Kees Keijer

DE WITTE RAAF

Editie 162 maart-april 2013

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

People can only deal with the fantasy when they are ready for it.

In weinig musea is de bezoeker zich zo bewust van de omgeving, het weer, de seizoenen, als in Museum De Paviljoens in Almere. Er scharrelen bijna altijd watervogels naast de nabijgelegen wetering, of ze dobberen er op het water. In de herfst waaien de gele bladeren tegen de grote glazen gevels. Na een vorstperiode klettert smeltende sneeuw met veel kabaal van het dak op het stalen onderstel.

Zoals bekend werden De Paviljoens van het Vlaamse architectenduo Paul Robbrecht en Hilde Daem oorspronkelijk gebouwd als tijdelijke tentoonstellingsruimte voor Documenta IX(1992). Twee jaar later kregen de vijf gebouwtjes op poten een tweede leven in Almere. Maar komende zomer gaat Museum De Paviljoens definitief dicht. De gemeente Almere heeft de intentie om De Paviljoens samen te voegen met twee andere culturele instellingen. Samen met architectuurcentrum Casla en de Schouwburg Almere zou het museum worden opgenomen in het project Een Hectare Cultuur. De culturele instellingen worden waarschijnlijk gehuisvest in het multifunctionele gebouw van de stadsschouwburg in Almere. Het gebouw is ontworpen door de Japanse architecten Kazuyo Sejima en Ryue Nishizawa. Het werd in 2007 geopend en momenteel is Kunstencentrum de Kunstlinie er gevestigd.

De platte organisatiestructuur van De Paviljoens wordt vervangen door een structuur met een vaste zakelijk directeur en een artistiek leider die voor vier jaar zal worden aangesteld met een vastomlijnde opdracht van de gemeente. De activiteiten van De Paviljoens zouden in de nieuwe opzet worden gereduceerd tot kunsteducatie en behoud van landschapskunst. Deze posten werden al betaald door de provincie Flevoland en blijven bestaan.

De Raad voor Cultuur oordeelde vorig jaar nog dat De Paviljoens tot de zes beste presentatie-instellingen van Nederland behoorde, maar de gemeente Almere had al langer weinig vertrouwen meer in het museum. In 2006 had de toenmalige wethouder van cultuur al besloten De Paviljoens te sluiten. Een jaar later werd het museum gekort met 300.000 euro. Ook toen was er al sprake van een verhuizing naar het gebouw van Sejima en Nishizawa. Twee jaar later presenteerde Rudi Fuchs een plan voor een nieuw museum. Het moest een groot kunstcentrum worden in het stadshart van Almere, met aandacht voor de jonge historie van de stad, stadsontwikkeling en hedendaagse kunst rond het thema ‘stad’. Het ging in die plannen om een museum zonder collectie, meer een soort kunsthal dus, met wisselende tentoonstellingen waarvoor objecten uit andere museale instellingen zouden kunnen worden geleend. De stad zelf en haar bewoners stonden daarin centraal. Maar in 2011 werd het plan van Fuchs in de ijskast gezet. ‘Noem het geen prioriteit, noem het geen geld. De tijd is er nu gewoon niet naar’, zei een woordvoerder van de gemeente destijds. Intussen is er aan die situatie blijkbaar weinig veranderd. Later dit jaar wordt besloten of De Paviljoens in bijna ontmantelde vorm al dan niet naar het gebouw van de Kunstlinie verhuist.

In de laatste tentoonstelling presenteert De Paviljoens een selectie van de kunstwerken die het museum van 2001 tot 2012 aankocht. Tijdens die periode organiseerde De Paviljoens regelmatig solotentoonstellingen van jonge en mid-careerkunstenaars die in Nederland werkzaam waren. Een van hen is Germaine Kruip, die in 2009 in Almere exposeerde. De installatie die destijds aangekocht werd, bestaat uit een grote theaterspot die langs een rail op grote hoogte door de ruimte glijdt. Een grid van horizontale stalen balkjes daaronder vormt een soort hekwerk dat boven in de ruimte hangt. Als de lamp over de balken beweegt, valt het licht langzaam in waaiervormige stroken op de muur en het plafond. Het licht verbeeldt het verstrijken van de tijd, wat de beleving van de ruimte intensiveert. Kruip heeft mooi gebruikgemaakt van de unieke omstandigheden van de specifieke ruimte.

Dat is niet bij alle werken in De Paviljoens het geval. Een enkel werk op papier van Christiaan Bastiaans hangt er wat verloren bij. De collage met Afrikaanse figuren, gefotografeerd in een oorlogsgebied, roept de vraag op of het museum niet meer werken van deze kunstenaar in de collectie heeft. Wel zijn er inhoudelijke verbanden met andere werken in de collectie. De video-installatie van Yael Bartana gaat bijvoorbeeld over Soldier’s Memorial Day in Israël, waarvoor zelfs het drukste autoverkeer in Tel Aviv tot stilstand komt. Maatschappelijke onrust is ook voelbaar in de werken van Barbara Visser, die in de serie posters met de titel Le monde appartient a ceux qui se lèvent tôtaangespoelde bootvluchtelingen presenteert als modellen voor een glossy reclamefoto. Of andersom, zo u wilt.

De installatie van Job Koelewijn sluit zich daarentegen helemaal af van de buitenwereld. Wie zijn dichte ruimte betreedt, stapt evenwel een enorm landschap binnen, inclusief het geurende gras. Een paar vierkante meter nagebouwde oer-Hollandse polder met sloot wordt door vier spiegelende wanden oneindig herhaald tot een schijnbaar eindeloos landschap, waarin de bezoeker ook zichzelf steeds terugziet.

De tentoonstelling geeft zo een divers beeld van de verschillende ontwikkelingen in de kunst van de laatste twintig jaar. Er zijn performances van Yael Davids, foto’s van Yeb Wiersma en een lichtinstallatie onder het gebouw van Bik Van der Pol. Als afscheid van De Paviljoens wordt ook stilgestaan bij diverse designers die in de periode 2001-2012 ontwerpen hebben gemaakt voor publicaties en de huisstijl van het museum.

Een van de indrukwekkendste kunstwerken is af en toe enorm aanwezig, maar is tegelijk ongrijpbaar en onzichtbaar. Suchan Kinoschita’s werk Passerby werd in 2011 aangekocht naar aanleiding van haar solotentoonstelling. Om de zoveel tijd wordt de ruimte van een de paviljoens gevuld met het geluid van een aanstormende metro. Het oorverdovende gebulder sterft daarna weg in de verte. Het verkeerde moment op de juiste plek, heette de tentoonstelling van Kinoshita destijds.

Het blijkt ironisch genoeg een passende titel te zijn voor de situatie van De Paviljoens. Want wat gaat er met de collectie gebeuren? Het ligt niet voor de hand dat de verzameling in Almere zal blijven. Kunstwerken die in de loop der tijd zijn aangekocht zullen worden aangeboden aan andere museale instellingen in Nederland. En ook andere werken, die bij het begin van Museum De Paviljoens al eigendom waren van de gemeente, zullen waarschijnlijk worden afgestoten. De gemeente heeft geen geld meer over voor opslag en onderhoud van de collectie.

De gemeente Almere zit duidelijk met het veel te dure gebouw van de stadsschouwburg in zijn maag, dat in de hoogtijdagen voor de financiële crisis werd neergezet voor 43 miljoen euro. Sloop dreigt voor de – al lang afgeschreven – paviljoens van Robbrecht en Daem, maar misschien krijgen de gebouwen een derde leven in 2022, als Almere de Floriade gaat organiseren.

 

• People can only deal with the fantasy when they are ready for it, De Paviljoens 2001-2012, tot 30 juni in Museum de Paviljoens, Odeonstraat 3, 1325 AL Almere (036/545.04.00; www.depaviljoens.nl).