven. Ik wil geen overmatige verwijten maken aan de huidige bestuurders van Nederland, maar mag ik nog iets noemen dat raspt over mijn ziel? Ik wil zoveel. Ik had er ook koeien neer kunnen zetten, maar dat was te weinig contrast.

‘Doe niet zo raar,’ riep ik.

57,5 in Valkenswaard. Zeep glipt.

Botten door huid, licht door een hand.

Ze wast ze. (Soms zijn dingen ingewikkelder dan ze zijn.) Ze haten je eenzaamheid. De uitputting van het verlangen. Je zoekt werk en je verlangt ervan verlost te worden.

IK WIL NIET GETROOST WORDEN.

Het is een maatschappelijk probleem.

Oranje licht uit de badkamer. Ik sla me er doorheen. Niemand kan het wat schelen. Ik blijf steken. De sterren. Twee parallelle liften trekken zich aan elkaar op langs de bureaucratische boogie woogie van een nieuw kantoorgebouw; de dragende constructie (de werkelijke pijn) blijft onzichtbaar.

Waarom denk je dat ik zo lang heb gezwegen? Er was nergens (voor hem). Wandering between two worlds, / One dead, the other unable to be born. Ze pakt een stuk krant van de grond en begint te lezen: ‘80 ILLEGALEN TERUGGEVLOGEN NAAR BULGARIJE.’

Hoe heet deze kleur ook weer? Lamp, zon of spiegeling in de ruiten? De helft is al verwelkt, maar de witte bloeien nog.

Nou, daar sta je voor de zoveelste keer met je penis. De tijd vliegt. […] Je kunt je samenleving niet inrichten als orgie en verwachten dat alles vlekkeloos zal verlopen… Ik ben een indruk die zich verzamelt/verandert. Licht uit. Naar beneden. Waar kijk je? Ik ben achter me. Er is geen water op de slaapzaal in ’t midden van de nacht.

 Als de zon weggaat trekt de schaduw langzaam in het donker.

 ‘Meer niet?’

 ‘O m’n koffie!’

 Bouwvakkers schreeuwen in de onvoltooide leegte van hun werk. Een wolk waait op. Mozart. Op zoveel licht was ik niet berekend. Als je geld hebt voor kinderen, heb je ook geld voor ’n auto. LET’S GET TRIVIAL. Ik ben een hoerenloper, net als je vader. ’n Kanarie in een kooitje; lichtbruin meisje (±12 jaar) zit er zo ongeïnteresseerd (vroeg volwassen) mogelijk naast. De Romantische kunstenaar schept uit onvrede, uit gebrek, uit verlangen naar iets anders. Een man aan de kassa met twee kratten bier (Heineken). Dat is toch erg? Ja, leuk. Ik hield even haar hele naakte lichaam in mijn mond. Ik zeg maar wat. Weet zijn vrouw ervan? Er ligt ondergoed op de achterbank. ‘Maar ik wil méér, schat.’ Jonge zwanen liggen in het gras, geflankeerd door beide ouders. D788. 920BPk Cab. 1. De trein stopt. De Sociale Verzekeringsbank ligt in elke stad op loopafstand van het Centraal Station. Dé dood bestaat niet; er is alleen dood (onbepaald meervoud), democratisch verdeeld over onze lichamen als zuurstof in de lucht. Een grote gerafelde wolk, aan de onderkant donker tot zwart (als aarde). Seks? Tijgerbrood. BEL JE MOEDER. Baby in een donkere kamer, aangesloten op de computer; hersengolven. M’n bed, m’n tv, lichtblauwe lakens. Ze ontkleedde zich als een ander.

Lichamen ontmoeten zonder te raken.

Suiker? Melk. Tennis. Pesto. Olieachtig. Waar is ze? Tepel. (Ik heb dit een tijdje geleden geschreven en toen vond ik het geweldig, maar nu vind ik het afschuwelijk; alhoewel…) Een baby wordt in de O van LOVE gezet. Tas van Super de Boer tussen haar benen. Ze slaapt nog. Doritos Dippas Salsa. Nu weet u waarom. George W. Bush. Deze gedachte zou net zo goed ’t einde van de wereld kunnen zijn. […] Koeien staan als komma’s in ’t landschap. Zeep valt in de wasbak. Gezicht in een spiegel. O nee, toch wel. Vrije tijd verdeelt arbeid. Mijn kapsel maakt géén deel uit van mijn oeuvre.

Ik, Benito Mussolini, bedek m’n hoofd alsof het op ontploffen staat.

Toen het af was opende ik een fles wijn en begon aan een begeleidend schrijven. Als er maar één keuze is, is het dan nog een keuze? Een woord verwijst zoals een blinde over straat loopt. Dáár – achter je.

‘Ze lijkt niet op jou, mama.’

Ze zei dat je een schatje was, maar ik kon het niet geloven. Jij met je kampbeulen die Schubert spelen! Ik schreef ergens… Jij met je ogen (niet zwart, maar bruin) in de Bijenkorf, bij de V&D, de H&M, de boekhandel waar alleen bejaarden komen… Je weet hoe ik denk over het bewapenen van idioten. Ik ben nog jong, maar heb al veel meegemaakt.

Ze zei: ‘Niet bang zijn. Ik hou niet van je, maar…’

WOORDEN DIE IK DE AFGELOPEN DAGEN GEBRUIKT HEB.

‘Wij horen niet bij elkaar hoor.’

‘Ja.’

Alles is kijken (naar buiten).

Welkom op mijn website. Ik kan niet kiezen. ALS ER OP ONS GESCHOTEN WORDT, SCHIETEN WE TERUG. Ja, ik sta positief in ’t leven. Ik ben ’n eikel. Ik kan niet lezen.

‘Ik ben bang om me helemaal te geven.’

In ’n droom vanochtend, m’n moeder bij me in bed: ‘Ik moet poepen! Ik moet poepen!’

Ik gooi mijn notitieboekjes weg. Haar mond. Ze ligt achterover op de achterbank. Waar wacht je nog op? Stel dat ik in de narcose blijf… Mijn haar heeft meer nodig dan shampoo. Ze was een teer, promiscu meisje, maar haar koffie was niet te zuipen. Daar: rugzak tot op haar kont, hoofd naar beneden, lezend.

‘Fatsoen’ is ’n aardige definitie van passief nihilisme (‘normen en waarden’).

Krijg toch allemaal de klere. Val voor mijn part allemaal dood. Ik heb geen zin om raad te leren. Haar rok een beetje op als ze loopt. Altijd november, knakworstjes. Voer voor je kijken. Wat gebeurt er? Nog een geluk dat. Loopt het eruit?

Het was zo helder dat we niet wisten of de bladeren op de bodem lagen of op het oppervlak dreven.

Twee.

Twee.

Handen bewegen. Nog niet. Geen geluid. Lucht.

Geen troost. Boven de toiletpot. Islamitische met ’n lekker dikke kont – hup hup (heupen O! Zelfs wanneer je op de rand van de afgrond lijkt te staan en het ernaar uitziet dat je door God bent verlaten, aarzel je niet van Hem een wonder te verwachten. And was Jerusalem builded here / Amongst these dark Satanic mills? Even staat de tijd stil, dan: ‘Vraagje…’ Het regent. Ik wil op systematische wijze gelezen worden door een professionele lezer.

‘Ik ben niet eens een holte.’

Je hebt vier woorden: vorm (g)een cliché. Een laatste streep oranje licht trekt de duisternis langzaam over de huizen. Wie heeft er gebeld voor pizza? Mijn eenzaamheid is een groot wit gebouw met verschillende verdiepingen. (Deze zin niet hardop lezen bij een voordracht.) Doet het pijn nu de dingen hun werkelijkheid hebben verloren? Er lijkt donker te komen (uit de ramen). Ik zou me moeten schamen, maar… Heb je iets om in te plassen? Al in 1906 zei onze oprichter W.K. Kellogg –.

Ik weet niet of je ooit op de psychiatrische afdeling van een ziekenhuis hebt gelegen, maar ze laten je niet uitslapen en je moet De Telegraaf lezen en ganzenborden met de stagiaire. En toen daalden we af naar de zeekant en trokken de krokodil in de vonkende zee en zetten muziek op. […] De ogen open, slapeloos. Het model vooronderstelt niet alleen consensus, maar heeft consensus als doelstelling.

En de laatste regel deed het gedicht als het ware in de lach schieten om zijn eigen onbenulligheid. Het waren de donkere dagen van München. Ik wist dat ze heel ernstig ziek was. Ik had eigenlijk helemaal geen zin in de jus d’orange die ik besteld had en verveeld keek ik op mijn horloge. Het is de taak van ons, slinkse intellectuelen, om. Zitten er beestjes in dan? Hij moest zichzelf bekennen dat er niets meer was, helemaal niets – alles was kapot. Poëzie als de enige en eeuwige uitzondering op de regel van de fataliteit van de geschiedenis? De harmonische drieklank, die hij met Onno en Ada had gevormd, was definitief veranderd in een dissonant akkoord uit de school van Darmstadt. O ja. Aeneas. Ook jij moet eraan geloven. Er is ’n ander in mijn leven gekomen. De onverschilligheid die ik had voorgewend terwijl ik niets anders deed dan huilen is op den duur werkelijkheid geworden.

‘Ik weet het niet hoor… Ik ben geen radicaal persoon. Ik geef gewoon veel om mensen.’

Haar moeder is een plastisch chirurg of de assistente van een plastisch chirurg of zoiets. […] Februari, aan de kust.

Een mens is op zee.

Betekent de Y dat ze ‘ballen’ heeft (een y-chromosoom) of is het een geabstraheerde vrouwenschoot?

Our island home / Is far beyond the wave; we will no longer roam.

Homo universalis had ook een zoon, ’n zwarte jongen die ’t afval verzamelt en achter zich aan sleept in ’n doorzichtige plastic zak, een oude vrouw in het gangpad, gebaseerd op een brief die prins Giovanni Bentivoglio uit Bologna in 1479 schreef aan de Florentijnse vorst Lorenzo il Magnifico: ‘Om deze oorlog te winnen, zul je volkerenmoord moeten overwegen.’

‘Ben je niet een beetje oud om jezelf zo te haten?’

Bij ons is alles anders. Graffito op een treinstoel: ‘Goeie Marokkanen hoeven niks te vrezen.’

53,5 (in Valkenswaard). Is dit wat de Amerikanen te wachten staat? We namen een onbezette stoel van een buurtafeltje en ze kwam bij ons zitten en vertelde over haar leven en ineens begreep ik dat het tragisch was.

Ik zie niets, alleen de reflectie. Samen springen we van een hoge rots ergens in Scandinavië. Beweging. Hier had best iets anders kunnen staan. Blauw balkje nadert langzaam Unknown Zone. Dat we je als vuil behandelen betekent nog niet dat je ons mag haten. Olson (’51): ‘Value is perishing from the earth because no one cares to fight down to it beneath the glowing surfaces so attractive to all.’ Zwart in den kouden tijd / staan de torens der dromen. Spreek na de pieptoon uw reactie in en druk op het hekje om af te sluiten. Lekker hoor. […] Ze had m’n beltoon nog nooit gehoord, want het was altijd zij die belde. […] Weet je op wie je lijkt? Op de brommer langs het maïs (vorm van). Girls girls girls.

EuroDusnie. Werk werk werk. Deepak Chopra. Just donut. Integratie met behoud van eigen identiteit. Espresso. Splash. DAF.

Zeeman met boeken.

Toen ik hem opnam hoorde ik alleen maar geruis. Tuurlijk. Hij zit gewoon op z’n werk. Op weg naar de bank hoorde ik ’t op de radio. De geschiedenis is weer begonnen. Waar blijf je? Ik dacht dat er wat gebeurde: iedereen leek op hetzelfde moment op te kijken, ik weet niet in welke richting, en het licht veranderde en ik voelde me gegrepen bij mijn adem. […] Het werd stiller. Ik ben ook een meisje, hier, op dit toilet. Een kaart van Picasso (Juan Gris?). Centraal Bureau voor de Statistiek. De geur van zweet – niet het jouwe – in je handen. Omgevallen fiets als een dode hond (gewonde vrouw).

We liggen eruit.

Hij vloog er zo recht tegenaan. Iedereen begon te gillen, de mensen sprongen uit de ramen. Toen draaide ik me om. In het lichaam klopt een hart. Alles. In het lichaam op de operatietafel klopt een hart. Donker. Close-up van handen onder lopend zilverkleurig water. 15 miljoen mensen. De microfoon staat open.

16 miljoen mensen.

‘Het is allemaal van jou,’ hoor ik al m’n hele leven, en het is ’n vloek, of erger, een imperatief: ‘Haat jezelf zoals wij onszelf haten en zoals je moeder je gehaat zou hebben als ze niet zoveel van je had gehouden.’

Een roos / als een.

Twee koffie.

Let’s make things better. Luister… Het heeft jaren geduurd om dat verwerkingsproces in gang te zetten… Ze stond daar opeens in mijn T-shirt in het midden van de nacht. Wellicht heeft het iets te maken met de versplintering van het moderne levensgevoel. Het waren de donkere dagen van München. Ik wist dat ze heel ernstig ziek was. Terecht. SYBREN POLET IS GEEN ECHTE SCHRIJVER. Eén voor één gaan ze open.

Stilte. Opsporen, vervolgen, uitzetten. Ontspannen. Think on hell Faustus, for thou art damned. Godzijdank, het was maar een droom. De slanke schaduw van een takelwagen glijdt over de vloerbedekking en langs de kasten en computers. DIT IS UW MENING.

We moeten de deur forceren om binnen te komen. Zulke gedachten gaan (‘schieten’) door je heen.

‘Yes but I like bourgeois illusions.’

‘Wil je ze zien,’ vroeg ze – terras, laat in de middag – en ze had het verband er al afgehaald; ze leek er erg mee ingenomen. Maar als Socrates een vraag stelt ren ik weg. Ik ben ’n schrijver.

‘Ik wil weten wie er gelijk heeft – de maatschappij of ik!’

Alle pulp is welkom.

Schiet op de man met de gestolen salami! Onoverkomelijke zaken eisen óf dat men over ze zwijgt, óf dat men op onoverkomelijke wijze over ze spreekt. Nou ja, plotseling… Ze breekt de eieren één voor één boven de pan. Je bent vrijwel niet veranderd. Klootzak. Ik háát je nieuwe imago. Ik ben er kapot van. Alles zal verloren gaan en roemloos stranden. Ik bedoel.

Stel dat God het global village opstuurt naar de uitgeverij van de duivel: schrijf een begeleidend schrijven.

Laten we eerlijk zijn… Ik ben vergeten waar yuppies de klemtoon leggen in ‘Malevitsj’ en ik ben bang die fout te maken. Ik ben altijd mezelf gebleven en heb dus niets om me voor te schamen. ‘Natuurlijk heb je gelijk dat je jezelf in brand steekt, jongen.’ We hebben geen tijd te verliezen. Dit is de best denkbare wereld. Daarom hebben we het plan opgevat alle klantgegevens voortaan in één centraal systeem vast te leggen.

‘Ik hoop nog steeds dat ze iets zullen vinden, een horloge, een foto…’

‘OPENEN’? Voor niets kom ik in opstand. Zeg dat tegen DJ Himmler 2000! We weten niet wat er aan de hand is en dát is wat er aan de hand is. Kantoorvilla’s in het groene dal van Waalre.

Hoe gangbaar en verhelderend deze verwijzing naar de oude Grieken, die handwerk en kunst met één en hetzelfde woord pleegden aan te duiden, ook mag zijn, zij blijft nog scheef en oppervlakkig. Een afwasborstel legt evengoed grenzen op aan zichzelf, de gebruiker en de afwas.

‘Jongen, doe normaal!’

Profiteer nú! Pff. Ja, het is jammer dat geestelijk gestoorden geen wezenlijk diepere kennis hebben van de wereld waarin we leven, maar… En overal waar je omhoog kijkt is lucht. Regendonker. Drie meisjes hebben het over ‘die nepneger met die dikke lippen’, de neef van één van hen, die iets heeft gehad met de zus van een (niet aanwezige) ander. Het is eigenlijk als ramp begonnen…

We gingen met de bus – ze had hooikoorts, ’t was warm – naar mijn kamer aan de andere kant van de stad.

Ik haat jullie! Stelletje zeikerds! You’re hurting me!

‘We zijn allemaal slachtoffers.’

We staan allemaal naakt op internet.

Hoe bekend (nabij) de kathedraal ook geweest mag zijn voor de omwonende bevolking, de kunst stond in groot en verschrikkelijk contrast met de alledaagse werkelijkheid van de werkende mensen, en misschien zelfs met die van hun meesters. […] Ik weet ineens niet meer waar ik mee bezig ben. Mijn dochters heb ik in het ziekenhuis gekregen. Ik was net Robocop aan het kijken… Zal ik je dan maar pijpen? ‘Als het een beetje meezit zal er niet veel veranderen,’ aldus de nieuwslezer. De mislukking van de ministersbijeenkomst van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) eind ’99 markeert een fundamentele verandering van wat onder politiek wordt verstaan.

’t Gezicht dat je aankeek is verdwenen.

Haar beeld in mijn herinnering was zo fragmentarisch geworden dat het me nog nauwelijks droevig stemde. […] Herfst. Werk.

Een kind salueert. […] Pardon, lul. Gele (‘gouden’) ‘M’ op ’n paal langs de snelweg. Te huur. De ruimte van het volledig leven. Coca-Cola. (Dat is Swahili voor ‘op z’n hondjes’.) Puur natuur. Tapijten / gordijnen.

‘Ben jij nou de echte Adolf Hitler?’

IK WIL NU GETROOST WORDEN.

Maar je aankleden is altijd het moeilijkst hè? Wie zal zeggen wie je bent?

We zien onszelf als een innovatieve onderneming. (De verschillen zijn elektronisch te meten en de resultaten kunnen worden gebruikt om zelfmoordplannen te achterhalen.) Sluit je ogen en probeer je dat voor te stellen. ’n Meisje in een aftandse groene legerjas op het perron in Leiden. Ze loopt naast haar fiets (Evelien) onder een wit bos van wolken. En dat ging zo maar door, bladzij na bladzij, zonder ophouden. Niks aan te doen. De oorlog is nog niet begonnen. Ik weet echt niet meer wat ik doen moet.

Ik heb nog maar vijftig jaar te leven. Jij? ‘Hou in gedachten dat je vanaf nu wel degelijk verantwoordelijk bent voor de interpretatie van een autochtoon.’ Acht uur goed?

De maatschappij dat ben jij. De hel dat zijn de anderen.

TOP Oss. Uw.

Spare ribs. Een vrouw in de supermarkt ruikt één voor één aan de meloenen. Rorschachtest: ik zie alleen maar vlekken. Wat is nou de ideale maatschappij? Roerloze kranen, skeletten. Uit onderzoek in de VS is gebleken dat kinderen ketchup in een andere kleur wilden.

Eerst werd blauw geprobeerd, maar toen werden we het eens over donkergroen, omdat die kleur beter aansluit bij de keukenlogica.

‘Als je gaat studeren, Jeroen, word dan lid van een studentenvereniging. Dat heb ik ook gedaan.’

(Hilarische fragmenten uit voorgaande seizoenen.)

Poedel in ’n plastic bakje achter op de fiets van ’n ontroerend lelijk meisje. LATEN WE DE HOLOCAUST VERGETEN. Je maakt al reclame zolang als ik leef. ’n Minuscuul wit wormpje kronkelt in de stront op m’n vinger. Wash & Go. Ik voel dat iets je dwars zit. Discipline, toezicht en straf. Pepping / Caballero / Orangina. Een man houdt al etend met één hand zijn hoofd vast. Door kamers toe te voegen dacht hij eeuwig te kunnen blijven leven.

Dit is (niet) Amerika.

Een vrouw legt haar voeten op de lege zitplaats (naast me) in de trein. Dan belde ik na een tijdje om te vragen hoe het met hem ging. Een jongen parodieert de (werkelijke) pijn die zijn vriendin hem lachend toebrengt. Het andere affiche is dat van Che Guevara met het gezicht van Bin Laden en een Niketeken op zijn baret.

‘Wat heb jij gedaan in de grote vakantie?’

G8: RIJKDOM VERDELEN.

Gek genoeg overviel die vraag hem enigszins, en na een aantal seconden over het antwoord te hebben nagedacht, vroeg hij zich hardop af: ‘Ach, wat is geluk?’

Parijs steeg.

De horizon = elke kant op.