Cin Windey

DE WITTE RAAF

Editie 143 januari-februari 2010

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Absence is the Highest Form of Presence. Robert Gober. Julliao Sarmento. Luc Tuymans.

Een tentoonstelling naar een concept van Michael Tarantino (1948-2003)

Van de categorieën van het lege (waar niets is, waar iets niet meer is) en het afwezige (wat er niet is, niet meer is) gaat een buitengewone fascinatie uit. Niet alleen lenen ze zich, als abstracte noties, tot een oneindige reeks filosofische denkoefeningen, maar tegelijk kennen ze ook een heel directe en emotieve dimensie, bijvoorbeeld wanneer ze opduiken in de context van dood, eenzaamheid of heimwee. Iets wat zo abstract en onbereikbaar is, en toch ook zo brutaal en concreet kan inbreken in onze gevoelswereld, biedt natuurlijk ook veelvoudige mogelijkheden voor artistieke uitwerking.

De ambitieuze tentoonstelling Absence is the Highest Form of Presence in MDD (Museum Dhondt-Dhaenens) illustreerde hoe de complexe fascinatie voor wat onzichtbaar blijft, voor wat zich buiten beeld afspeelt of onuitspreekbaar enigmatisch is, resoneert in werken van Robert Gober, Julião Sarmento en Luc Tuymans. De werken werden daarbij echter niet onder één noemer gedwongen en de uniciteit van de kunstenaars werd geen geweld aangedaan. De tentoonstelling situeerde de afwezigheidstopos overigens niet enkel in de werken, maar ook in de dynamiek van de ruimtelijke opstelling. De titel van deze expo moest dan ook niet begrepen worden als de inhoudelijke rode draad die alle werken verbindt, maar als een uitnodiging tot een manier van kijken naar kunstwerken en hun onderlinge relaties. Naar de ruimte waarin de toeschouwer zich beweegt. Waar niets is, maar van alles gebeurt.

De toeschouwer werd op verschillende manieren aangemoedigd beweeglijk te zijn – waardoor zijn perspectief op de werken continu varieert. Zo was er de overheersende witruimte van (en naast) de kunstwerken, alsof we werden omgeven door het blanke canvas dat wacht op een eerste penseeltrek, of alsof we ons bevonden op een sneeuwtapijt dat nog geen voetafdrukken vertoont. In dat afwachtende, verleidende karakter van het alomtegenwoordige wit – slechts sporadisch doorbroken door flarden van kleur – weerklonk een open vraag tot actieve deelname van de bezoeker. Bij gratie van zijn participatie konden de werken immers ontstaan en werd hun betekenis geactiveerd: ‘The stories begin not with what the artists present to us, but in what we bring to them […],’ benadrukte ook Adrian Searle – zelf curator, maar vooral ook bewonderaar en persoonlijke vriend van Tarantino.

Die tendens wordt doorgezet in de gepresenteerde werken zelf: veel van de getoonde sculpturen, doeken of videoprojecties blijken immers te flirten met het enigmatische aura van het ‘onvolledige’, ‘fragmentarische’ (vaak bij Sarmento) of ‘onscherpe’ beeld (Tuymans), of slagen erin vertrouwde objecten te vervreemden – onder meer via vervorming, extreme close-ups of decontextualisering (Gober). De ambiguïteit van de werken produceert ‘leemtes’. De werken zitten vol suggestieve stippellijnen, afwezigheden, die door de toeschouwer zelf kunnen worden ingevuld. Overal waar je kijkt, raak je geïntrigeerd door wat Tarantino zelf de ‘off-screenruimte’ noemde – datgene wat buiten het beeld gebeurt, zonder dat het rechtstreeks wordt getoond: de rimpelingen op het water, maar niet het gooien van de steen dat eraan voorafging.

Die intrigerende spanning tussen wat wel en niet te zien is – ook wel de ‘negativiteit’ van elk werk (de manier waarop het werk spreekt door te zwijgen, toont door te verhullen) – zorgt ervoor dat de betekenis van de stukken niet in het werk zelf ontstaat, maar juist in de lege, onzichtbare ruimte eromheen. Absence… suggereert nadrukkelijk dat daartoe niet alleen de individuele off-screenruimtes van elk werk behoren, maar ook de mogelijk betekenisvolle relaties met de andere aanwezige werken. Het maximale uitspelen van die relaties mag niet alleen worden beschouwd als het belangrijkste uitgangspunt van de tentoonstelling, maar ook als de kern van Tarantino’s visie, die gruwde van het ‘doorsnee curatorisch of kunstkritisch essay dat vaak kunstenaars en de dingen die zij vervaardigen poogt te gebruiken als illustraties bij een overkoepelend thema, of, eens te meer, de gekende commentaren die steevast de presentatie van hun werk vergezellen, herhaalt’. In plaats daarvan concipieert Tarantino zijn tentoonstellingen – onder meer ook de Sherman- Sarmento-expo voor het Irish Museum of Modern Art (1995) en de Sarmento-Murphy-expo voor het Museum of Modern Art in Oxford (1998) – als ‘conversation pieces’, waarbij alle aandacht moet gaan naar een confrontatie tussen de werken en het aanwakkeren van een dialoog vol nieuwe betekenissen.

Conversaties in de tentoonstellingsruimte ontstaan niet enkel door inhoudelijke en/of formele gelijkenissen tussen de werken, maar ook door hun specifieke positie ten opzichte van elkaar in ruimte en tijd. Het woord presence (aanwezigheid) bevat een echo van het woord present (tegenwoordig, nu) en inderdaad kent elke waarneming ook een tijdscomponent. Wat we weten over de context van het werk (het oeuvre van de maker, de analogieën met andere kunstenaars…) of de sfeerzetting waarin het werk wordt gepresenteerd (de scenografie van de toonzaal…) bepaalt in belangrijke mate hoe we het kunstobject zullen begrijpen. Ook dergelijke noties (tijd, geschiedenis, sequentie…) worden in Absence… gearticuleerd via een spel met grillige chronologieën en dubbelzinnige visuele echo’s die de toeschouwer vooruit- en achteruitwerpen binnen een interval van ruim dertig jaar moderne kunst.

Afhankelijk van de interpretatie van de toeschouwer kan in het gezicht afgebeeld op Tuymans’ Der Diagnostische Blick IV (1992) onder meer een indringende, scherpe, droevige, afwezige of bezorgde expressie worden herkend. Sterker nog, we kunnen de blik van het gezicht zelfs laten samenvallen met die van de toeschouwer, die hem hoopt te doorgronden: van een diagnose op het doek, gaat het naar een diagnose van het doek. De toon is meteen gezet voor een ingrijpende compliciteit tussen kijker en werk. Die interactie wordt gecompliceerder wanneer de bezoeker enige stappen achteruit zet en enkele andere kunstwerken – waaronder Sarmento’s doek Femininity as a Multipurpose Signifier (Pornstar) (2002) en Robert Gobers sculptuur Untitled (2004-2005) – in het vizier krijgt. De onderlinge dialoog tussen deze werken maakt het mogelijk om de totale constellatie te zien als één geheel met een eigen vorm en betekenis.

Een analogie dringt zich hier op. Wanneer het menselijk oor twee tonen tegelijkertijd registreert, dan produceert het zelf een derde, de zogenaamde Tartinitoon. Die toon is het tastbare bewijs van de interactie tussen de gehoorde geluiden zelf en de eigen waarneming, maar is zelf ook weer een schakel in het proces: als zelfstandige entiteit met een eigen klank kan hij namelijk opnieuw interageren en nieuwe klanken voortbrengen. Een gelijkaardig Tartiniproces voltrekt zich tijdens een bezoek aan Absence…, zodra de toeschouwer bijvoorbeeld een kwartdraai naar rechts maakt en het zo-even vermelde werk van Gober tegen een nieuwe achtergrond kan zien (namelijk Tuymans’ The Pledge uit 2007).

Uiteraard hoeft de toeschouwer zijn bewegingen niet te beperken tot het vormen van nieuwe nevenschikkingen: ook ‘contrapunten’ in de opstelling – werken die elkaars inhoudelijke tegenpool zijn of letterlijk tegenover elkaar zijn opgesteld – komen in aanmerking voor interactie. Zo liggen er weer nieuwe verhalen te wachten in de combinatie van Tuymans’ doek en het diametraal opgestelde werk: een met zwarte lakens afgeschermde hoek van de toonzaal. Achter het gordijn bevindt zich een werk van Julião Sarmento (van wie MDD in 2005 de eerste Belgische solotentoonstelling realiseerde): de filmlus Faces (1976) waarin twee monden elkaars contouren likkend, zuigend en kussend verkennen. De erotische connotaties van het beeld en de verduisterde ruimte rond de video-installatie roepen als vanzelf een voyeuristische sfeer op, die nog wordt versterkt door een tekst op weer een ander doek van Sarmento, dat strategisch lijkt aangebracht bij de ingang van deze darkroom. ‘Eyes shut now’ lezen we daar, maar of die boodschap voor ons dan wel voor Tuymans’ diagnostische blik is bedoeld, blijft in het ongewisse.

Op deze en andere manieren weet de tentoonstelling de toeschouwer in beweging te zetten en bewust te maken van de rol die hij speelt bij de betekenisgeving. Tarantino’s visie – van belang is niet louter wat is, maar vooral wat (onzichtbaar) gebeurt – markeert (en herdefinieert) de ruimtelijke beleving van het museumbezoek én de specifieke rol van de curator, en sluit perfect aan bij de ambities van MDD om ‘het recente kunsthistorische verleden [te] onderzoeken en [te] contextualiseren’. Om die aspecten verder uit te diepen, plant MDD nog meer exposities rond de figuur van Tarantino. De vernuftige, speelse en respectvolle aanpak van Absence is the Highest Form of Presence maakte nu al indruk.

Absence is the Highest Form of Presence vond plaats van 4 oktober tot 29 november 2009 in MDD (Museum Dhondt-Dhaenens), Museumlaan 14, 9831 Deurle (282.51.23; www.museumdd.be).