Indira Van 't Klooster

DE WITTE RAAF

Editie 152 juli-augustus 2011

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Architectuur als kunstobject.

Cityscapes Gallery verkoopt kunst. Het werk is echter niet van kunstenaars, maar van architecten. Wat is het verschil tussen een kunstobject en een bijproduct van architectuur? En hoe bepaal je de prijs van objecten als de makers ervan hun carrière niet hebben uitgebouwd in een kunstcircuit? Dat zijn precies de vragen waarop galeriehouder en architect Bastiaan Gribling nog geen antwoord heeft. Met Cityscapes neemt hij het stokje over van Luce van Rooy, die tussen 1980 en 1991 een architectuurgalerie had in Amsterdam (waar een piepjonge Winy Maas de installaties van Libeskind in elkaar kwam zetten).

‘Ik beschouw architectuur als een kunstvorm, en dus zijn haar producten kunst. Architectuur als kunstvorm heeft een tijdje in het verdomhoekje gezeten, maar komt nu – nu de echte opdrachten opdrogen – weer in het blikveld. Toch is niet elke architect geschikt, en ook niet elk werk van een geschikte architect. De kunstzinnige prepositie van de architect is van doorslaggevend belang’, aldus Gribling.

’Geschikte’ architecten zijn bijvoorbeeld MVRDV en Anne Holtrop, maar ook lichtkunstenaar Giny Vos en fotograaf Bas Princen. Zoal te koop in de galerie: een digitale print van windmolens van NL Architects (3570 euro); zeefdrukken van Rem Koolhaas (550 euro, oplage 200) of Lebbeus Woods (350 euro, oplage 65) – deze komen uit de vermaarde galerie van Luce van Rooy; een krukje van SEARCH (500 euro); een stoeltje van Rietveld (prijs op aanvraag); een Lotuslamp van Daan Roosegaarde (15.000 euro). Het duurste object dat Cityscapes in bezit heeft, is een maquette van MVRDV die van de hand gaat voor 36.000 euro.

Prachtige objecten die huiskamer of directiekantoor kunnen sieren, maar of de bijproducten van architectuur kunst zijn, is de vraag. De kunstwereld heeft zo zijn eigen wetten. Kunstenaars die architectonische beelden maken, zoals de fotograaf Giacomo Costa of schilders als Jan Ros en Hein Spellman, verkopen veel beter dan architecten die soortgelijke beelden maken. Gribling: ‘De reputatie van kunstenaars is beter verankerd in een traditioneel systeem van waardebepaling door hun langzaam toenemende bekendheid in het kunstcircuit. Deze architecten verkopen van de ene op de andere dag ineens kunst; dat maakt het lastig vast te stellen wat het waard is.’ Tegelijkertijd vervagen de grenzen tussen de disciplines. Architectuurfotografie is een geaccepteerde kunstvorm, en ook in design worden steeds vaker unica geproduceerd. Van belang is, vindt Gribling, ‘dat architectuur als kunstvorm zich loszingt van de werkelijkheid (de opdracht)’.

In zijn galerie dus geen plaatjes van gebouwen, hooguit van niet gerealiseerde projecten. Dan is de afstand tussen ontwerp en realiteit immers groter, wat het beter mogelijk maakt de maquette als op zichzelf staand object te bezien. Het cruciale verschil is dat alle bijproducten van het architectonische ontwerpproces voortkomen uit werk in opdracht. De maquette van MVRDV kaderde in de ontwerpprijsvraag voor het ministerie van LNV, de digitale print van NL Architects komt voort uit een studievraag die Dirk Sijmons als Rijksadviseur voor het landschap onder vier bureaus uitzette. Stellen deze producten iets aan de orde? Is er enige relevantie of urgentie die uit het werk zelf voortkomt, of door het werk ter discussie wordt gesteld? Of zijn het gewoon mooie objecten? Digitale prints kunnen eindeloos gereproduceerd worden. Bas Princen, de enige officieel erkende kunstenaar in de stal, wordt vertegenwoordigd door een andere galerie en mag alleen heel specifieke werken bij Gribling onderbrengen. Of neem iemand als Ben van Berkel. Van hem is bekend dat hij schildert. Maakt dat hem geschikt voor de galerie? En maakt het dan uit of hij geometrisch schildert of – bij wijze van spreken – fruitschalen op doek zet? Gribling gaat dat de komende tijd allemaal onderzoeken. Zijn ‘vliegende galerie’ zal dit najaar op diverse locaties opduiken. De website geeft daarover actuele informatie. Mettertijd zullen veel van bovenstaande intrigerende vragen wellicht kunnen worden beantwoord, waarmee de aard van de relatie tussen kunst en architectuur in het galeriecircuit nader zou kunnen worden geduid.

• Verwacht: Urban Naturality, groepstentoonstelling op nader te bepalen locatie in september/oktober 2011; New Map of the World, solotentoonstelling van Wiel Arets, december 2011/januari 2012, Antwerpen, ter gelegenheid van het boek What a Wonderful World dat in de herfst van 2011 verschijnt. Meer informatie: www.cityscapesgallery.nl