Lieven Van Den Abeele

DE WITTE RAAF

Editie 146 juli-augustus 2010

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Charles Avery. Onomatopoeia, part 1

Sinds 2004 werkt de Schotse kunstenaar Charles Avery (Oban, 1973) aan een uniek project, The Islanders genaamd. Met teksten, tekeningen, sculpturen en installaties vertelt hij het verhaal van een imaginair eiland voor de Schotse kust. Als een ontdekkingsreiziger wordt de toeschouwer door de kunstenaar in de tentoonstelling binnengeleid om deze vreemde wereld met zijn eigen geografie, fauna en flora, personages, verhalen en fenomenen te ontdekken. Avery’s grote voorbeelden voor het creëren van zijn eigen wereld zijn uiteenlopende figuren als William Blake, Jorge Luis Borges, Ludwig Wittgenstein, P.G. Wodehouse, William Faulkner, Marcel Broodthaers en Joseph Beuys. Zijn eiland is een mengeling van Cairo, New York en zijn eigen geboorteplaats, het Schotse eiland Mull. De bewoners zijn onopvallende, knorrige vrouwen en verschrompelde norse mannen. Ze leven in een wereld waar de grens tussen de fysieke realiteit en de verbeelding niet bestaat.

De titel van de tentoonstelling, Onomatopoeia, werd ontleend aan de naam van de hoofdstad van het eiland. Op de kaart van de eilandengroep waarmee de tentoonstelling opent, lezen we plaatsnamen als Analitic Ocean, Cape Conchious-Ness en de Causeway of Effect. Dit tweeledig project, dat zowel bestaat uit literaire teksten als visuele beelden, is duidelijk gestoeld op een filosofisch uitgangspunt. Zo is er een belangrijke rol weggelegd voor mythische dieren die de kunstenaar Noumenon heeft genoemd, een duidelijke verwijzing naar Kants Ding an sich. Het noumenon staat tegenover de Erscheinung, het waarneembaar verschijnsel of fenomeen. The Islanders is duidelijk het resultaat van observatie en verbeelding.

Charles Avery neemt ons mee op reis door een wereld waar realiteit, mythe en feiten met elkaar versmelten en waar niets is wat het lijkt. En toch zijn de bronzen portretten en monumentale tekeningen zeer realistisch uitgevoerd. Ze bezitten een grote herkenbaarheid. Zijn denkbeeldige wereld lijkt sterk op de onze. Er is sprake van kolonisatie, het uitroeien van minderheden, de assimilatie van vreemdelingen, armoede, consumptie, speculatie, verslaving en slaafs massatoerisme. Het werk van Charles Avery kan op verschillende niveaus gelezen worden. Naast een spiegel der mensheid vormt het ook een reflectie op filosofische thema’s en plaatst het kritische kanttekeningen bij de kunstwereld. Dit alles met zin voor humor en een groot relativeringsvermogen.

Naast enkele opgezette dieren (een slang met een klauwenpoot) en bronzen bustes met papieren hoedjes in geometrische vormen toont de tentoonstelling vooral tekeningen. Grote en kleine formaten hangen door elkaar. Ze zijn getekend in een klassieke, verhalende tekenstijl, die zowel herinnert aan William Hogarth als aan de Amerikaanse striptekenaar Daniel Clowes. View of the Port at Onomatopoeia (2009/2010) is een vijf meter lange tekening. Ze heeft zowel een episch karakter als een documentaire waarde. In zijn dagboek beschrijft de kunstenaar in rake details wat er in de haven (of op de tekening ervan) zoal te zien is. ‘Terwijl ik onopvallend in de haven rondliep was ik verbijsterd door de diversiteit en de energie van deze plaats. Ik moet wel erg naïef geweest zijn te denken dat ik de eerste was die voet op deze bodem zette. Met honderden dalen toeristen de trappen van de aangemeerde pakketboten af. Ze zijn nog niet goed aan wal of ze worden al aangevallen door een horde dragers, verkopers, prostituees en gidsen, die hun diensten opdringen. Er zijn cafés, eettenten, jonge vrouwen met draagtassen van luxemerken… een zwerm voorbijtrekkende schoolkinderen slingert me obsceniteiten naar het hoofd, terwijl ze proestend weglopen. Wat verder getuigt deze oever van een wegkwijnende industrie: verlaten opslagplaatsen, werkloze turbines, evenals een enorme hangar met het opschrift ‘Werk’. Binnen staan werkbanken, twee afgedankte gokmachines en een urne. Aan een tafel zit een man met een puntvormige zwarte pet met een rode cirkel. Hij legt briefjes op een stapel […]. Mijn nieuw statuut van toerist kan ik uitproberen terwijl ik bij Marcel’s Casserole in de rij sta voor een schaaltje mosselen en twee eieren.’

Men kan zich afvragen of woord en beeld elkaar bij Avery niet in de weg lopen. Het moge duidelijk zijn dat ze elkaar niet illustreren. Beide disciplines hebben een autonoom karakter en kunnen hier slechts aanvullend zijn. Ze kunnen afzonderlijk genoten worden. Eens het project voltooid, zal het worden samengebracht in verschillende in leer gebonden volumes van een grote encyclopedie. Misschien is dit nog de meest aangewezen vorm voor dit project, dat zowel literaire als plastische kwaliteiten heeft, maar waarbij beide disciplines elkaar nog niet echt gevonden hebben.

 

Charles Avery. Onomatopoeia, part 1 loopt tot 8 augustus in Le Plateau, 33 rue des Alouettes, 75019 Parijs (01/53.19.84.10; www.fracidf-leplateau.com).