Merel Van Tilburg

DE WITTE RAAF

Editie 146 juli-augustus 2010

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Olafur Eliasson. Innen Stadt Aussen

De titel van Olafur Eliassons solotentoonstelling in Berlijn, Innen Stadt Aussen, bevat een dubbel woordspel. Ten eerste roept de woordcombinatie een spel op tussen binnen en buiten, een binnenstad die zich buiten zou bevinden (Innenstadt aussen). Maar ook geeft de uitspraak van de drie woorden een globaal kenmerk weer in het werk van Eliasson, namelijk de omkering van verwachtingspatronen. ‘Innen statt Aussen’, binnen in plaats van buiten: zoals vaker in het werk van Eliasson worden de zintuigen in deze tentoonstelling begoocheld en gedesoriënteerd.

Er zijn twee mogelijke parcours te volgen; het ene begint rustig en het andere spectaculair. Wie de tentoonstelling aan de rustige kant betreedt, wordt eerst geconfronteerd met een spel tussen binnen en buiten waarin de stad centraal staat. De hoge tentoonstellingsruimtes zijn vrijwel leeg, op een enkel mobile na. Op de vloer is een route aangegeven, bestaande uit massieve, typisch Oost-Berlijnse stoepstenen. In de derde zaal hangt een grote golvende spiegelinstallatie aan de wand. Door de golvingen worden hierin geen herkenbare beelden gespiegeld, maar enkel kleurvlakken en licht uit de aangrenzende ruimtes. Als zodanig is de spiegel een merkwaardig dispositief om ruimte zichtbaar te maken. Museumruimtes zijn volgens Eliasson dan ook niet leeg, maar gevuld met licht en lucht, en op een ander niveau met geschiedenis en menselijke aanwezigheid. Een van de doelstellingen die zowel Eliasson als curator Daniel Birnbaum in de catalogus benadrukken, is om het museum (weer) op te vatten als een productieplaats van ‘werkelijkheid’, in de vorm van bewustzijn en handeling, in plaats van als een van de werkelijkheid afgesloten ‘vrijruimte’ voor een hoofdzakelijk visuele kunstbeschouwing. Om het lichaam te mobiliseren – een toestand die men eerder buiten het museum gewoon is – wordt de beschouwer in de volgende ruimtes onderdeel van het werk gemaakt. Dat gebeurt doordat het beschouwende lichaam in meerkleurig uitwaaierende schaduwen op de muur geprojecteerd wordt. Hier en elders is het de bedoeling zich bewust te worden van zichzelf als waarnemend subject, en het moet gezegd: dat lukt.

De thematiek van de stad wordt vervolgens ingezet om een sociale dimensie in dit nieuwe museum van de werkelijkheid binnen te brengen. De stad is model en metafoor voor de publieke ruimte, waarbij ‘ruimte’ samenvalt met situaties, relaties en netwerken. Natuurlijk maakt een museum ook letterlijk deel uit van een stad, maar het is maar de vraag of het zichtbaar maken van ruimte an sich ook leidt tot een groter sociaal bewustzijn, of tot sociale cohesie. Op een dubbele videoprojectie rijdt een bestelbus met grote spiegels aan weerszijden door Berlijn en zien we dus niet alleen de stad als videobeeld, maar ook nog eens een spiegeling van wat tezelfdertijd buiten het cameraoog te zien is. Hier wordt de beschouwer toch in de eerste plaats gewezen op de medialiteit die zo vaak de waarneming kadert. Een gigantische spiegel die op een meter afstand aan de buitenkant van een van de hoge ramen van de Martin-Gropius-Bau is bevestigd, zorgt voor optische verwarring: staat er nog eenzelfde gebouw naast het museum? Maar dan wordt men het eigen hoofd gewaar in het raam en begrijpt men hoe makkelijk gezichtsbedrog tot stand komt. De enige spiegel waarin men niet alleen zichzelf, maar ook de andere bezoekers tegenkomt, is die in het centrale spektakelstuk van de tentoonstelling. In het atrium is met dunne, beweeglijke spiegelwanden een naar boven wijder wordende ruimte gecreëerd, die uitloopt op een glasplafond – en zo natuurlijk ‘buiten’ naar binnen brengt. Eliasson en Birnbaum verwijzen naar deze ruimte als een ‘ruimteversterker’, maar eerlijk gezegd verliest men zich in dit trillende caleidoscopische spiegelpaleis liever in kijkplezier dan in een bewustwording van de ruimte en lucht onder het dakraam. Ook het feit dat de constructie van de spiegelruimte van buitenaf zichtbaar is gelaten, doet daaraan niets af. De spectaculaire ervaringen die de installaties van Eliasson bieden, zitten het optimistisch-sociale effect dat de kunstenaar wenst te bereiken in de weg. Misschien wordt de metaforiek van zijn werk maar het best gelaten voor wat zij is: beeldspraak en niet de werkelijkheid. Veel overtuigender is de confrontatie met de zintuigen en daarmee met de grenzen van de waarneming zelf. In de laatste drie ruimtes – of de eerste, voor wie een omgekeerde route volgt – vindt een volledige desoriëntatie van de waarneming plaats. Een dikke mist maakt de visuele perceptie van de ruimte onmogelijk. Tast en gehoor winnen daarmee onmiddellijk aan belang, maar anders dan bij gewone mist is oriëntatie ook mogelijk op basis van kleur. Boven het mistveld zijn series gekleurde lampen geplaatst, waardoor men van de ene in de andere gekleurde atmosfeer over lijkt te gaan. De overgangen zijn onverwacht en spectaculair, aangezien pure kleur het enige is wat nog met de ogen wordt waargenomen. Af en toe doemen in deze velden gestaltes van medebezoekers op, als een driedimensionale tegenhanger van de gekleurde schaduwprojecties in een van de andere zalen. Het werk van Eliasson brengt een sterke gewaarwording tot stand, maar eerder van de eigen zintuigen en de werking daarvan, en niet van een sociaal netwerk.

 

Olafur Eliasson. Innen Stadt Aussen loopt nog tot 9 augustus in de Martin-Gropius-Bau, Niederkirchnerstraße 7 | Ecke Stresemannstraße 110, 10963 Berlin (030/254 86-0; www.gropiusbau.de).