Sjoerd van Hoorn

DE WITTE RAAF

Editie 152 juli-augustus 2011

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Martin Gayford. Man with a Blue Scarf – On Sitting for a Portrait by Lucian Freud.

Eind november 2003 begon Lucian Freud aan het portret van de Britse kunstcriticus Martin Gayford. Diens boek Man with a Blue Scarf is het verslag van de acht maanden durende ervaring van dit proces en een vrijwel even lange tijd in beslag nemende periode waarin Freud een ets van hem maakte. Het boek is ook een literair portret van een van de belangrijkste naoorlogse Europese schilders, een tegendraadse man, een dwarsligger en een kunstenaar die lange tijd als een buitenstaander gold, omdat hij naturalistisch schilderde in een tijd die voor abstracte en conceptuele kunstopvattingen had gekozen.

Gayford baseert zijn tekst op het dagboek waarin hij zijn ervaringen als geportretteerde optekende en ordende. Hij vat het boek op als een meditatie over schilderen en geschilderd worden, over de specificiteit en de zin van het portretgenre, maar hij schrijft ook uitvoerig over de schilder en de persoon van Lucian Freud. Freud komt uit het boek naar voren als een dwarsligger, maar ook als een durfal. Hij haat de renaissanceschilders Leonardo en Rafaël –‘Iemand zou er een boek over moeten schrijven wat een slechte schilder Leonardo is’ – en ergert zich aan het ophemelen van drugs – ‘I want to be absolutely in this world, all of the time’. Picasso staat voor hem gelijk met vergif en het werk van de prerafaëlitische schilder Dante Gabriël Rossetti is ongeveer het schilderkunstig equivalent van slechte adem. Tegelijk is hij een verwoed gokker en een liefhebber van Titiaan, Ingres en Matisse, en een enthousiast schilder van paarden en honden, net zo goed als van mensen.

Ook de aandacht voor eten, kleding, literatuur en de levens van met Freud bevriende kunstenaars ontbreekt niet. Er is met name aandacht voor Francis Bacon, Freuds tijdgenoot en vriend, naast hem de grote Britse schilder van de 20ste eeuw, zoals Constable en Turner de grote Britse schilders van de 19de eeuw waren. In een levendig portret komt Bacon naar voor als iemand die in esthetisch opzicht met Freud verwant is, en op het menselijke vlak zijn joie de vivre deelt. Evenals Freud is Bacon iemand die grenzen opzoekt, maar in tegenstelling tot Freud is Bacon een buitengewoon slordig man, een masochistische homoseksueel en, belangrijker nog, een schilder die bij voorkeur van foto’s van zijn onderwerpen werkt.

Deze belangrijke bijzaken dragen bij tot het leesplezier van Man with a Blue Scarf. Gayford, die eerder over Constable, Van Gogh en Gauguin schreef en al jaren kunst bespreekt voor enkele Britse kranten en weekbladen, schrijft een lichtvoetig maar geladen proza in de beste Engelse traditie. Met zijn voorkeur voor het veelzeggende detail boven de ontwikkeling van concepten past het goed bij het aardse en materiële, maar daarom geenszins minder subtiele werk van Lucian Freud. Tegelijk is Man with a Blue Scarf een heel ernstig boek dat de beschrijving van het concrete schilderkunstige en psychologische detail paart aan filosofische overwegingen over de aard van het portret. Voor Gayford draait het portret om de relatie tussen de schilder en de geportretteerde. Een portret gaat over het model, komt in zekere zin van hem, maar het gaat ook over de schilder en het meest nog over dat wat er tussen schilder en geportretteerde gebeurt.

Een portret is géén afbeelding, het is de geportretteerde. De verf wordt vlees (‘flesh’, niet ‘meat’) en portretteert iemand zoals een acteur dat zou doen, schreef Freud zelf in 1954. Deze esthetica gaat ook nu nog op voor de schilderijen van Freud. Zijn beelden richten zich op de unieke kenmerken van de mensen of dieren of dingen die Freud portretteert. Freud ziet al zijn schilderijen als portretten, waarin hij ‘grove materiële feiten’ – gewicht, textuur – tot leven brengt. Hij doet dit niet door ze te kopiëren (‘The artist who tries to serve nature is only an executive artist. And since the model he so faithfully copies is not going to be hung up next to the picture, since the picture is going to be there on its own, it is of no interest whether it is an accurate copy of the model’, p. 48), maar door te selecteren en enkel wat belangrijk is te tonen. Wellicht lijkt dit niets anders dan de klassieke opvatting dat een kunstenaar de essentie van zijn onderwerp laat zien, maar deze opvatting wijkt daar in die zin van af dat Freud glashelder zegt dat een kunstwerk een nieuw zijnde is, met een zelfstandig bestaan. Het schilderij is de geportretteerde, veeleer dan dat het hem afbeeldt.

Met deze esthetica in het achterhoofd is het niet vreemd dat Gayford nu en dan verwijst naar Dorian Gray, het personage van Oscar Wilde waarvan een portret alle zonden overneemt en deze in lelijkheid omzet. Gayford is intens betrokken bij het ontstaan van zijn portret, dat dan ook een uiterst geconcentreerde man toont, die half glimlachend, maar duidelijk door iets gepreoccupeerd vanonder zijn prominente wenkbrauwen de wereld inkijkt. Freuds werkwijze bij het tot stand brengen van dit werk is tamelijk ongebruikelijk (of, in de woorden van een collega: ‘completely crazy’). Na het maken van een vlugge houtskoolschets begint Freud met een klein stukje van het gezicht te schilderen: de wenkbrauwen. In de loop van de maanden verschijnt, in delen, een gezicht. Freud beweert dat hij geen methode volgt en dat hij halverwege het schilderen een andere weg kan inslaan, of zelfs met het schilderen kan ophouden omdat hij geen uitweg ziet.

Toch gaat Freud ook planmatig te werk. Gayford beschrijft hoe Freud van meet af aan wil dat hij z’n blauwe sjaal te allen tijde om heeft tijdens het ‘poseren’, omdat de kleur van de sjaal ook de kleur van zijn huid, haar, kleding en zelfs van de achtergrond mee bepaalt en beïnvloedt. Hoewel Freud niet echt overkomt als een tiran, staat hij op nauwgezetheid en punctualiteit. Door details van het poseren te beschrijven laat Gayford zien dat geportretteerd worden een intensief proces en een veeleisende ervaring is. Het is ook een studie van het zelf met zijn illusies en zijn eigenliefde, zijn gehechtheid aan bepaalde beelden van wat het is, zoals deze blijken uit de preferentie voor een houding van de kin en de positie van een haarlok – de details van een lichamelijk bestaan die laten zien wie iemand is. En dat is juist waar het bij een portret om gaat.

• Martin Gayford, Man with a Blue Scarf – On Sitting for a Portrait by Lucian Freud, verscheen in 2010 bij Thames & Hudson, 181A High Holborn, Londen WC1V 7QX
 (020/7845.5000; www.thamesandhudson.com). ISBN 9780500238752.