Dries van de Velde

DE WITTE RAAF

Editie 162 maart-april 2013

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Becoming Picasso: Paris 1901.

Deze tentoonstelling behandelt het werk dat de 20-jarige Picasso gedurende één jaar – 1901 – maakte in Parijs. Het was het jaar waarin Picasso de eerste werken van zijn zogenaamde ‘blauwe periode’ maakte, die vaak wordt gezien als de eerste van een serie innovatieve artistieke fases die hij doorliep tussen de eeuwwisseling en de Eerste Wereldoorlog. Door zich te concentreren op de eerste maanden van die blauwe periode, wil de tentoonstelling in de Londense Courtauld Gallery het precieze kantelmoment tonen waarop Picasso zich lostrekt van de laatnegentiende-eeuwse invloeden en voluit voor zijn eigen stijl gaat. Ook al beslaat de tentoonstelling maar twee kamers, het is een bijzonder sterke vertoning geworden.

De eerste kamer toont amper zeven werken uit het late voorjaar van 1901. De jonge kunstenaar kwam in mei van dat jaar in de lichtstad aan en had enkele weken later al een tentoonstelling bij de toenmalige topgalerist Ambroise Vollard. In de weken tussen zijn aankomst en deze tentoonstelling was de Spaanse schilder bijzonder productief. De meeste werken die hij schilderde gaan over het Parijse bohemienleven: danseressen, een straatloper, een dwerg. Waar ze in hun benadering soms nog verwijzen naar de salontradities, spreken ze met hun kleuren, vorm en erotische referenties al duidelijk de taal van de grensverleggende laatnegentiende-eeuwse schilders die elders in de vaste collectie van de Courtauld Gallery te zien zijn. De werken zijn bij momenten uitdagend en vaak uitgevoerd in korte, harde verfvlekken in verschillende kleuren; het portret van een dwergdanseres is hier wellicht het beste voorbeeld. Het topwerk van deze periode is evenwel het zelfportret van de kunstenaar, die de toeschouwer met schijnbaar razende ogen aanstaart.

Dat zelfportret hangt echter pas in de tweede kamer van de tentoonstelling in de Courtauld Gallery. Een ietwat verrassende beslissing, want het valt hier een beetje uit de toon. In de zaalteksten vernemen we hoe Picasso, na zijn galeriesucces in de zomer van 1901, een ommezwaai maakte en zich radicaal richtte op het ontwikkelen van een eigen taal. Een belangrijk element in deze kanteling was de zelfmoord van Casagemas, een intieme vriend van de Spaanse kunstenaar, die in het begin van het jaar uit het leven was gestapt. Picasso’s werk uit de tweede helft van 1901 wordt somberder van kleur (veel blauwe, groene, grijze vlakken). In plaats van een uitdagende blik hebben de figuren hier een ijskoud gelaat. Een van de beste werken in de zaal toont het ijle gelaat van Casagemas in zijn lijkkist. Het doek bestaat uit drie ruw geschilderde en sombere kleurvlakken rond het stille, gestileerde gezicht van de overledene. Wat verder hangen twee doeken met een harlekijn waarin het gezicht als een (doods)masker wordt behandeld. Het pak met dambordpatroon zit als een keurslijf rond het lichaam van dit traditioneel speelse karakter. Enkel de houding van de vingers drukt enige expressie uit. Deze werken krijgen iets tijdloos en zijn eerder beschouwend. Ook veel andere ‘blauwe’ werken in de tweede kamer lijken een commentaar op tragische situaties zoals overlijden, armoede of eenzaamheid. Het contrast met de bij momenten exuberante bohemienstijl die we in de eerste kamer te zien kregen kon niet groter zijn.

Ook al zou Picasso’s werk uit de vroege blauwe periode later gezien worden als de eerste radicale stap in de ontwikkeling van zijn eigen stijl, de kunstliefhebbers van toen bleken niet meteen gewonnen voor zijn ontwikkelingen na de zomer van 1901. De tentoonstelling eindigt op het moment dat de kunstenaar in januari 1902 berooid naar Spanje terugkeert.

De eenheid van onderwerp, tijd en plaats maakt van Becoming Picasso: Paris 1901 een bijzonder overtuigende tentoonstelling. De sociale en historische omkadering is bij momenten wat te eenduidig en bevat lacunes – zo wordt niet vermeld dat Picasso ook het jaar voordien al een tijd in Parijs doorbracht. Maar door de verzameling werken en de opstelling krijgen we een opmerkelijk en compact beeld van het kantelmoment dat zich in Picasso’s werk van dat jaar voordoet. De presentatie biedt daarmee een unieke blik op een jonge maar opmerkelijk mature Picasso aan het begin van zijn 20ste-eeuwse beeldenstorm.

 

• Becoming Picasso: Paris 1901, tot 26 mei 2013 in de Courtauld Gallery, Somerset House, Strand, London WC2R 0RN (020/7848.2526; www.courtauld.ac.uk).