Marc Goethals

DE WITTE RAAF

Editie 157 mei-juni 2012

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Nieuwe publicaties

Jérôme Saint-Loubert Bié. Books on Books. Parijs: Christophe Daviet-Thery, 2011. 260 blz. geïll. ISBN 978-2-9539347-0-0

De Parijse galeriehouder Christophe Daviet-Thery, de grafisch ontwerper Jérôme Saint-Loubert Bié en de verzamelaar Christophe Schifferli selecteerden in maart 2011 twaalf kunstenaarsboeken die als onderwerp een of meer andere boeken hebben. De bekendste waren Burning Small Fires (Bruce Nauman, 1968), American English (Richard Prince, 2003) en The Happy Ending of Franz Kafka’s America, Tisch Nr. 3 (Martin Kippenberger, 1993). Tegelijkertijd nodigden ze Jonathan Monk en Yann Sérandour uit om een gesprek te voeren over de twaalf kunstenaarsboeken. Beide kunstenaars laten zich openlijk inspireren door de conceptuele kunst van de jaren 60 en 70. Boven de gesprekstafel monteerde Jérôme Saint-Loubert Bié een fototoestel waarmee hij de handen van de kunstenaars fotografeerde terwijl ze de boeken bekeken. Deze publicatie omvat zowel de zwart-witfoto’s als het gesprek, dat veel smalltalk bevat. Zo komen we onder andere te weten dat het boekje Burning Small Fires thans tot 5.000 € kan kosten bij de antiquaren, maar ook dat Jonathan Monk dertig exemplaren bezit van Ed Ruscha’s fotoroman Crackers uit 1969.

 

Alastair Brotchie. Alfred Jarry. A Pataphysical Life. Cambridge: MIT Press, 2011. 424 blz. 156 afb. ISBN 978-0-262-01619-3

De vroeg gestorven Franse schrijver Alfred Jarry (1873-1907) was bij zijn dood vooral berucht voor zijn onconventionele levenswandel. Pas veel later is hij bekend geworden als de auteur van het avant-gardistische theaterstuk Ubu Roi (1896), dat nu nog steeds opgevoerd wordt. In deze nieuwe biografie (de vorige verscheen 25 jaar geleden) wil de auteur aantonen dat de bizarre levensstijl van Alfred Jarry onlosmakelijk verbonden is met de kwaliteit van zijn literaire werk. Zowel Picasso, Duchamp als de surrealisten zijn beïnvloed door Alfred Jarry, maar ook Antonin Artaud, Italo Calvino, Eugène Ionesco, Stéphane Mallarmé, Georges Perec, Raymond Queneau en vele anderen.

 

Theo Cowley. Compo de Rheto. Maastricht: Jan Van Eyck Academie, 2011. 220 blz. geïll. ISBN 978-90-72076-44-1

In de vroege 17de eeuw verscheen het boekje Compositions de rhétorique van Don Arlequin. Don Arlequin is het pseudoniem van Tristano Martinelli, de acteur die voor het eerst de rol van Harlekijn uit de commedia dell’arte speelde. In het boekje stelt Don Arlequin zichzelf voor als ‘…schildknaap, schrijver van komedies voor de stad Novalensis, verbeteraar van het standaard Frans & Latijn, uitvoerder van komedies, politieagent van de leeghoofdige heren van Parijs & belangrijkste vijand van de creatieve lakeien…’. Hiermee is de toon gezet van deze publicatie, die naast een korte inleidende tekst drie hoofdstukken bevat met telkens een geïllustreerde titelpagina. Eigenaardig is dat de eerste twee hoofdstukken uit louter blanco pagina’s bestaan, terwijl het derde gestoffeerd is met verschillende illustraties, een sonnet en nog meer blanco pagina’s. Met de titel van het boek in het achterhoofd is het verleidelijk om al die blanco pagina’s een betekenis toe te kennen. Of kan de lezer zelf zijn gedachten op deze lege bladzijden kwijt? De Britse kunstenaar Theo Cowley (°1976) vond in deze enigmatische bundel alvast genoeg stof om ermee aan de slag te gaan. In zijn publicatie, met de afgeslankte titel Compo de Rheto, onderzoekt hij het boek van Don Arlequin door het tegelijk te imiteren en te deconstrueren. Vooreerst verdeelt hij het boek in vier hoofdstukken waarin hij telkens één onderdeel aanpakt: de titelpagina, de teksten, de illustraties en de blanco pagina’s. In het eerste hoofdstuk fragmenteert hij de tekst van de titelpagina, voegt vertalingen toe en legt de structuur van de lay-out bloot. Een gelijkaardige operatie past hij toe op de overige teksten in het tweede hoofdstuk. In het derde hoofdstuk komen de illustraties aan bod, die hij versnippert en verspreidt over verschillende pagina’s. Ten slotte verzamelt hij alle blanco pagina’s in het vierde hoofdstuk, dat hij deels ook gebruikt om een spel te spelen met de structuur van de bladspiegel. Theo Cowley kleedt het oude boek helemaal uit en voorziet het van nieuwe vormvarianten en betekenissen. Op het eerste zicht is deze publicatie erg cryptisch, maar voor alerte lezers valt er veel plezier aan te beleven. Voortdurend ontdekt men intrigerende details, zowel typografisch als op het gebied van de vormgeving. Ondertussen kan men het originele boek van Don Arlequin doorbladeren op www.patrimoine.edilivre.com. Voor deze productie werkte Theo Cowley nauw samen met de Zwitserse vormgeefster Salome Schmuki.

 

Benoit Platéus. Parties de voyant. [Gent]: MER. Paper Kunsthalle, 2012. 100 blz. 67 afb. ISBN 978-9490693374

Met deze publicatie presenteert de Belgische kunstenaar Benoit Platéus een overzicht van zijn oeuvre uit de periode 1997-2011. Platéus’ werk bestaat vooral uit kleurenfoto’s en inkjet prints, maar ook uit sculpturen (gegoten in urethaan) en geraffineerde manipulaties van strippagina’s. Het eerste deel van het boek bevat naast afbeeldingen een cryptische tekst van de kunstenaar. Volgens het colofon gaat het om een vrije interpretatie van John Bergers bekende tekst Ways of Seeing uit 1972. Het tweede deel, onder de titel Album, bevat uitsluitend reproducties. De vormgeving van het boek werd verzorgd door Benoit Platéus zelf.

 

[Ricoh Book]. Gent: APE / Waregem: Be-Part, 2012. Ca. 322 blz. 100 genummerde exemplaren.

In 1968 nodigde de New Yorkse galerist Seth Siegelaub zeven kunstenaars uit om met behulp van een Xerox-kopieermachine een werk te creëren. Ze kregen de beschikking over 25 recto’s. Carl Andre, Robert Barry, Douglas Huebler, Joseph Kosuth, Sol LeWitt, Robert Morris en Lawrence Weiner maakten elk een minimalistische of conceptuele bijdrage. De bundeling van de zeven werken verscheen in een oplage van 1000 exemplaren. Omdat het kopiëren van een dergelijke oplage in 1968 erg duur was, besloot Seth Siegelaub de gekopieerde werken in offset te reproduceren. Hij noemde de publicatie een tentoonstelling in boekvorm. Het boek, dat sindsdien bekend staat als het Xerox Book, heeft de laatste decennia een cultstatus verworven en is herhaaldelijk gebruikt als inspiratiebron door andere kunstenaars. Maar ook een bootleg verraste enkele jaren geleden de boekenverzamelaars. Momenteel loopt in Be-Part te Waregem een tentoonstelling onder de titel Bookshowbookshop (nog tot 10 juni 2012, samenstelling Johan Pas & Vaast Colson). De presentatie toont een wel erg hybride selectie van Belgische kunstenaarsboeken van Jef Verheyen (1960) tot heden. Het begrip kunstenaarsboek wordt zeer breed geïnterpreteerd. Bij de tentoonstelling verscheen een catalogus in de vorm van een poster, maar ook een ‘anthologie’ die een ‘hommage’ wil zijn aan het Xerox Book. De 7 deelnemende kunstenaars komen allemaal uit het Antwerpse: Gerard Herman, Pol Matthé, Peter Morrens, Sophie Nys, Ria Pacquée, Guy Rombouts en Reinaart Vanhoe. De anthologie is gedrukt op een Ricoh-kopieermachine. De cover en de titelpagina zijn rechtstreeks afgeleid van het Xerox Book. Voor de rest toont deze anthologie nogal wat verschillen met het gebruikte voorbeeld. Het Xerox Book is formeel strikt gedefinieerd en artistiek opvallend coherent. Het Ricoh Book is veel losser en diverser. In het Ricoh Book zijn de pagina’s recto verso gekopieerd en dus niet in offset gedrukt. Vier van de zeven kunstenaars kopieerden in kleur. Sommige kunstenaars gebruikten 50 pagina’s, anderen deden het met 25. Guy Rombouts, die een interessante zwart-witvariant toont van zijn Azart-alfabet (zie www.azart.be), had 52 pagina’s nodig. De nieuwe technologische mogelijkheden, de vrijere aanpak en de artistieke diversiteit maken dit boek levendiger dan het Xerox Book. Zo selecteerde Sophie Nys 50 stills uit de animatieserie The Simpsons waarin Bart Simpson als strafwerk een schoolbord volschrijft met het zinnetje ‘I will not xerox my butt’ om vervolgens de school te verlaten met een sierlijke sprong op zijn skateboard. Onder de titel De ochtendsigaret toont Gerard Herman een sequens van een tekening van een gedeprimeerd smoelwerk op een decoratieve fotocollage van bloederig vlees. Na het roken van een sigaret klaart het ‘depri’ gezicht op, om daarna opnieuw te versomberen. Een tweede sigaret volgt.

 

Leen Voet. Felix. Brussel: Grotto / Gent: Grafische Cel, 2012. 776 blz. 774 afb. ISBN 978-94-9147-700-3

De kunstschilder Felix De Boeck (1897-1995) behoorde tot de eerste lichting modernisten in België, samen met onder anderen Victor Servranckx en Georges Vantongerloo. Later evolueerde hij naar een semifiguratieve, mystieke kunst. De Brusselse kunstenares Leen Voet (°1971) benaderde het oeuvre van Felix De Boeck op een bizarre, maar niet oninteressante wijze. Met potlood maakte ze 774 tekeningen naar evenveel werken uit het oeuvre van Felix De Boeck. Alle bladen hebben hetzelfde DIN A4 formaat. Zodoende krijgt de kijker een overzicht van het oeuvre van deze modernist, gezien door het oog van Leen Voet. In deze vuistdikke publicatie, eveneens op DIN A4, zijn alle tekeningen gelijkwaardig gepresenteerd, wat de serialiteit van het project versterkt.