Merel Van Tilburg

DE WITTE RAAF

Editie 140 juli-augustus 2009

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

United Technologies

Lismore Castle, een spectaculair middeleeuws kasteel, is sinds 1753 in het bezit van de Dukes of Devonshire. Deze hertogen stelden in de loop der tijd een van de omvangrijkste private kunstcollecties van Groot-Brittannië samen, ondergebracht in Chatsworth House in Engeland. In de tuinen van het Ierse ‘bij’-kasteel in Lismore opende de aankomende Duke in 2003 een ruimte voor hedendaagse kunst. Elk jaar vindt hier in de zomermaanden één tentoonstelling plaats. Dit jaar werd de tentoonstelling gemaakt door Philippe Pirotte, directeur van de Kunsthalle in Bern.

Het project mag op zijn minst verrassend heten. Je ziet niet vaak een tentoonstelling met internationaal bekende kunstenaars in een verafgelegen, lastige en kleine tentoonstellingsruimte, in opdracht bovendien van een ouderwetse mecenas. De geschiedenis en de structuur van Lismore Castle blijken echter een aantal intelligente reflecties op kunst- en tentoonstellingspraktijken uit te lokken.

De verhaallijnen van de tentoonstelling vormen een enigszins complex en vertakt geheel, gebaseerd op de verhouding tussen kunst en design. De titel United Technologies houdt een humanistische belofte in van samenbrengen, maar klinkt ook cynisch door de verwijzing naar technologie in een context van hedendaagse kunst. De hedendaagse kunstenaar is geen producent meer, geen ingenieur; dergelijke utopische kunstenaarsbeelden behoren tot het verleden. Een vraag die voor de hedendaagse kunst nog wel van toepassing is, betreft de verschillen en overeenkomsten tussen kunst en design. De dystopische wereld van ‘vereende technologieën’ – overigens de naam van een bestaand bedrijf – is er één waarin alles design, alles ‘maakbaar’ is.

De tentoonstelling schept een aantal parallellen met momenten uit het verleden waarop autonome en toegepaste kunst verward dreigden te raken. Het kasteel, helaas niet toegankelijk voor publiek, functioneert hierbij als concreet uitgangspunt, maar vooral als metafoor. De op machtsvertoon gerichte interieurs van het kasteel leiden tot de engere vraag hoe een hedendaagse ruimte kan worden ingericht op een manier die vorm en representatie verbindt. Kostbare decors en materialen ontbreken niet in de tentoonstelling. Zilverkleurig behangpapier van Stefan Brüggemann verhult de witte tentoonstellingswanden. De flikkerende zwarte streepjespatronen op het behang blijken van dichtbij tekstregels te zijn, die eindeloos het woordenpaar conceptual decoration herhalen .

De meest duidelijke referenties aan rijkdom en macht brengen twee werken van Ai Weiwei. Vloeibaar aandoende dunne zwarte objecten van porselein dragen de titel Oil Spills, maar verwijzen in de context van de tentoonstelling eerder naar olie als ‘zwart goud’ dan naar milieuvervuiling. Weiweis Ton of Tea krijgt hier een subversieve heraldische lading: de geurige kubus van samengeperste zwarte thee roept zowel het Oerbritse tea-time voor de geest, als de koloniale geschiedenis die daarmee samenhangt. De kubusvorm schijnt in China geen enkele betekenis te hebben. De westerse beschouwer herkent echter onmiddellijk het vocabulaire van minimalistische sculpturen die, tegen het ideaal van de zuivere kunst in, inmiddels fetisjobjecten, verhandelbare goederen en vooral statusobjecten zijn geworden.

Het decontextualiseren en herbewerken van utilitaire voorwerpen is een centraal proces bij Rita McBride. Haar Kell Templates zijn sculpturen gebaseerd op verouderde mallen voor het aanbrengen van decoratieve patronen. McBride vult de negatieve ruimte van de mal op met ijzer en vergroot de schaal. De decoratieve arabeskvorm van het exemplaar in de tentoonstelling doet inderdaad denken aan een ornamentele wandverwarming in de collectie van Droog Design. Conische cilindervormen, als tekenmallen uitgesneden in ijzeren platen, worden in de titel menselijke trekken toegeschreven: Mae West Templates. Deze mallen zijn gerelateerd aan een project voor een gigantische, opengewerkte conische sculptuur in de openbare ruimte van München. De sculptuur mag er na jaren geharrewar eindelijk komen, nu McBride haar naar sekssymbool Mae West heeft vernoemd.

Het hoofdwerk in de tentoonstelling is van Jason Rhoades, en sluit eveneens aan bij de vraag naar verbanden en grenzen tussen kunst en design. Lismore Castle kan worden gezien als een gesloten en zelfregulerend systeem, zowel op economisch vlak – bijna alles wat wordt geconsumeerd, wordt nog steeds binnen de kasteelmuren geproduceerd – als op dat van (zelf)representatie. Drie delen van Rhoades’ gigantische installatie Perfect World zijn te zien. Ze is gemaakt met onder meer gegalvaniseerde steigerbuizen, videomonitoren, tekeningen, neons, foto’s en collages. Tijdens Rhoades’ leven is ze slechts eenmaal in zijn geheel gepresenteerd, in de Hamburger Deichtorhallen in 1999, als een soort zelfstandig organisch systeem. Na het overlijden van de kunstenaar is het procesmatige van de installatie onvermijdelijk onderbroken. Nieuwe configuraties en betekenissen blijken echter nog mogelijk, zoals hier in relatie tot de symbolen en metaforen opgeroepen door het kasteel. Het woord technologie uit de tentoonstellingstitel moet bij Rhoades worden gezien als een verlengstuk van de natuur, niet als een breuk ermee. In het systeem van Rhoades’ installatie werkt een zekere logica door die maakt dat ze een echo vormt van de metafoor van het zelfregulerende kasteel.

De glimmende gegalvaniseerde buizen vinden een weerklank in het bladgoud waarmee Corey McCorkle zeven stokken bekleedde (Seven Woods). De met patronen ingekerfde vierhoekige stokken, her en der leunend tegen Brüggemanns behang, zijn gemodelleerd naar tafelpoten uit de Peacock Room, een laatnegentiende-eeuwse salon ontworpen door de schilder Whistler. Zoals in vele andere werken is ook hier van schaalvergroting sprake. De tafelpoot wordt wandelstaf en door deze transformatie opent zich een associatieveld met het magische en het irrationele. In de meticuleus onderhouden, harmonieuze kasteeltuin haalt McCorkle voor zijn project Dandelion Wine een dionysisch element naar boven: het produceren van paardenbloemwijn. De wijn is inmiddels gebotteld in decoratieve flessen, die onopvallend staan opgesteld in de plantenkas van de kasteeltuin. De kas is gebouwd door Joseph Paxton, de latere architect van het Crystal Palace (1851), een enorme constructie in glas en ijzer die ongewild de grammatica van de moderne architectuur zou bepalen.

United Technologies lijkt ook te verwijzen naar de droom van het totale kunstwerk. Het gesamtkunstwerk hoopte kunst en leven bij elkaar te brengen, maar leidde volgens sommigen tot een dichtgetimmerd totaalconcept, tot valse ‘compleetheid’. Adolf Loos bijvoorbeeld meende dat de ‘totale vormgeving’ van het art-nouveau-interieur zijn bewoner zo perfect weergaf dat er geen plaats meer was voor groei of contradictie. Maar, zoals Rhoades’ installatie Perfect World aangeeft: een ‘perfecte’ wereld kan juist ook onaf zijn, voor altijd in groei en wording. Tegen de verstopping van het totale kunstwerk bracht Loos in 1900 het idee van Spielraum in stelling, een culturele ruimte waarbinnen het onderscheid tussen autonome en toegepaste kunst kan worden verkend. Deze tentoonstelling presenteert precies dat: een speelruimte, een uitwas van het kasteel waarin regels en tradities worden omgekeerd, geperverteerd, uitvergroot en vooral, aldus Pirotte, discreet worden ondermijnd. Een kritiekloze hedendaagse kopie van de representatieve kasteelruimtes kan in het heden misschien worden gemaakt in de wereld van design, maar niet in die van de kunst)

 

United Technologies (met Stefan Brüggemann, Rita McBride, Corey McCorkle, Jason Rhoades en Ai Weiwei) tot 30 september in Lismore Castle Arts, Lismore, County Waterford, Ierland. www.lismorecastlearts.ie.