Lieven Van Den Abeele

DE WITTE RAAF

Editie 142 november-december 2009

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

James Ensor

Dit jaar is het zestig jaar gelden dat James Ensor (1861-1949) overleed. In 2011 zal het 150 jaar geleden zijn dat hij geboren werd. Het feestelijke Ensorjaar duurt dus drie keer langer dan normaal. Een van de belangrijkste evenementen is het verschijnen van een nieuwe beredeneerde catalogus van de hand van Xavier Tricot. Naast de volledige lijst van zijn schilderijen, alles samen goed voor 856 stuks, bevat dit door het Mercatorfonds prachtig uitgegeven boekwerk ook een opsomming van al het bronnenmateriaal dat over Ensor beschikbaar is. Het is nu alleen nog wachten op de persoon die hiermee de definitieve Ensorbiografie durft te schrijven.

In België komt er geen monografische tentoonstelling, er zijn wel twee thematische gepland. Het Mu.ZEE maakt voor het voorjaar 2010 een tentoonstelling over schrijvers en kunstenaars die Ensor in Oostende opzochten. In Gent werken het SMAK en het Museum voor Schone Kunsten voor het eerst intensief samen voor een tentoonstelling over Ensor en de hedendaagse kunst, die in het najaar 2010 over beide musea gespreid zal worden.

De tentoonstelling die vorige zomer in het New Yorkse Moma te zien was, loopt momenteel in het Musée d’Orsay in Parijs. Werd Ensor in het Moma voorgesteld als een belangrijke avant-gardist, dan komt hij in het Musée d’Orsay, tussen naturalisme en modernisme, opnieuw naar voor als een typisch 19de-eeuwse kunstenaar. Los van de gekende clichés als ‘novateur’, ‘torturé’, ‘inclassable’, ‘prolifique’ en ‘polymorphe’, schilder van ‘ondoorgrondelijke maskers’ en ‘dreigende skeletten’, tracht men hem hier een plaats te geven als ‘een onstuimig kind van de 19de eeuw dat […] een plek opeist tussen Manet en Van Gogh’, maar ook als een kunstenaar die ‘vooruitliep op alle moderne stromingen’. In vier hoofdstukken wordt het voor ons gekende verhaal verteld van de moderniteit, het licht, de visioenen en ‘De schilder met de 112 zelfportretten’.

In Frankrijk heeft Ensor, ondanks de retrospectieve tentoonstelling in het Petit Palais van 1990, nog steeds niet de belangstelling gekregen die hij verdient, terwijl hij volgens sommigen dezelfde status heeft als Van Gogh, Gauguin of Toulouse-Lautrec. Ter gelegenheid van een aan hem gewijde overzichtstentoonstelling in het Jeu de Paume schonk Ensor in 1932 het museum enkele tekeningen, waaronder het kleine meesterwerkje Squelette dessinant de fines puérilités uit 1889. Hetzelfde jaar werd de verzameling aangevuld met het vroege schilderij La Dame en détresse (1882), een schenking van de Antwerpse bankier Armilde Lheureux. In 1963 werd deze kleine verzameling aangevuld met de aankoop van 34 tekeningen bij de zoon van Augusta Boogaerts. Het volledige ensemble vult in de tentoonstelling een afzonderlijke zaal. De hernieuwde belangstelling voor Ensor wordt geïllustreerd door de aankoop van het Musée d’Orsay, vorig jaar op de veiling van de verzameling van Yves Saint Laurent en Pierre Bergé, van Au Conservatoire (1902), een schilderij waarin Ensor de overdreven Wagnercultus van zijn tijdgenoten hekelt.

Door een beperkte keuze, die hoofdzakelijk vroege schilderijen omvat, wordt een gebald beeld gegeven. De eerste zaal, waarin een twintigtal werken op een compacte manier werd samengebracht, geeft in landschappen, portretten, stillevens en interieurs een mooi overzicht van zijn veelzijdigheid. Ze oogt vrij indrukwekkend. Verder is er in deze overzichtstentoonstelling veel gekend werk te zien uit onze Belgische musea, maar er zijn ook voor ons minder gekende schilderijen uit Amerika en Japan. Alles samen is het een mooi overzicht geworden waarin schilderijen, etsen en tekeningen op een evenwichtige manier op mekaar inspelen. Maar of dit eindelijk de grote doorbraak van Ensor in Frankrijk betekent, valt nog te bezien. Een week na de opening staan de Belgische media vol met lovende kritieken en ronkende titels als ‘Ensor triomfeert’, ‘Ensor maakt furore’, terwijl de Franse pers zich voorlopig hult in stilzwijgen en het publiek nog lang niet in eindeloze rijen staat aan te schuiven.

 

• James Ensor tot 4 februari 2010 in het Musée d’Orsay, 1 rue de la Légion d’Honneur, 75007 Parijs (01/40.49.48.14; www.musee-orsay.fr).