Marc Goethals

DE WITTE RAAF

Editie 162 maart-april 2013

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Nieuwe publicaties

Anne Teresa De Keersmaeker / Bojana Cvejić. A Choreographer’s Score: Fase, Rosas danst Rosas, Elena’s Aria, Bartók. Brussel: Rosas / Mercatorfonds, 2012. 248 blz. + 4 dvd’s. ISBN 978-90-6153-541-6

Enkele jaren geleden besloot de choreografe Anne Teresa De Keersmaeker om haar eerste vier dansvoorstellingen nog eenmaal uit te voeren, waarbij ze zelf meedanste. Tegelijk stelde zich de vraag hoe de vluchtige dansvoorstellingen konden worden weergegeven in een publicatie. Een tweejarig onderzoeksproject aan de Vrije Universiteit Brussel, geleid door Bojana Cvejić, gaf hier een antwoord op. Centraal in deze publicatie staan vier (gefilmde én getranscribeerde) interviews over de respectievelijke dansstukken: Fase, Four Movements to the Music of Steve Reich (1982), Rosas danst Rosas (1983), Elena’s Aria(1984) en Bartók / Mikrokosmos (1987). In de video-interviews is enkel Anne Teresa De Keersmaeker te zien, voor een neutrale achtergrond en met schoolbord en krijt bij de hand. Ze behandelt (bijna letterlijk) stap voor stap de choreografie en verduidelijkt haar betoog met tekeningen, waarbij ze ook de verschillende danspassen demonstreert. De interviews zijn didactisch, maar toch onderhoudend. Anne Teresa De Keersmaeker herinnert zich namelijk nog veel anekdotes en details van het ontstaansproces en haar samenwerking met dansers en muzikanten. Naast de interviews staan op de vier dvd-schijfjes ook oude filmfragmenten van de voorstellingen. Tegelijk werden de gesprekken ook uitgeschreven, waarbij Anne Teresa De Keersmaeker en Bojana Cvejić de teksten aanvulden of corrigeerden. Deze uitgeschreven versies zijn vervolledigd met foto’s, videostills, knipsels, affiches, flyers, correspondentie, maar ook met documenten die tonen hoe moeilijk Anne Teresa De Keersmaeker het de eerste jaren had om subsidies voor haar producties los te weken. De vormgevers (Casier/Fieuws) hebben er alles aan gedaan om van deze publicatie geen chique koffietafelboek te maken. Alle beelden zijn gedrukt in zwart-wit. Het gebruikte lettertype is een Typewriter waardoor het tekstbeeld een ouderwetse directheid en efficiëntie uitstraalt. De dvd’s en het boek zijn gevat in een wit bedrukt foedraal van goedkoop ribkarton. Het resultaat is een heldere weergave van een danspraktijk, zowel inhoudelijk als vormelijk. Door de grondige aanpak krijgt de lezer de indruk dat hij de verschillende danspassen meteen zelf kan uitvoeren.              

 

Luc Deleu. Tribune (Diary 1971 – 1978). [Amsterdam]: Roma Publications, 2013. dvd + boekje. ISBN 978-90-77459-92-8

De architect-kunstenaar Luc Deleu (°1944) gebruikte tussen 1971 en 1978 een scrapbook om allerlei losse ideeën en beelden onder te brengen. Daarna verdween het plakboek in zijn archief. Dertig jaar later dook het weer op en kreeg het de titel Tribune. Het plakboek, dat exact 300 pagina’s telt, werd door Deleu gevuld met knipsels, foto’s, advertenties, schetsen, stempelafdrukken, notities, tekeningen, logo’s, cartoons en wereldkaarten. Veel materiaal verwijst naar de politieke actualiteit van de jaren 70. Daarnaast verschijnen ideeën die te maken hebben met werken van de kunstenaar. Zo zijn er talloze afbeeldingen te zien van schepen, vliegtuigen, treinen, auto’s, helikopters, raketten en space shuttles. Mobiliteit, globalisering en de daarmee gepaard gaande energieproblemen zijn bekende thema’s in het werk van Luc Deleu. Maar ook afbeeldingen van oude en modernistische gebouwen zijn ingekleefd, waarmee hij de urbane ontwikkeling evoceert die gepaard gaat met die globalisering. Tussen de afbeeldingen schreef Luc Deleu losweg zijn bekende ‘proposals’ om de stedelijke omgeving te verbeteren, zoals ‘for more pleasure: towns without traffic lights’, of ‘for more pleasure: public fruiters in town’. Dit unieke scrapbook was de laatste jaren dikwijls aanwezig op tentoonstellingen over het werk van Luc Deleu. Maar bij een presentatie achter glas is het onmogelijk om erin te bladeren, wat tot frustratie leidt bij het publiek. Het probleem is nu opgelost door het boek te filmen en te publiceren op een dvd-schijfje. Ook deze presentatievorm is trouwens een ‘proposal’ van Luc Deleu zelf, die het voorstel toentertijd neerschreef op de voorlaatste pagina van Tribune. De dvd toont het boek, liggend op een tafel, terwijl de gewezen journalist Jef Lambrecht elke bladzijde bespreekt met Luc Deleu. De spreekstijlen van de journalist en de kunstenaar zijn erg verschillend, maar geven het gesprek reliëf. Jef Lambrecht trekt met een alerte intelligentie de kijker mee in een relaas dat meer dan honderd minuten duurt. Luc Deleu komt eerder laconiek uit de hoek. Na het zien van de opname kan men gerust concluderen dat deze dvd een geldig, zo niet een beter alternatief is voor de traditionele facsimile. De uitgave wordt begeleid door een tekst van Christophe Van Gerrewey. Wie toch nog the real thing wil zien kan dit voorjaar terecht in Etablissement d’en face (Brussel).

 

Lynda Morris (red.). Documenting Cadere 1972 – 1978. Oxford / London: Modern Art Oxford / Koenig Books, 2012. 172 blz. + cd. ISBN 978-3-86335-290-5

In het verhaal van de conceptuele kunst is André Cadere een buitenbeentje. Tijdens zijn korte artistieke carrière hield hij vast aan één type werk: een houten staak waarover hij houten cylinders schoof in een bepaalde kleursequentie. Deze werken zijn slechts het visuele topje van een eigenzinnig concept. André Cadere was van mening dat kunstwerken onderhevig zijn aan politieke invloeden, en dit alleen al door de galerie of het museum waar ze tentoongesteld worden. Hij onttrok zich aan deze invloed door zijn kunstwerken te dragen, dikwijls over zijn schouder (de staken hadden immers geen muur of vloer nodig). Om toch zichtbaar te zijn voor de kunstwereld bezocht hij op die manier de openingen van de grote kunstmanifestaties. Maar hij verscheen ook op tentoonstellingen van medekunstenaars in galerieën, wat niet altijd geapprecieerd werd door die collega’s. Hij parasiteerde als het ware op de kunstmarkt. Een gevolg van deze artistieke attitude is dat over het werk van Cadere geen publicaties of catalogi bestaan uit de periode dat hij actief was. Wat wel overbleef, naast de meer dan 180 werken die hij naliet, zijn documenten zoals aankondigingen van zijn acties, correspondentie, foto’s, knipsels, teksten, lezingen en interviews. Documenting Cadere 1972 – 1978 toont een ruime selectie van deze documenten. Hierdoor krijgt de lezer vooral inzicht in de conceptuele attitude van André Cadere, eerder dan in zijn visuele productie. De publicatie verscheen naar aanleiding van een tentoonstelling vorig jaar in Oxford. Helaas wordt de interessante inhoud overschaduwd door de amateuristische vormgeving en de manke productie van het boek. De beste publicatie over de documenten van Cadere is nog steeds André Cadere Histoire d’un travail (Gent, A & A. Herbert, 1982), maar dat boek is ondertussen nog maar zelden te vinden. Wie de documenten zelf wil bekijken, kan nog tot 2 mei in het Mu.ZEE van Oostende terecht.         

 

Adrian Shaughnessy. Ken Garland. Structure and Substance. London: Unit Editions, 2012. 328 blz. ISBN 978-0-9562071-9-7. www.uniteditions.com

Toen de grafische vormgever Ken Garland (°1929) in 2009 kwam spreken in Gent tijdens de lezingencyclus Bold Italic waren nogal wat mensen onder de indruk van zijn spreektalent. Deze Brit heeft een lange carrière achter de rug, niet alleen als vormgever, maar ook als fotograaf, leraar en auteur. Een van zijn belangrijkste teksten is First Things First(1964), een ethische code voor vormgevers waarin hij onder andere pleit voor een grafische vormgeving die artistiek autonoom is en zich niet laat leiden door de blik van managers. Opvallend is dat First Things First, geïnspireerd door het antiglobalisme, de laatste jaren opnieuw onder de aandacht komt van jonge vormgevers. Deze nieuwe monografie focust echter volledig op het grafische werk van Ken Garland. Het boek toont hoe hij aanvankelijk in de ban was van het Zwitserse functionalisme, dat streefde naar maximale eenvoud en efficiëntie. Later maakt deze invloed plaats voor een minder rigide en dus speelsere stijl. Een van zijn belangrijkste opdrachtgevers was de speelgoedfabrikant Galt Toys, die in de jaren 60 reeds een doordachte vorm van verantwoord speelgoed fabriceerde.