Eva Fotiadi

DE WITTE RAAF

Editie 153 september-oktober 2011

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Recollections: Op Losse Schroeven.

Begin augustus opende in het Temporary Stedelijk 2 (TS 2) te Amsterdam de tweede editie van de tentoonstellingsserie Recollections. In deze serie wordt vanuit actuele probleemstellingen teruggekeken naar legendarische tentoonstellingen uit het verleden van het Stedelijk. Het is een uitdagend initiatief. De samenstelling is in handen van Margriet Schavemaker (hoofd collectie en onderzoek), die vooral voor de tweede aflevering bijgestaan wordt door directeur Ann Goldstein. Beiden gingen in het Stedelijk aan de slag tijdens de periode waarin het museum gesloten was voor de renovatie en uitbreiding van het gebouw. Je zou Recollections dan ook kunnen begrijpen als een manier om de nieuwe dialoog aan te geven die het museum wil aangaan met zijn roemrijk verleden. In de eerste aflevering van Recollections (maart-juli 2011) werden de tentoonstellingen Bewogen Beweging (1961) en Dylaby (1962) in herinnering gebracht. Momenteel loopt de tweede editie, die handelt over Op Losse Schroeven. Situaties en Cryptostructuren (1969).

De eerste editie van Recollections bestond voornamelijk uit materiaal uit de tentoonstellings- en fotoarchieven van het Stedelijk, naast enkele overgebleven memorabilia (zoals een postkaart van Niki de Saint Phalle aan Sandberg), een werk van Calder en enkele werken van Jean Tinguely, medecurator van Dylaby en een sleutelfiguur in beide tentoonstellingen. Dat de presentatie op archiefmateriaal en memorabilia steunde, was vooral in het geval van de tweede tentoonstelling niet zo verwonderlijk. Dylaby was immers opgebouwd uit zes environments die de kunstenaars ter plekke creëerden, met goedkoop materiaal dat ze ter plaatse kochten, en waarvan het grootste deel na afloop op de schroothoop terechtkwam. De foto’s, uitvergrote persknipsels en briefwisseling tussen de betrokken musea en kunstenaars illustreerden hier in de eerste plaats datgene waarvoor de tentoonstelling altijd wordt herinnerd. Voor Bewogen Beweging is dat enerzijds de innovatieve manier waarop toeschouwers werden aangemoedigd om in interactie te treden met de geëxposeerde stukken, ze aan te raken, ertussen te bewegen, en er vaak letterlijk mee te spelen; en anderzijds het vernieuwende samenwerkingsmodel waarbij de twee museumdirecteuren Willem Sandberg en Pontus Hultèn (Moderna Museet Stockholm) met elkaar en met de kunstenaars Daniel Spoerri en Jean Tinguely in gesprek gingen. Dylaby werd vooral bekend als een voorloper in het exposeren van in situ gecreëerde environments of installaties. Beide tentoonstellingen lokten de nodige controverses uit in de pers.

Het was evenwel jammer dat deze presentatie de gelegenheid liet voorbijgaan om het gangbare beeld van beide tentoonstellingen bij te stellen. Zo verzuimt de tentoonstelling te wijzen op de ongelijke rol die Sandberg en Hultèn speelden in de voorbereiding van Bewogen Beweging. Uit de correspondentie tussen Sandberg, Hultèn en Spoerri in het eigen archief blijkt namelijk dat Hultèn al vanaf het midden van de jaren 50 een tentoonstelling plande over beweging in de kunst. Sandberg, van zijn kant, stelde pas in 1960 een gelijkaardige tentoonstelling voor aan Daniel Spoerri. Nadat Spoerri hem informeerde over Hultèns plannen, kwam het tot een samenwerking tussen beide museumdirecteuren (zie de brieven 15, 16 en 29 augustus 1960, 17 september 1960, 10 en 14 oktober 1960, Stedelijk Museum tentoonstellingsarchieven, map 3980-1981).

Ook de tweede aflevering van Recollections over Op Losse Schroeven bestaat deels uit documenten uit het museumarchief, maar in vergelijking met de eerste editie wordt meer uit de collectie van het Stedelijk geput. Het is verrassend om zien dat een tentoonstelling die doorgaans wordt herinnerd voor zijn conceptuele en performatieve werken, thans in de eerste plaats wordt bekeken vanuit zijn impact op de permanente collectie. Onder de archiefdocumenten die we te zien krijgen, bevinden zich onder meer notities van curator Wim Beeren, alsook briefwisseling en een slideshow met foto’s van de tentoonstelling en de catalogus. Wie over een smart phone beschikt, kan een virtuele rondleiding maken door de ruimtes van het Stedelijk, zoals die er ten tijde van de tentoonstelling uitzagen. De tour wordt omkaderd met gedetailleerde informatie in audiovisuele vorm.

Net als bij Beeren gaat het in deze presentatie om de veranderingen die optreden in de aard van (het materiële karakter van) het object. De betreffende kunstenaars uit die tijd experimenteerden met conceptuele, performatieve en situationeel gebonden strategieën, of ze gebruikten lucht of gas of ‘informatie’ als ‘materiaal’ voor hun uiterst vergankelijke werk. Uit zijn nota’s, die getoond worden in de tweede zaal, blijkt dat de klemtoon in Beerens aanvankelijke opzet lag op materialiteit en dat hij zich genoodzaakt zag zijn vertrekpunt bij te stellen naarmate hij meer kunstenaars leerde kennen. Voor sommigen onder hen, onder wie Piero Gilardi en Lawrence Weiner, stond de idee van een museumtentoonstelling volledig haaks op hun visie en praktijk.

Die spanning wordt alleen nog maar geaccentueerd als je de ambitie van het museum in ogenschouw neemt om alles te verzamelen wat maar enigszins kon worden verzameld van deze nochtans immateriële, tijdelijke of vergankelijke kunst. Recollections verhult die spanning allerminst. Symptomatisch is trouwens dat veel werken niet afkomstig zijn uit de oorspronkelijke tentoonstelling van 42 jaar terug. Het gaat om andere werken van kunstenaars die aan Op Losse Schroeven deelnamen; ze zijn voor het merendeel afkomstig uit de collectie van het Stedelijk en worden meestal begeleid door een notitie waarin de relatie met de bijdragen van de betreffende kunstenaar aan de oorspronkelijke tentoonstelling wordt toegelicht. Bezoekers met een smart phone kunnen via de virtuele rondleiding nagaan hoeveel vrijheden de curatoren zich op dit vlak hebben veroorloofd. Men kan deze benadering problematisch vinden, maar het maakt de tweede aflevering van Recollections tegelijk gelaagder en gedurfder dan de eerste. Alleen is het wel jammer dat de problematiek van het bewaren en tonen van deze efemere en vergankelijke kunst niet aan bod komt.

Recollections: Bewogen Beweging (1961) & Dylaby (1962) liep vanaf 3 maart tot eind juli. Recollections: Op Losse Schroeven (1969) loopt sinds 2 augustus in het Stedelijk Museum, 
Paulus Potterstraat 13, 
1071 CX Amsterdam (020/573.29.11; www.stedelijk.nl).