Erik Slagter

DE WITTE RAAF

Editie 152 juli-augustus 2011

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Jacques Doucet, le Cobra français.

De naam Cobra staat voor een beweging die slechts kort bestond, van 1948 tot 1951, en die werd gevormd door verschillende groepen experimentele kunstenaars uit Kopenhagen, Brussel en Amsterdam. Toch was er ook een Franse deelnemer: Jacques Doucet, in 1924 geboren in Boulogne sur Seine uit Bretoense ouders en in 1994 overleden in Parijs. Het Cobra Museum voor Moderne Kunst te Amstelveen biedt nu voor het eerst een overzichtsexpositie van zijn werk. De tentoonstelling laat zien dat Doucet een aparte bijdrage leverde aan Cobra. Hij was er reeds vanaf 1947 bij betrokken, in de aanloop tot de oprichting, ten tijde van de Experimentele Groep in Holland. Doucet nam daarna deel aan de belangrijke Cobra-tentoonstellingen. Zijn contacten en ervaringen gaven een belangrijke impuls aan zijn latere werk, dat een heel eigen karakter kreeg, los van Cobra. De huidige expositie toont die ontwikkeling prachtig aan: eerst is er een besloten zaal met figuratief werk en dan opent zich de ruimte in het licht voor de grote abstracte doeken. Zijn schilderkunst blijkt uiteindelijk een heel andere kant te zijn opgegaan: niet weerspannig, zoals veel typische Cobrakunst, maar aards en landschappelijk; en niet ‘op zijn Frans’, esthetisch, maar impulsief en ongeremd, vol referenties aan aardlagen en gesteenteformaties. Is de kunst van Doucet wel Cobra, vraag je je hier af?

Doucet vond via Cobra internationale erkenning, maar zijn ontmoeting met de beweging was eerder toevallig. Op een dag in de lente van 1947 bracht hij een bezoek aan de bekende galerie Kahnweiler, een map tekeningen onder zijn arm. Zijn tekenwerk trok de aandacht van een Hongaarse verzamelaarster die hield van zigeunermuziek en nog geboeid was door de spontane kinderlijke tekeningen van Paul Klee die ze kort daarvoor op een expositie in Boedapest had gezien. Ze deed Doucet een verbazingwekkend voorstel om in Hongarije te exposeren in de Europai Iskola, een centrum voor surrealisme. Ze kwam net uit Amsterdam waar ze Corneille precies hetzelfde voorstel had gedaan. Zo greep er in de Europai Iskola een ontmoeting plaats tussen Corneille en Doucet, die het begin vormde van Doucets betrokkenheid bij Cobra.

Tot dan was Doucet zelf nog niet voor honderd procent overtuigd van zijn picturale aspiraties. Hij schreef veel gedichten en was in contact gekomen met de bijna 50 jaar oudere Bretonse dichter Max Jacob. Die stimuleerde hem om zich toe te leggen op zijn dubbeltalent, het dichten en het schilderen. In Boedapest voelde Doucet zich nog vooral aangetrokken tot de filosofie. Hij sloot vriendschap met de schrijver en filosoof Imre Pan, een van de oprichters van de Europai Iskola. Corneille reageerde echter meteen enthousiast op Doucets kinderlijke figuraties met felle kleurvormen. Ze pasten in zijn opvattingen waarbij de kindertekening, het primitieve en figuratieve lijnenspel van centraal belang waren. ‘Hij tekende als een kind dat de hele wereld op de stoep zet, poppetjes zoals je in toiletten of op de muren van grote steden ziet, met lijnen die de vrije loop hebben, geestdriftig, kleurrijk, onbeschaamd, zoals de alledaagse naakte werkelijkheid’, schreef Corneille later. Hij introduceerde Doucet bij de Experimentele Groep, die in 1948 zou opgaan in Cobra, en vroeg hem een tekening te maken voor het omslag van het tweede nummer van Reflex. Daarmee opent nu de catalogus en de tentoonstelling in Amstelveen.

Doucet tekende spontaan poppetjes op stukken beschreven papier in een gemengde techniek van potlood en gouache en later ook op karton en met verf op doek. Hij maakte ook keramische borden, waarop kinderspelen staan afgebeeld, en schilderde figuratief en in abstracte kleurvormen, eerst op papier, dan op doek.

Vijf jaar later, in 1953, wanneer Cobra al twee jaar was opgeheven, stapte Doucet af van de figuratie. Hij raakte gefascineerd door elementaire groeikrachten. Zijn experimenten met verschillende technieken leidden zijn aandacht naar de materie. Le contact avec la matière est nécessaire à ma quête spirituelle et à son contact j’éprouve un réel plaisir sensuel staat op de muur boven zijn schilderijen geschreven. De verf is in lagen over elkaar geschilderd. De felle kleuren hebben plaatsgemaakt voor aardse en donkere tinten met zwarte randen, de vormen zijn vlak. De doeken worden groter, en zijn vaak beplakt met kartonnen of papieren collages. In 1963 komen daar merkwaardig vervormde ijzeren beelden bij, schilderstukken gedeeltelijk op metaal, wandtapijten en plakwerk op spaanplaat. De poëzie in vormen en kleuren van de vroege periode keert deels terug in zijn werk.

De kunst van Doucet laat een opeenhoping zien van verscheidene materialen, eerst spontaan en experimenteel, dan in een voortdurende symbiose van grillige steen- en aardvormen. Uiteindelijk keert hij terug tot zijn afkomst. Hij is gehecht aan Bretagne, op zoek naar oude steenmassa’s in een steeds veranderend licht.

Jacques Doucet, le Cobra français nog tot 18 september in het Cobra Museum voor Moderne Kunst, Sandbergplein 1, 1181 ZX Amstelveen (020/547.50.50; www.cobra-museum.nl). De tentoonstelling is een samenwerking met LAAC, Lieu d’Art et Action Contemporaine van Duinkerken en het Musée des Beaux Arts te Quimper, waar de expositie te zien is van 14 oktober 2011 tot 9 januari 2012.