Steven Humblet

DE WITTE RAAF

Editie 140 juli-augustus 2009

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Duane Michals

 

Al vanaf haar conceptie zit fotografie geprangd tussen de dienende taak de wereld te documenteren en het ambitieuze verlangen hem te vertellen. Heel de historische ontwikkeling van de fotografie is gebaseerd op deze (onophefbare) spanning tussen tonen en verhalen, tussen vaststelling en argumentatie. De meeste fotografen deinzen terug voor deze verscheurende dualiteit en kiezen dan maar voor de zekerheid van een van beide kampen. Sommigen echter (wellicht de meest interessante) plaatsen hun praktijk juist in het hart van dit onbeheersbare krachtenveld. Het prikkelende oeuvre van de Amerikaanse fotograaf Duane Michals is daar een indrukwekkend voorbeeld van.

Het werk van Michals (°1932) schuurt voortdurend langs de grenzen van de fotografie. Gevestigde conventies worden radicaal in vraag gesteld: hij vervangt het singuliere beeld door de sequens, hij neemt afstand van de technische perfectie van het fotografische dispositief door de bewuste introductie van fotografische ‘fouten’ (dubbeldruk, bewegingsonscherpte…), de vigerende snapshotcultuur wordt ingeruild voor een doorwrochte enscenering, de verhouding tussen beeld en taal wordt op scherp gezet… Al deze ingrepen zijn erop gericht fotografie van een puur technisch duplicaat te transformeren in een narratief (en dus gelaagd) beeld. Het directe contact wordt vervangen door een bemiddelde relatie: de fotograaf schrijft zich als filter in tussen beeld en werkelijkheid.

Michals ontwikkelt zijn fotografische methode niet toevallig in het begin van de jaren 60, een periode waarin de reportagefotografie nog altijd de boventoon voert. Van de reportagefotografie neemt hij de narratieve impuls over: het werken in series en het optuigen van de beelden met tekst (twee cruciale eigenschappen van de reportagefotografie) getuigen daarvan. Waar de reportagefotografie de vertellende kracht van het fotografische beeld echter vooral inzet om het brede publiek te informeren, beoogt Michals duidelijk iets anders. Niet het verklaren van de wereld aan de hand van visuele bewijsstukken, maar de persoonlijke beleving ervan aanschouwelijk maken in poëtische observaties. Fotografie moet in de eerste plaats ‘ik’ zeggen, de wereld vanuit een persoonlijk standpunt vertolken.

De complexiteit van sommige narratieve structuren, met als hoogtepunt de mise-en-abîme, maakt duidelijk hoe hoog hij de lat wel legt, zonder daarbij echter in hermetisme te vervallen – zoals bijvoorbeeld wel het geval is in de fotoromans van Marie-Françoise Plissart. De verhalen blijven leesbaar, de techniek is haast archaïsch. Michals beoogt niet de lezer te epateren met spectaculaire narratieve acrobatieën, maar wil hem zo accuraat mogelijk inleiden tot zijn leefwereld – zonder in een puur autobiografisch relaas te vervallen. Met alle toegepaste technieken en toegeëigende verhalen heeft hij slechts één doel: zichzelf aanwezig stellen als maker én onderwerp van het beeld. Het simpele, maar o zo verraderlijke mechaniekje van de camera dat de mens op een fundamentele manier buitensluit uit het productieproces van het beeld, moet terug binnen de invloedsfeer van een menselijke maker gebracht worden. Het ‘echte’ werk vindt dan ook niet plaats in de donkere beslotenheid van de camera, maar in het atelier waar de beeldenmaker voor zichzelf een plaats verovert in het beeld.

Het gevaar van deze spreidstand tussen beeld en tekst is vaak dat één van beide media het overwicht krijgt. Het beeld verengt dan al snel tot een illustratie bij de tekst of de tekst wordt gereduceerd tot een verklaring van het beeld. Michals slaagt erin alles in balans te houden, niet door tekst en beeld tot elkaars spiegelbeeld te maken, maar juist door beide media formeel en inhoudelijk tegenover elkaar uit te spelen. Zo zal de tekst die hij in de marge van de fotografische print plaatst altijd handgeschreven zijn. In deze beeld/tekstcollages wordt de mechanische en onpersoonlijke blik van de camera uitgespeeld tegen de persoonlijke, lichamelijke investering van de schrijver. Alleen al door die verschillende productiewijze zullen tekst en beeld elkaar nooit volledig dekken. Ook inhoudelijk vertaalt zich dat in een spanning tussen beide media: de tekst staat niet stil bij wat er in het beeld te zien is, maar gaat juist over wat in het beeld niet langer kan verschijnen. De tekst roept het (onbereikbare) verleden op, het beeld toont het (ontoereikende) heden: in de kloof tussen beide wordt het (onstilbare) verlangen van de auteur opgespannen.

De idee van afwezigheid (die van de dood), duikt wel vaker op in het werk van Michals. Veel reeksen handelen over de dood: spoken en geesten zijn alomtegenwoordig, in een aantal zelfportretten ensceneert hij zijn eigen dood, in een andere sequens wordt de dood zelf ten tonele gevoerd terwijl hij een ouder familielid van de fotograaf tot zich roept. Het is niet verwonderlijk dat Michals deze morbide obsessie met het levenseinde precies in een fotografische vorm giet – al vanaf haar conceptie riep fotografie associaties met de dood op. Michals gebruikt het fotografische beeld echter niet als een burcht tegen het onvermijdelijke, maar juist als een oefening in sterven. Door bewegingsonscherpte blijft het gefotografeerde weifelend hangen tussen verschijning en verdwijning: figuren lossen op voor onze ogen of exploderen tot kosmisch stof.

In de reeksen van Michals verliest het fotografische beeld zijn documentaire bewijskracht. De foto is geen vaststelling meer, maar een vraag (een van zijn mooiste boeken heet niet zonder reden Questions Without Answers). De wijze waarop hij het visuele motief van de spiegel inzet in zijn beelden getuigt evenzeer van die visie. De spiegel is bijna altijd een vervormende spiegel, een duidelijke sneer naar de aloude opvatting van het fotografische beeld als een spiegel met geheugen (een vaak terugkerende metafoor waarmee de eerste generatie fotografen het wetenschappelijk wonder der fotografie probeerden te omschrijven). In het vervormde spiegelbeeld verschijnt niet een zuiver duplicaat van de werkelijkheid, maar worden koortsdromen, verlangens, nachtmerries tot leven gewekt. In het werk van Michals droomt fotografie de wereld: het biedt de lezer een beeld dat verder reikt dan de gladde perfectie van een volmaakte, maar helaas steriele herhaling.

 

50 Duane Michals ou le présent composé nog tot 13 september in het Musée de la Photographie, Avenue Paul Pastur 11, Charleroi (071/43.58.10; www.museephoto.be).