Steven Humblet

DE WITTE RAAF

Editie 153 september-oktober 2011

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Beyond the Document. Hedendaagse Belgische fotografen (Brussel).

De zomertentoonstelling Beyond the Document. Hedendaagse Belgische fotografen is het resultaat van een samenwerking van de drie grootste Belgische instellingen waar fotografie onderzocht en getoond wordt (Bozar te Brussel, Musée de la Photographie Charleroi, FotoMuseum Antwerpen). Aan deze tentoonstelling gaat een merkwaardige geschiedenis vooraf. In de programmabrochure van vorig jaar werd immers een gelijkaardige tentoonstelling aangekondigd, zij het onder de titel Belgische Fotografie 1980-2010. Ze zou plaatsvinden in het najaar van 2010 en een overzicht bieden van dertig jaar ‘creatieve fotografie’ in België, met werk van fotografen als Carl De Keyzer, Dirk Braeckman, Stefan Vanfleteren, Marie-Françoise Plissart, Gilbert Fastenaekens, Philippe Herbet, Chantal Maes, Vincen Beekman en vele anderen. Door een boycot moest deze tentoonstelling echter worden afgelast. Meer dan een derde van de aangezochte fotografen haakte af uit onvrede met de plaats die de tentoonstelling toegewezen kreeg in Bozar, met de geringe voorbereidingstijd die hun werd vergund (enkele weken) en met het lege, nietszeggende concept dat aan de basis van de tentoonstelling lag. Het resultaat is dat de expo – overigens zonder veel uitleg – verschoven werd naar de zomerperiode van 2011. Terwijl de ondertitel – Hedendaagse Belgische fotografen – nog suggereert dat het min of meer om dezelfde tentoonstelling zou gaan, blijkt uit de nieuwe titel – Beyond the Document – dat de ambities verlegd zijn. In plaats van een pure overzichtsexpo, zou het nu om een thematische tentoonstelling gaan die een bepaalde fotografische sensibiliteit of praktijk in het vizier probeert te krijgen. Ook de deelnemerslijst werd aangepast: er is nu geen sprake meer van Carl De Keyzer, Dirk Braeckman, Stefan Vanfleteren en Marie-Françoise Plissart.

De tentoonstelling vindt plaats in een eerder bescheiden zaal in het souterrain van Bozar. Sommige exposanten krijgen één ruimte toebedeeld (Karin Borghouts, Thomas Chable of Vincen Beekman bijvoorbeeld), andere moeten noodgedwongen een ruimte delen. Die gedwongen confrontatie loopt niet altijd even vlot. Dat is al duidelijk bij het betreden van de eerste zaal, met werk van Gilbert Fastenaekens en van Felten-Massinger. De foto’s van Fastenaekens – uitgespreid op zes reusachtige lezenaars – staan in een verlaagd deel van de zaal opgesteld. Het publiek dat vanuit zijn comfortabele hoge positie ‘neerkijkt’ op de beelden, krijgt alle tijd om ze aandachtig te bestuderen: men verzinkt in het beeld, zoals men in een boek verdwijnt. De opnames van Felten-Massinger, aan de overzijde van de zaal, hangen daarentegen te dicht bij elkaar, te laag ook (op schouderhoogte), om eenzelfde studieuze kijkhouding aan te moedigen: men snelt eraan voorbij. En ook elders blijkt het de exposanten vaak te ontbreken aan de nodige ruimte om de specifieke kwaliteiten van hun werk tot hun recht te laten komen. In de serie van Chantal Maes bijvoorbeeld verliest het subtiele spel van herhaling en variatie daardoor zijn kracht.

De tentoonstelling toont recent werk van 14 Belgische fotografen. Ze behoren niet tot dezelfde generatie – de jongste deelneemster, Lara Dhondt, is geboren in 1979, de oudste deelneemster, Véronique Massinger, in 1947 – maar zouden een gelijkaardige visie op fotografie delen. Zo houden ze zich alle ver van digitale manipulatie, blijven ze trouw aan het descriptieve karakter van fotografie en opereren ze in eenzelfde documentaire traditie. Ze verschillen dan weer in de toon die ze aanslaan – van de kurkdroge, zakelijke nauwgezetheid bij Karin Borghouts, Bert Danckaert, Herman van den Boom en Jan Kempenaers over de poëtische sensualiteit bij Thomas Chable en Philippe Herbet tot de meer experimentele attitude bij Chantal Maes, Arno Roncada, Vincen Beekman, Felten-Massinger en Lara Dhondt – en (uiteraard) in de thema’s die ze aankaarten.

Alhoewel de titel van de tentoonstelling – Voorbij het document – de verwachting wekt dat we hier radicaal werk zouden aantreffen dat zich op een ware breuklijn zou bevinden, dat er nieuwe territoria voor de fotografie zouden ontsloten worden of tenminste een werkelijk vooruitstrevende fotografie zou gepresenteerd worden die zich (eindelijk?) ontvoogd zou hebben van haar descriptieve aard, blijkt daar geen sprake van te zijn. De formele strategieën, de stilistische keuzes en de thema’s die we in deze tentoonstelling aantreffen, zijn vaak verrassend herkenbaar. Ze zijn duidelijk geënt op een hele resem internationale en historische voorbeelden, gaande van de strenge documentaire school die zich in het zog van de Bechers ontwikkelde tot de meer poëtische documentaire traditie van de Franse fotografie. Net zoals bij deze voorgangers zien we hier eenzelfde fascinatie voor banaliteit (Gilbert Fastenaekens), eenzelfde onderzoek naar het beeldkarakter van de fotografische afbeelding (Bert Danckaert), eenzelfde voorliefde voor de exacte presentatie van het onderwerp (Jan Kempenaers), eenzelfde visie op het beeld als een analytisch instrument (Vincen Beekman) of een sociologische commentaar (Herman van den Boom), eenzelfde virtuoze spel met zichtbaarheid en onzichtbaarheid (Karin Borghouts en Chantal Maes)… Uit dit alles blijkt nog maar eens dat de hedendaagse Belgische fotografie zich ontwikkelt in een uitgesproken continuïteit met wat haar voorafgaat en omgeeft. Van revolutionaire nieuwlichterij is geen sprake, hooguit (in het beste geval) van uitdieping van reeds gekende fotografische praktijken.

De titel moeten we dan ook met de nodige korrel zout nemen: meer dan wat opsmuk, een label om een disparaat groepje fotografen alsnog van een vage en nietszeggende identiteit te voorzien, is hij niet. Dat blijkt ook al uit de moeite die het de curatoren blijkbaar kost om het begrip ‘document’ precies in te vullen. In de begeleidende catalogus wordt het nu eens beschouwd als een synoniem voor een wetenschappelijke registratie, dan weer als een voortbrengsel van de mediagenieke fotografie (pers- en reportagefotografie) en op een bepaald moment zelfs als het product van de documentaire stijl van de zogenaamde School van Düsseldorf. Hoe ze het begrip ‘document’ echter ook invullen, het veld dat zich ‘voorbij het document’ opent, wordt meteen zo ruim dat het begrip geen enkele kritische meerwaarde biedt.

Het valt dan ook te betreuren dat deze tentoonstelling door conceptuele armoede niet verder komt dan deze losse presentatie van het werk van 14 fotografen. Een prikkelend overzicht van wat vandaag relevant kan zijn in de Belgische fotografie ontbreekt nog steeds. In Rotterdam heeft men vorig jaar met Quickscan NL een eerste lovenswaardige poging ondernomen om dit voor de Nederlandse fotografie te doen. Waarop wacht men om ook hier het terrein van de actuele fotografie eens grondig in kaart te brengen, om het veld secuur om te ploegen en nieuw, nog onzichtbaar talent naar boven te halen?

Beyond the Document. Hedendaagse Belgische fotografen, tot 25 september in het Paleis voor Schone Kunsten, Ravensteinstraat 23, 1000 Brussel (02/507.82.00; www.bozar.be).