Marc Goethals

DE WITTE RAAF

Editie 158 juli-augustus 2012

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Nieuwe publicaties

Daan van Golden. Daan van Golden. Apperception. Brussel, Wiels / Amsterdam, Roma Publications, 2012. 222 blz. ISBN 978-90 7745 981 2

Deze publicatie verscheen twee maanden na de solotentoonstelling van Daan van Golden in Wiels te Brussel (28 januari – 29 april 2012). Het is geen tentoonstellingscatalogus, maar wellicht het meest complete overzicht van de vijftigjarige loopbaan van Daan van Golden tot nu toe. Er zijn verschillende redenen waarom het werk van deze Nederlandse kunstenaar nog steeds aanspreekt. Het oeuvre is uiterst consistent. Daan van Golden maakte vele reizen en integreerde sporen ervan in zijn werken, waardoor hij een voorloper is van de global art zoals we die nu kennen. Tot slot combineert zijn werk op een originele manier schilderkunst en fotografie. In deze nieuwe monografie is voor het eerst een lijst opgenomen van alle werken van de kunstenaar waarvan de verblijfplaats bekend is. De auteurs geven echter toe dat de lijst enkel een goede aanzet is om het volledige oeuvre te catalogeren. Tijdens de voorstelling van het boek omschreef Willem Oorebeek de vormgeving als ‘Belgisch’. Daarmee bedoelde hij dat de strakke, terughoudende vormgeving de afbeeldingen van de werken ten volle laat spreken.

 

Hinge. Gent: Vrienden van Erik, 2011.

In 2010 overleed Erik Eelbode. Hij was essayist, curator en tentoonstellingsmaker binnen het domein van de hedendaagse fotografie. Maar hij was ook vele jaren eindredacteur van De Witte Raaf. Hij liet een aanzienlijk archief na dat de moeite waard blijkt om als geheel te bewaren en te ontsluiten. Om dit initiatief financieel te ondersteunen, stelde een groep vrienden een portfolio samen met afdrukken van achttien fotografen en een tekst van Dirk Lauwaert. In de portfolio, die verscheen in een oplage van 26 exemplaren, zijn onder andere werken te vinden van Dirk Braeckman, Carl De Keyzer, Jan Kempenaers en Marc Trivier. De titel Hinge verwijst enerzijds naar de portfolio als noodzakelijk scharnierpunt, maar ook naar een foto van Dirk Braeckman waarvoor Erik Eelbode deze titel bedacht. Er zijn eveneens plannen om de verzamelde teksten van Erik Eelbode te publiceren.

 

Garry Neill Kennedy. The Last Art College. Nova Scotia College of Art and Design, 1968-1978. Londen: MIT Press, 2012. 446 blz. ISBN 978-0-262-01690-2

Toen Garry Neill Kennedy in 1967 directeur werd van de Nova Scotia College of Art and Design (NSCAD) in Halifax (Canada) kreeg hij een instituut in handen met weinig financiële middelen, gebrekkige behuizing en een provinciale mentaliteit. Hij was echter vastbesloten om van deze kunstschool de beste van Noord-Amerika te maken. En vanuit een bepaalde gezichtshoek is hij daar ook in geslaagd. Garry Neill Kennedy haalde om te beginnen de banden aan met de artistieke scene van die tijd. Hij nodigde jonge conceptuele kunstenaars uit om gastcolleges en lezingen te komen geven, en om tentoon te stellen. Kunstenaars als Vito Acconci, Carl Andre, James Lee Byars, Dan Graham, Joseph Kosuth, Lawrence Weiner en vele anderen kwamen tussen 1968 en 1970 naar Halifax, en dit nog voor de conceptuele kunst geïnstitutionaliseerd was. Verschillende van deze kunstenaars maakten op deze locatie belangrijke (vroege) werken. In de daaropvolgende jaren zette Neill Kennedy dit beleid voort. John Baldessari, On Kawara, Sol LeWitt, Robert Filliou, Daniel Buren, Ian Wilson, maar ook Steve Reich, Philip Glass, Yvonne Rainer en vele anderen kwamen langs. De hele onderneming werd gedeeltelijk gefinancierd met de verkoop van edities die de kunstenaars realiseerden met de studenten. Maar dit is niet alles. Garry Neill Kennedy zag dat commerciële uitgeverijen niet happig waren om boeken te publiceren met werk van deze jonge kunstbende. En hij wist ook dat het kunstenaarsboek een belangrijk medium was voor deze nieuwe generatie. In 1972 engageerde hij Kasper König als directeur van een nieuwe uitgeverij: The Press of the NSCAD. König werd in 1978 opgevolgd door niemand minder dan Benjamin Buchloh. Achteraf bekeken publiceerden beiden vele kunstenaarsboeken die tot de beste behoren van de jaren 70. Zo verschenen onder andere Cover to Cover van Michael Snow, Complete Writings 1959-1975 van Donald Judd en 128 Details from a Picture van Gerhard Richter.

De MIT Press heeft Garry Neill Kennedy nu aangezocht om zelf een boek over de geschiedenis van de NSCAD samen te stellen. Neill Kennedy bracht een schat aan informatie onder in een tijdstabel die onderaan de pagina’s loopt. De tijdstabel is uitvoerig gedocumenteerd met foto’s, videostills, uitnodigingskaarten, affiches, samenvattingen van de lezingen, getuigenissen en efemera. Het is een indrukwekkende verzameling documenten en gegevens, die bewijst dat de kunstschool een belangrijk platform was voor vele jonge kunstenaars. Het is spijtig dat er naast deze documentatie geen lijst is opgenomen van de studenten die op het instituut hebben verbleven, en waarvan er velen een succesvolle carrière hebben uitgebouwd. Een dergelijke lijst zou kunnen aantonen dat het beleid van Garry Neill Kennedy ook als opleidingsmodel succesvol was.