Dries van de Velde

DE WITTE RAAF

Editie 142 november-december 2009

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

David Chipperfield. Form Matters.

Form Matters, de titel van David Chipperfields overzichtstentoonstelling, klinkt alsof deze hedendaagse Britse architect bezoekers eraan wil herinneren dat vorm wel degelijk van belang is voor zijn oeuvre. Op het eerste gezicht lijkt dit overbodig: architectuur is immers van nature begaan met vorm. Bovendien zijn er het voorbije decennium van Bilbao tot Peking gebouwen met de meest spectaculaire vormen gerealiseerd, wat suggereert dat de wereld zich maar al te goed bewust is van de kracht en impact van een opvallende, vernieuwende vorm. Maar Chipperfield gaat met zijn ietwat belerende titel net in tegen dit soort vormspektakel. In zijn tentoonstelling in het Londense Design Museum etaleert hij hoe zijn architectuur gebaseerd is op een minder uitgesproken, meer subtiele, meer traditionele omgang met vorm: architectuur als een compositie van ruimtes, geordend door perspectiefzichten, een repetitieve gevel- of draagstructuur en door eenduidig materiaal- of kleurgebruik. Deze nadruk op heldere structuur, vorm en materialen maakt de gebouwen herkenbaar hedendaags, maar geeft ze bovenal een sterk monumentaal, bijna klassiek karakter. De meest expliciete voorbeelden hiervan zijn de neoklassieke vormelementen (kolommengalerij, symmetrische trappartijen) in enkele recente renovaties in Duitsland of ook een museum in Sudan met een plan dat geïnspireerd is op oude Egyptische tempels. Het resultaat is een architectuur die tijdloos lijkt, gebouwen die niet provoceren met hun vorm, maar die zich door hun doordachte compositie en uitstraling verankeren in de geschiedenis van hun omgeving en van de discipline.

De tentoonstelling opent met een foto van Chipperfields recentste grootschalige realisatie, de renovatie van het Neues Museum in Berlijn. Het beeld toont een hoge, symmetrische zaal in dit 19de-eeuwse museum, de wanden nog in het originele metselwerk. Chipperfield heeft twee massieve trappartijen langs de wanden en een derde middenin de ruimte opgebouwd. De trappen langs de zijwanden voeren naar de bovenverdieping in de dubbelhoge zaal. Onder de trappartijen, op de benedenverdieping, zitten enkele symmetrisch opgestelde doorgangen die uitgeven op naastgelegen ruimtes. Centraal in het beeld is tegen de achterwand van de ruimte nog een doorgang voorzien, maar deze is afgesloten door een grote klassieke deur met zwaar geornamenteerde omlijsting. Enkele meter voor deze deur leidt de centrale trap naar een lager gelegen verdieping, waar opnieuw een dubbele deur zichtbaar is. Het plafond van de zaal is opgebouwd met samengestelde donkere houten balken. Het volledige beeld is perfect symmetrisch, zowel in de recente toevoegingen als in de oude elementen. De foto is een fantastische, uitgepuurde samenvatting van wat volgt in de tentoonstelling, van de thema's in Chipperfields oeuvre en van de rol die hij toebedeelt aan vorm.

Ten eerste is er de ruimtelijke opbouw van de zaal in het Neues Museum: de manier waarop Chipperfield de ruimte ordent en ze verbindt met kamers op hetzelfde of een ander niveau. Dat gebeurt met traditionele, herkenbare architecturale elementen als trappen, doorgangen en deuren, die zeer subtiel geplaatst zijn in een ruimtelijke compositie. Ze zijn cruciaal voor de symmetrie en de perspectiefzichten die de zaal ordenen en verbinden met zeven naastgelegen ruimtes. Dit gebruik van herkenbare architecturale elementen in een complexe compositie met een sterk perspectivische of symmetriewerking is een constante doorheen de tentoonstelling in het Design Museum. Het komt zowel terug in een afgemeten villa in Deurle als in het inplantingsplan van een serie justitiegebouwen in Barcelona. Het is bovendien herkenbaar in de opbouw van de tentoonstelling zelf, waar de talloze maquettes een soort parcours van doorzichten en hoogtepunten creëren.

Ten tweede toont het Neues Museum hoe Chipperfield structurele elementen inzet als architecturale vorm: de voegen van de prefab betonelementen versterken de symmetrie en de ordening van de ruimte, de behandeling van de eeuwenoude baksteenwanden doet hetzelfde en herinnert tegelijk aan de beladen geschiedenis van het Neues Museum (het gebouw werd zwaar gebombardeerd en lag meer dan 50 jaar als een ruïne in het centrum van Oost-Berlijn). In de rest van de tentoonstelling blijkt hoe ver Chipperfield hier soms in gaat, hoe structurele elementen als kolommen, gevelelementen of draagbalken gebruikt worden om een ruimte, een volledig gebouw of zelfs een stedelijke omgeving te ordenen. Dit gebeurt zowel met structurele ‘gevonden’ elementen in een renovatieproject, zoals de metalen geweven kolommen van een Londense kantoortoren, als met structurele elementen in nieuwbouw, waarvan de maquette voor het Saint-Louis Art Museum een prachtig voorbeeld is.

Ten slotte is er de tijdloze monumentaliteit van Chipperfields vormbeheersing. De architect heeft in verschillende interviews uitgelegd hoe zijn ingrepen een herwaardering willen zijn van zowel de klassieke grootsheid van het originele Neues Museum als van de dramatiek van haar recente verleden als ruïne. Maar de verbouwing doet veel meer dan dat, ze voegt er een nieuwe, hedendaagse monumentaliteit aan toe. Chipperfield laat de plek zo uitgroeien tot een publieke ruimte in Berlijn, een plek die opgeladen is met betekenis en geschiedenis, maar tegelijkertijd herkenbaar en toegankelijk is voor de inwoners van de stad. Het America’s Cup-gebouw in Valencia of het San Michele-begraafeiland in Venetië, beide voorgesteld met grote schaalmodellen, zijn twee andere voorbeelden die op een soortgelijke manier hun omgeving organiseren als een hedendaags monument. Het is een verfrissende manier om een gebouw een sterke stedelijke présence te geven in een periode waarin veel collega’s van Chipperfield daarvoor beroep doen op een vaak momentane spektakelarchitectuur.

De doordachte omgang met vorm, structuur, stad en geschiedenis heeft ertoe geleid dat David Chipperfield vaak als een buitenbeentje in zijn eigen land omschreven wordt. Van in het begin van zijn carrière heeft hij zich inderdaad ver gehouden van de onbestemde minimale bouwstijl en naweeën van de hightecharchitectuur die de huidige architectuurpraktijk in Groot-Brittannië beheersen. Maar de huidige tentoonstelling suggereert dat het werk van Chipperfield net aanknoopt bij de architecturale tradities van de Engelse architectuur en landschapsarchitectuur, zoals die bijvoorbeeld te vinden zijn in de ruimtelijke composities, de vormbeheersing en de monumentaliteit in het werk van Nicolas Hawksmoor (ca. 1661-1736). In die zin is de titel van de tentoonstelling, Form Matters, niet zozeer een wenk aan de bezoeker, dan wel aan de meerderheid van zijn internationale collega-sterarchitecten.

 

• David Chipperfield, Form Matters tot 31 januari in het Londense Design Museum, 28 Shad Thames, London SE1 2YD (020/7403.6933; http://designmuseum.org).