Marc Goethals

DE WITTE RAAF

Editie 155 januari-februari 2012

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Nieuwe publicaties

Maurizio Cattelan / Pierpaolo Ferrari. Toiletpaper. Athene: Deste Foundation, november 2011. 44 blz. 22 afb. ISBN 978-1935202783

Naar aanleiding van de retrospectieve van Maurizio Cattelan in het Guggenheim Museum in New York, verscheen deze vierde aflevering van Toiletpaper (de eerste aflevering verscheen in juni 2010). Deze tekstloze periodiek bevat uitsluitend paginagrote spreads. De beelden zijn gerealiseerd door een team van fotografen, stylisten en decorbouwers. Daarbij wordt geen enkele digitale manipulatie uitgesloten. De combinatie van de ideeën van Maurizio Cattelan met de uitvoering door deze equipe levert bizarre, kinky beelden op. Soms zijn de foto’s surreëel, soms zijn ze ook humoristisch of agressief. Inhoudelijk zijn ze dikwijls eendimensionaal, maar ze weten ook iedere keer te verrassen.

 

Giorgio Maffei (red.). Allan Kaprow. A Bibliography. Milaan: Mousse Publishing, 2011. 128 blz. 115 afb; ISBN 978-8896501179

Deze bibliografie documenteert voor het eerst alle 32 publicaties van de Amerikaanse kunstenaar Allan Kaprow (1927-2006). Allan Kaprow is vooral bekend als uitvinder van de happening in de jaren 50. Kort gedefinieerd is een happening een kunstvorm waarbij een groep acteurs of het publiek uitgeschreven instructies van de kunstenaar uitvoert. Dikwijls spelen happenings zich af binnen een geconstrueerd environment, maar daarnaast kan elke locatie in de stad of plek in de natuur een site voor een happening zijn. De publicaties van Allan Kaprow zijn een minder bekend onderdeel van zijn oeuvre. Ze zijn zeer verscheiden: pamfletten, een kalender, één knoert van een koffietafelboek, een langspeelplaat, maar ook Activity Booklets. Deze laatste zijn geïllustreerde handleidingen die het publiek kan gebruiken om Kaprows kunstwerken uit te voeren. Ze vallen op door hun eigenzinnige vormgeving.

 

Arjen Mulder. Van beeld naar interactie. Betekenis en agency in de kunsten. Rotterdam: V2_Publishers / NAi Uitgevers, 2010. 248 blz. ISBN 90-5662-818-5

Dit essayistisch werk onderzoekt het traject dat de beeldende kunst de laatste vijfhonderd jaar heeft afgelegd, gaande van de schilderkunst (als proces) over de fotografie (als ervaring) tot de interactieve mediakunst (als happening). De auteur stelt uitdrukkelijk dat hij geen wetenschappelijke of kunsthistorische intenties heeft. Hij noemt zijn onderzoek een artistic research. Het essay zit vol onverwachte denkbeelden en invalshoeken. Zo observeert hij de interactie die een teek aangaat met zijn omgeving, om deze vervolgens te vergelijken met de interactieve kunst van vandaag. Uiteraard worden ook kunstwerken en theorieën onderzocht, onder anderen van Aby Warburg, Paul Klee, Leonardo da Vinci, Etienne-Jules Marey, Allan Kaprow en Félix Gonzales-Torres.

 

Gert Verhoeven. We all love big fat catalogues. Strombeek / Mechelen: bkSM, 2011. 8 blz. 2 afb. ISBN 978-90771933-72

 

____. I really love jellies and real jellies love me too. Strombeek / Mechelen: bkSM, 2011. 44 blz. 21 afb; ISBN 978-90771933-89

 

____. I love my raw material bars. Strombeek / Mechelen: bkSM, 2011. 16 blz. 6 afb. ISBN 978-90771933-96

Naar aanleiding van de tentoonstelling Twin Room (samen met Richard Venlet) in de cultuurcentra van Mechelen en Strombeek verschenen van Gert Verhoeven drie boekjes of booklets, zoals hij ze zelf noemt. Ze vormen de start van een reeks. Met dit project zoekt Gert Verhoeven naar een alternatief voor de tentoonstellingscatalogus. De titels zijn telkens geïnspireerd op het I Love NY-logo van Milton Glaser (1973). Tijd en plaats van deze periodieke publicaties zijn niet vastgelegd. De booklets kunnen functioneren als catalogus, kunstenaarsboek, tijdschrift, theoretisch werk enzovoort. Tegelijkertijd wordt zowel inhoudelijk als vormelijk geëxperimenteerd met de codes van de tentoonstellingscatalogus. Zo gebruikt Gert Verhoeven de lijst met titels van de geplande booklets als beeld op de cover en vervangt hij de obligate biografie door een laconieke zinsnede. Opvallend is de variatie in de kwaliteit van het papier en het lettertype. De titel van het eerste nummer – We all love big fat catalogues – zet meteen de toon, want op de 8 flinterdunne pagina’s zijn slechts 2 afbeeldingen te zien. De booklets geven ook ruimte aan projecten van andere kunstenaars. Zo bevat het derde nummer een insert van Anne Daems (Station Bars, 2000) met 6 afbeeldingen.