Bram Ieven

DE WITTE RAAF

Editie 163 mei-juni 2013

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Modernisme: Belgische abstracte kunst en Europa

Beeldende kunst

Afgaand op haar globale structuur lijkt Modernisme: Belgische abstracte kunst en Europa een voorzichtige tentoonstelling. Zo worden de verschillende disciplines die aan bod komen – schilderkunst, film, fotografie en architectuur & vormgeving – in aparte secties tentoongesteld. Conform aan een klassieke opvatting wordt bovendien de abstractie, getuige de titel van de tentoonstelling, als voorlopig hoogtepunt van het modernisme gepresenteerd. Maar de curatoren willen ook recht doen aan de contradicties, complexiteit en veelvoudigheid van het modernisme, in ieder geval in België. In de inleiding van de catalogus stelt samensteller Johan De Smet dat het modernisme ‘als een veelvoud moet worden beschouwd en dus per definitie een meervoudige invulling moet krijgen’.  

De tentoonstelling begint met drie zalen gewijd aan koplopers van het modernisme. De selectie uit hun oeuvre beslaat telkens slechts een korte periode: Jules Schmalzigaug (1912-1915), Georges Vantongerloo (1917-1921) en Marthe Donas (1917-1921). Het is merkwaardig dat men juist deze kunstenaars selecteerde. Alle drie zijn ze immers buitenbeentjes die lange periodes in het buitenland doorbrachten en daardoor nauwelijks betrokken waren bij de modernistische scene in België. Jules Schmalzigaug is Brusselaar van origine, maar bracht het grootste deel van zijn leven door in steden als Parijs, Venetië en Den Haag; Georges Vantongerloo woonde in Nederland en was lid van De Stijl; Marthe Donas werd in Antwerpen geboren, maar werd opgeleid in Ierland en was actief in Parijs.

Hoe moeten we de keuze voor deze drie modernisten begrijpen? Weliswaar wordt duidelijk dat deze kunstenaars een wezenlijk aandeel hadden in het Europese modernisme: Schmalzigaug speelde een rol in het futurisme, Vantongerloo in De Stijl, en Donas werkte samen met Archipenko. Hun invloed op het modernisme in België was echter relatief beperkt. De Belgische kunstenaars die door het modernisme van De Stijl beïnvloed waren (Huib Hoste, Jozef Peeters en Jos Léonard) ondergingen die invloed bovendien niet rechtstreeks via Vantongerloo. Enigszins misleidend is ook de erg beperkte keuze uit het oeuvre van deze kunstenaars. Schmalzigaug, die zich in 1917 in Den Haag van het leven benam, kan echt als voorloper en trendsetter begrepen worden, maar de werken die Vantongerloo maakte toen hij contact had met De Stijl zijn zeker op te vatten als vroeg werk, zelfs jeugdwerk, dat nog erg schatplichtig is aan Theo van Doesburg. Het eigenzinnige modernisme van Vantongerloo komt pas later echt tot bloei. Van Marthe Donas zijn de eerste werken te zien waarmee ze zich een plaats wist te veroveren in het Europese modernisme. De pioniers worden dus alledrie vanuit een totaal verschillende invalshoek voor het voetlicht gebracht. Wat is dan de logica achter deze enfilade van drie zalen?

De ‘veelvoudigheid’ van het modernisme wordt vervolgens vertaald in een reeks zalen die volgens diverse thema’s zijn opgedeeld, op hun beurt gekoppeld aan een periodisering: ‘Figuratie Defiguratie (1917-1922)’, ’Menselijke figuur, landschap en stad (1917-1922)’, ‘Literatuur, muziek en podiumkunsten (1917-1930)’, ‘Rigide Abstractie (1921-1925)’, ‘Dada in België (1917-1925)’… Een groot deel van de themazalen wordt gedomineerd door een of twee figuren. Zo voeren Jozef Peeters en Karel Maes de hoofdtoon in de themazaal over ‘Rigide abstractie (1912-1925)’, is Victor Servranckx duidelijk het uitgangspunt voor de themazaal over ‘Vrije abstractie (1922-1930)’, en is de themazaal ‘Dada in België (1917-1925)’ in feite een hommage aan de collages van Paul Joostens. Soms zorgt deze opstelling voor gemengde gevoelens. De collages van Paul Joostens, bijvoorbeeld, vormen op zich een mooie presentatie, die zijn inventieve verwerking van Kurt Schwitters en Francis Picabia aantoont, maar behoren onmiskenbaar in de hoek van de avant-garde en vallen niet te plaatsen binnen het begrip van modernisme dat elders in de tentoonstelling wordt gehanteerd.

De indeling van de zalen in thema’s kan een uitstekende manier zijn om aan te tonen dat het modernisme geen enkelvoudig begrip is. Tegelijk suggereren de themazalen dat er binnen het Belgische modernisme enkele duidelijk af te bakenen thema’s en periodes te onderscheiden zijn. De curatoren hebben daarbij de neiging om de verschillende thema’s zeer formeel te benaderen. Dat leidt al eens tot problemen. Het bij elkaar brengen van Servranckx’ Opus 2 (1927), Marc Eemans’ Abstracte compositie (1924) en Auguste Mambours Abstracte Compositie (1925) lijkt bijvoorbeeld te zeer gestoeld op toevallige vormelijke gelijkenissen, zonder dat er sprake is van een historische relatie tussen de ontwikkeling van de respectievelijke vocabularia. Een zeer flagrant voorbeeld van hetzelfde euvel is het naast elkaar plaatsen van Felix De Boecks Abstracte compositie met kubus (1919) en Moholy-Nagy’s E IV (1922). Ook hier is sprake van formele overeenkomsten, maar de combinatie doet geen recht aan het feit dat beide kunstenaars hun vormentaal vanuit een heel andere achtergrond ontwikkelden.

De expositie Modernisme: Belgische abstracte kunst en Europa is een unieke gelegenheid om een heel aantal schilders van het Belgische modernisme samen te zien, met onverwachte uitschieters zoals Marthe Donas en Paul Joostens. Ze doet een verdienstelijke poging om een nieuwe visie op het Belgische modernisme en de abstractie te ontwikkelen, een visie die vertrekt vanuit de veelvormigheid en complexiteit van het fenomeen, maar slaagt daar slechts ten dele in. Het is verfrissend dat de tentoonstelling zoveel aandacht besteedt aan de formele verschijningswijze van de werken, maar de toetsing van deze esthetische en formele aspecten aan de historische relaties tussen kunstenaars had ongetwijfeld een overtuigender resultaat opgeleverd.

 

Modernisme: Belgische abstracte kunst en Europa (1912-1930), tot 30 juni in het Museum voor Schone Kunsten, Citadelpark, 9000 Gent (09/240.07.00, www.mskgent.be).