Pol Hoste

DE WITTE RAAF

Editie 154 november-december 2011

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

De logica van het schrijfgereedschap

Om te beginnen, griffel en lei, het Stenen tijdperk. 1950. Daarna potlood en gom, het Koolstoftijdperk. Met potloodscherpers, het IJzertijdperk, en sierlijke schavelingen die naar Gilbert 33 France HB/n° 2 ruiken.

De onderwijzer stamt uit het Krijt. Hij zegt dat wij ongeletterd zijn. Wij zijn ook ongecijferd. Ontoerekeningsvatbaar. Hij zal ons uit deze dierlijke toestand bevrijden opdat wij Mens zouden worden. Een humanistische opdracht, een roeping. Hij is van plan om ons te koloniseren. Beschaving begint bij de introductie van het schrift, de koning en de Belgische vlag. Tegen nieuwjaar moeten wij een ziel hebben, en kunnen lezen en schrijven. Men zou verwachten dat hij daartoe de Schrift aanwendt, de Heer en het Kruis. Maar hij gebruikt het alfabet, de vouwmeter en het Belgisch Volkslied. Waarna wij trouw zweren aan de oneindige reeks der natuurlijke getallen die bij de nul op de vouwmeter begint.

Omdat de getallen heilig zijn, is rekenen ook heilig. Rekenen gaat aan alles vooraf. Ook aan de wereld. Hoe zouden wij iets kunnen weten als wij het niet kunnen berekenen? Niets begrijpen wij van wat wij zien of zijn, voelen of beleven, dromen of vermoeden. Tenzij we het kunnen berekenen. Denken wij misschien dat wij zelf de uitkomst zijn?

Wiskunde is de taal van de wetenschap. Negen cijfers. Meer is er niet voor nodig. De nul komt later. Omstreeks 1130. Ze staat op het bord na de 9 terwijl haar plaats vóór de 1 is. Als ze al een plaats heeft, want ze is niets. Het niets krijgt een plaats in ons leven. Niet le rien, maar le néant. Dus leren we tellen vanaf nul. Een ramp. Negen vingers voor een tiendelig stelsel.

De taal van de onwetenschap beschikt over 26 lettertekens. Niet de reeks der natuurlijke letters, maar het alfabet. Waar hun volgorde mee te maken heeft, weet niemand. En stel geen domme vragen! Hoofdcijfers bestaan niet. Hoofdletters wel. Nog eens 26. Alles samen 52 letters, maar dat is te weinig. Wat verklaart het bestaan van oe en eu en ui? Een ezelsbrugje. Verder is er ook nog au en ou en ei en ij. Ei is een woord en ui is een woord. Au niet. Au is een uitroep. O ook, maar dat ligt moeilijker. O is geen nul. Het is ook niet het gat in het leesplankje. Dat is de a in gat, een vuil woord. Nul is ook verschillend van de o in hok of die in bok met een puntje, of die in noten van noot. Eenvoudig is het niet, onwetenschappelijk denken. Het wordt onderschat. De ie, een raadsel.

Letters hebben een naam. Ef bijvoorbeeld, met twee letters, de naam van f. Ka is de naam van k. Het is niet ek of fa. En namen van letters worden alleen uitgesproken, niet geschreven, tenzij in letterwoorden. Ef is geen woord. A, e, i, o, en u zijn geen woorden. Ze hebben slechts één letter in hun naam. Ik lees. Ik heb altijd gelezen. Nederlands, Frans, Duits, Engels. Ik wist niet dat je daar ook iets moest van begrijpen. Om te beginnen leerde je ook afzonderlijke letters schrijven. Die begreep ik al evenmin.

Ik had ook iets tegen leren lezen. Ik had het niet voor aap, noot, mies. Het is Hollands. Geen kat die hier Mies heet, geen hond Fik of Does. Ik had het ook niet voor aap, roos, zeef. Het is katholiek. En maan, zaag, fien? Alweer verdwenen. Alles is nu boom, roos, vis. Maar komt het ooit nog goed?

Griffel, spons en lei, daar valt nog mee te leven. Potlood en gom, waarom niet? Maar inkt, pen en papier introduceren onuitwisbare schrijffouten, vlekken, sancties. Lagere afdeling: ballonpen verplicht. Middelbare afdeling: vulpen verplicht. In 1953 begint het Angsttijdperk. Straf wordt geschreven. En nu ik een schrijver ben? Het is een straf. Honderd keer hetzelfde boek schrijven. Een oeuvre. Zwijgen! Zit rechtop! Meer dan een halve eeuw al duwt mijn pen tegen mijn wijsvinger. Hij staat er krom van. Schouders omlaag! En zit niet met je neus op je blad!

 

2. Royal

De mechanisering van het schrift wordt in het vooruitzicht gesteld. Tegelijk echter ontstaat er ongelijkheid in het eigendom van de productiemiddelen. De schrijfmachine, een Royal, behoort tot het bezit van mijn ouders. Zoals ik tot hun bezit behoor. De schrijfmachine mag niet aangeraakt worden. Ze staat onder een zwarte stofhoes. Verboden te schrijven. Ze dient alleen om het zoveelste proces-verbaal mee te beantwoorden. Mijnheer de Procureur des Konings komma, nieuwe regel.

Wanneer Rosa verschijnt en op kantoor mijn gedichten met een schrijfmachine overtypt, verdwijnt het geschrift en wordt de vorm van de letters gestandaardiseerd. Einde van mijn relatie met mijn handschrift. Maar wel een teken dat aan de tekst status wordt verleend. Editie, uitgave. Carbonpapier maakt reproductie mogelijk. Eén exemplaar voor mij (op briefpapier). Eén exemplaar voor Rosa (op pelure), de ‘doorslag’. Bij haar dood gaat de helft van de oplage verloren. De tekst zet een stap terug naar één exemplaar. Er worden met de Pelikanvulpen bewerkingen op aangebracht. In Königsblau. Zo keert ook het overgebleven exemplaar terug van ‘net’ naar ‘klad’.

Zomer 1964. De humaniora afgemaakt. Voor het eerst wordt toestemming verleend om de Royal eens te gebruiken. Twee teksten overgetikt. Letter per letter. Ik ben een jongen, geen dactylo. Is typen niet vrouwelijk? Volle zomer buiten, de gordijnen dicht, binnen blijven. (Scheelt er iets met mij? Ik denk dat er zeer veel scheelt met mij.) Corrigeren gebeurt met een dunne, rode ronde inktgom met een blauw streepje op de omtrek en een gaatje in het midden. Ik slaag er niet in om verschrijvingen te corrigeren. Voor je het weet gom je dwars door het papier of is het origineel verschoven ten opzichte van de kopie. Het is steeds opnieuw beginnen. Letter per letter, een soort monotype, maar in Courier, het lettertype van handelsbrieven, niet dat van boeken. Blad per blad. Alles bij elkaar een vijftigtal pagina’s.

Ik beschouw de getypte tekst als een uitgave. Op het meermaals gebruikte carbonpapier: de gecomprimeerde tekst met hier en daar een e, een a of een o die het licht doorlaat. Fonkelende sterrennacht.

 

3. Hermes

Naar Gent. Alles wat met literair schrijven te maken heeft achtergelaten. Afscheid van de velden, de boomgaarden, de zonsondergangen, het proza, de poëzie, de Tachtigers, Van Ostayen, het expressionisme en de verboden Royal.

Bij de universiteit hoort een draagbare Hermes schrijfmachine. Ik haat filologie. Ik haat het nieuw realisme. Ik studeer alleen linguïstiek. In buitenlandse tijdschriften. Emancipatie. 1968. De Hermes is een wapen in de klassenstrijd. In Rusland is het bezit van een schrijfmachine verboden. Het hamertje met de r is er vervangen door een sikkel. Revolutie wordt er gespeld als evolutie. USSR als CCCP. (Een grapje mag niet.)

Nachtenlang aan de stencilmachine gestaan. Het Gestetnertijdperk. De Hermes is collectiviteit, openbaarheid, marxisme, agitprop. Ze beschikt over een kleine en een grote r en ruikt naar stencils en rode correctielak of vrouwelijke nagellak. Op het secretariaat van de Studentenvakbeweging te Gent roept het drukwerk op tot de strijd. Stapels pamfletten ondersteunen de protestacties tegen het hoger onderwijs als afstompende leerfabriek. Straattheater. Wolinski, ‘Je ne veux pas mourir idiot’. De cursus Gotisch uitgedeeld op de bus, met bijbelfragmenten van Wulfila, provo is niet veraf. Leuven Vlaams en de bevrijdingstheologie? Dat is iets voor de katholieke universiteit. Net als Kritak.

 

4. IBM elektrisch

Ontmoeting met Daniël Robberechts. De jaren 70. Het Schrifttijdperk. Een eigentijdse praktijk van het schrijven. Aankomen in Everbeek. Terugkeer naar de velden, de boomgaarden, de zonsondergangen en het proza. De gestencilde revolutie, onbegonnen werk. Vlaanderen, The Waste Land. Stencils drogend op een wasdraad. tijdSchrift, tekstkritiek. Tel Quel. Oulipo.

De jaren 80. Echtscheiding. Drie kamers gehuurd in het centrum van Gent. De houten vloer afgeschuurd en gevernist, klaargemaakt voor grote rollen papier, restant van de rotatiepers van dagblad Het Volk. Tien frank per rol, geen geld. Op mijn knieën over de vloer, meterslange rollen krantenpapier vol schrijvend. Met zwarte stift. Afscheid van Pelikan en Königsblau, pen en inkt.

Een lessenaar laten maken. Zo kan ik schrijven terwijl ik rechtop sta. Stehpult. ‘Dat is de eerste keer dat ik van iemand de maat neem om een meubel te maken, meneer.’ Het schrift als een lijn die uit je lichaam loopt in de vorm van letters. Roland Barthes gelezen. Lichamelijkheid spiegelt de beweeglijkheid van de tekst. Theater schrijven gebeurt rechtopstaand. Liggend steden in kaart brengen, de tekst als plattegrond, schrijvend tekenen, kleur gebruiken. Daarna wordt alles verknipt, opgeplakt. Copy paste.

Een elektrische IBM-schrijfmachine gekocht. Tweedehands. Bij IBM. Met twee letterbolletjes: romein en cursief, afscheid van het Courier-lettertype van de Royal en de Hermes. Met schrijflint in wegwerpcassettes en correctielint. Beschaafd gezoem. Gedempt door een mat onder de machine. Het IBM-tijdperk.

Schrijven aangesloten op de elektriciteitscentrale van Langerbrugge. Ik ben sterk onder de indruk van deze afhankelijkheid tijdens het elektrische schrijven. Zijn installaties voor energieproductie geen militaire doelwitten? 1973, de eerste oliecrisis. ‘Hou de Hermes toch maar in reserve.’ De dreiging van een staatsgreep in België. ‘Verstop toch maar een paar potloden en een riem papier.’

Terug aan tafel. Bij de elektrische schrijfmachine wordt de druk van de letter op het papier niet meer door de aanslag van de typist(e) bepaald, maar door de machine zelf. Het resultaat oogt veel gelijkmatiger. Het typen benadert het drukken. Het typoscript wordt veredeld. Dit maakt bijkomende aanvullingen met de hand minder evident. Ze hadden maar in de kladversie moeten gebeuren. De machine is streng. Ontstaan van opmaak. Editing?

De teksten die van de werkvloer of van de lessenaar naar de schrijfmachine worden gebracht ondergaan meer en meer bewerkingen die niet met schrijven te maken hebben, maar met vormgeving. De schrijver wordt typograaf. Een voorafspiegeling van wat er te gebeuren staat bij het gebruik van de elektronische tekstverwerker. Ik begin een verzameling werken over typografie en vormgeving aan te leggen. Reactie van de uitgever: ‘Denk je dat je zo beter zal schrijven misschien?’

Van Robberechts geleerd hoe je het gebruikte schrijflint in de IBM-cassette terugwindt om het een tweede keer te gebruiken. Er is geen geld. The times they’re changing. De burgerlijke democratie komt onder druk. En wat met de sociale positie van de schrijver? Kort na de aanslagen van de CCC is het bezit van een elektrische IBM-schrijfmachine verdacht. Daar heb je het al. Terugkeer naar de sluikpers tijdens de Tweede Wereldoorlog, naar de samisdat in het Oostblok? Huiszoeking gekregen. De nieuwe orde, de oude waanzin. ‘U heeft alleen maar boeken, meneer. Vindt u dat normaal?’ De letterbolletjes worden meegenomen voor onderzoek. ‘Ik heb vier tafels, twee stoelen, een vuur en een bed, meneer. In de derde wereld moet men het met veel minder doen.’ In de krantenwinkels verschijnen de eerste kopieerapparaten. Een soort verbeterde natkopieerders. ‘Dertig kopies? Heeft u dertig kopies nodig?’ Minderwaardige kwaliteit en duur. ‘Is het voor het Justitiepaleis, meneer?’ Na enige tijd is de tekst verdwenen. Op het slappe paarse blad blijft alleen zijn schaduw achter.

 

5. IBM elektronisch

Twee jaar lang vertalingen gemaakt van pc-gebruiksaanwijzingen voor IBM. Algauw moet de tekst worden aangeleverd op floppydisk. Een financieel probleem. Maar IBM stelt een computer ter beschikking. Dankzij de bemiddeling van André Hebbelinck. Hij is voor mij geweest wat Conscience geweest is voor zijn volk. Hij leerde mij tekstverwerken. Een standbeeld voor deze jongen.

Einde van de elektrische schrijfmachine. Definitieve overgang naar de elektronische tekstverwerker. Begin van het Digittijdperk. Nul of één, het licht brandt of het is uit. Bytes, kilobytes, megabytes, gigabytes. De ene programmeertaal is er nog niet of er is al een andere. Nieuwe logica. Gooi die ouwe computer maar bij het schroot. ‘Dan wil ik er wel eentje van.’ ‘Neem maar mee.’ ‘Graag een door u ondertekend bewijs dat ik die machine van u heb gekregen.’ ‘Waarom?’ ‘In geval van huiszoeking.’ ‘Huiszoeking?’ ‘Vindt u dat hier ongewoon?’

Door m’n vertaalwerk bij IBM blijf ik op de hoogte van de nieuwste ontwikkelingen op het vlak van tekstverwerking. Het idee ontstaat om op te houden met het schrijven van teksten, en in plaats daarvan werk te creëren dat bestaat uit beeld, klank en tekst, filmopnamen, elektronische muziek, veldopnamen, geluidsdecor. Atelier de création radiophonique. Mogelijkheden te over. Maar voor geen enkel voorstel partners gevonden die productioneel en/of financieel en/of artistiek willen of kunnen participeren.

Dan maar terug naar de werkvloer, naar de lessenaar, naar het verknippen van de rollen papier, naar het intikken van de tekst, naar de traditionele tekstverwerking. Printen, corrigeren, bewerken, bijschrijven, herschrijven, verknippen, op de rollen papier plakken, opnieuw bewerken, wegsnijden, bijvoegen, opnieuw intikken, printen enzovoort. Achteraf beschouwd nog altijd een manier van werken die mij het meeste ligt. Geen schrijfkamer, een atelier.

Altijd opnieuw geconfronteerd met neerbuigendheid. ‘Heeft u al een computer of schrijft u nog met de hand?’ Alsof je op een computer met een ander lichaamsdeel schrijft. ‘Nee, maar ik heb wel een schrijfmachine met een televisietje op.’ Een manier om grofheid af te wijzen, het gesprek te weigeren.

Vergeleken met de hedendaagse apparatuur was de IBM-computer zelfs oud ijzer! Iets wat tegenwoordig met hijskranen in Chinese containerschepen wordt gestort. Zuurstof voor staalfabrieken. Maar je geraakte eraan gehecht. Veel meer dan aan de zoveelste nieuwe wegwerp-pc van vandaag. Het MS DOS-besturingssysteem liet een directe communicatie met de hardware toe. Hoe de computer te werk ging bleef zichtbaar, het tactiele karakter van het schrijven bleef intact, de oude fascinatie voor handenarbeid werd levendig gehouden. Het bood een schrijver de mogelijkheid om zijn tekst te lezen, zoals een vioolbouwer naar een strijkkwartet luistert.

De printer was eenvoudig, overzichtelijk en onverwoestbaar. Dat had voordelen. Hij toonde hoe hij was geconstrueerd en functioneerde. Precies datgene wat ik in mijn literaire teksten impliciet wou aangeven. Constructivisme. Dat waar de romantische burgerij zich van afkeerde. ‘Wat schrijft u? Detectives? Nee? Of zo meer psychologisch? Poëzie? Gedichtjes?’

Voor de aflevering van het programma IJsbreker over cultuurmanagement (1984) had Jef Cornelis sponsoring gezocht, zodat de tekst van de begeleidende brochure op een Wang-computer kon worden geschreven. Een technicus van Wang bleef voor de IBM-printer staan. ‘Weet u waarom niemand dat soort printers kan herstellen, meneer?’ ‘Nee.’ ‘Ze gaan nooit stuk.’ Alleen IBM wist hoe je ze onbruikbaar maakte. Men stopte de productie van schrijflint. De milieubeweging zorgde voor de juiste benaming. Ecologisch recycleren. Iets met de positie van bedrijven op de beurs.

Het was de tijd toen je in de grote steden stapels afgedankte computers naast torenhoge kantoorgebouwen op de stoep zag staan. Het had wel iets, zoveel vernieuwende vernietiging. Daklozen geloofden hun eigen ogen niet. Alsof ze die ooit hadden geloofd.

 

6. Toshiba portable

1994. Schrijven in het sociaal statuut van zelfstandige. Een Toshiba portable gekocht met een Microsoft Office 2000 programma. Een schrijfmachine die je kan afschrijven. (Tien jaar boekhouding van een schrijver in het statuut van zelfstandig arbeider van België (1994-2004), in Yang, jrg. 41, nr. 3, oktober 2005.)

Het Portable-tijdperk stond eraan te komen. Mobiliteit, flexibiliteit, Vlerick. Nog even in alle stilte overgegaan van floppy naar diskette. Kopieerarbeid die niet verliep zonder aanzienlijk verlies aan tekstbestanden. De tweede wet van de thermodynamica in actie. Systemen leren kennen. Behulpzame, grootsprakerige informatici leren inschatten. Antropologisch bekeken zeker niet oninteressant. Einde van de diskette. Introductie van cd-rom en stick. Toch maar in de eerste plaats blijven vertrouwen op papier. Zelfredzaamheid.

2009. De kamers in het stadscentrum met de tafels (gemakkelijk verplaatsbare deuren op schragen), de lessenaar, de stoelen, het vuur en het bed verlaten en verhuisd naar de rand van de stad. Vernomen dat letterkundige archieven vaak gebrek hebben aan geschikte apparatuur om oude tekstbestanden te decoderen. De IBM-tekstverwerker aan het Letterenhuis geschonken. Men leek de hardware te kunnen gebruiken, samen met een kleine bibliotheek aangepaste software. Bij gebrek aan schrijflint viel met de printer niets meer te beginnen. Hij ging naar het schroot. Duurzame ontwikkeling is dat. Iets met recepties voor vervuilende industrieën met goede voornemens, iets met een slager die niet alleen vlees maar ook groente en speculaas verkoopt, iets met een cultureel centrum met stadsbijen op zijn dak. De Stad participeert heftig. Suggesties blijven welkom.

Over de Toshiba portable geen nieuws. Met z’n allen de stereotiepe klachten delen. U bekend. Alles zelf moeten uitzoeken. Volg een computercursus! Stukken tekst kwijtgespeeld. Maak een back-up! Zinnen van tien regels die het programma doen blokkeren. Werk niet in opmaak! Iedere week minstens vijf keer het refrein ‘Microsoft has encountered a problem en moet worden afgesloten’. Lange zinnen zijn nergens goed voor. Sms-lengte is prima. Koop een beter programma! Koop een Apple, geen pc! Wat je wil weten staat op het web. Wat je nodig hebt kan je gratis downloaden. Hou dus op met zeuren. Ga positief denken, ga joggen. Naar nergens lopen, maar gezond. Het programma Office 2000 heb ik laten ontmantelen tot er enkel een schrijfmachine overbleef. Wat jammer van al die nieuwe mogelijkheden…

 

7. I-writing

Alles bij elkaar heel handig, die nieuwe wastafeltjes van bij de Romeinen. Met een ‘net’ dat op ieder moment een ‘klad’ is. Niet omgekeerd. Je kan dus blijven schrijven. Zeer geschikt voor wie, zoals ik, veel liever schrijft dan publiceert, terwijl de tekst intussen steeds naar de openbaarheid kan via het web. Even wennen is het wel. Dat is het leven ook. The survival of the fittest. Weer iets nieuws op de markt? Weer even wennen. Maar het went. Sneller dan je denkt.

Schrijven op kunststof. Afscheid van papier. Al gaat het rooien van de eucalyptuswouden wereldwijd onverminderd voort. Voor kranten en weekbladen. I-writing ecologischer?

Ervaren hoe de tekst op ieder moment zijn veranderbaarheid impliceert, zijn vergankelijkheid toont, zijn vluchtigheid cultiveert. Opmerkelijk hoe mijn verhouding met typografie en vormgeving zich heeft gewijzigd. Ook al is de situatie niet meer die uit de beginperiode van het gedigitaliseerde vormgeven, de lettertypes zijn nog altijd onvolkomen geproportioneerd. Het levert meningsverschillen op met vormgevers, vlotte jongens die nooit iets anders hebben gekend. Of hoe versleten nieuwe jeans status en prestige uitstralen. Duurder om ze te wassen dan om ze weg te gooien. Iets met ontwikkelingssamenwerking, internationale landbouwprogramma’s en hondenvoer in winkelrekken waar geen einde aan komt. Schrijven wordt minder eenvoudig.

Bij Geuze in Dordrecht was het goed. In de indrukwekkende opslagplaats waar het staand zetsel van Privé-domein zorgvuldig werd bewaard. Of in het gezelschap van de tikker en de dreunende monotype. Je tekst corrigeren op een proefdruk, genietend van de Bembo punt 12, van de ligaturen, van de geur van persvrijheid en de geschiedenis van de Lage Landen.

En nu? Iedere maand een nieuwe pc. Iedere week een gratis disk clone die je van het web kan downloaden. Met niets dan Engelse termen. Ik wil wel. Maar is het dat wat ik wil? Waarom zou het dat niet zijn? Omdat het postkapitalisme het verlangen gericht heeft op consumptie en de uitputting van het reële? De samenleving zal zichzelf wel creëren. Is dat zo?

Nieuwe apparatuur leren wantrouwen en vertrouwen. Fire walls inbouwen. Toch nog crashen. Nieuwe relaties aangaan met mogelijkheden die je zelf niet hebt bedacht. Ophouden met zelf iets te willen. Je laten drijven op de aanbieding. Alleen maar willen wat de mogelijkheden toelaten. Burgerzin, hacking, joy riding, inburgering, samenleving, pulp fiction en dat wat je zelf blijft produceren. Jezelf overtuigen dat je naar niets anders verlangt. Schrijven als een vorm van streaming. Je taalvermogen op het scherm zien oplichten als een representatie van de neurofysiologische activiteit van je hersens. Visualisering van competence en performance. Surfen, weglijden, extatisch de wereld over je heen laten komen. Alles toelaten wat de machine toelaat. L’homme machine. Afscheid nemen van de logica. Jezelf insturen naar overal en nergens tegelijk, en op een mooie dag in de lente het web even aanklikken. Om te zien of je nog leeft? Als schrijver? Wie schrijft die is al lang weg.