Lieven Van Den Abeele

DE WITTE RAAF

Editie 157 mei-juni 2012

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Rosemarie Trockel. Flagrant Delight

Rosemarie Trockel behoort tot de belangrijkste Europese kunstenaars van haar generatie. Alhoewel ze een imposante internationale carrière kan voorleggen en regelmatig over haar werk wordt gepubliceerd, was haar werk in België nog maar amper te zien. Alleen al daarom is deze presentatie in Wiels, bijna twintig jaar na haar eerste en enige Belgische solotentoonstelling – haar Hühnerstall (1993) of kippenhok in de tuin van Xavier Hufkens kende weinig of geen respons – een belangrijk evenement.

Rosemarie Trockel (Schwerte, 1952) debuteerde begin jaren 80 na haar studie aan de Keulse Fachhochschule, die ze combineerde met studies antropologie, sociologie, theologie en wiskunde. Ze was graag bioloog geworden en behandelt in haar werk geregeld antropologische en wetenschappelijke onderwerpen. In 1985 kende ze een doorbraak met haar Strickbilder of gebreide schilderijen. Reflecties over schilderkunst en het unieke karakter van het kunstwerk verbindt ze in deze werken met vraagstellingen over gender, identiteit, maatschappelijke stereotypen en de problematische positie van de kunst in de consumptiemaatschappij. Doordat Trockel deze onderwerpen vanuit een vrouwelijk perspectief benadert – wat in de jaren 80 minder courant was dan vandaag – werd haar werk algauw als een feministisch statement geïnterpreteerd. Daarbij werd te makkelijk voorbijgegaan aan andere aspecten – zoals het poëtische en ironische karakter – van haar werk. De eerste verdienste van deze tentoonstelling is dan ook dat ze ons niet de kunstenaar toont zoals we die menen te kennen, maar de complexiteit van het oeuvre aan bod laat komen.

Flagrant Delight wordt voorgesteld als een vervolg op Die Verflüssigung der Mutter (de vloeibaarheid van de moeder), Kunsthalle Zürich (2010) en Post-Menopause, Museum Ludwig Keulen (2006). De titel slaat zowel op ‘het sensuele als het indringend-onbehaaglijke karakter van haar werk’. Het centrale deel van de tentoonstelling wordt gevormd door een reeks collages die in de laatste tien jaar ontstaan zijn. Hierdoor toont Rosemarie Trockel haar schatplichtigheid aan het dadaïsme en het surrealisme, een aspect dat in haar werk altijd onderbelicht gebleven is, maar hier in Brussel een bijzondere betekenis krijgt. Via eigen foto’s, tekeningen of beelden uit haar video’s verwijst ze in de collages naar haar eigen werk. Ze thematiseert echter niet enkel haar eigen artistieke praktijk, maar besteedt ook aandacht aan het kijken, dat gesymboliseerd wordt door het veelvuldig gebruik van ogen, vensters, luiken en gordijnen. Daarbij vertegenwoordigt de blik van de kunstenaar niet het traditionele mannelijke standpunt, maar gaat het duidelijk om een vrouwelijke blik.

Opvallend boeiend en leerrijk is de wand met de ontwerpen voor boekomslagen van onuitgegeven publicaties. Deze tekeningen en collages vormen een soort encyclopedie van haar thema’s en haar vocabularium: verwijzingen naar de kunstwereld, afbeeldingen van dieren en haar fascinatie voor Brigitte Bardot en Bertolt Brecht, die ook in verschillende video’s naar voor komt. Verder zijn er ‘informele’ ceramische sculpturen, objecten en assemblages, en uiteraard een reeks wolschilderijen en andere gebreide objecten. Met opzet werd er niet gekozen voor haar meest emblematische werken uit deze periode – de gebreide hakenkruisen, de Playboy Bunnies of de truien met het Woolmark-logo dat perfect past op de borsten van het model – omdat ze op deze werken niet wil worden vastgepind.

Eerder dan een chronologisch overzicht – de kunstenaar hecht meer belang aan tegenspraak dan aan samenhang en is meer geïnteresseerd in de (veelzijdige) dynamiek van haar werk dan in (lineaire) evolutie – bezorgt de tentoonstelling een beeld van de diversiteit en de complexiteit van dit zowel ruime als compacte oeuvre. Men kan betreuren dat er geen enkele van haar video’s te zien is – ze vormen een oeuvre op zich en verdienen een eigen overzicht – maar het is ook dankzij die moedige keuzes dat Flagrant Delight een tentoonstelling met veel licht is geworden. Daardoor komt niet alleen de boodschap goed tot zijn recht, maar ongewild ook de plastische kwaliteit van het werk, die soms te veel in de schaduw staat van het kunsthistorische, het maatschappelijke en het conceptuele.

Rosemarie Trockel. Flagrant Delight tot 27 mei in WIELS, Van Volxemlaan 354, 1190 Brussel (02/340.00.50; www.wiels.org).