Koen Brams, Dirk Pültau

DE WITTE RAAF

Editie 149 januari-februari 2011

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Gesprek met Léonore Verheyen over het archief van Jef Verheyen

Koen Brams/Dirk Pültau: Sinds wanneer beheer jij het archief van je vader?

Léonore Verheyen: Sinds de dood van mijn moeder, Dani Franque, in 1989. Mijn vader is in 1984 overleden en tot 1989 bleef mijn moeder in het bezit van het archief. Na haar overlijden waren mijn twee broers en ik het er snel over eens dat de documenten en de bibliotheek van mijn vader – en van mijn moeder, die ceramiste was – het best onder mijn hoede zouden komen. Het sprak in zekere zin vanzelf.

K.B./D.P.: Waarom was dat vanzelfsprekend?

L.V.: Ik heb kunstgeschiedenis gestudeerd en heb een scriptie gemaakt over de relatie van de Zero-kunstenaars met mijn vader. Mijn broers hadden die vorming niet.

K.B./D.P.: Wat heb je gedaan toen de documenten in jouw bezit kwamen?

L.V.: Halverwege de jaren 90 werd het voormalige huis van mijn ouders in Frankrijk verkocht. Met de verhuis naar Mechelen in het vooruitzicht heb ik het materiaal ter plekke al wat geordend. In Mechelen is het archief een tijdje in de dozen gebleven, tot mijn man en ik in 2000 een huis hebben gekocht in Heffen (Mechelen). We hebben met het oog op het archief voor een ruim gebouw geopteerd, een voormalige school. Pas toen de verhuis naar Heffen achter de rug was, ben ik begonnen met een meer grondige ordening van het materiaal. Die klus is nu voor het grootste deel geklaard. Twee à drie dozen met brieven van vrienden en een verzameling schriftjes met teksten van mijn vader wachten nog op verwerking. Vervolgens moet een inventaris worden opgesteld en dient het archief in een aparte ruimte te worden ondergebracht. Momenteel bevindt het zich immers in een privéruimte, vandaar dat ik het jullie niet kan laten zien.

K.B./D.P.: Kan je ons vertellen wat het archief omvat?

L.V.: Ik noemde al de schriftjes met teksten van mijn vader. Daarnaast omvat het archief correspondentie, vernissagekaarten, tentoonstellingscatalogi, affiches, publicaties, de boeken van mijn ouders, informatie over en foto’s van de meeste werken van mijn vader die zich in internationale collecties bevinden, documentatie met betrekking tot werken van mijn vader en van andere kunstenaars… Het is moeilijk om een overzicht te geven.

K.B./D.P.: Kan je ons een idee geven van de globale omvang van het archief?

L.V.: Een kast van tien bij twee meter is bijna volledig gevuld. Nu ik dat zo zeg, realiseer ik mij pas de omvang van het archief. Mijn vader heeft altijd alles bewaard. Er zijn bijvoorbeeld een 40-tal mappen met brieven.

K.B./D.P.: Met wie heeft Jef Verheyen het meest gecorrespondeerd?

L.V.: Van Lucio Fontana zijn er meer dan 40 brieven. Voorts correspondeerde hij vaak met Günther Uecker, Hermann Goepfert en Ivo Michiels. Het grootste deel stamt uit de jaren 60. Nadien werd de vriendenkring kleiner – Klein en Manzoni waren al begin jaren 60 overleden, Fontana stierf in 1969. Na 1974 – het jaar waarin mijn ouders naar Frankrijk verhuisden – correspondeerde hij ook met onder anderen Axel Vervoordt, Jos Macken & Dr. Ludo Van Bogaert.

K.B./D.P.: Zijn er reeds brieven gepubliceerd?

L.V.: De brieven van Fontana en Manzoni aan mijn vader zijn verschenen in Italiaanse publicaties over de betreffende kunstenaars. Ik heb overigens getracht om de brieven terug te vinden die mijn vader naar Fontana stuurde… maar tevergeefs. In de Fondazione Fontana (Milaan) is niets te vinden. In Ueckers omvangrijke archief in Düsseldorf heb ik wel de brieven naar Uecker teruggevonden. Een tijd geleden informeerde ik bij Günther of hij niets zou zien in een publicatie. Hij stond daar niet afwijzend tegenover, maar voorlopig is er nog niets op de sporen gezet.

K.B./D.P.: Is er in kader van het onderzoek naar Jef Verheyen al iets met het archief gebeurd?

L.V.: Nee, nog niet zoveel. In 1994 heeft Willy Van den Bussche in het toenmalige Provinciaal Museum voor Moderne Kunst te Oostende een retrospectieve georganiseerd, maar het archief was toen nog onvoldoende geordend en er was erg weinig tijd om opzoekingen te doen. Zo gaat het wel vaker. Het moet altijd snel gaan. In de catalogus en in de tentoonstelling Jef Verheyen and Friends die tot eind januari in de Langen Foundation loopt, wordt voor het eerst een ruimere keuze uit het fotomateriaal gepresenteerd. Zelf hoop ik in de toekomst nog iets te doen met de schriftjes met teksten van mijn vader.

K.B./D.P.: Waarom geen publicatie maken met alle teksten én de correspondentie? Met een dergelijk omvangrijk en ‘internationaal’ archief heb je toch een brok kunstgeschiedenis in huis?

L.V.: Ik weet het. Dat zou zeker een goed idee zijn, maar of ik daar een uitgever voor vind? Voor het maken van een oeuvrecatalogus heb ik al contacten gehad… Maar uiteindelijk zou ik die oeuvrecatalogus toch liefst volledig zelf maken. Ik ben al zo vaak ontgoocheld geweest.

K.B./D.P.: In welke zin? Kan je daar wat meer over vertellen?

L.V.: Laat ons zeggen dat bepaalde afspraken niet werden nagekomen of dat men gemaakte afspraken trachtte te ‘veranderen’… In het geval van boekpublicaties was het resultaat vaak niet wat ik ervan verwachtte. Zo liet de kwaliteit van de reproducties meestal te wensen over. Nee, ik zal heel serieuze garanties moeten krijgen voor ik mij nog engageer. Voor projecten rond het archief behoud ik het liefst van al de volledige controle.

K.B./D.P.: Krijg jij vaak vragen om archiefstukken te raadplegen?

L.V.: Af en toe gebeurt dat wel. Er komt nu wat interesse op gang en ik probeer altijd constructief mee te werken.

K.B./D.P.: Hoe pak je dat precies aan?

L.V.: Om een voorbeeld te geven: in 2002 heeft Axel Vervoordt een tentoonstelling over Jef Verheyen georganiseerd onder de titel Lux est Lex. Ik heb toen het nodige materiaal bezorgd aan Freddy De Vree, die aangezocht was om de catalogustekst te schrijven. Naar aanleiding van de huidige tentoonstelling in de Langen Foundation heb ik nauw met de curator samengewerkt en onder andere ook de archiefdocumenten die betrekking hebben op de oprichting van De Nieuwe Vlaamse School aan Johan Pas bezorgd. Zijn tekst in de catalogus handelt immers ook over het nummer van het tijdschrift De Tafelronde waarin de oprichting van de Nieuwe Vlaamse School wordt aangekondigd.

K.B./D.P.: En als iemand vraagt om in het archief te werken?

L.V.: Dat is onmogelijk. Ik probeer onderzoekers zo goed mogelijk van dienst te zijn, want ik vind het belangrijk dat het archief gebruikt wordt, maar ik kan niemand vrije inzage geven vooraleer ik zelf alles geordend en doorgenomen heb. Wij zijn trouwens ook geen archiefinstelling.

K.B./D.P.: Ben jij al door Belgische instituten of archiefinstellingen benaderd in verband met een mogelijke schenking?

L.V.: Absoluut niet.

K.B./D.P.: Hebben jullie al een Belgische instelling over het archief aangesproken?

L.V.: Nee. We hebben nog met geen enkele Belgische instelling contact gehad.

K.B./D.P.: Heb je al vragen uit het buitenland gekregen?

L.V.: De Zero Foundation in Düsseldorf heeft al naar de mogelijkheid van een schenking geïnformeerd. De Zero Foundation treedt samen met Axel Vervoordt en enkele particulieren – waaronder wijzelf – als organisator op van de tentoonstelling Jef Verheyen and friends in de Langen Foundation. Maar ik twijfel.

K.B./D.P.: Waarom?

L.V.: De Zero Foundation wil zoveel mogelijk documentatie van Zero-kunstenaars verzamelen, maar voorlopig blijft dat beperkt tot het materiaal van de drie stichters Heinz Mack, Otto Piene & Günther Uecker.

K.B./D.P.: De laatste tijd zie je steeds vaker dat archieven te koop worden aangeboden. Instellingen zoals de Getty Foundation (Los Angeles) of het MoMa (New York) zijn actief op zoek om archieven te verwerven en komen met geld op de proppen. Heb je al een dergelijk voorstel gekregen?

L.V.: Nee.

K.B./D.P.: Is dat voor jou een optie?

L.V.: Een aanbod van een instelling als het MOMA zou ik natuurlijk overwegen. In 2008 heb ik dankzij Tijs Visser met een New Yorkse galerie kunnen samenwerken die een Zero-tentoonstelling op touw zette. Het was een positieve ervaring waar ik uitstekende contacten met New Yorkse museummensen aan heb overgehouden.

K.B./D.P.: Wat zou voor jou een ideaal scenario zijn? Dat het archief in een aparte Verheyenstichting wordt ondergebracht of dat het een plaats krijgt binnen een grotere instelling?

L.V.: Dat zijn beide valabele opties. Het belangrijkste is voor mij dat er in de toekomst met het archief van mijn vader kan worden gewerkt.

K.B./D.P.: Heb je liefst dat het archief in België blijft? Of speelt dat voor jou geen rol?

L.V.: Weet je, ik wil niemand voor het hoofd stoten, maar ik stel vast dat men in het buitenland meer interesse toont voor het onderwerp. Er is nog niets beslist, maar als die situatie niet verandert, is de kans logischerwijze reëel dat het archief naar het buitenland wordt overgebracht.

 

 

Redactie: Dirk Pültau

 

De tentoonstelling Jef Verheyen & Friends loopt tot 30 januari in de Langen Foundation, Raketenstation Hombroich 1, 41472 Neuss (02182.5701-0; www.langenfoundation.de).