Erik Eelbode

DE WITTE RAAF

Editie 52 november-december 1994

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Fragmenten van fotografie

Aangespoord door Michel Frizot van het Franse CRNS (Centre de Recherche sur les Arts et le Langage) hebben zo’n 30 internationale specialisten meegeschreven aan een “Nouvelle Histoire de la Photographie”, een kanjer van een boek met niet geringe ambities. Nagaan of deze onlangs gepresenteerde uitgave de hooggespannen verwachtingen helemaal inlost, vraagt meer tijd. Wat volgt is een eerste signalement, een kennismaking met een aantal motieven en uitgangspunten van dit indrukwekkende boekwerk.

Hoe zit dit 776 pagina’s en 1051 foto’s tellende boek in elkaar? Globaal bekeken schuilen er drie niveaus in de uiteenzettingen van deze “Nouvelle Histoire de la Photographie” . Er zijn vooreerst de “hoofdstukken”, 41 in totaal, die ofwel ingevuld worden met een exposé over een periode, met een sociologische doorlichting, een contextuele analyse of met het uitdiepen van fotografische begrippen die voor een hele tijdsspanne opgaan. Vervolgens komen tussendoor “dossiers” aan bod, waarin met een nadruk op beeldmateriaal, uitsneden uit de fotogeschiedenis thematisch worden aangepakt. Tenslotte zijn er talrijke “kaderstukken” die op historische of technische kwesties ingaan. Door dit geheel van diverse invalswegen en wisselwerkingen helder voor te stellen, hoopt Michel Frizot zowel recht te doen aan “de verleiding van elke foto” op zich, als aan de “cohérence constante du médium”. Een uitgangspunt dat op zijn minst duizelingwekkend ruim is en tegelijk zeldzaam relativerend. 

Dat “Nouvelle Histoire” niet het zoveelste geschiedenisboek wil zijn dat de avonturen van grote fotografen aan elkaar lijmt, bewonderde foto’s bloemleest, citaten herkauwt of basisteksten opwarmt, wordt in elk geval van meet af aan duidelijk. Fotografie wordt hier begrepen als niet méér (maar ook niet minder) dan het breekbare produkt van een zwarte doos, die min of meer gericht, min of meer stabiel, min of meer betrouwbaar gehanteerd wordt door een min of meer bedreven individu. “À la limite”, zo voegt Frizot aan deze mooie definitie toe, “il nous importe plus de savoir ici pourquoi on photographie (bien ou mal) que de montrer comment on photographie bien”.

Dat het uitwerken van een heel eigen structuur voor een geschiedenis van de fotografie niet zo evident is, wordt bewezen door zowat alle eerdere overzichten (van Beaumont Newhall tot Naomi Rosenblum). Niet enkel het overwicht van Amerikaanse studies springt daarbij in het oog, maar vooral de markante suprematie van het kunsthistorisch model, in het bijzonder dat van de geschiedenis van de schilderkunst. Een model dat bijna biologische periodiseringen (geboorte, groei, bloei en verval) hanteert en dat in grote mate op stijlkenmerken blijft terugvallen. Frizot suggereert eerst voorzichtig dat de notie “stijl” voor fotografie niet even efficiënt bruikbaar is als voor schilderkunst en springt dan verder met het volle gewicht op de ‘pijnlijke kwestie’ van de integratie van de fotografie in de kunst. Een relatie die gedragen wordt door rivaliteiten en ontkenningen, een eindeloze touwtrekkerij tussen kunstwerk en document. Frizot: “Nous avons voulu ici désactiver cette dichotomie document/art pour mieux insister sur la variété des pratiques et sur les usages intentionels qui sous-tendent la production de photographies.”

Simpel samengevat: iedereen maakt(e ooit) foto’s en die kúnnen allemaal interessant zijn. Dat het gevaar niet denkbeeldig is om zich dodelijk te verslikken in de ongelooflijke chaos en het peilloze beeldenarsenaal die aan een dergelijk uitgangspunt vasthangen, weten Frizot en de zijnen wel: “Nous avons aussi considéré que toutes les photographies sont soumises à l’action de ‘champs’ - influences, filiations, références, déterminations sociales, codes de lecture -, et pas seulement au déterminisme technologique.”

Het ís zeker niet simpel, zo’n “geschiedenis van foto’s” in plaats van een “Geschiedenis van de Fotografie”. Bijvoorbeeld alleen al omdat die diverse velden waaruit ‘fotografie’ bestaat - van wetenschap, mode, reportage, publiciteit, kunst, studio tot familie-albums - niet aan eenzelfde tempo evolueren. De aanpak van “Nouvelle Histoire” is er trouwens niet op gericht om een dergelijke continuïteit, een ononderbroken voortgang, aan te tonen. Om deze geschiedenis van foto’s te maken, was voor de ploeg van Michel Frizot veeleer een “archeologie van het medium” vereist. Het opsporen van de lagen en typologieën van de fotografische taal, van hun verwikkelingen en onderlinge wisselwerking, op een gegeven tijdstip. Het ultieme doel voor Michel Frizot was een inhoudelijke geschiedenis van de fotografie: “l’histoire des fonctions , l’histoire des faits  optiques et des espaces traversés (et inventés) par la photographie; puis l’histoire du sens des photographies”. Wat verwachtte men van foto’s? Hoe werkten ze? Hoe werden ze gelezen? Hoe lezen we ze nu? Ik heb het vermoeden dat hier een belangrijk boek voorligt.

 

• “Nouvelle Histoire de la Photographie” verscheen bij Les Editions Bordas, hun filiaal in België is ondergebracht in de G. Kurthstraat 33, 1140 Brussel (02/242.66.38). Tot 31 december kost het 6.528,-fr, nadien nog meer.