Christophe Van Gerrewey

DE WITTE RAAF

Editie 152 juli-augustus 2011

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

51N4E. Double or nothing.

Het werk van 51N4E heeft altijd iets ouderwets gehad, ondanks de hedendaagse en efficiënte manier waarop het onder de aandacht wordt gebracht. Het Brusselse bureau – de naam verwijst naar de coördinaten van de Belgische hoofdstad – werd eind 1998 opgericht door Johan Anrys, Freek Persyn en Peter Swinnen. Al in 2001 organiseerden ze in Netwerk Aalst de tentoonstelling The First Two Years. In 2002 wonnen ze de architectuurprijs van de Provincie Vlaams-Brabant, en in 2004 werden ze bekroond met de Rotterdam Maaskant Prijs voor Jonge Architecten. In 2005 en 2008 wonnen ze twee grote architectuurwedstrijden in Tirana, de hoofdstad van Albanië. Eind vorig jaar werd Swinnen aangesteld tot Vlaams Bouwmeester. In diezelfde periode verscheen op Canvas een eerder generische documentaire over hun werk binnen de reeks Vormgevers. Deze zomer wordt in Bozar een overzichtstentoonstelling georganiseerd, die in oktober naar de Londense Architectural Association reist, terwijl eveneens bij de AA School een monografie wordt uitgegeven.

De oneigentijdsheid van het bureau schuilt dus niet in gebrekkige marketing. Het ouderwetse ligt in de weigering duidelijk te zeggen wat architectuur is of waar hun architectuur voor staat – en dat is uitzonderlijk voor architecten in het tijdperk van de zelfpromotie en de mediatisering. Het is niet verwonderlijk dat de tentoonstelling lange tijd werd aangekondigd onder de neutrale titel The First Decade. Ook de uiteindelijke titel Double or Nothing blijft vaag. Natuurlijk moet architectuur de kwaliteiten van een plek verdubbelen of maximaliseren – maar is dat niet altijd zo? Hoewel van architecten – en lang niet van architecten alleen – duidelijke statements, oneliners, waarheden en intenties worden verwacht, blijft 51N4E eerder vragen stellen dan antwoorden geven. Als het over architectuur gaat, zijn er volgens hen geen zekerheden. Elk project creëert eigen problemen, omstandigheden en strategieën, en die ontwerpkeuzes kunnen niet veralgemeend worden tot een theorie. In de catalogus wordt het oeuvre evenmin, noch door de architecten zelf, noch door één overkoepelende tekst, op een gelijke noemer gebracht. Het is zoals Diderot het in 1751 schreef in Mes pensées bizarres sur le dessin: ‘Autre chose est une attitude, autre chose une action. Toute attitude est fausse et petite; toute action est belle et vraie.’

Een dergelijk vertrouwen in de singulariteit van elke opdracht, brengt gevaren met zich mee. De praktijk van 51N4E is bijvoorbeeld ‘anekdotisch’ genoemd (door Dries Vande Velde in De Witte Raaf nr. 113), en hun keuze om geen definitieve keuzes te maken, kan verward worden met opportunisme. Tegelijkertijd dreigt elk project, dat niet alleen zichzelf maar ook de hele praktijk als een pars pro toto moet bewijzen, te bijzonder of te opzichtig te worden. Als de geschiedenis noch de theorie aanzetten levert voor wat architectuur is of zou kunnen zijn, blijft dan niet enkel de inspiratie van het moment over? De tentoonstelling in Bozar houdt dat relevante risico op een spannende manier levend.

Samen met de Franse architectuurcriticus Dominique Boudet (ook bekend als bouwheer van de Villa dall’Ava van OMA/Rem Koolhaas), maakte 51N4E van deze tentoonstelling een heus ontwerp. Ze namen geen genoegen met de ruimte die in Bozar gewoontegetrouw voor architectuurexposities wordt gereserveerd, rechts achteraan de Hortahal. Het is precies die Hortahal die ze tot het hart van de tentoonstelling maken, door twee extra belendende zalen in gebruik te nemen. In een eerste grote ruimte zijn vier films te zien. Op de muur worden beelden van een autorit door Tirana geprojecteerd, samen met een tekstfragment uit November van een hoofdstad van de Albanese schrijver Ismail Kadare. De reis eindigt op het Skandenbeg Square, een reusachtig plein dat door 51N4E wordt heraangelegd als een open publieke vlakte middenin de chaotische stad. Op twee televisieschermen worden stukken getoond uit de Canvasdocumentaire die hun ontwerp voor het plein en voor de vlakbij gelegen TID Tower belichten. Op een derde scherm speelt een film, gemaakt door de Albanese kunstenaar Anri Sala, over het beleid van de burgemeester van Tirana, Edi Rama.

De tweede extra zaal is aan de overkant rechtstreeks toegankelijk vanuit de Hortahal. Deze kamer mag slechts met kousenvoeten worden betreden, omdat er een groot meubel staat – een landschap van textiel dat de architecten ontwierpen voor een woning in de rand rond Kortrijk. Liggend in of zittend op dit merkwaardige daybed kan de toeschouwer filmfragmenten bekijken over de verbouwing van die woning, die van een klassieke fermette in een schatkamer vol domestieke avonturen is omgetoverd. Het wonen krijgt hier de ene uitdaging na de andere aangeboden, maar wordt als het ware in bedwang gehouden door één metalen wand rond het huis.

In de Hortahal zelf hangen twee fotomontages van Philippe Dujardin. Het zijn twee geassembleerde zichten, genomen vanuit een fysiek gezien oninneembaar standpunt, op het ontwerp voor de TID Tower enerzijds, en op de reorganisatie van de voormalige mijnsite C-mine in Genk anderzijds. In de ruimte rechts achteraan de Hortahal is een meer klassieke tentoonstelling ingericht onder de titel 27 Short Stories. Hier worden ontwerpen, ideeën en concepten getoond in een labyrint van tafels, door middel van schetsen, maquettes, films, plannen of foto’s.

Een bezoek aan deze tentoonstelling is een ervaring, niet alleen omwille van de architectuur die er wordt getoond, maar ook door de ruimtes die in het leven worden geroepen. Het gebruik van dit gedeelte van het Paleis voor Schone Kunsten wordt, hoe subtiel en kleinschalig ook, helemaal door elkaar gegooid. Er ontstaan zichtlijnen tussen de zalen onderling, en het parcours van de architectuurliefhebber kruist dat van de kunstliefhebber op weg naar The Crooked Path van Jeff Wall. Wie de ontwerpen van 51N4E bestudeert, ontdekt dat het deze architecten daar altijd om te doen is: vastgeroeste patronen doorbreken, verborgen mogelijkheden tevoorschijn halen, verwachtingen tegenspreken door nieuwe verlangens op te wekken. Er zijn geen taboes in het arsenaal aan middelen waarmee ze op een bestaande toestand reageren – en hun architectuur is altijd in de eerste plaats reactie, om daarna zelf het onderwerp van reactie, commentaar, kritiek en verwondering te worden. Als de praktijk van 51N4E uit anekdotes en incidenten bestaat, dan gaat het om voorvallen en verhalen waar men in het beste geval lange tijd mee verder kan.

51N4E. Double or Nothing, tot 4 september in het Paleis voor Schone Kunsten, Ravensteinstraat 23, 1000 Brussel (02/507.82.00; www.bozar.be).