Kees Keijer

DE WITTE RAAF

Editie 150 maart-april 2011

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie in Den Haag

‘Je moet nooit het woord archief gebruiken.’ Anja Tollenaar gaat als projectcoördinator van het Centraal Register Vormgevingsarchieven (CRVa) langs bij individuele vormgevers en sieraadontwerpers, maar ook bij grote bedrijven als Ahrend, Gispen en Van Kempen & Begeer. Haar doel is het maken van een overzicht van Nederlandse vormgevingsarchieven: een database met gegevens over archieven van vormgevers, ontwerpbureaus, fabrikanten, designgaleries en ontwerpersverenigingen. Ze bezoekt deze partijen om te vragen of er een archief is en wat het omvat. Maar bij het woord archief schrikken veel grote en kleine bedrijven terug. ‘Of ze weten nauwelijks wat ze hebben. Het omgekeerde komt ook voor: als ze horen dat hun archief van nationaal belang zou kunnen zijn, willen ze geld zien.’

Het CRVa, dat momenteel ruim 1700 namen van vormgevers en bedrijven omvat, is een samenwerkingsproject van meerdere instituten dat is ondergebracht bij het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie (RKD), het grootste onderzoeksinstituut voor kunst in Nederland. De database voor vormgevingsarchieven is een van de meest recente onderdelen van het RKD. Het laat meteen ook zien dat het RKD archieven op een andere manier is gaan benaderen. Vroeger wachtte het RKD passief tot schenkingen zich voordeden of aankopen zich aandienden, maar tegenwoordig streeft men naar een actiever acquisitiebeleid.

Het RKD is in 1932 opgericht op basis van de nagelaten documentatieverzameling van kunsthistoricus Cornelis Hofstede de Groot (1863-1930). De collectie bestond onder andere uit honderdduizend reproducties van 17de-eeuwse Noord- en Zuid-Nederlandse beeldende kunst en een uitgebreid systeem van bijna een miljoen fiches waarop Hofstede de Groot gegevens uit veilingcatalogi, collectiecatalogi en museumcatalogi had ingevuld. Nog voor de opening voegde de verzamelaar en kunstkenner Frits Lugt (1884-1970) zo’n honderdduizend reproducties en enkele duizenden boeken en veilingcatalogi aan de verzameling toe. Tegelijkertijd bracht E.A. van Beresteyn (1876-1948) zijn documentatie over Nederlandse portretten onder bij het RKD.

De documenten en archiefstukken over de oude Nederlandse schilderkunst werden na de Tweede Wereldoorlog aangevuld met een collectie Buitenlandse Kunst en een verzameling Moderne en Hedendaagse Nederlandse en Belgische Kunst. Ook werd het verzamelterrein uitgebreid met persdocumentatie en beeldhouwkunst. De collectie Archivalia werd ook pas na de Tweede Wereldoorlog gerealiseerd en zal in de toekomst steeds meer verweven worden met de andere afdelingen, vooral door de digitale ontsluiting ervan. Er worden momenteel ruim zeshonderd archieven in het RKD bewaard. De archivalia hebben vooral betrekking op de Nederlandse beeldende kunst en vormgeving. Het gaat om 1100 meter aan archiefmateriaal van kunstenaars, handelaren, kunsthistorici, galeriehouders, kunstcritici en andere personen die in het veld van de beeldende kunst actief zijn geweest. In 2006 werd een speciale geklimatiseerde ruimte voor de archivalia in gebruik genomen, maar deze bleek al snel te krap bemeten. Het probleem werd recent opgelost door een inrichting met ruimtebesparende rolkasten. Alle archieven worden in zuurvrije dozen opgeborgen.

In totaal werken een kleine honderd mensen bij het RKD. Voor de archieven zijn er een hoofdconservator, twee archivarissen en een assistent-conservator die zich specifiek richt op de archieven van De Stijl. Daarnaast is er een wisselend aantal medewerkers, op dit moment zes, die voor de duur van een project bij het RKD aan de slag gaan. Bovendien zijn bij de afdeling Archieven regelmatig stagiaires werkzaam.

 

Jarenlang waren deze collecties in aparte afdelingen raadpleegbaar in het complex van de Koninklijke Bibliotheek, maar sinds 2006 heeft het RKD een veel meer toegankelijke ruimte betrokken op de begane grond van hetzelfde gebouw. De bezoeker meldt zich eerst bij de balie (geopend ma-vr van 10 tot 17 uur) waar toegang betaald moet worden (€ 2,50 per dag, € 6,00 per week en € 15,00 voor een jaarpas). De grote studiezaal daarachter bestaat uit een ruimte voor de beeld- en persdocumentatie en een leeszaal voor de bibliotheek.

Op computerschermen kan de bezoeker zoeken in de databases van het RKD. Een deel daarvan staat ook op de website van het instituut. De werkplekken zijn voorzien van stopcontacten voor laptops. Zoeken kan in een aantal databases. De basis wordt gevormd door RKDartists&, een op kunstenaar geordend register dat uitgeeft op alle collecties van het RKD. Wie zoekt naar een kunstenaar vindt allereerst een biografische record met een literatuurverwijzing. Onderaan volgt een index van de RKD-collecties die materiaal over of van de betreffende kunstenaar bevatten.

De beelddocumentatie vormt een belangrijk onderdeel van de studiezaal. Het is een verzameling van zeven miljoen afbeeldingen. De verzameling oude Nederlandse kunst is geordend op voorstelling, vanuit de traditionele redenering dat je een kunstwerk moet kunnen toeschrijven aan een specifieke kunstenaar. Men zoekt hier eerst op land en periode (Nederland, 18de eeuw), vervolgens op onderwerp (‘landschap met molen links’, ‘vogels, niet op een tak’) en daarna op kunstenaar. De beelddocumentatie staat samen met de persdocumentatie in open opstelling. Ook selecties uit de bibliotheek, waaronder monografieën over Nederlandse en Belgische kunstenaars, zijn in de studiezaal opgesteld. In de belendende leeszaal vindt men naslagwerken en tijdschriften. Materiaal dat niet in de open opstelling is opgenomen, waaronder de veilingcatalogi, kan worden aangevraagd bij de informatiebalie. Dat laatste geldt ook voor de archivalia, die normaal gesproken in de studiezaal worden geraadpleegd. Het RKD presenteert de afdeling archivalia zoveel mogelijk in samenhang met de andere collecties. In de studiezaal kan de bezoeker ook beeldmateriaal of literatuur erbij halen. Bijzondere archieven worden echter geraadpleegd in een aparte studiezaal, waar voortdurend toezicht is.

Veel materiaal, zoals de fiches van Hofstede de Groot en een deel van de beelddocumentatie, is inmiddels gedigitaliseerd. Deze collecties zijn ook via de website van het RKD te raadplegen. Een uitzondering vormen de veilingcatalogi van voor 1900, die zijn gedigitaliseerd door een commercieel bedrijf dat ook catalogi uit het Rijksmuseum, het Metropolitan Museum of Art (New York) en andere musea heeft ontsloten. Deze zijn wel in de studiezaal te raadplegen, maar staan niet op de website.

De inventaris van de archieven is wel via beide kanalen te vinden (RKD collections & archives). De afdeling archivalia bevat voornamelijk aantekeningen, manuscripten, fotoalbums, persoonlijke papieren, schetsen en werkboeken, maar ook videobanden en geluidscassettes komen voor. Het RKD heeft de intentie om dergelijke magnetische informatiedragers te digitaliseren, waardoor ze via computers kunnen worden aangeboden. Daarvoor werkt het RKD samen met het Instituut voor Mediakunst in Amsterdam.

Sommige materialen worden onder specifieke condities in aparte ruimtes bewaard. Zo zijn er enkele koelcellen waarin fotomateriaal is opgeborgen, zoals ekta’s en dia’s. Ook dit materiaal wil het RKD digitaliseren. Dat laatste is al gebeurd voor veel videokunst en performances die kunnen worden geraadpleegd in een speciale mediaruimte.

Als een archief uit verschillende materialen bestaat, wordt dus niet per se alles bij elkaar gehouden. De archiefinventaris brengt het materiaal als het ware bij elkaar. Als boeken met een archief meekomen, gaan deze in principe naar de bibliotheek van het RKD, tenzij ze bijvoorbeeld door een kunstenaar zijn geannoteerd. Bij de ‘gewone’ boeken die naar de bibliotheek gaan, wordt vermeld dat ze bij een specifiek archief horen. Zo’n boek komt dus in de archiefinventaris en tegelijk wordt in de beschrijving van de bibliotheek verwezen naar het archief.

 

Niet alleen voor het CRVa, ook voor andere archieven streeft het RKD tegenwoordig naar een actiever acquisitiebeleid. Roman Koot, Hoofd Publiekszaken: ‘Ik denk dat je daar heel duidelijk een verschil ziet met vroeger. Vaak werd er iets aangeboden of iemand kwam iets tegen en vervolgens belandde het bij het RKD. Soms vond iemand na een paar jaar enkele dozen terug en vroeg zich af wat daar nou in zou zitten.’

Tegenwoordig maakt het RKD lijsten met desiderata op het gebied van moderne kunst. ‘We brengen bijvoorbeeld in kaart welke galeries en welke instellingen belangrijk zijn als je over dertig jaar de geschiedenis van de jaren 80 en 90 zou schrijven. We verkennen het veld en zoeken naar instellingen en kunstenaars die van cruciaal belang zijn. Daarvan willen we de archieven hebben om in de toekomst goed onderzoek te kunnen faciliteren. Voor de jaren 80 en 90 kun je stellen dat je je niet kan beperken tot galeries en kunsthandels. Je moet dan ook kijken naar kunstenaarsinitiatieven. Uiteindelijk resulteert dat in een lijst met kunstenaars, galeries en kunstenaarsinitiatieven die we graag zouden opnemen.’ Zo is het RKD bezig om het archief van het Amsterdamse kunstenaarsinitiatief W139 te inventariseren. ‘Met W139 hebben we de afspraak gemaakt dat een gedeelte van het archief hierheen komt. Een van onze archivarissen en een aantal medewerkers onderzoeken nu het archief. Ze halen dubbele exemplaren eruit en maken lijsten van wat zich in het archief bevindt. Als het straks hierheen komt, hebben we die fase al gehad.’

Sommige schenkers geven hun archief onder bepaalde voorwaarden aan het RKD. Anderen willen nog over het materiaal kunnen beschikken, om het te benutten voor een tentoonstelling bijvoorbeeld. Weer anderen willen het voor een bepaalde periode gesloten houden. Zo hebben Jan van Adrichem en Martijn van Nieuwenhuyzen een archief geschonken dat niet kan worden ingezien en dat onder meer correspondentie bevat over de Nederlandse inzending van de kunstenaars De Rijke/De Rooij voor de Biënnale van Venetië (2005). Het archief is niet openbaar, maar ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek kan op deze beperking een uitzondering worden gemaakt.

Zulke voorwaarden zijn te lezen in een pdf op de website van het RKD. Die pdf bevat ook een inventaris van elk archief. Ook hier geldt dat het RKD de eigenlijke archiefstukken ‘systematisch en projectgewijs’ gaat digitaliseren. De belangrijkste archieven zijn het eerst aan de beurt. Het RKD heeft archieven over De Stijl als bijzonder aandachtspunt aangewezen, wat betekent dat de archieven over Mondriaan, Van Doesburg en César Domela voorrang krijgen. Daarnaast is het RKD met het Gemeentemuseum Den Haag een samenwerkingsproject gestart rond Mondriaan. Wietse Coppes houdt zich in het RKD specifiek bezig met archiefmateriaal over De Stijl. ‘We hebben vanaf 1963 steeds meer materiaal over Mondriaan binnengekregen. Zo is veel materiaal uit de archieven van Herbert Henkels en Robert Welsh in ons bezit. Een paar jaar geleden is besloten om archieven over De Stijl meer te profileren. Het Gemeentemuseum stoot meer archieven en documentatie af en dat komt bij het RKD terecht. We willen vanaf 2012 een kenniscentrum over Mondriaan opzetten.’ Als voorbeeld laat Coppes enkele zeldzame foto’s zien die uit Mondriaans nalatenschap komen. Ze zijn nu eigendom van Rhonda Roland Shearer in New York, maar zijn tijdelijk in Den Haag om te worden gedigitaliseerd. Het RKD heeft het copyright op het archief gekocht en zal het archief in de toekomst toegankelijk maken.

Om archiefstukken te fotograferen moet men overigens altijd toestemming vragen. Als het archief alleen mag worden ingezien met uitdrukkelijke goedkeuring van de schenker, dan ligt het voor de hand dat de bezoeker onderdelen ervan niet mag fotograferen. Dat geldt overigens ook voor de beelddocumentatie. Koot: ‘Dat heeft te maken met copyright. Er zitten oude veilingcatalogi in, maar ook kunstwerken van verschillende musea. We hebben met de musea een afspraak dat wij daarvan geen reproducties leveren. Anders zouden we de musea in de wielen rijden.’

Sommige archiefstukken krijgt de bezoeker alleen in reproductie te zien. Brieven van Mondriaan zijn te kostbaar; daarvan krijgt men een kopie onder ogen. Hetzelfde geldt voor veilingcatalogi van voor 1900. Aangezien deze zijn gedigitaliseerd, word je geacht ze via de computer te raadplegen, al kan daarvan worden afgeweken als een aantekening op het beeldscherm niet duidelijk leesbaar is.

Het RKD informeert over zijn activiteiten via het RKD Bulletin (Nederlands en Engels), dat twee keer per jaar verschijnt. Het bulletin bevat nieuws en informatie over ontwikkelingen binnen het RKD en over nieuwe aanwinsten. In elk nummer staan kunsthistorische artikelen die bronnen uit de collectie beschrijven. Het RKD Bulletin is gratis voor vrienden van het RKD. Voor 25 euro per jaar krijgen zij ook 50 procent korting op de entreeprijs en toegang tot speciale activiteiten. Daarnaast is de redactie van het tijdschrift Oud Holland gevestigd in het RKD, net als Delineavit et Sculpsit, een tijdschrift over oude grafiek en tekeningen. Het RKD geeft een ‘bronnenreeks’ uit waarin kunsthistorische bronnen worden gepubliceerd die zich in de collectie bevinden. In de leeszaal worden kleine wisselende tentoonstellingen georganiseerd. Momenteel is een tentoonstelling te zien over het archief Herman J. de Smedt (1927-2009), dat in het najaar van 2009 werd verworven.

 

Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie (RKD), Prins Willem-Alexanderhof 5 (KB-complex), 2595 BE Den Haag (070/333.97.77; fax 070/333.97.89; www.rkd.nl). Open ma-vr van 10 tot 17u. Dagpas € 2,50; weekpas € 6,00; jaarkaart € 15,00.