Marc Goethals

DE WITTE RAAF

Editie 154 november-december 2011

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Nieuwe publicaties

Nel Aerts & Vaast Colson. Whilst the Master Sleeps. Antwerpen: Clean Press #15, 2011. 1024 blz. 15,5 x 12,3 x 4,5 cm

Deze vuistdikke kunstenaarspublicatie bevat uitsluitend beelden van de Antwerpse kunstenaars Nel Aerts en Vaast Colson. Nel Aerts vult de rechterpagina’s met reproducties van vijf schetsboeken. De beelden tonen snel gemaakte tekeningen en collages, soms abstract, soms figuratief. Hier en daar gebruikt ze carbonpapier, waardoor de tekening ook op de achterliggende pagina verschijnt. Met deze ontdubbeling gaat ze dan verder aan de slag. De vijf schetsboeken zijn gedateerd van 11 september tot 24 oktober 2010. Ondertussen verschijnen op alle linkerpagina’s groenige foto’s, genomen met een vast camerastandpunt, waarop te zien is hoe Vaast Colson slaapt en vervolgens ontwaakt. De foto’s zijn aanvankelijk donker, met weinig detail, maar verhelderen gradueel tot The Master wakker wordt. Intrigerend in dit kunstenaarsboek zijn de twee verschillende snelheden die geëvoceerd worden door dezelfde paginasequentie.

 

Anna Banana. Banana Rag #41. Roberts Creek (Canada): Banana Productions, sept. 2011. 8 blz. geïll. ISSN 1715-1341

De Canadese kunstenares Anna Banana (Vancouver, 1940) ontpopte zich in de jaren 70, toen ze in San Francisco woonde, tot een belangrijk knooppunt binnen het mailart-netwerk. Daarnaast organiseerde ze ludieke, laagdrempelige acties op straten en pleinen, waar het al dan niet toevallige publiek in hoge mate bij betrokken werd. Zo vonden in 1975 de Banana Olympics plaats waarbij prijzen werden uitgereikt voor allerlei disciplines, zoals racen, verkleden, musiceren en zelfs kunst maken. Alles speelde zich af binnen een neodadaïstische subcultuur. Sinds 1971 publiceert Anna Banana jaarlijks een nieuwsbrief onder de titel Banana Rag (letterlijk vertaald: De Bananenvod). Zopas verscheen Banana Rag #41 waarin onder andere een verslag te lezen is van haar recente Europese tournee (Charleroi, Maastricht, Berlijn…) met het onderzoeksproject But, Is it Art? Onder de titel Encyclopedia Bananica redigeert ze verder een rubriek met anekdotes en fait divers over bananen en de economische politiek van de bananenhandel. De komende jaren zal Anna Banana zich concentreren op de organisatie van een overzichtstentoonstelling van haar oeuvre dat nu, na veertig jaar, bijzonder consistent blijkt te zijn.

 

Leszek Brogowski / Aurélie Noury [et al.]. Sans Niveau ni Mètre. Journal du cabinet du livre d’artiste Nr 20. Rennes: Editions Incertain Sens, sept. 2011. 4 blz. ISSN 1959-67X

Sinds 2007 verschenen reeds 20 afleveringen van Sans Niveau ni Mètre, het specialistisch tijdschrift in krantvorm van het Cabinet du livre d’artiste in het Franse Rennes. Soms zijn de afleveringen thematisch opgevat. Dan weer komen onderwerpen aan bod zoals de uitnodigingskaart als artistiek medium of het gebruik van inserts in catalogi en periodieken. Maar soms wordt ook één kunstenaar belicht (onder anderen Peter Downsbrough, Claude Rutault, Maurizio Nannucci…) waarbij telkens ruimte wordt gemaakt voor enkele kunstenaarspagina’s. De laatste aflevering van Sans Niveau ni Mètre heeft als ondertitel: Manifestes, Déclarations, Ecrits Programmatiques du Fonds des Archives de la Critique D’Art. Het nummer bevat een lijst van een zestigtal artistieke manifesten waaruit telkens ook een fragment wordt geciteerd. Het tijdschrift wordt gratis verspreid. Helaas is er geen distributie buiten Frankrijk, maar alle afleveringen kunnen gedownload worden van het internet.

 

John Elderfield [et al.]. de Kooning. A Retrospective. New York: MoMA, 2011. 504 blz. 628 afb. ISBN 978-0870707988

Deze catalogus bevat wellicht het meest volledige overzicht van het oeuvre van Willem de Kooning (1904-1997). Het boek verschijnt naar aanleiding van de grote overzichtstentoonstelling in het MoMA, die nog te zien is tot 9 januari 2012.

 

Irene Gammel / Suzanne Zelazo (red.). Body Sweats. The Uncensored Writings of Elsa von Freytag-Loringhoven. Cambridge: The MIT Press, 2011. 420 blz. geïllustreerd. ISBN 978-0-262-01622-3

Barones Elsa von Freytag-Loringhoven (1874-1927) was een van de kleurrijkste figuren onder de New Yorkse dadaïsten tijdens de jaren 10 en 20 van de vorige eeuw. In 2002 verscheen haar biografie door Irene Gammel (Baroness Elsa. Gender, Dada and Everyday Modernity). Nu, in 2011, verschijnt voor het eerst (!) een ruime selectie uit haar poëtisch oeuvre. Deze eigenaardige publicatielogica is tekenend voor de manier waarop het publiek naar deze excentrieke kunstenares kijkt. Nochtans toont dit wetenschappelijk geredigeerde boek dat The Baroness in haar experimenteel dichtwerk verder gaat dan de meeste van haar medestanders. Ze ontwijkt de syntaxis, maakt veelvuldig gebruik van neologismen en gebruikt woorden op een abstracte manier, louter omwille van hun klankwaarde. Ze besteedt ook aandacht aan het visuele aspect van haar manuscripten, waarvan er heel wat in het boek zijn gereproduceerd. De meest opvallende gedichten bestaan uit lijsten van woorden die bij eerste lezing moeilijk aan elkaar te knopen zijn. Inhoudelijk spelen sexualiteit en het moderne stadsleven een prominente rol. De inhoud is niet zozeer erotisch, maar obsceen en schunnig; eerder bedoeld om af te schrikken dan om te verleiden. Het stadsleven wordt geëvoceerd met de taal van advertenties en namen van commerciële producten. Zonder twijfel loopt haar werk ver vooruit op wat de surrealisten (en later Fluxus) met taal probeerden uit te drukken. De artistieke kwaliteit van de gedichten doet de smakeloze vormgeving en de misplaatste cover (in een erotische art-nouveaustijl) bijna vergeten.

 

Susan Hapgood / Cornelia Lauf. In Deed: Certificates of Authenticity in Art. Amsterdam: Roma Publications, 2011. 104 blz. ca. 70 afb. ISBN 978-90-77459690

Sinds de tweede helft van de vorige eeuw worden steeds vaker certificaten uitgeschreven om het auteurschap en de authenticiteit van kunstwerken te bewijzen. Hoe immateriëler het kunstwerk, hoe groter de nood aan zo’n certificaat. Deze juridische documenten blijven meestal verborgen voor het publiek. Hierdoor hebben ze een mysterieuze status. Soms gaat het om een juridische tekst, opgesteld door een advocaat, maar het kan ook een gesigneerde schets zijn of een handgeschreven tekst door de kunstenaar zelf. Deze publicatie laat zien hoe een zeventigtal kunstenaars omgaan met het certificaat: van Yves Klein (Zones de sensibilité picturale immatérielle, 1959) tot Franz West, en van Ben Vautier tot Cerith Wyn Evans. De Amerikaanse kunsthistoricus Martha Buskirk behandelt in haar essay Certifiable de artistieke context waarbinnen het certificaat functioneert. Onder de titel Authenticity in Art and Law: A Question of Attribution or Authorization gaat de Londense advocaat Daniel McClean dieper in op de juridische implicaties. Deze catalogus begeleidt een tentoonstelling die ondertussen reeds te zien was in De kabinetten van de Vleeshal (Middelburg) en de Fondazione Bevilacqua La Masa (Venetië). De tentoonstelling reist verder naar New Delhi, Rome, Istanbul, New York…

 

Nikolaus Gansterer. Drawing a Hypothesis. Figures of Thought. Wien: Springer-Verlag, 2011. 352 blz. met ill. ISBN 978-3-7091-0802-4

Het maken van een tekening(etje) om een complexe gedachte te visualiseren is een hulpmiddel dat in allerlei wetenschappelijke en artistieke disciplines gebruikt wordt. De Oostenrijkse kunstenaar Nikolaus Gansterer is gefascineerd door deze aparte grafische beelden, die bemiddelen tussen denken en zien. Hij verzamelde voorbeelden die hij vond in boeken of op het internet. Doordat hij ze uit hun theoretische context isoleert, is hun precieze betekenis niet meer te achterhalen. Met dit geamputeerde materiaal ging Nikolaus Gansterer vervolgens aan de slag. Hij hertekende de tekeningen om ze qua formaat en stijl te uniformiseren. Vervolgens legde hij ze voor aan wetenschappers, theoretici en kunstenaars met de vraag om ze te interpreteren. Het boek bevat een selectie van de antwoorden die Nikolaus Gansterer ontving, samen met extra beeldmateriaal en informatie over aanverwante onderzoeken.

 

Benjamin Patterson. Methods & Processes. Rennes: Editions Incertain Sens, 2011. 12 blz. 13 afb. ISBN 978-2-914291-46-0

Benjamin (Ben) Patterson (Pittsburgh, 1934) is bekend als een van de oprichters van Fluxus. Na zijn muziekstudies in de jaren 50 verhuisde Patterson naar Keulen en participeerde daar in de experimentele muziekscene. In 1961 kwam hij terecht in Parijs waar hij Robert Filliou leerde kennen. Eind 1962 ondersteunde hij George Maciunas bij het organiseren van het Fluxus Festival in Wiesbaden. Dit festival was de allereerste publieke manifestatie van Fluxus. Eerder dat jaar gaf Ben Patterson, in eigen beheer en in een oplage van slechts 100 exemplaren, een boekje uit met de titel Methods & Processes. Deze publicatie, in de vorm van een leporello, bevat een verzameling korte, geïllustreerde scenario’s die gebruikt kunnen worden als leidraad voor events of performances. De stijl van deze scenario’s loopt vooruit op de stijl van Fluxus. Nu, bijna 50 jaar later, heeft de universiteit van Rennes het initiatief genomen om Methods & Processes opnieuw te publiceren in facsimile. De nieuwe publicatie is gebaseerd op het enige exemplaar dat nog te vinden was in de bibliotheek van de kunstenaar.