Lieven Van Den Abeele

DE WITTE RAAF

Editie 149 januari-februari 2011

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Jean-Michel Basquiat.

 De speelfilm Downtown 81 van de Zwitserse fotograaf en cineast Edo Bertoglio uit 1981 is een real life snapshot van de ultrahippe subcultuur van het New Yorkse postpunktijdperk. In deze pseudodocumentaire speelt Jean-Michel Basquiat (1960 – 1988) zichzelf. In de ganse film is er amper een schilderij te zien. We zien Basquiat door de straten van de Lower East Side lopen, teksten op de muren spuiten en muziek maken. Op het moment van de opnamen is hij dakloos. Hij doet de opmerkelijke uitspraak dat hij zichzelf beschouwt als ‘schrijver’. Het jaar daarop staat hij op de zevende Documenta.

Het levensverhaal van Jean-Michel Basquiat is tot een mythe uitgegroeid: Hij wordt geboren in Brooklyn als kind van een Haïtiaanse vader en een Portoricaanse moeder; Debuteert met graffiti in downtown Manhattan; Wordt ontdekt door Andy Warhol en opgepikt door de kunstwereld; Wordt op zijn eenentwintigste door Rudi Fuchs uitgenodigd voor de zevende Documenta; Stelt een jaar later als eerste zwarte kunstenaar en als jongste deelnemer ooit tentoon op de New Yorkse Whitney Biennial; Is op zijn vijfentwintigste de meest succesvolle kunstenaar van zijn generatie; Overlijdt in New York aan een overdosis, net geen achtentwintig jaar oud.

In 2010 zou Jean-Michel Basquiat vijftig jaar geworden zijn. Voor het Musée d’art moderne de la ville de Paris was dit een gelegenheid om een retrospectieve te organiseren. De schrijver Basquiat krijgt hier duidelijk gestalte. Zijn vroegste graffiti bestaat hoofdzakelijk uit teksten, aforistische zinnen, die het midden houden tussen politieke boodschappen en poëzie. De eenvoud van de zwart-witcontrasten en het ritme van de grafische beweging sluiten aan bij de rapmuziek die hij begin jaren 80 beoefende. Technieken van scratching en sampling, recyclage en herhaling, die de esthetiek van de hiphop weerspiegelen, vinden we ook terug in zijn plastisch werk.

Zijn schilderijen zijn het resultaat van zijn obsessie voor muziek en zijn passie voor het schrift. Tevens vond hij inspiratie in stripverhalen, publiciteit, Afrikaanse mythen en voodoorituelen. Hij toont zich een volwaardige erfgenaam van de Cobrabeweging en van kunstenaars als Dubuffet en Cy Twombly. Op nog geen tien jaar tijd maakte hij meer dan duizend schilderijen, gepassioneerd op zoek naar een eigen beeldtaal. De grafische werken met uitsluitend tekst behoren tot de meest oorspronkelijke. Ze verwijzen, net als veel werk van zijn ‘voorgangers’, vaak naar de jazz, de Afro-Amerikaanse muziek die een belangrijke invloed heeft gehad in de ontwikkeling van zowel de populaire als ernstige muziek. De helden van Basquiat waren dan ook Miles Davis, Dizzy Gillespie, Billie Holliday en vooral Charlie ‘Bird’ Parker.

De tekeningen overtuigen meer dan de schilderijen. Het sterk grafische karakter en de directe vertaling van de impulsieve geste, waarvan ook de schilderijen getuigen, gedijen beter in de context van de tekening. Zijn werk is ook overtuigender op klein formaat.

Desalniettemin gaat een overzichtstentoonstelling als deze, met ongeveer honderdvijftig sterk op mekaar lijkende werken, snel vervelen. Basquiat was geen begenadigd schilder. Zijn werk moet het hebben van de directheid. Zijn haast gewelddadige manier van schilderen heeft een onmiddellijke impact, maar het schokeffect produceert geen echo. Van intrigerende concepten of opmerkelijke evoluties is in het oeuvre geen sprake. De composities zijn erg schematisch en steeds volgens hetzelfde systeem opgebouwd. De kleuren zijn niet subtiel, niet berekend op effect. Het coloriet lijkt eerder arbitrair.

De tentoonstelling speelt dan ook meer in op het fenomeen dan op het werk. Basquiat was de juiste man op het juiste moment op de juiste plaats. Zijn kunst was nauw verbonden met het New York van de jaren 80. Terwijl de muziek dankzij radicale vernieuwingen als punk en new wave nieuw leven werd ingeblazen, kreeg ook de schilderkunst een nieuw elan, en de energie van deze jonge geweldenaar, primitief, subversief en provocatief, werd het symbool van deze radicale reactie tegen de dood van de schilderkunst.

Het werk van Basquiat staat symbool voor de uitwassen van de kunsthandel in de jaren 80 en is synoniem voor commercialisering en speculatie. De chronologie van de tentoonstelling wordt niet bepaald door de evolutie van de kunstenaar – van evolutie was er immers nauwelijks sprake – maar door de opeenvolgende galerieën waar de kunstenaar tentoonstelde. Hierdoor treedt vooral het verhaal van gewiekste galeriehouders op de voorgrond die met de juiste strategieën en de nodige marketing dit uitzonderlijke moment wisten te verzilveren.

Al bij al biedt de tentoonstelling een mooie momentopname van de jaren 80. Veel van het getoonde werk heeft de tand des tijds echter niet doorstaan. Basquiat heeft de evolutie van de schilderkunst nauwelijks beïnvloed. Het belang van deze kunstenaar ligt vooral in het feit dat hij als een van de eerste niet-blanke kunstenaars door de kunstwereld ernstig werd genomen.

 

Jean-Michel Basquiat tot 30 januari in het Musée d’art moderne de la ville de Paris, 11 Avenue du Président Wilson, 75116 Parijs (01/53.67.40.00; www.mam.paris.fr).