Charlotte De Somviele

DE WITTE RAAF

Editie 163 mei-juni 2013

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Moments on Moments

Tot eind mei kan je in het M HKA naar Moments on Moments gaan kijken, een ‘uitgezuiverde’ – of beter gezegd: geamputeerde – versie van Moments: A History of Performance in 10 Acts dat vorig jaar liep in ZKM/Centrum voor Kunst en Media in het Duitse Karlsruhe. Deze manifestatie presenteerde zichzelf als een expositie slash discussieforum slash onderzoeksplek en werd gecureerd door de Franse topchoreograaf Boris Charmatz, Sigrid Gareis en Georg Schöllhammer. Moments wilde nadenken over strategieën om de temporele dynamiek van performancekunst te vertalen naar de ruimtelijke context van een museum. Hoe documenteer je een medium dat het bij uitstek moet hebben van zijn ‘durationele’ liveness? Wat impliceert de translocatie van een levendige voorstelling naar een statische museumsetting waarin elke bezoeker zijn eigen tijd bepaalt? Boris Charmatz houdt zich al langer met deze problematiek van medialisering, archivering en appropriatie bezig. In 2009 zette hij hiervoor zelfs een nieuw instituut op poten. Zijn Musée de la Danse in Rennes experimenteert met nieuwe tentoonstellingsformats die even beweeglijk zijn als dans zelf en een centrale plek geven aan de performer als levend archief. In Moments werd deze ontologische vraagstelling getoetst aan een paar cases van vrouwelijke performance- en danspioniers uit de jaren 60 en 70, onder wie Marina Abramović, Simone Forti, Anna Halprin, Yvonne Rainer, Lynn Hershman Leeson, Channa Horwitz, Adrian Piper, Sanja Iveković en Reinhild Hoffmann. Het M HKA behield enkel de videoregistraties van een aantal repetities, reconstructies en originele performances van deze grandes dames, evenals een paar omkaderende gesprekken tussen hen en de curatoren. En net de dynamische kwaliteit van de oorspronkelijke expo lijkt daardoor enigszins verdwenen.

De verschillende kunstenaars uit deze manifestatie mogen dan wel bij benadering tijdgenoten zijn, hun oeuvres blijken ontzettend divers. De feministische impuls van Lynn Hershman Leeson (1941) – die vanuit haar alter ego Roberta Breitmore jarenlang het dagelijkse leven ‘infiltreerde’ – staat in schril contrast met de genderloze, neutrale lichamen die zo kenmerkend zijn voor Yvonne Rainer en Trisha Browns Early Works. De documentaire Inner Landscapes (1979) toont dan weer hoe danspedagoge Anna Halprin (1920) met haar spirituele ‘gemeenschapsdansen’ een tegenwicht wilde bieden voor de tendens naar abstractie binnen de toenmalige kunstscene. De reden voor deze uitsluitend vrouwelijke selectie wordt door de curatoren niet geëxpliciteerd, maar voor veel performancekunstenaars was de representatie van de vrouw een belangrijk strijdpunt. Opererend in een door mannen gedomineerde kunstwereld, zijn hun sporen bovendien vaak moeilijker te traceren en net daardoor gefundenes Fressen voor een expo als Moments.

Marina Abramović is het canonieke voorbeeld van een kunstenares die haar lichaam als instrument inzet om de mannelijke blik te bevragen. Op een wandgrote close-up zien we haar venijnig de haren kammen terwijl ze verbeten ‘Art must be beautiful, artist must be beautiful’ prevelt. Bijna vier decennia na de originele uitvoering van deze gelijknamige performance komt de agressie van Abramović’ eenvoudige handeling – en de schoonheidsdwang die ze ermee aan de kaak stelt – nog steeds even hard binnen. De temporele kloof lijkt de realiteitswaarde en noodzakelijkheid van haar performance merkwaardig genoeg te versterken. Ook al gaat er bij de recuperatie van performances in een museumcontext onvermijdelijk heel wat van hun oorspronkelijke kracht verloren – de specifieke condities van het hier en nu, de duur en de brutale aanslag op een vaak onwetend publiek – het is net de mogelijkheid om ze telkens vanuit een nieuw licht te herdenken en te ervaren die de geest van de performance art levendig houdt en ze tot meer maakt dan louter een ‘event’. Nadat de tijd haar werk heeft gedaan en de subversie ons niet langer verblindt, lijkt het volledige potentieel van dit soort acties pas zichtbaar te worden en kunnen we de openingen in kaart brengen die ze in het beleven en denken over kunst hebben geslagen. Tegelijk wordt duidelijk dat documentering altijd een proces van selectie is, niet alleen met betrekking tot wat ze van het artistieke project overlevert, maar ook met betrekking tot de actoren. Het museum is bij uitstek de plek waar de canon wordt bepaald.

Het contrast tussen de duur van de verschillende werken en de mogelijkheid om als bezoeker je eigen parcours en ‘kijktijd’ te bepalen, vraagt hier om nieuwe receptiestrategieën waarbij je moet onderhandelen tussen tijd en ruimte. Soms gaat dat vlot, andere keren bijna ondraaglijk moeizaam. De horizontale performances die stuk voor stuk om een temporeel engagement vragen, worden namelijk naast elkaar geplaatst als verticale ‘kunstwerken’ die je net dwingen om je in de ruimte te verplaatsen. Doordat Moments on Moments enkel het videomateriaal uit de oorspronkelijke expo heeft overgehouden en geen andere documentatievormen naast het bewegend beeld verkent, zoals re-enactments en schriftelijke visualisatie, ontstaat de indruk dat de vertaalslag van scène/publieke ruimte naar het museum eenvoudig, dan wel eenduidig gemaakt kan worden. Dat is natuurlijk allerminst zo. Alleen een combinatie van formats die haar eigen ontoereikendheid ten volle erkent, kan inspelen op het verlies, maar evenzeer op de rijkdom die de transpositie van performancekunst naar het museum inhoudt.

In het M HKA verliest het methodologische vraagstuk uit Moments dus tot op zekere hoogte zijn inzet en creatieve potentieel, evenals zijn dialogische karakter, waarbij kunstenaars en toeschouwers het verleden benaderen in een steeds uitdijende keten van terug- en vooruitblikken, van herinneringen, interpretaties en reacties. Ongewild beoordeel je Moments on Moments in die zin eerder op het ‘wat’ – een prikkelende introductie op performance art die het evenwel nooit beoogde te zijn – dan op het ‘hoe’. De expo brengt het theater dan wel binnen in het museum, ze presenteert eigenlijk op passieve wijze een archief dat aan de specifieke condities van het performatieve medium onvoldoende recht kan doen. Bewegend beeld betekent immers nog geen bewegende tentoonstelling.

 

Moments on Moments, tot 22 mei in het M HKA, Leuvenstraat 32, 2000 Antwerpen (03/260.99.99; www.muhka.be).