Tessel Bauduin

DE WITTE RAAF

Editie 155 januari-februari 2012

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Gemeentemuseum Den Haag: Mondriaan en De Stijl, nieuwe permanente tentoonstelling.

De canon van de Nederlandse geschiedenis kent drie kunsthistorische onderwerpen: Rembrandt, Vincent van Gogh en De Stijl. Het laatste onderwerp wordt daarbij onder de noemer ‘revolutie in vormgeving’ geplaatst en is voorzien van de Rietveldstoel als icoon. Terwijl deze stoel het bekendste object is van De Stijl, is Mondriaan de befaamdste exponent. Dat deze beweging veel meer is dan stoel en Mondriaan, is slechts bij een klein clubje kenners bekend. Het historisch belang van De Stijl wordt in Nederland al te vaak onderschat. Gelukkig reserveert het Gemeentemuseum Den Haag sinds kort een complete vleugel voor een permanente tentoonstelling van De Stijl, inclusief Mondriaan.

Het museum heeft de tentoonstelling netjes en klassiek opgebouwd. Er wordt een korte voorgeschiedenis geschetst met vroeg werk van Mondriaan, een enkel voorbeeld van Toorop en Frank Lloyd Wright. Vervolgens wordt De Stijl gepresenteerd aan de hand van drie thema’s: de woning, de straat en de stad. Deze niet per se chronologische indeling is een uitstekende keuze en leidt tot een natuurlijke presentatie van het materiaal, waaronder de Bruynzeel-kinderkamer van Huszár, verscheidene grafische ontwerpen en dessins van onder meer Bart van der Leck en Sonia Delaunay, architectuur, stedenbouwkundige en interieurontwerpen, het Rietveld-Schröderhuis, maquettes van ateliers van Mondriaan en natuurlijk verschillende meubels, waaronder de stoel alsook andere zitmeubels, en zelfs een Bruynzeelkeuken. Korte filmpjes her en der gaan wat dieper op specifieke onderwerpen in. Men krijgt een solide overzicht van de ontwikkeling van De Stijl en van haar verscheidene uitingsvormen. Er is verder een audiotour, een lijvige catalogus en een brochure.

De tentoonstellingsruimte is een geslaagd ontwerp van Krijn de Koning en Anne Holtrop. Het verloop tussen de ruimtes van verschillende omvang is helder. De associatie met De Stijl is voelbaar, maar niet opdringerig. De inrichting is een op zichzelf staand kunstwerk, 63 Spaces for a Work, met als hoogtepunt een centrale ruimte volledig gevuld met een driedimensionaal grid-complex, als een wonderlijke modernistische klimsculptuur die aanleiding geeft tot een frisse blik op de ruimte, de wanden en hun onderlinge verhoudingen.

63 Spaces is een essentieel onderdeel voor de tentoonstelling omdat het de objecten van de Stijl contemporain en bijzonder maakt. Historische kunststromingen als De Stijl die zo expliciet op de toekomst gericht waren, doen nu vaak gedateerd aan. De Bruynzeel-keuken, bijvoorbeeld, roept vooral associaties met keukens van grootouders op. Sommige stedenbouwkundige ontwerpen onttrekken zich niet aan gelijkenissen met de Bijlmer, een bouwexperiment dat tegenwoordig toch vooral als ongezellig, ouderwets, gevaarlijk en zelfs mislukt wordt beschouwd. Tegelijk blijken veel elementen uit De Stijl door hun succes in vormgeving, grafisch ontwerp en stedenbouwkundige architectuur nu alledaags geworden. Dit maakt het lastiger om het oorspronkelijk radicale karakter van de beweging te doen uitkomen.

Het is sowieso een enigszins ondankbare taak om De Stijl onder de aandacht van een groter publiek te brengen. Velen appreciëren de rechte lijnen, de vrolijke kleuren, het werk van Mondriaan, maar weinigen doorgronden echt de revolutie die De Stijl voorstond. De schaduw die Mondriaan werpt is natuurlijk zeer groot. Het lijkt of de tentoonstelling er deels op gericht is een overzichtsbeeld te schetsen van wat De Stijl naast Mondriaan allemaal inhield. Geringe aandacht wordt daarbij besteed aan de internationale context, aan publieksreacties op de radicale aanpak van De Stijl, aan de controverse omtrent Van Doesburg, de vele brieven en geschriften die het hart van de beweging vormden of de religieuze overwegingen die bij zowel Mondriaan als Van Doesburg toch ook een rol speelden. Maar wellicht is dat te veel gevraagd van een tentoonstelling die het allereerste permanente overzicht van de beweging in Nederland biedt, en die als voornaamste taak heeft een breder publiek kennis te laten maken met De Stijl.

 

• De presentatie Mondriaan en de Stijl is tot 1 januari 2014 te zien in het Gemeentemuseum Den Haag, 
Stadhouderslaan 41,
 2517 HV Den Haag
 
(070/338.11.11; www.gemeentemuseum.nl).