Birgit Cleppe

DE WITTE RAAF

Editie 159 september-oktober 2012

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Jimmie Durham. Een kwestie van leven en dood en zingen

‘Ik ben tegen architectuur. […] Ik hou niet van 'constructies'. Ik wil geen logisch, rationeel betoog dat van hier naar daar gaat, van begin naar einde, om daar dan een 'punt' te maken dat iedereen kan onderschrijven. Ik wil helemaal geen punt maken, en ik wil er zeker geen hebben.’ Aan het woord is Jimmie Durham, in een voordracht uit 2004 gehouden in het M HKA en getiteld Over geld, architectuur en taal. Een voordracht. Durhams huidige overzichtstentoonstelling in het M HKA is even ‘rommelig’ als zijn werk zelf. Er is geen parcours dat de werken lineair achter elkaar plaatst. Het is een ruimtelijke constellatie die ondersteund wordt door de architectuur van de gelijkvloerse verdieping, waar de centrale inkomhal als een knooppunt tussen de andere zalen in ligt. Daar worden werken uit alle creatieve periodes van Durham getoond en komt de hele tentoonstelling in een web van associatieve kruisverwijzingen samen. Zo zijn er video’s te zien van Durham die een steen in een emmer verf gooit om er doeken mee te bespatten. De doeken zelf hangen in de verste zaal. Ook zijn reeds geluidswerken hoorbaar die elders in het museum staan opgesteld. Aan een tafel kunnen enkele publicaties over het werk van Durham geconsulteerd worden en er staan computers ter beschikking waar bezoekers in een uitgebreide database meer info over de kunstwerken en de kunstenaar kunnen terugvinden.

De meer dan honderdtwintig werken van de tentoonstelling zijn samengebracht in een reeks thematische 'ensembles'. Enkele van die ensembles komen rechtstreeks uit vroegere tentoonstellingen en zijn voor de gelegenheid gereconstrueerd. Zo bevindt zich in de rotonde een groep werken onder de titel Approach in Love and Fear, die eerder op Documenta IX (1992) al te zien was. In de themazaal Anti-architectuur, En ja/Niet ja zijn werken te zien die voor het eerst getoond werden in Architexture in Galerie Micheline Szwajcer (Antwerpen, 1994) en in La porte de l'Europe (les bourgeois de Calais) (Calais, 1996). Verder is ook materiaal uit de tentoonstellingen Stones at Home in Christine König Galerie in Wenen (2000), en Le ragioni della leggerezza in Galleria Franco Soffiantino in Turijn (2004) overgenomen. Deze laatste ensembles worden echter niet als aparte entiteiten getoond, maar krijgen een plaats binnen breder opgezette thema's zoals Dode dieren en andere geesten, Steen, Taal en tekst of Recent figuratief werk. Zelfs de titel van de tentoonstelling Een kwestie van leven en dood en zingen werd ontleend aan vroeger werk, met name aan een van Durhams eerste solotentoonstellingen in het Alternative Museum in New York in 1985. De tentoonstelling volgt op die manier geen strikt chronologische opbouw, maar is veeleer geconcipieerd als een fragiele assemblage van fragmenten uit Durhams carrière. Ze evoceert daarmee treffend de zoekende, soms recursieve manier waarop het oeuvre van Jimmie Durham tot stand komt.

De sculpturen die in de zaal Dode dieren en andere geesten staan opgesteld, zijn assemblages op zich. Durham heeft ze vervaardigd met allerlei gerecupereerd materiaal en toevallig gevonden voorwerpen zoals dierenschedels, maskers, pluimen, kralen en knopen, houten takken of pvc-buizen. De meeste werken zijn gemaakt voor de kunstenaar in 1994 naar Europa verhuisde. Sommige beelden werden door de jaren heen ook verder bewerkt of uitgebreid. Hoewel deze beelden op het eerste zicht de aanblik hebben van bezielde totems, vertaalt Durhams afkomst als Cherokee en zijn verleden als activist van de American Indian Movement in de jaren 70 zich nooit in een romantische reminiscentie aan zijn eigen identiteit. De objecten waaruit de werken zijn opgebouwd, zoals kapstokken, een bikini of een stuurwiel, zijn duidelijk westers en stellen onze ideeën en vooroordelen met betrekking tot culturele authenticiteit in vraag. De ernst van deze problematiek wordt in Durhams werk echter steevast met de nodige humor gecounterd. De gemanipuleerde mythevorming rond de figuur van Pocahontas door de entertainmentindustrie wordt bijvoorbeeld gethematiseerd in het werk Pocahontas's Underwear (1985), een met veren en parels getooid rood slipje.

Een gelijkaardige ironie kenmerkt het werk Jesus, Es geht um die Wurst (1992) dat de affiches en de cover van de catalogus van de tentoonstelling siert. Dit gedeeltelijk met een korst van mest, modder en bloed bezette houten beeld van een jongeman grijnst ons toe. Het is een Christusbeeld dat maar weinig gemeen heeft met de gangbare West-Europese voorstellingswijze. Zijn helrood geschilderde penis staat omhoog en hij toont de stigmata op handen en voet, evenals de foto van een gemummificeerde hond. Durhams Christus verbindt de viriliteit van een springlevend lichaam met de doodse afwezigheid van een lijk. De titel, letterlijk vertaald Jezus, het gaat om de worst, maar ook wel figuurlijk Jezus, het gaat om de essentie, kondigt reeds de ambivalentie van de thematiek aan.

Het spanningsveld tussen dode materie en levende organismes sluit aan bij Durhams particuliere omgang met steen. Steen als materie vormt in Durhams visie samen met ‘Geloof’ een grondvest van de Europese traditie, en is in die optiek onlosmakelijk verbonden met ideologie en macht. Durham tracht zijn stenen echter van die connotatie los te weken, wat meteen ook leidt tot een groot verzet tegen architectuur en monumentaliteit. In de zaal Recent Figuratief Werk deconstrueert hij de monumentaliteit en ideologische lading van de triomfboog met een elegante Arch de Triomphe for Personal Use (2007) op mensenmaat. Met zijn werk Paradigm for an Arch (1995) in de zaal Anti-Architectuur En Ja/Niet-Ja herleidt hij de architectuur van de triomfboog tot een onbruikbare tweedimensionale, boogvormige mozaïek van objecten op de vloer. In de themazaal Steen toont hij stenen als gereedschap of als louter objecten. Voor St-Frigo (1996) wordt een beeldhouwwerk gecreëerd door stenen te gooien naar een koelkast. In A Stone Asleep in Bed at Home (2000) ligt een blok graniet in een bed dat het onder dat gewicht begeven heeft.

Helemaal achterin de zaal Steen staat het werk Rocks Encouraged (2000) opgesteld. In een met donker geluidsisolerend materiaal en tapijt beklede box heeft Durham een aantal versteende houtblokken opgesteld. Het gaat om fossiele resten van hout die een proces ondergingen waarbij alle organische materialen worden vervangen door mineralen (meestal silicaten), maar de originele structuur van het weefsel behouden blijft. In de box is slechts één bezoeker per keer toegelaten. Het werk zorgt voor een rustpunt in de verder nogal warrige tentoonstelling. Terwijl elders de vele associatieve en thematische verbanden spelen en de werken bewust dicht op elkaar betrokken zijn, wordt de concentratie hier heel strak gehouden. In een hoek van de box is op bescheiden wijze het door Durham zelf geschreven gedicht Middle aangebracht. Het is de enige plek waar het zingen van de geluidssculpturen wegsterft. Hier ligt de kern. Tijd heeft het leven en de dood verzoend. The stars, eagles, loons and coyotes/sang ‘time is with you’/’History is on your side’/Trees gave seeds/ and rocks encouraged.


Jimmie Durham. Een kwestie van leven en dood en zingen, tot 18 november in het M HKA, Leuvenstraat 32, 2000 Antwerpen (03/260.99.99; www.muhka.be).