Lieven Van Den Abeele

DE WITTE RAAF

Editie 152 juli-augustus 2011

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Claude Cahun.

 Het werk van de Franse fotografe en schrijfster Claude Cahun is lang onbekend gebleven en werd tot voor kort enkel geapprecieerd door een handvol specialisten. Desondanks leverde ze een van de meest oorspronkelijke bijdragen tot de kunst van de eerste helft van de 20ste eeuw. Alhoewel ze contacten had met de surrealisten, is haar intimistisch en hoogst autobiografische oeuvre moeilijk te plaatsen.

Voor haar zelfportretten kruipt ze in de huid van zowel mannelijke als vrouwelijke personages. Haar lichaam ondergaat een metamorfose die zich voltrekt in de pose en de mise-en-scène, waarbij kostuums, decors en accessoires een belangrijke rol spelen, maar ook in het oneigenlijk gebruik van de fotografie via overdruk en fotomontage. Haar artistieke experimenten onderzoeken het soms moeilijk te maken onderscheid tussen object en subject. Zodra ze het beeld dat ze van zichzelf heeft via foto’s en performances met anderen deelt, krijgt het een sociale functie. Met haar zoektocht naar haar dubbelzinnige identiteit en haar homoseksuele geaardheid, sluit ze aan bij de hedendaagse genderproblematiek, zoals die door talrijke hedendaagse kunstenaars behandeld wordt.

Claude Cahun werd in 1894 geboren in Nantes als Lucy Schwob. Wegens de mentale gezondheidsproblemen van haar moeder werd ze grootgebracht door haar grootmoeder, Mathilde Cahun, de zuster van de befaamde oriëntalist David Léon Cahun. Haar oom was de symbolistische schrijver Marcel Schwob. Haar vader was directeur van de krant Le Phare de la Loire, waarin Lucy haar eerste teksten publiceerde in de rubriek Chronique de la mode. In dezelfde periode werd ze verliefd op de twee jaar oudere illustratrice Suzanne Malherbe, die haar tekeningen signeerde met (Marcel) Moore. Toen Lucy’s vader na de scheiding met haar moeder in het huwelijk trad met de moeder van Suzanne, werden de twee geliefden stiefzusters.

Na de oorlog trokken ze samen naar Parijs waar Claude literatuur en filosofie studeerde. Ze frequenteerde er dadaïsten en surrealisten en ontmoette er onder anderen Gertrude Stein en Sylvia Beach. Haar vroegste teksten bestaan uit poëzie en proza, maar ook uit overpeinzingen over narcisme en de liefdes en vriendschappen onder homoseksuelen. Uit deze periode dateren ook haar eerste zelfportretten.

Begin jaren 30 ontmoette ze André Breton. In 1936 vergezelde ze hem naar Londen voor de International Surrealist Exhibition in de New Burlington Galleries. Op de tentoonstelling hangt een foto van haar waarop Breton te zien is samen met de Engelse surrealisten Ronald Penrose, David Gascoyne en E.L.T. Mesens, die met Breton en Eluard voor deze tentoonstelling de selectie hadden gemaakt. Van haar hand is ook de beroemde foto van de happening The Phantom of Sex Appeal, die Salvador Dalí bij deze gelegenheid organiseerde op Trafalgar Square. Op de foto zien we Sheila Legge in een lang wit zijden kleed en met lange zwarte handschoen terwijl ze met uitgestrekte armen de duiven uit haar hand laat eten. Op haar hoofd draagt ze een masker van papieren rozen. De foto van deze happening is een van de meest iconische beelden van het surrealisme.

In 1937 kocht Claude Cahun samen met Suzanne Malherbe een huis op het eiland Jersey, waar ze tot het eind van hun dagen zouden verblijven. Claude Cahun overleed er in 1954, Suzanne Malherbe in 1972.

De tentoonstelling belicht ook de politieke dimensie van het koppel, niet alleen hun libertair individualisme, maar ook het verzet tegen elke vorm van onderdrukking, meer bepaald in hun strijd tegen de Duitse bezetter. Eind jaren 30 werd Claude Cahun lid van de Fédération Internationale de l’Art Révolutionnaire Indépendant, waarvan het manifest in 1938 in Mexico geschreven werd door André Breton en Leon Trotski. Wanneer de Duitsers in juli 1940 Jersey bezetten, traden Claude en Suzanne toe tot het verzet. Met fotocollages en teksten bedreven ze contrapropaganda, tot ze in 1944 werden opgepakt en ter dood veroordeeld. Tijdens hun gevangenschap werd hun huis leeggehaald. Hierbij zijn veel van Cahuns foto’s en manuscripten verloren gegaan. Bij de bevrijding van Jersey in mei 1945 werden ze vrijgelaten.

De tentoonstelling, die een 140 foto’s en talrijke andere documenten bevat, geeft een mooi overzicht van zowel leven en werk van deze merkwaardige kunstenaar. Haar oeuvre trad pas na haar dood in de openbaarheid en kwam slechts in de belangstelling in de jaren 90, dankzij het werk van onder anderen Cindy Sherman en Nan Goldin. De tentoonstelling werd opgebouwd rond een aantal belangrijke thema’s. Métamorphoses de l’identité et subversion des genres bevat haar belangrijkste en bekendste zelfportretten, waarin de seksuele ambiguïteit zowel gecultiveerd als ondervraagd wordt. In Poétique de l’objet krijgt het stilleven een nieuwe symbolische betekenis. Métaphores du désir toont het subtiele, maar verraderlijke spel van een gesluierde erotiek. Entre nous evoceert de intieme relatie en de intense samenwerking tussen Cahun en Moore. Het is duidelijk dat haar werk zonder de medeplichtigheid van haar geliefde en levensgezellin onmogelijk gerealiseerd had kunnen worden. Zo werkten ze intens samen aan de fotomontages voor Aveux non avenus (1930), haar meest gekende literaire werk. Rencontres électives legt dan weer de nadruk op vriendschappelijke relaties met onder anderen Henri Michaux, Robert Desnos of André Breton. Poésie et politique toont het politiek engagement van de surrealisten in de jaren 30 van de Association des Ecrivains et Artistes Révolutionnaires en het daadwerkelijke verzet in de jaren 40. Au-delà du visible suggereert een reflectie over het fundamenteel in vraag stellen van de realiteit en haar verschijning. De essentie van dit bijzondere oeuvre situeert zich inderdaad ergens op de intuïtieve grens tussen het zichtbare en het onzichtbare. Het evoceert een onbekende gevoelswereld die ons desondanks zeer nabij is. En dit alles toont Jeu de Paume in een intimistische opstelling die de eigenheid van dit werk en de specifieke context waarin het is tot stand gekomen alle eer aandoet.

• Claude Cahun, tot 25 september in het Jeu de Paume, Place de la Concorde 1, Parijs (01/47.03.12.50; www.jeudepaume.org).