Birgit Cleppe

DE WITTE RAAF

Editie 157 mei-juni 2012

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Aglaia Konrad & Willem Oorebeek in Brussel

Het kunstenaarskoppel Aglaia Konrad en Willem Oorebeek woont en werkt dan wel in Brussel, het blijft vrij uitzonderlijk dat ze er ook exposeren – laat staan dat ze dat samen doen. Dit voorjaar liepen opeens twee tentoonstellingen van hen in de hoofdstad. Monolith/Life is de herneming van een tentoonstellingsproject in de Villa Romana in Firenze, dat voor de gelegenheid werd opgesteld in de Sint-Lukasgalerie. Het betreft hun eerste gezamenlijke expositie. Daarnaast exposeert Oorebeek met Les SECRETS de la

MEMOIRE ook nog solo op een nieuwe tentoonstellingsplek: A.VE.NU.DE.JET.TE/Institut de Carton.

Het ‘Institut de Carton’ is gehuisvest in de burgerwoning van kunstenaars Henri Jacobs en Marij Elias langs de Avenue de Jette in Brussel. Het eigenzinnige initiatief wil vooral plaats bieden aan kleinere tentoonstellingen, en enkele special events, zoals gespreksmomenten met de betrokken kunstenaars. Ook wordt achteraf een D.O.S.S.I.E.R uitgegeven in zeer beperkte oplage, telkens voorzien van een klein origineel kunstwerk dat verband houdt met de tentoonstelling. Bezoeken kan enkel op een beperkt aantal publieksmomenten of op afspraak. Deze drempel werd bewust ingebouwd. Les SECRETS de la MEMOIRE is na Paul van der Eerden in het najaar 2011 de tweede tentoonstelling. In het najaar 2012 is de groepsmanifestatie LOCUS SOLUS DOMESTICUS gepland.

In Les SECRETS de la MEMOIRE toont Oorebeek zijn zogenaamde black-outs: lithografieën die ontstaan door bestaand drukwerk, veelal reclame of covers van populaire magazines, met zwarte inkt te overdrukken. Dat resulteert in monochrome Malevich-achtige vlakken, waarin de oorspronkelijke beelden op enigmatische wijze doorschemeren, afhankelijk van de lichtweerkaatsing, dekkingsgraad en onderliggende kleuren. Oorebeek opteerde voor de gelegenheid voor een ietwat binaire opstelling van zijn werk. In de traphal van het herenhuis hing hij een reeks van 124 black-outs van Paris-Matchaffiches binnen een accuraat uitgetekend raster. In een kamer op de eerste verdieping heeft hij vijf kleinere werken losjes verspreid opgehangen. Die aanpak is typerend voor Oorebeek. Enerzijds neemt hij volgens een strak regime steeds dezelfde beelden onder handen. Anderzijds gunt hij zichzelf de vrijheid om heel intuïtief beelden te selecteren die hij interessant vindt om te bewerken.

Wie de traphal van het herenhuis betreedt, wordt uitgenodigd om achter het hermetische zwart van de affiches de boodschappen van de eens zo grootsprakerige slagzinnen te ontcijferen, of de silhouetten van – al dan niet vergeten – beroemdheden te herkennen. De strakke grid, die op alle wanden van de hal werd uitgezet, is gebaseerd op de maten van een Paris-Matchaffiche met stroken van 7,5 cm tussenruimte; een knipoog naar de maatvoering van Daniel Buren, maar misschien ook een herinnering aan het stippenraster dat Oorebeek aanbracht op de gevel van het woongebouw Hoop, Liefde en Fortuin van architect Rudy Uytenhaak.

In de kamer op de eerste verdieping wordt de thematiek aangescherpt, vooral in het werk waarnaar de tentoonstelling genoemd is. Het bestaat uit vier identieke black-outs van een tot vierkant versneden cover van een ander Franstalig blad: Le Vif. ‘Comment elle fonctionne/Comment l’entretenir et l’améliorer/tout au long de la vie//Les Secrets de la Mémoire//Cette semaine chez votre librairie.’ De wervende tekst van de cover is door het eenvoudige procedé van de black-out getransformeerd tot een enigmatische overpeinzing, die de routineuze machinaties van de nieuwscarrousel in vraag stelt. De wekelijkse ‘nieuws’-aankondiging doet het nieuws van de week voordien meteen vergeten en maakt dat het alweer out is. Niettegenstaande hun destructieve inslag, ‘redden’ de ‘verduisteringen’ volgens Oorebeek de beelden van dit vernietigende proces. De black-outs bevriezen deze cyclus van de actualiteitswaarde; de vele zaken die inmiddels in de vergetelheid zijn geraakt krijgen een waardig dodenmasker.

Ondanks de vormelijke en thematische verscheidenheid, zoekt ook het tentoonstellingsproject Monolith/Life van Aglaia Konrad & Willem Oorebeek het juiste perspectief om uit de voortdurende drukte van onze leefwereld stille vormen van verweesde schoonheid los te weken. In de beglaasde betonnen zaal van de Sint-Lukasgalerie worden plekken afgebakend aan de hand van doeken en kleine stalen stellingen – een scenografie van de hand van architect Kris Kimpe. Op de doeken worden vier filmprojecten van Konrad geprojecteerd. Het betreft minutieuze observaties van vier monolithische ‘sculpturen’. Drie daarvan zijn architecturale bouwwerken in beton. Sculpture House (2007) documenteert een woning van architect J. Gillet et al in Angleur, Concrete Samples I (2009) belicht de Dreifaltigkeitskirche van beeldhouwer Fritz Wotruba in Wenen en in Concrete Samples II (2009) wordt het Blockhaus, ook wel L'église Sainte-Bernadette du Banlay, in het Franse Nevers van Claude Perret en Paul Virilio in beeld gebracht. Het vierde werk dat getoond wordt is de 16mm-film Carrara (2010), een project over de bewuste steengroeve waarover de fotografe onlangs ook een boek publiceerde (zie het vorige nummer).

De films brengen de sculpturale volumes zo in beeld dat de toeschouwer gedwongen wordt tot een aandachtige en nabije observatie. De wereld rondom is tot stilstand gebracht. Er klinkt geen geluid. Er is niemand aanwezig. Konrads beelden laveren traag rond en door de volumes, als handen die op de tast de huid en de plooien van een lichaam ontdekken. Soms houden ze halt om de complexiteit van de structuren in wisselende composities vast te leggen. Details als de tactiliteit van het beton, dat hier en daar met mos is begroeid, de reflectie van bomen in het glas, de nerven in het marmer, of de spleten waar het licht niet bij kan, geven de monolieten een bijna intieme aanblik. Het introverte karakter van de films wordt bovendien gecompleteerd door de scenografie, waarbij doeken de visuele ruis van de straatzijde wegfilteren.

Een ander deel van de tentoonstellingszaal wordt ingenomen door een wirwar van stoelen en enkele kleine televisieschermen op een sokkel die de film Angertal (2011) tonen, een gezamenlijk project van Konrad en Oorebeek. Het is de enige plek waar de beglazing aan de straatkant niet door doeken wordt afgeschermd en de drukte van de Paleizenstraat kan binnendringen. De observaties van een mierenhoop gebeuren met dezelfde dwingende blik als die van de monolithische sculpturen in de films van Konrad. De inertie en de rust van de beelden van de mierenhoop in de bergvallei verdwijnen zodra de camera de krioelende mieren van dichtbij in beeld brengt, maar de intimiteit en intense concentratie blijven onveranderd. De mierenhoop, de steengroeve van Carrara, de toren van Babel: het zijn drie ‘artefacten’ waar de ongenaakbare en inerte massiviteit van een monoliet met de onophoudelijke bedrijvigheid van de bewoonde wereld samenvallen. Een digitale print van de toren van Babel – een leidmotief in het oeuvre van Oorebeek – is verdoken opgehangen in een van de doorgangen achter de vaste wanden in de zaal.

De consistentie van de kleine tentoonstelling wordt achter de tweede vaste wand van de galerie in extremis nog onderuitgehaald. Willen de prints met levensgrote individuen uit het werk Vertical Club (1994) van Oorebeek ons herinneren aan onze eigen maat – die nergens in de films aan die van de monolieten wordt gemeten? Of aan het feit dat elke vorm van leven en activiteit bij het individu begint? Oorebeek slaagt er in alle geval in om aan de beredeneerde opbouw van Monolith/Life dezelfde intuïtieve twist toe te voegen die ook aan Les SECRETS de la MEMOIRE een zekere opake diepte verleent.

Les SECRETS de la MEMOIRE van Willem Oorebeek, tot 20 mei in a.ve.nu.de.jette/institut de carton, Jetselaan 41, 1081 Koekelberg (Brussel). Open 12 mei (14-18u), voorts enkel op afspraak (0485/565.238). Zie ook http://avenudejette.blogspot.com.

Monolith/Life van Aglaia Konrad & Willem Oorebeek liep tot 21 april in de Sint-Lukasgalerie, Paleizenstraat 70, 1030 Brussel.