Lieven Van Den Abeele

DE WITTE RAAF

Editie 154 november-december 2011

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

L’aventure des Stein.

De tentoonstelling L’aventure des Stein in het Grand-Palais toont op een intelligente manier het ontstaan van de kunstverzamelingen van verschillende leden uit de familie Stein. Ze laat zien hoe de kunstenaars evolueerden in hun werk en de verzamelaars in hun appreciatie ervoor. Ook de overgang van het postimpressionisme van Renoir en Cézanne naar het modernisme van Picasso en Matisse komt mooi tot uiting.

Wie vernieuwende kunst van jonge kunstenaars wou zien, kon bij het begin van de 20ste eeuw in Parijs eigenlijk enkel terecht bij Leo en Gertrude Stein in de rue de Fleurus, en bij Michael en Sarah Stein om de hoek in de rue Madame. In de schaduw van het Musée de Luxembourg, het toenmalige museum van hedendaagse kunst waar hoofdzakelijk pompiers getoond werden, hielden ‘de Steins’ regelmatig salons. Daar kwamen de Parijse avant-gardes samen, met kunstenaars als Picasso, Matisse, Braque, Apollinaire, Laurencin, Man Ray, Duchamp, Picabia, Cocteau, Gris en Matta. Ook waren er passanten zoals de Italiaanse futuristen of de Amerikaanse schrijvers Fitzgerald en Hemingway.

De Steins waren excentriek en non-conformistisch, kunstminnend en vooral welstellend. De vroeg overleden vader had fortuin gemaakt bij de exploitatie van tramlijnen in San Francisco. Bij het begin van de 20ste eeuw installeerden drie van de kinderen zich in Parijs: Michael, die het familiefortuin beheerde als rentenier; Leo, als schilder; en Gertrude, als schrijver. Elk vanuit hun eigen ambities en met een verschillend verwachtingspatroon raakten ze gefascineerd door recente ontwikkelingen in de beeldende kunst.

Vanuit zijn klassieke scholing had Leo een enorme bewondering voor de tekeningen van Picasso, van wie hij ook werken uit de blauwe en de roze periode bezat. Maar zijn belangstelling ging vooral uit naar de grondleggers van de moderne kunst. De tentoonstelling begint dan ook met een korte inleiding die hoofdzakelijk lithografieën van Cézanne, etsen van Renoir en reproducties van Degas omvat. Vervolgens valt de tentoonstelling uiteen in twee grote ensembles, met enerzijds werken van Matisse uit de verzameling van Michael en Sarah, en anderzijds de kubistische werken uit de verzameling van Gertrude.

Terwijl Michael en Sarah echte amateurs zijn, die hun bevriende kunstenaars zowel steunden als bewonderden, werd Gertrude gedreven door een intellectuele nieuwsgierigheid. Het verschil is duidelijk merkbaar wanneer men de portretten die Matisse en Picasso van Sarah en Michael, en vooral van hun zoon Allan maakten, vergelijkt met Picasso’s portret van Gertrude Stein, dat uitgroeide tot het eerste manifest van het kubisme.

Gertrude heeft in het leven van Picasso een belangrijke rol gespeeld. Ze kocht niet alleen zijn vroegste werken, ze heeft hem ook aan Matisse voorgesteld (op het Salon des indépendants van 1906) en ervoor gezorgd dat hij ook in Amerika een bekend kunstenaar werd. Bij haar en Leo kon Picasso voor het eerst werk van Cézanne en Gauguin van dichtbij bewonderen.

Gertrude Stein (1874-1946) is een van de belangrijkste moderne schrijfsters. In Europa is ze vooral bekend door haar relatie met Picasso, maar in Amerika geniet ze dezelfde status als James Joyce. Haar literatuur wordt beschouwd als even vernieuwend en experimenteel. Erg bekend is het citaat uit het gedicht Sacred Emily (1913): ‘Rose is a rose is a rose is a rose’. Gertrude wilde hiermee de kracht van de taal benadrukken: ‘De naam alleen al evoceert de verbeelding en de emoties die met het object verbonden zijn.’ Onder het motto ‘Art must seize the complete actual present’, wilde ze het kubisme van de schilderkunst naar de literatuur vertalen.

Gertrude Stein gaf aan dat ‘men niet mag vergeten dat de realiteit van de 20ste eeuw niet de realiteit is van de 19de eeuw’ en dat ‘Picasso de enige is die dit in de schilderkunst heeft aangevoeld. Absoluut de enige’. Haar broer Leo had daarentegen geen enkele voeling met het kubistische werk. Les Demoiselles d’Avignon noemde hij een ‘horrible mess’ en de papiers-collés een ‘utter abomination’.

Gertrude Steins autobiografische werk en haar talrijke memoires zijn belangrijk voor de geschiedenis van de moderne schilderkunst. Maar haar talent als schrijver heeft ze eveneens op een intelligente manier aangewend om haar eigen mythe te creëren. Meest gekend is The Autobiography van Alice B. Toklas (1932), waarbij ze haar eigen biografie schrijft vanuit de ogen van haar vriendin Alice.

Voor haar beroemde portret door Picasso (1907) heeft ze ongeveer negentig keer moeten poseren, en elke seance ging gepaard met intense gesprekken over kunst. In het hoofdzakelijk bruin-grijze, bijna monochrome portret, dat zowel geïnspireerd werd door Monsieur Bertin (1832) van Ingres uit het Louvre als La femme de l’artiste dans un fauteuil (1878-88) van Cézanne uit haar eigen collectie, zit ze in een grote leunstoel en draagt ze een bruin fluwelen rok en jas. Opvallend is de verschillende stijl van de handen en van het gelaat.

Picasso slaagde er tijdens de poseersessies niet in haar gezicht op de juiste manier weer te geven. Hij veegde het uiteindelijk uit en vertrok naar Spanje. Drie maanden nadien, na zijn terugkeer, werkte hij het portret in afwezigheid van het model eindelijk af. Het maskerachtig gelaat, de eenvoudige massa’s en geaccentueerde oogleden, verwijzen naar zijn recente kennismaking met Afrikaanse kunst, Romaanse en Iberische sculptuur.

Door haar portret kon Gertrude zich als schrijver associëren met de actualiteit van de avant-garde. Tegelijkertijd was het portret een manier om zich los te maken van Leo, die vasthield aan de elegantie van de klassieke tekeningen van Picasso uit de vorige periode. Enkele jaren later voltrok zich de breuk tussen Gertrude en Leo. In 1913 vertrok Leo naar Italië. Na de oorlog werden de werken van Picasso en Matisse voor Gertrude onbetaalbaar. Ze kocht wel nog postkubistische werken van Braque, Gris en Masson.

In 1935 keerden Sarah en Michael wegens het opkomende fascisme terug naar San Francisco. Een belangrijk deel van hun collectie werd via de Sarah and Michael Stein Memorial Collection ondergebracht in het San Francisco Museum of Modern Art. Na de breuk tussen Leo en Gertrude werden er schilderijen van Renoir verkocht aan Alfred Barnes, die stipuleerde dat zijn verzameling nooit zijn huis mocht verlaten, waardoor ze ook niet op de tentoonstelling te zien zijn. Schilderijen van Matisse werden verkocht aan Chtchoukine. Om in Italië in zijn levensonderhoud te voorzien was Leo verplicht om regelmatig werken uit zijn verzameling van de hand te doen.

Gertrude droomde ervan om in het Metropolitan te hangen. Dit bleek minder evident dan ze zich had voorgesteld. Toen het museum Picasso vroeg om zijn werk te authentificeren voelde hij zich erg beledigd. Na de dood van Gertrude werd haar neef Allan de enige erfgenaam. Uiteindelijk kwamen de belangrijkste Picasso’s na zijn overlijden via verschillende omwegen in het New Yorkse Museum of Modern Art terecht.

 

Matisse, Cézanne, Picasso… L'aventure des Stein tot 16 januari in de Galeries nationales du Grand Palais, 3 avenue du Général-Eisenhower (ingang: Square Jean Perrin), 75008 Parijs (01/44.13.17.17; www.rmn.fr/Galeries-nationales-du-Grand).