Christophe Van Gerrewey

DE WITTE RAAF

Editie 162 maart-april 2013

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Lieven De Boeck: Image not found. Galerie Meessen De Clercq, Brussel.

Veel van wat Lieven De Boeck verzamelde in deze solotentoonstelling – de eerste in Brussel sinds 2010 – leek ouderwets of passé. Dat had voornamelijk te maken met de gedateeerde media die hij gebruikte. In een hoek van een van de twee kamers van de gelijkvloerse verdieping van de galerie, hing het werk Mire: een ronde spiegel, bekleed met een testbeeld – de bekende kleurige mozaïek die tot 2005 werd uitgezonden door televisiekanalen als de reguliere programmatie werd opgeschort. Vooraan in de kamer (en door het raam zichtbaar vanaf de straat) stond Billboard: een kader met tien roterende lamellen zoals die in publiciteitspanelen werden gebruikt. In de versie van De Boeck spiegelen ze langs de ene zijde, en zijn ze langs de andere zijde doorzichtig.

In de andere kamer werd nog verder teruggegaan in de tijd. Op een sokkel stond een maquette van de Pepper’s Ghost Illusion: een 19de-eeuwse ‘installatie’ die door belichting en spiegeleffecten de illusie opwekt dat er op één plek twee verschillende dingen gebeuren. Daarnaast werd op de muur door een antieke diaprojector een foto geschenen van een blauwe hemel, zo helder dat het onderscheid met een blauw scherm nauwelijks te maken was. Bovendien werd in het midden van het beeld in drukletters aangekondigd: Image not found. Tegen een andere wand hing Copy of original: een raster van twintig houten kaders met daarin een van de oudste hulpmiddelen die mensen hebben bedacht om te communiceren: papier. De Boeck verzamelde verschillende papiersoorten – met een andere kleur, textuur, dikte – en bestempelde ze onderaan in het midden met de woorden ‘copy of original’. In een ruimte achteraan de galerie, zichtbaar vanuit de voorste kamers door een raam, stond nog een videoprojectie van het werk The world unmade: een basketbal met een print van de wereldkaart, aan het plafond opgehangen en roterend in een blauwe boodschappentas. En verspreid over de galerie, tot slot, bevond zich drie keer het werk I lie – een frase in handgeschreven neonletters, die ofwel aan de muur hing, in een vitrine stond, of op een sokkel lag.

Analoge televisie, roterende reclamepanelen, optische illusies, diaprojecties, neonletters, een globe en papier – de oneigentijdsheid van deze verzameling verdwijnende media die stilaan het verzamelen waard zijn, was intentioneel. Het maakte de tentoonstelling tot een bloemlezing van communicatiemiddelen die enerzijds gered werden van de vergetelheid en een licht melancholisch archief opleverden, maar die anderzijds ook deden nadenken over wat er samen met hun (gedeeltelijke) verdwijning is veranderd. Het is bijvoorbeeld opmerkelijk hoe al die uiteenlopende technieken, dankzij de digitalisering, door lcd- en plasmaschermen overbodig lijken te zijn gemaakt. De wereldbol is niet alleen door Google Earth vervangen, maar wordt er ook door overtroefd, althans wat detaillering en dichtheid betreft. Dat media slechts in illusies handelen, weten ze steeds vaker en beter te verbergen.

Twee andere werken, opgehangen tegen de muren links en rechts, hadden een van de oudste hulpmiddelen voor communicatie als grondstof: de taal. The Hollywood Alphabet is een update van The Atomic Alphabet van Chris Burden uit 1982. Waar Burden 26 woorden verzamelde waarmee tijdens de Koude Oorlog de angst voor een atoomexplosie kon worden uitgedrukt, stelde De Boeck een alfabet op van Hollywood en Los Angeles (waar hij het merendeel van deze werken tijdens een residentie maakte). Ook deze woorden – gossip,jetset, kitsch, quiz en zombie – lijken alweer aan vernieuwing toe: het Hollywoodtijdperk is afgelopen. Het tweede werk dat zich op de taal concentreerde, verwijst heel expliciet naar Rébus van Broodthaers, en draagt dezelfde titel. Door middel van pictogrammen kan de zin gevormd worden die boven en onder het werk van Broodthaers staat: Pour lire la solution renversez l’image. De rebus van De Boeck eindigt echter met een spiegel: een beeldkader waarvan de omkering (de onderzijde die bovenzijde wordt) geen enkel effect zou hebben. Het is een hoog gegrepen hommage – en toch was de verschijning van het spiegelbeeld van de toeschouwer in deze tentoonstelling wonderlijk. Ook een spiegel is immers een uitstekend medium: wie het wil ontmaskeren of bekritiseren moet het verwijderen, en verdwijnt vervolgens ook zelf.

 

• Lieven De Boeck, Image not found, 18 januari – 16 februari, Galerie Meessen De Clercq, Abdijstraat 2a, 1000 Brussel (02/644.34.54; www.meessendeclercq.be).