Christophe Van Gerrewey

DE WITTE RAAF

Editie 158 juli-augustus 2012

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

LandscapesCitiesPeople, Netwerk Aalst

De titel geeft het al aan: de groepstentoonstelling LandscapesCitiesPeople in Netwerk is geen toonbeeld van een gedisciplineerde aanpak. De leidraad van het curatoriële concept is ‘de vraag welke nieuwe relaties tussen landschappen, steden en mensen verschijnen in hedendaagse, laatmoderne kunstwerken’ – een noemer waarop veel kunst is terug te brengen. De thema’s die naar voor worden geschoven blijven vaag. Daarnaast wordt het alomtegenwoordige gebrek aan overtuigingen en standpunten als een significant en zelfs zaligmakend teken van de tijdgeest omarmd. Een ander vertrekpunt is immers ‘de veronderstelling dat we ons in een overgangsperiode bevinden, waarin het moderne culturele model uitgeput lijkt te zijn en onderhevig is aan fundamentele transformaties, zonder dat zich vooralsnog een krachtig en duidelijk alternatief aangediend heeft’. De tentoonstelling kadert in ‘IRISCAN’, een Europees ‘Contemporary Art Network’ dat zich, zo staat op de website, onder meer tot doel heeft gesteld ‘een duurzaam model voor publieksontwikkeling’ uit te werken en ‘hedendaagse kunst als een nieuw toeristisch product te ontwikkelen en te vermarkten’. Als dat geen krachtig en duidelijk alternatief is! Natuurlijk doet het er niet toe hoe een tentoonstelling wordt gefinancierd, en welke newspeak in de subsidiedossiers staat. Het werkelijke project achter LandscapesCitiesPeople is echter grotendeels gefundeerd op niet-artistieke overwegingen, die verschillende kunstwerken tot elkaars gezelschap veroordelen voor de duur van één tentoonstelling.

De tentoonstelling opent met foto’s die Luca Frei maakte van een jongleur, oefenend met kleurige ballen op het plein voor het Centre Pompidou. Daarna volgt een installatie van Katinka Bock waarin water uit een aan het plafond opgehangen emmer op een tafel druppelt, over het tafelblad naar een papieren maquette loopt, en dan naar beneden stroomt. Samuel Coisne heeft met plakband op enkele ramen lijnen aangebracht, die stadsplannen zouden kunnen voorstellen. In de videoprojecties van Cathérine Claeyé brengen handen kleine objecten aan op een vlak dat zich, aldus de zaaltekst, ‘aandient als een veld van mogelijkheden. […] De zo evoluerende beelden banen zich een pad naar de innerlijke wereld van de toeschouwer, waarmee ze zich verbinden en er intussen aan ontsnappen.’ Zo worden er wel meer even vanzelfsprekende als nietszeggende betekenissen met de werken verbonden. Als ze al op eigen kracht een intrige kunnen opwekken (wat vaak lang niet zeker is), dan wordt die niet door het tentoonstelllingsconcept ondersteund. Ook verderop staan de werken eerder vreemd tegenover de ‘ideeën’ achter de tenstoonstelling, tegenover elkaar en tegenover de toeschouwer. De Props for Drama van het Belgische kunstenaarsduo Sarah & Charles hebben bijvoorbeeld niets met steden of landschappen te maken: het zijn wit geschilderde decorstukken die te onbepaald zijn om een plot te suggereren. En Blind no.1 van Rupert Norfolk kan helemaal niet ‘de zoete illusie van gefilterd zonlicht’ opwekken, zoals de zaaltekst het wil, omdat van meet af aan duidelijk is dat het om jaloezieën gaat die niet voor een raam, maar voor een blinde muur hangen.

Verderop zijn er hier en daar beter geslaagde combinaties – waarbij de zaaltekst echter onveranderlijk best wordt genegeerd. Er staan werken gegroepeerd die vanuit een gedeeld verlangen ontstaan zijn. In de studio op de eerste verdieping hangen schilderijen van Virginie Bailly en Cathérine Claeyé naast foto’s van Els Opsomer. De landschappen van deze kunstenaars tonen op verschillende manieren dat ze geconstrueerd zijn – en geven daarom toe, zoals Simmel het in zijn essay De filosofie van het landschap schreef, aan ‘de menselijke gewoonte voortdurend losse elementen te onderscheiden’, eerder dan een gekaderd en afgewerkt geheel te zien. Bailly behandelt onderdelen van het landschap als abstracte figuren en geometrische stroken, en verspreidt ze in groepjes over het doek; Claeyé werkt impressionistischer en vager, en laat meer leegte toe; en de ontmanteling van de landschapsfoto’s van Opsomer vindt op een conceptueel vlak plaats, omdat ze duidelijk maakt dat ze slechts een klein gedeelte van haar foto’s toont. Het werk heet dan ook Archive Building – maar geen enkel archief, geen enkele verzameling landschappen is groot genoeg om de hele wereld te vatten.

Op de tweede verdieping vindt een gelijkaardige, maar binnen de tentoonstelling totaal onverwachte wisselwerking plaats. Het duo Frank Depoorter en Lore Rabaut toont nieuwe resultaten van hun experimentele omgang met het boek als driedimensionaal object. De ruimtevullende installatie Es Scape bestaat uit 21 sokkels waarop evenveel sculpturen liggen – een situatie die doet denken aan de beeldjes die Fischli & Weiss in Plötzlich diese Übersicht verzamelden. De sculpturen van Depoorter & Rabaut zien eruit als openliggende boeken, met dien verstande dat er als linker- en rechterpagina twee verwante miniaturen in plaaster of klei tevoorschijn komen. Deze witte bladzijden lijken te verwijzen naar schaalmodellen van woestijnen, grasvlaktes of zeebodems, terwijl ze vaak ook de directe materialiteit hebben van textiel, van gestempelde patronen of van een vreemde, dierlijke vacht. In elk geval gaat er met deze boeken letterlijk iedere keer een wereld open, waarvan de lectuur nooit eenduidig kan zijn. De installatie wordt een geheimzinnige bibliotheek, waarin het boek een even fragiel als waardevol medium blijft.

Naast deze installatie is op de tweede verdieping werk van Kasper Andreasen te zien. Hij tekent kaarten die door een haperende printer gefabriceerd hadden kunnen zijn: de lijnen zijn onderbroken, de letters van de woorden zijn nog net leesbaar, de figuren flirten met de onherkenbaarheid – het cartografisch apparaat stottert onophoudelijk. Net als bij Depoorter & Rabaut wordt een klassiek representatiemiddel op een ongewone manier ingezet, om een kijk op de wereld tot stand te brengen die even ondoorgrondelijk als dwingend is. Het is dan ook jammer dat een appreciatie van dit waardevolle werk bijna bevochten moet worden op de tentoonstelling waarin het is opgenomen. 

 

LandscapesCitiesPeople, tot 26 augustus in Netwerk, Houtkaai z/n, ‪9300 Aalst (‪053/70.97.73; www.netwerk-art.be).